Fotometrie: het meten van de hoeveelheid licht die door een oplossing doorgelaten wordt



Dovnload 9.16 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte9.16 Kb.
Uitwerking opgaven spectrofotometrie
Vragen bij hoofdstuk 1

  1. Fotometrie: het meten van de hoeveelheid licht die door een oplossing doorgelaten wordt

  2. Hoeveelheid stof; licht intensiteit, kuvet lengte

  3. Colorimetrie: techniek waarbij de kleur van een monsteroplossing mbv het oog wordt vergeleken met de kleur van een aantal standaard oplossingen

  4. Standaardoplossing: oplossing met een bekende concentratie (gekleurde) stof .

(concentratie van de standaard oplossing ligt in de buurt van de concentratie van de te meten monsteroplossing).

  1. Oog ziet kleine kleur verschillen niet

Oog is niet even gevoelig voor iedere kleur

  1. Optische weglengte: weg die het licht door de te meten oplossing in een kuvet aflegt.

  2. Mengen van alle kleuren zichtbaar licht

  3. Golflengte: geeft lengte van 1 golf weer

  4. Blauwlicht komt niet overeen met één bepaalde golflengte, maar met een golflengte gebied. Monochromatisch licht betekent letterlijk: licht van 1 golflengte.

  5. Zichtbaar licht:780 – 380 nm

  6. Rood licht780 – 650 nm

  7. a. groen

b. oranje

c. rood


  1. groen

  2. geel licht

  3. Alle kleuren licht

  4. Er wordt geen licht door water geabsorbeerd

  5. Extinctiespectrum: wordt de extinctie tov de golflengte gemeten. Zie blz 11

  6. Zie blz 8

  7. Monochromator wordt gebruikt om uit “wit licht”, licht van een bepaalde golflengte te

selecteren

  1. Achterlicht v/e fiets

  2. Filter, prisma en tralie

  3. Intreespleet en uittreespleet

  4. a. uittreespleet: zorgt ervoor dat de gewenste golflengten licht worden doorgelaten

b. intreespleet: zorgt voor een bepaalde hoeveelheid licht op de monochromator
Vragen bij hoofdstuk 2:

  1. maximale waarde transmissie: 1




Transmissie = 



  1.  = 0,400




  1.  = 0,200

  2.  = 0,167




  1. De cuvet en het oplosmiddel absorberen licht van verschillende golflengtes anders. Bij de te

meten golflengte kunnen de cuvet en het oplosmiddel dus (minimale) hoeveelheden licht

absorberen, Iop is dan groter als Id.



  1. T=0 als al het licht geabsorbeerd wordt door de oplossing.

  2. T%=T.100 T=




  1. T= 0,465

  2. T= 0,345




  1. T%=T.100

  1. T%= 43,9%

  2. T% = 0,12%




  1. E = - log T en T% = T .100 , T=

  1. E = 1,37

  2. E= 0,8435

  3. E = 0,6045

  4. E = 0,4587

  5. E = 0,05725

  6. E = 0,006764




  1. E= -log T -> T = 10-E

  1. T= 0,582 T%= 58,2

  2. T= 0,92 T%= 92

  3. T= 0,103 T%= 10,3

  4. T= 0,0355 T%= 3,55

  5. T=0,316 T%= 31,6






  1. E= 0,297

  2. E= 0,462






T= 0,350 T%= 35,0

T= 0,948 T% = 94,8




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina