Grammatica Chapter 4 Stepping Stones mavo/vmbo 3e klas



Dovnload 17.89 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte17.89 Kb.

Grammatica Chapter 4 Stepping Stones mavo/vmbo - 3e klas

Hieronder nog een keer alle grammatica die je moet kennen en kunnen voor je proefwerk op een rijtje!




  1. Vragende voornaamwoorden.



    • Who? = Wie?

    • Where? = Waar?

    • When? = Wanneer?

    • Why? = Waarom?

    • How? = Hoe?


Who’s that girl? Where is she from? When was she born? Why did she move here? How did she get here?
Wie is dat meisje? Waar komt ze vandaan? Wanneer is ze geboren? Waarom is ze naar hier verhuist? Hoe is ze hier gekomen?

Let op!! Er is een verschil tussen what en which, ook al betekenen ze allebei welke.


    • What? = Wat, welke, hoe of waar?

    • Which? = Welke?


What?

Which?

Wanneer?


Je vraagt naar dingen in het algemeen.

Je moet kiezen uit een beperkt aantal personen of dingen.


Voorbeeld.

What feelings came over you?

Which of the following feelings describe you now: happy or depressed?




  1. Aangeplakte vragen / Question tags.

Een aangeplakte vraag ‘plak’ je aan een zin, na een comma, als je wilt weten of een ander ergens net zo over denkt als jij. I love English, don’t you???




  1. Als de zin bevestigend (+) is dan is de He is silly, isn’t he?

aangeplakte vraag ontkennend (-).


  1. Als de zin ontkennend (-) is, dan is de She wasn’t late, was she?

aangeplakte vraag bevestigend (+).


  1. Als er in de zin een vorm van to be staat

    • Am I am great, am I not?

    • Is He is tall, isn’t he?

    • Was He was awful, wasn’t he?

    • Were They were late, weren’t they?

of een hulpwerkwoord;



    • Can He can dance, can’t he?

    • Could She could do that, couldn’t she?

    • Will He will make it, won’t he?

    • Would They would love it, wouldn’t they?

    • Must He must study, mustn’t he?

Dan herhaal je de vorm in de aangeplakte vraag.



Weet je nog???


Een bevestigende zin is een normale zin eindigend op een punt. (I like apples.)

Een ontkennende zin is een zin met not of n’t erin. (I don’t / do not like apples.)


3. Meervouden.
1. Regelmatig meervoud.
Je maakt meervoud door een s achter het woord te zetten. (Ook na een klinker!)

Pen – pens camera – cameras kiwi – kiwis pizza – pizzas



2. Onregelmatig meervoud
De volgende woorden hebben een onregelmatig meervoud;

Man – men tooth – teeth sheep – sheep child – children


Woman – women foot – feet deer – deer mouse – mice
3. Woorden die eindigen op –y.
Na een medeklinker verandert de y in ie. Na een klinker blijft de y staan.
Baby – babies boy – boys lady – ladies key - keys
4. Woorden die eindigen op –o.
Woorden op –o krijgen es. Uitzonderingen; pianos, discos, photos, studios, euros.
Potato – potatoes tomato – tomatoes hero – heroes negro - negroes
5. Woorden die eindigen op –f.
De volgende woorden hebben een meervoud met –ves, andere woorden op –f krijgen gewoon een

s , bijvoorbeeld; roof – roofs.



Knife – knives thief – thieves loaf – loaves


Wife – wives shelf – shelves calf – calves

Life – lives leaf – leaves wolf - wolves




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina