Horror Heritage Een onderzoek naar de beweegredenen achter Dark Tourism



Dovnload 92.51 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte92.51 Kb.

Horror Heritage


Een onderzoek naar de beweegredenen achter Dark Tourism

Sanne Helbers – 287475

Master Sociologie van Kunst en Cultuur

Onderzoeksvoorstel Research Workshop

Dr. Koen van Eijck

2008-2009


Hoofdstukindeling
1. Inleiding 3-6

- Motivatie en relevantie 4

- Hoofd- en deelvragen 5

- Hypothesen 5


2. Theorie – Erfgoedtoerisme 7-9

- Het behagen van de toerist 7

- Afsluiting 9
3. Theorie - Dark Tourism 10-12

- Het bezoeken van dark tourism 10

- Soorten dark tourism van licht naar donker 11
4. Onderzoeksopzet 13-15

- Afbakeningen 13

- Kwantitatief – beweegredenen 14

- Kwantitatief – rechte tellingen 15


5. Model 16-17

- Enquête 16


6. Literatuur 18-19

- Websites 19


(Planning, p. 20)

(Hoofdstukindeling, p. 21)



1. Inleiding
Rampen, oorlog en dood blijven vaak in ons geheugen gegrift staan. Orkaan Katrina verwoestte grote delen van New Orleans en beroofde veel mensen van het leven, de aanslag op de Twin Towers in New York liet mensen in angst en verdriet achter en het Poolse concentratiekamp Auschwitz staat nog altijd symbool voor de gruwelijkheden die het Joodse volk zijn aangedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Al deze plekken laten indrukken en afdrukken achter op het landschap, op de burgers en op heel de samenleving. Niet alleen zijn veel boeken gevuld met informatie over deze en nog vele andere rampen, ook andere media leggen gebeurtenissen in alle vormen vast. Zo staan de beelden van de brandende WTC torens in New York centraal in de herinnering aan de aanslag die op negen september 2001 die Amerika opschrikte. Daarnaast blijft de plek voor altijd beladen met verdriet, angst, onbegrip en pijn door wat eerder voorgevallen is. Het erfgoed dat achterblijft staat dus symbool voor de ramp die zich er ooit voltrok. Ondanks haar wat macabere associatie wordt dit erfgoed wel druk bezocht door drommen toeristen.

Filosoof Andreas Kinneging stelt dat wij in onze tijd het lijden en de pijn naar de randen van ons bestaan hebben geduwd. Vroeger leefden mensen dag in dag uit met de dood en pijn. Een ramp veroorzaakte dus niet zo’n grote schok omdat de dood overal en heel dichtbij was. In onze huidige maatschappij hebben wij niet dagelijks, of zelfs maandelijks, te maken met pijn, het lijden en de dood. Doordat we er niet iedere dag meer mee geconfronteerd worden, hebben wij het weggeduwd uit ons bestaan. We weten dat het er is, maar denken er niet vaak aan of willen er niet aan denken. Wanneer er zich dan toch een ramp voltrekt waarbij veel mensen omkomen en de dood opeens dichtbij komt, schrikken wij sneller dan dat vroeger het geval was (Gude, Huijer en Pekelharing, 2006: 67). Toch zien wij via de media meer ellende dan dat de mensen vroeger zagen. Beelden van de aanslag op de Twin Towers reikten immers tot over heel de wereld. Je hoefde niet in New York te zijn om de aanslag mee te maken. We leven in een hyperrealiteit, zoals Baudrillard al stelde: wat we via de media te zien krijgen lijkt echter dan de realiteit omdat we normaliter niets zouden zien van iets waar we niet bij aanwezig zijn. Bij een geboorte zou je normaliter als buitenstaander niet aanwezig zijn, maar op televisie zijn tegenwoordig meerdere programma’s te zien waarin de buitenstaander ieder detail van een geboorte meekrijgt. Zodoende zien we door de media dus meer dan we in de echte wereld zouden zien. De televisiewereld lijkt zodoende realistischer. Dankzij de media wordt onze realiteit echter dan echt, een hyperrealiteit (Van den Braembussche, 2000).

Hoewel we in deze tijd steeds vaker geconfronteerd worden met schokkende beelden door de opkomst van de mediamaatschappij, ervaren we volgens Kinneging toch meer pijn van rampen en catastrofes dan mensen uit vroeger tijden. Dit komt enerzijds doordat we niet meer aan pijn gewend zijn doordat we er niet dagelijks mee te maken krijgen. Anderzijds is onze verbeeldingskracht sterker geworden door de vele beelden die we van ieder voorval te zien krijgen. Hierdoor kwellen we ons meer met gedachten aan naderende rampen (Gude et. al., 2006: 67).

Volgens de filosoof Heidegger moet het wezen (Dasein) echter volledig bewust zijn van zijn sterfelijkheid om zijn bestaan doelbewust te maken (Stokes, 2003). Wellicht dat mensen die macabere plekken juist opzoeken om deze reden. Concentratiekampen als Auschwitz, de Berlijnse Muur, Ground Zero, het Anne Frank-huis en zelf de loods waar Freddy Heineken en zijn chauffeur vast werden gehouden tijdens de ontvoering, zijn allemaal plekken die toeristen op hun ‘must see’-lijstje hebben staan wanneer ze naar een stad of land gaan. Dit door de commerciële industrie uitgebuite toerisme wordt ook wel aangeduid met de term dark tourism. Er zijn veel verschillende soorten Dark Tourism. Zo zijn er angsttoerisme, rouwtoerisme, ontberingtoerisme, tragedietoerisme, oorlogstoerisme, genocidetoerisme, ramptoerisme en extreme thanatoerisme (www.dark-tourism.org.uk). Dat het fenomeen actueel is blijkt uit de vele blogs, fora en artikelen die er in de afgelopen jaren over zijn verschenen. Er bestaan zelfs reisgidsen die alle horrorplekken voor je op een rijtje hebben gezet.

In deze thesis wordt er onderzoek gedaan naar de personen achter dark tourism. Wat zijn hun beweegredenen om het beladen erfgoed te bezoeken? En bestaan er verschillen tussen mensen en het erfgoed dat zij bezoeken? Bovendien wordt er onderzocht of er verschil bestaat in beweegredenen tussen het bezoeken van ‘gewoon’ erfgoed en dark erfgoed. Om antwoord op deze vragen te krijgen zal er een enquête voorgelegd worden aan bezoekers die aan dark tourism doen. Deze mensen zal tevens gevraagd worden wat hun motieven zijn voor het bezoeken van erfgoed dat geen negatieve of trieste connotatie heeft. Via de website dark-tourism.co.uk zal er een onderzoekspopulatie gevormd worden. Deze mensen zijn al geïnteresseerd in dark tourism en hebben veelal meerdere plaatsen bezocht. Zij komen tevens van over heel de wereld, waardoor een representatiever beeld gegenereerd kan worden van de beweegredenen van deze toeristen.

Om een goed onderscheid te kunnen maken tussen de verschillende beweegredenen die mensen hebben om verschillende soorten erfgoed te bezoeken, worden de soorten erfgoed opgedeeld in categorieën. Deze categorieën bestaan al en zijn door professoren van de universiteit van Lancashire, Engeland, omschreven op de website dark-tourism.org.uk. De indeling die zij hierbij aanhouden zal ook in dit onderzoek aangehouden worden1.


Motivatie en relevantie

Wie een willekeurig persoon in zijn omgeving vraagt of hij of zij ooit een plek bezocht heeft waar zich een ramp heeft voltrokken, zal vaak een bevestigend antwoord krijgen. Wie heeft er immers niet eens een bezoekje gebracht aan het Anne Frank-huis of is tijdens een bezoek in Londen naar de London Dungeons geweest om de martelpraktijken uit een ver verleden te bestuderen. Dark tourism leeft onder veel mensen en uit verschillende samenlevingen: de dood is iets dat ons aantrekt maar tegelijkertijd afstoot. Toch zijn niet veel mensen op de hoogte van het fenomeen dark tourism, ondanks het feit dat ze er zelf ook aan doen of gedaan hebben. Ondanks het feit dat niet-ingewijden in het fenomeen van dark tourism niet bewust zijn van hun deelname eraan, trekken ze er toch naartoe. Het is daarom interessant om de motieven van mensen te onderzoeken. Waarom trekken plekken waar dood en verderf centraal staan ons toch zo aan? Wat denken we daar te vinden en waarom denken we dat daar te vinden? Zijn we toch benieuwd naar de dood en willen we deze onder ogen zien? Of is het pure sensatie en wat is de rol van de media hier dan in? En bezoeken we dark sites met een andere insteek dan gewoon erfgoed? Omdat ik zelf meerdere plekken heb bezocht in het verleden die tot dark tourism gerekend kunnen worden en ik eveneens niet op de hoogte was van het fenomeen terwijl ik er aan meedeed, komt het onderwerp dichter bij en heeft het mijn interesse.

Er zijn al veel artikelen verschenen over het fenomeen dark tourism. Waarom toeristen echter naar bepaalde plekken gaan is niet altijd duidelijk. Omdat veel mensen aan dark tourism doen en dit tegelijkertijd niet weten, is de reden waarom zulke plekken hen trekt interessant. Zijn er andere redenen voor het bezoeken van ‘gewoon’ erfgoed en het bezoeken van dark sites? Of staan beide gewoon op het lijstje van ‘must see’? De laatste jaren wordt er steeds meer geschreven over dark tourism en het fenomeen wordt nu pas echt stapje voor stapje in kaart gebracht. Omdat het al wel langer gedaan werd, maar het tot voor kort nog geen noemer had is het interessant, actueel en relevant om de situatie in kaart te brengen.
Hoofd- en deelvragen

Om het onderzoek gericht uit te kunnen voeren, dienen er een hoofdvraag en enkele deelvragen opgesteld te worden. Deze vragen luiden als volgt:


Hoofdvraag:

Wat zijn de kenmerken en motieven van het publiek dat doet aan dark tourism en bestaat er een relatie tussen de kenmerken en motieven van het publiek enerzijds en het bezoeken van bepaalde categorieën van dark tourism en gewoon erfgoed anderzijds?


Deelvragen:

1.) Wat zijn de demografische kenmerken van bezoekers?

2.) Waarom bezoeken mensen dark sites?

3.) Wat zijn achtergrondkenmerken van mensen per dark site?

4.) Bestaat er een verschil in beweegredenen per dark site?

5.) Bestaat er een verschil tussen de motieven bij het bezoeken van gewoon erfgoed en Dark sites?


Door middel van SPSS zullen de verzamelde gegevens over kenmerken en motieven van het publiek dat aan dark tourism doet en hun beweegredenen om gewoon erfgoed te bezoeken verwerkt worden zodat er analyses uitgevoerd kunnen worden. Het onderzoek zal dan ook voor een groot gedeelte, zo niet helemaal, kwantitatief zijn. Met behulp van de enquêtelijsten en SPSS kunnen er heldere tabellen en grafieken gegenereerd worden en kan het publiek dat aan dark tourism doet onderzocht worden, alsmede hun beweegredenen.
Hypothesen

Voor het onderzoek wordt uitgevoerd bestaat de vooronderstelling dat er verschil bestaat in beweegredenen per publiek dat verschillende categorieën van dark sites bezoekt. Zo zullen mensen die naar de London Dungeon gaan of die spookplekken bezoeken meer vanuit sensatieoverwegingen gaan dan mensen die Auschwitz bezoeken. Ook bestaat de vooronderstelling dat het publiek voor plekken zoals Auschwitz, Ground Zero of de strijdvelden uit de Eerste Wereldoorlog in Noord-Frankrijk andere kenmerken heeft zoals verschil in leeftijd en uit andere motieven gaat zoals uit rouw of om educatieve redenen. Ten slotte wordt voorondersteld dat het sensatie-element als motief wel bij bepaalde dark sites naar voren komt, maar dat dit motief niet vaak voorkomt bij het publiek wanneer gewoon erfgoed wordt bezocht. Deze hypothesen luiden als volgt:


Hypothesen:

1.) Voor verschillende categorieën dark sites bestaat er verschil in de beweegredenen van het publiek om een bepaalde plaats te bezoeken.

2.) Het publiek dat de donkerder plekken bezoekt heeft andere kenmerken dan het publiek dat de lichtste vormen van dark sites bezoekt.

3.) Bij het bezoeken van dark sites spelen sensatieoverwegingen mee waar deze dat niet doen bij ander erfgoed.


Deze hypothesen zijn gevormd naar aanleiding van de theorie. In de theorie worden donkerder en lichter soorten dark sites gepresenteerd en de kenmerken daarvan. Zo zijn de kenmerken van lichtere soorten dark sites bijvoorbeeld dat deze plekken vaker bezocht worden door gezinnen zodat het een uitje voor de hele familie wordt. Ook hebben deze plekken een hogere toeristen infrastructuur opdat er meer toestroom van bezoekers plaats kan vinden. De donkerder plekken daarentegen hebben weinig infrastructuur en worden meer om educatieve redenen bezocht (Stone, 2006).

Op de website dark-tourism.org.uk komen enkele redenen voor het bezoeken van bepaalde plekken naar voren. Zo zegt iemand uit Israël die concentratiekampen in Polen en een museum in Israël heeft bezocht dat hij dit deed om de herinnering aan wat er toen gebeurd is in leven te houden. Hij is zelf Joods maar vindt dat dit voor iedereen belangrijk is. Dit motief kan dus naar voren komen als respect voor wat er gebeurd is. Ook zegt hij dat hij verdrietig werd van de plek en de herinnering aan wat daar gebeurd was. Een andere bezoeker van concentratiekampen geeft aan van te voren niet echt een reden te hebben gehad, maar eenmaal op de plek overviel hem een gevoel van respect en rouw. Hij zegt zelfs ‘(...) I felt as if I shouldn’t have been there because of what happened in the past’ (www.dark-tourism.org.uk). Twee andere personen die een spooktour en een martelkerker hebben bezocht geven aan dat ze dit vooral deden omdat het anders was dan ‘gewone’ tours. Ze vonden het achteraf spannend en ze gingen dan ook vooral voor de kick. Uit deze reacties kan voorondersteld worden dat mensen verschillende dark sites bezoeken met verschillende redenen en dat plekken zoals concentratiekampen vaker vanuit respect bezocht worden dan

martel- of spookerfgoed.

2. Theorie – Erfgoedtoerisme
Op het dak van de kunstacademie Willem de Koning in Rotterdam prijkt een leus van Lucebert: ‘Alles van waarde is weerloos’. Op erfgoed is deze uitspraak zeker toepasbaar wanneer we de praktijken die zich voordoen in het erfgoedtoerisme bekijken. Sinds mensen vervoersmiddelen uitvonden, hebben zij deze ingezet om zich te verplaatsen van stad naar stad, van land naar land of zelfs van het ene uiterste van de wereld tot aan het andere uiterste. De globetrotters en wereldveroveraars zetten als eerst voet op onbekend terrein door met schepen de exotische verre uiteinden van wat bij hen bekend was te ontdekken. Maar met de ontwikkeling van trein, boot en later ook vliegtuig werden meer mensen geprikkeld om andere landen te bezoeken. Toerisme bestaat al relatief lang. Echter, vandaag de dag zijn reisopties zo talloos en goed betaalbaar dat reizen niet alleen meer is weggelegd voor de happy few met geld, maar praktisch voor iedereen. Deze toeristen zoeken hun heil op andere plaatsen en willen daar ook graag vermaakt worden. Ze zijn immers op vakantie en op vakantie hoor je leuke dingen te doen.

In dit hoofdstuk wordt theorie uiteengezet over erfgoedtoerisme. Hierbij zullen de theorieën van Riegl gebruikt worden. Daarnaast wordt er besproken wat erfgoedtoerisme in de praktijk betekent voor het erfgoed, maar ook voor de toeristenbranche. Op welke manieren wordt erfgoed ingezet om toeristen te behagen en hoe springt de marketing hierop in? Wat is de relatie die wij nu onderhouden met erfgoed?


Het behagen van de toerist

De museale wereld richt haar pijlen steeds meer op de toerist. Het museum was vroeger een surrogaat voor reizen. Musea boden een collectie aan uit allerlei inheemse hoeken van de wereld, verzameld onder een dak. Bezoekers kregen zodoende toch inzicht in en kennis van wat de wereld te bieden had, ondanks de beperkte middelen om te reizen die er toen nog bestonden. Bovendien waren de reisopties in vroeger tijden ook niet erg comfortabel en voor veel mensen was het dus zelfs prettiger om naar een museum te gaan dan een reis te ondernemen. Met de opkomst van het massatoerisme is dit echter veranderd. Veel mensen reizen tegenwoordig meer dan eens per jaar en wanneer ze op reis zijn willen ze vermaakt worden. De erfgoedbranche en de museale wereld springen hier op in. De moderne toerist wil vooral veel dingen doen en beleven. Waar vroeger de nadruk lag op het zien is dit nu verschoven naar het doen. Toeristen willen een experience en passieve attracties zoals musea oorspronkelijk waren, worden zodoende overgeslagen. Het gevolg is dat musea inspringen op de vraag en hun collectie voornamelijk toespitsen op tijdelijke tentoonstellingen met veel interactieve elementen. Erfgoed wil eveneens mee-eten uit de ruif van het toerisme. Het gevolg is dat plekken die interessant zijn voor toeristen zodoende worden klaargestoomd als Erlebnis zodat de toerist het gemakkelijk kan consumeren. In Nieuw-Zeeland en Australië worden parken aangelegd waar de toerist rondgeleid kan worden door de inheemse bevolking. Het originele leven, zoals de toerist het graag mee wil maken, wordt afgebakend. Er wordt als het ware een hek omheen gezet en binnen dat hek gebeurt het allemaal: zogenaamde inheemse bevolkingen tonen hun cultuur, leiden de toeristen rond in hun domein, er staan souvenirkraampjes, er kan gegeten en gedronken worden en dat alles om de bezoeker te behagen. De markt buit erfgoed uit voor het toerisme (Kirschenblatt-Gimblett, 1998). Hierbij wordt niet altijd rekening gehouden met wat deze massale bezoeken doen met het erfgoed.

Volgens Riegl (1996) heeft erfgoed op zichzelf geen betekenis, maar zijn wij het, moderne subjecten, die betekenis geven aan objecten. Daarnaast houden wij geen rekening met de intentie van de maker bij het bezoeken of waarde toekennen aan artefacten (Riegl, 1996). Een museum haalt meer opbrengsten uit het toerisme dan uit de vaste bezoekers die iedere week met hun museumjaarkaart het museum bezoeken. Vandaar dat ook de museale wereld inspringt op het toerisme met als gevolg dat het erfgoed wordt uitgebuit. Het wordt door de toeristenindustrie, maar ook door musea zelf, ingericht voor de toerist zodat deze een leuke (mid)dag kan beleven. Hierbij wordt echter niet altijd gedacht aan wat voor gevolgen deze massale bezoeken hebben voor het erfgoed. Niet alle plekken zijn van even grote waarde. Zoals Riegl stelt geven wij zelf betekenis aan objecten. Zo moet je toch echt wel het Colosseum gezien hebben als je in Rome bent geweest. Het gevolg is dat deze plekken, die belangrijk voor ons zijn, massaal worden bezocht en dit leidt tot slijtage. Zoals Lucebert al zei is alles van waarde dus eigenlijk weerloos. Daarbij is het voor de toerist niet meer van belang wat ooit de intentie van de maker was. Met deze bedoeling wordt geen rekening gehouden, alleen de bedoeling van de toerist telt. Wie op youtube.com zoekt naar filmpjes van bijvoorbeeld Pompeji komt er tientallen tegen en op alle is te zien hoe de toerist het erfgoed bezoekt. Niemand filmt de vergane fresco’s, men filmt liever zichzelf met een lekker deuntje eronder en een paar mooie plaatjes. Zo kun je in ieder geval aan het thuisfront laten zien dat je er toch echt geweest bent. Hoewel er ook, zeker de laatste tijd, erfgoed bestaat dat juist duurzaam wordt ingericht, probeert de toeristenindustrie nog vaak te profiteren van de waarde van bepaald erfgoed en dit komt het erfgoed niet altijd ten goede.

Riegl stelt de vraag wat voor relatie wij met ons erfgoed onderhouden. In deze tijd lijkt het erop of wij een relatie onderhouden waarbij het erfgoed moet voldoen aan de wensen en behoeften van de toerist. Het erfgoed wordt uitgebuit voor en door de toeristenindustrie en omdat musea hier ook van mee willen eten gaan zij hierin mee. Wat de toerist vraagt heeft het museum zoals wij het oorspronkelijk kennen niet. Er wordt dus van alles geprobeerd om deze vermaakelementen er wel in te stoppen. Volgens Pine en Gilmore (1999) zijn er vier aspecten die een goede attractie moet hebben. Een attractie moet leerzaam zijn, het moet vermakelijk zijn, je moet het kunnen doen en er moet een esthetisch aspect aan zitten (Pine en Gilmore, 1999). Austin (2002) stelt vervolgens dat er vier punten zijn die bepalend zijn voor hoe en waarom toeristen bepaalde (gevoelige) historische plaatsen bezoeken. Ten eerste bestaan er verwachtingen vooraf van wat de plek biedt. Vervolgens speelt ook de emotionele staat van de toerist mee op het moment dat hij ter plekke is, de relaties tussen verschillende bezoekers tellen ten derde mee en ten slotte tellen de presentatie en interpretatie van de plek ook mee (Austin, 2002: 448). Volgens Austin is het belangrijk deze punten te achterhalen om een erfgoedplek te kunnen managen en dus om er voor te zorgen dat er genoeg bezoekers komen die vervolgens ook krijgen waar ze om gevraagd hebben. Het is van belang verschillende soorten groepen in ogenschouw te nemen. Austin noemt in zijn onderzoek naar het Cape Coast Castle in Ghana dat verschillende soorten groepen andere interpretaties, emoties en verwachtingen hadden en dat deze gevolgen hadden voor de relaties tussen de verschillende groepen bezoekers. Het Cape Coast Castle is een kasteel waar ten tijde van de slavernij de slaven door blanke overheersers gevangen werden gehouden voor ze verscheept werden. Austin toont in zijn onderzoek aan dat Afrikanen die de plek bezochten veel emotioneler werden bij het bezoeken van het erfgoed dan blanke toeristen en dat ze zelfs blanke toeristen als indringers zagen. Afrikanen weigerden soms zelfs om mee te gaan met de tour als er blanke toeristen in de groep zaten (Austin, 2002: 449). Ook bleek dat blanke toeristen andere verwachtingen van wat ze zouden leren hadden dan gekleurde toeristen. Om zo’n erfgoedsite goed te kunnen aanbieden aan verschillende soorten toeristen is dus een marketing nodig die beide groepen tevreden stelt.

Riegl (1996) stelt dat er verschillende waardes bestaan voor verschillende soorten erfgoed. Zo bestaat er historische, gebruiks-, artistieke, oudheids-, herdenkings- of nieuwheidwaarden. Bij iedere soort moet er een andere benadering gebruikt worden. Als een monument bijvoorbeeld wordt gewaardeerd om historische redenen wordt de geschiedenis in leven gehouden door het monument zodanig te restaureren dat het de geschiedenis oproept. Bij de oudheidswaarde wordt een monument juist zo weinig mogelijk gerestaureerd opdat het originele van het artefact kan bloeien, ook al betekent dat slijtage. Een site zoals het Cape Coast Castle wordt gewaardeerd om zijn herdenkingswaarde doordat het een site is die staat voor wat er in het verleden gebeurd is, iets dat altijd herdacht moet worden en waarvan iedereen op de hoogte dient te zijn. Deze waarde impliceert restauratie en een andere manier van presenteren dan wanneer het om bijvoorbeeld de oudheid van het object gaat. Dit blijkt ook doordat de bezoekers van het monument vrijwel allemaal verwachten dat de slavernij centraal zou staan. De herdenkingswaarde is dus zo van belang dat het monument hierop ingericht dient te worden. Uit het onderzoek blijkt ook dat tijdens de renovatie van het monument de inheemse bevolking bang was dat er geen juiste weergave gegeven zou worden van de feiten. Toen de muren wit geverfd zouden worden waren de bewoners bang dat dit gedaan werd om de geschiedenis mooier te maken dan deze is. Blanke Europese bezoekers zagen dit echter als een accurate weergave van de geschiedenis (Austin, 2002: 452). De marketing van een erfgoedsite wordt dus erg serieus genomen en dit alles met als doel om de toerist te behagen. Bij het samenstellen van een attractie wordt vrijwel uitsluitend rekening gehouden met wat de toerist wil. Hoe het monument verder verslijt komt op de tweede plaats.
Afsluiting

Erfgoedtoerisme is een fenomeen dat zich steeds verder uitbreidt. Niet alleen reizen meer mensen waardoor monumenten vaker bezocht worden, ook wordt er speciaal voor de erfgoedtoerist een tour aangelegd rondom het monument, wat leidt tot een massale toestroom van bezoekers. Dit alles wordt gedaan vanuit het oogpunt om de toerist te behagen. Het lot van het erfgoed komt op de tweede plaats, het entertainen van bezoekers is van groter belang. De museale wereld wil eveneens inspelen op de toeristenbranche en zorgt er zodoende voor dat routes worden gecreëerd opdat de toerist zich vermakelijk kan bezig houden met artefacten uit de geschiedenis. De relatie die wij voornamelijk onderhouden met erfgoed is in hoeverre het onze behoeftes en wensen kan bevredigen. Bij het marketen van sites staat deze wens om bevrediging en vermaak dan ook voorop. De verschillende waardes die Riegl onderscheidt worden ingezet om te achterhalen wat de bezoeker van het erfgoed verwacht en zodoende wordt het object benaderd op die manier dat het aan de wensen van de bezoeker tegemoet komt. Aspecten die van belang zijn bij de belevenis van een site zijn het educatieve element, het vermakelijke element, het actief doen van dingen en het esthetische element. Bij het ene monument hebben bepaalde elementen een belangrijkere rol dan bij andere monumenten, maar om een succesvolle Erlebnis te creëren moeten drie van deze vier punten toch wel aanwezig zijn.



3. Theorie – Dark Tourism
Erfgoedtoerisme is aan de orde van de dag sinds reizen gemakkelijker, goedkoper en comfortabeler is geworden. In de postmoderne, individualistische maatschappij waarin wij nu leven dient een breed georiënteerd wereldbeeld ter ontplooiing van het individu. De schatten die de wereld ons te bieden heeft, horen in deze ontplooiing en zodoende moet je heel wat plekken toch wel gezien hebben. Zoals in het vorige hoofdstuk naar voren is gekomen hebben de toeristenindustrie en de museale wereld deze behoefte opgepikt en zodoende wordt erfgoed uitgebuit om de toerist te behagen. Sommige toeristen bezoeken niet alleen het esthetische of verantwoorde erfgoed, maar ook die plekken die in de geschiedenis niet altijd rooskleurig bekend stonden.

In dit hoofdstuk wordt theorie uiteen gezet over het fenomeen dark tourism. Wat houdt het in, welke plekken behoren hiertoe en waarom bezoeken toeristen deze plekken?


Het bezoeken van horror erfgoed

Dood, rampen en macabere plaatsen of gebeurtenissen trekken de mens al eeuwen aan. In het oude Rome werden slaven of gevangenen ingezet tijdens spelen, zowel opera als gevechten, zodat ze tijdens het spel echt vermoord konden worden, omwille van het vermaak en om de authenticiteit te vergroten (Groot, 2008: 31). En in de achttiende eeuw reisden toeristen ook af naar Pompeji of Stonehenge om de plaats waar zich ooit een ramp had voltrokken of waar spookverhalen de ronde doen te bezoeken. Het bezoeken van plekken met een negatieve of illustere ondertoon is dus niet nieuw. De erkenning van dit fenomeen is echter wel nieuw. Sinds enkele jaren is de vraag van toeristen naar de mogelijkheid om sinistere plekken te bezoeken openlijk bekend, onder andere door media en wetenschap die aandacht aan het onderwerp besteden. Het fenomeen waarbij toeristen in hun vakantie uitstapjes naar lugubere sites inbouwen wordt ook wel aangeduid met de term dark tourism, of thanatourism. Stone (2006) refereert naar dit fenomeen als het reizen naar sites die bekend staan om dood, rampen, lijden en om het macabere (Stone, 2006: 146). Tarlow (2005) vult dit aan met het feit dat de tragedie of dood die zich op deze plaatsen voltrokken heeft historische waarde heeft die nog altijd indrukken achterlaat in onze levens (Tarlow, 2005: 48). Het in het vorige hoofdstuk besproken Cap Coast Castle is een voorbeeld van een dark site, maar ook Pompeji, Auschwitz en meer recente plekken als Ground Zero en New Orleans na orkaan Katrina zijn voorbeelden van dark sites. Volgens Austin (2002) bezoeken toeristen deze plekken om verschillende redenen. Zo speelt het gegeven dat bezoekers de ramp willen herleven mee of kunnen mensen uit emotionele overwegingen gaan, maar er is ook gezegd dat bezoekers puur uit sensatieoverwegingen, uit fascinatie voor de dood of voor hun eigen plezier macabere sites bezoeken, zoals ook de Romeinen de dood inzetten voor hun eigen vermaak. Het besef dat de mens een sterfelijk wezen is lijkt een sterk argument om de trek naar dark sites te verklaren. De wetenschap eindig te zijn brengt bij veel mensen angst, maar ook nieuwsgierigheid naar boven. Uit respect voor de doden, maar evengoed uit morbide nieuwsgierigheid of angst, bezoeken toeristen plekken waar ze direct geconfronteerd worden met het onvermijdelijke, de dood (Stone, 2006: 147).

De aantrekkingskracht die de dood op ons heeft is van alle tijden. Met het organiseren van tours voor toeristen wordt de fascinatie, die Marcel (2004) aanduidt met het kleine vieze geheimpje van de toeristenindustrie, echter uitgesproken wat het fenomeen nog macaberder maakt. Het bezoeken van erfgoed met een donkere connotatie wordt uitgebuit, zoals al het erfgoed dat gemaakt wordt op het toerisme. Met het inperken van de dood op bepaalde plekken zoals gebeurt in de Chambers of Horror in Madame Tussaud’s in Londen, waar toegangsprijzen voor worden gevraagd om te kijken naar de dood als vrijetijdsbesteding, heeft de toeristenindustrie ook de meest onbegaanbare paden in onze samenleving betreden. Busladingen toeristen rijden iedere dag af en aan om de Reichstag te bezoeken, om vervolgens door te rijden naar de restanten van de Berlijnse Muur, nog wat concentratiekampen te bekijken om te eindigen bij het restaurant waar een lopend buffet geboekt staat om nog eens foto’s te bekijken van de lachende toerist voor wat ooit de kelders van het hoofdstation van de SS zijn geweest.

Volgens Stone (2006) bestaat er verschil in hoe donker een bepaalde site is. In zijn artikel toont hij aan dat sites die direct te maken hebben met dood en lijden meer macaber zijn dan sites die daar indirect mee te maken hebben. Een plek zoals Auschwitz kan beschouwd worden als het donkerste van het donkerste omdat daar miljoenen Joden daadwerkelijk vergast zijn. Je loopt direct op de plek waar bijna zestig jaar terug mensen werden vermoord. Een museum dat te maken heeft met de Jodenvervolging is echter minder donker, of zelfs licht. Volgens Stone horen er bepaalde eigenschappen bij de donkerste en bij de lichtste sites. Zo zijn de donkerste sites vaker gericht op educatie, is de waarde, die Riegl uiteen zette, vaak een historische of herdenkingswaarde, is de interpretatie bij de bezoeker vaak authentiek evenals de plaats, is de gebeurtenis korter geleden en is er minder infrastructuur voor toeristen. Bovendien bemoeit politiek zich ook meer met de inrichting van deze sites. Bij lichtere sites daarentegen draait het vaker om de entertainment, gaat het vaak om de waarde van het erfgoed, commercieel en romantisch gericht, is de plek niet authentiek evenals het product, is de gebeurtenis langer geleden en bestaat er een hogere toeristeninfrastructuur (Stone, 2006: 151). Tragedies die korter geleden gebeurd zijn zijn vaak donkerder omdat er veelal nog nabestaanden of getuigen zijn. De aanwezigheid van directe ervaring maakt een plaats meer luguber omdat het ons eraan herinnert dat ook wij getroffen hadden kunnen worden. Familieleden van slachtoffers van 9/11 moeten nog altijd leven met het gemis van de persoon die is overleden en dat brengt de dood een stuk dichterbij. Iets dat empathie oproept zorgt ervoor dat de bezoekers meer betrokken zijn.


Soorten dark tourism van licht naar donker

Binnen de schaal donkere en lichtere sites van dark tourism kan een onderscheid gemaakt worden. Stone doet dit op zeven manieren. Allereerst bestaan er die sites die aan de lichtste kant van het dark tourism spectrum behoren. Deze sites hebben indirect te maken met dood en bestaan vooral om het hoge entertainmentgehalte. De London Dungeon is een van die plekken waar op lichte manier de dood geconsumeerd wordt. Er wordt een kunstmatig gesimuleerde horrorplek aangeboden op een gemakkelijk te consumeren manier voor heel het gezin. De Jack the Rippertour of een rondleiding door het kasteel van Dracula behoren eveneens tot deze categorie. De tweede categorie dark sites die iets donkerder zijn, bestaat uit dark exhibitions. Het educatieve doel is hier duidelijker, hoewel er eveneens sprake kan zijn van entertainment en de tentoonstelling wordt vaak gehouden in een museum en niet op de plek waar het gebeurd is. De RAF-tentoonstelling in het Berlijnse Kunst-Werke in 2003 is daar een voorbeeld van. Ten derde bestaan er dark dungeons die weer een stukje donkerder van aard zijn. Dit zijn bijvoorbeeld gevangenissen of rechtbanken, plekken waar iets werkelijk gebeurd is maar in een ver verleden. In de Tower of London zijn nog steeds martelwerktuigen voor veroordeelden te zien. Hier worden eveneens entertainment en educatie gemengd tot een gemakkelijk te consumeren product. Ten vierde worden plaatsen als begraafplaatsen genoemd, de dark resting places. De uitgestrekte begraafplaatsen met graven van gesneuvelde soldaten uit de Vietnamoorlog, of de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel deze plekken ook respect oproepen worden ze steeds meer uitgebuit. Overleden sterren die volop in de media zijn geweest trekken veel toeristen. Elvis Presley’s Graceland of de plek waar James Dean crashte zijn druk bezochte toeristentrekkers. De dark resting places schuiven dus steeds meer op naar de lichtere kant van het dark tourism spectrum. Dark shrines staan op de vijfde plaats van dark tourism sites en kunnen als behoorlijk donker gezien worden. Vaak zijn het plekken waar mensen kort geleden zijn overleden en waar vlakbij een herdenkingsplek is ingericht. Deze plekken zijn er niet per se voor toeristen en roepen ook meer respect en rouw op. De plek die ingericht werd voor Prinses Diana na haar fatale ongeluk kan een dark shrine genoemd worden. Deze plekken lopen wel het risico ten prooi te vallen aan morbide toeristen die uit nieuwsgierigheid een kijkje gaan nemen. Het worden echter nooit plekken van massatoerisme die een dagje uit gaan. Een zesde categorie dark sites die als donker omschreven kan worden zijn oorloggerelateerde sites. Pearl Harbor is hier een voorbeeld van of de slagvelden in Noord-Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze plaatsen hebben vanzelfsprekend een historische waarde en maken nog steeds indruk op ons. Daarnaast roepen ze respect op en contemplatie. Ten slotte vallen dark camps of genocide onder de donkerste sites in het spectrum van dark tourism. Dit zijn de plekken waar massamoord, tragedies of rampen plaats hebben gevonden. Plaatsen die diepe rouw, herdenking en respect oproepen. Voorbeelden hiervan zijn de killing fields in Cambodja, Srebrenica, waar honderden mannen zijn vermoord of Auschwitz. Vaak hangt aan deze plekken een herinnering aan politieke ideologie, aan intens en mensonterend lijden (Stone, 2006: 152-157). Vaak staan deze sites symbool voor grotere gebeurtenissen, zoals Auschwitz symbool staat voor de gehele Holocaust en voor wat de Joden is aangedaan in de Tweede Wereldoorlog.

Deze indeling is echter niet statisch. De samenleving verandert en nieuwe rampen voltrekken zich waardoor nieuwe dark sites ontstaan. Maar sommige sites die nu nog aan de donkere kant van het spectrum zitten kunnen tevens verschuiven naar de lichtere kant. Dit kan gebeuren als de toeristenindustrie, met meestal de media als aanjagers, de plekken oppikt en er een tour omheen bouwt. Wanneer plekken waarde krijgen toegekend door de massa, zoals Riegl stelde, zullen ze massaal bezocht worden. Hierdoor wordt de infrastructuur uitgebreid en gaat de authenticiteit verloren. Ook zullen veel mensen plekken bezoeken die hen niet direct aanspreken en zodoende geen empathie en dus geen respect of rouw oproepen. Dit kan bij Ground Zero het geval worden. Toch hoeft dit niet ten koste van de authenticiteit te gaan. Gebeurtenissen die iedereen aanspreken en die zo universeel zijn dat iedereen zich er iets bij in kan denken of empathie kan oproepen kunnen hun authenticiteit behouden. Het Anne Frankhuis is daar wellicht een voorbeeld van.


Nog behandelen:

- Postmoderniteit en dark tourism  Baudrillards hyperrealiteit, tekst Stone (pp 148-150).

- Zoeken van de dood en de confrontatie  Heidegger

- Kijken naar de pijn van andere  Sontag

- Rol van de media bij bezoeken van dark sites 


4. Onderzoeksopzet
In dit onderzoek worden de beweegredenen en motivatie bekeken van het publiek dat aan Dark Tourism doet. Daarnaast zal de motivatie van dezelfde mensen voor het bezoeken van ander erfgoed, erfgoed dat niet beladen is, bekeken worden. Er zal een vergelijking gemaakt worden tussen de verschillen of overeenkomsten in beweegredenen voor het bezoeken van dark sites dan wel ander erfgoed. Ook zal er onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende categorieën dark sites en of er verschil zit in beweegredenen van toeristen in het bezoeken van de verschillende categorieën.. Uit de hypothesen is naar voren gekomen dat er een vooronderstelling bestaat dat er een differentiatie zit in de beweegredenen van publiek bij het bezoeken van verschillende categorieën van dark tourism. De onderzoekspopulatie wordt verzameld van de website dark-tourism.org.uk. Deze site is samengesteld en wordt bijgehouden door docenten van de universiteit van Lancashire. Op de website worden artikelen geplaatst van professoren en de oprichters zeggen zelf dat de site betrouwbare en wetenschappelijk verantwoorde informatie biedt die gebruikt kan worden bij een onderzoek naar dark tourism. Via de mailinglijst van de site waarop ik geabonneerd ben zal de onderzoekspopulatie benaderd worden met een enquête.
Afbakeningen

Bij het doen van onderzoek moet er rekening gehouden worden met het inperken van het onderzoeksonderwerp. Daar zijn afbakeningen voor nodig, wat wordt er wel meegenomen en wat niet? In dit onderzoek zal er gebruik gemaakt worden van de website dark-tourism.org.uk. Via de mailinglijst van de nieuwsbrief van de website zal een populatie benaderd worden. Deze populatie is internationaal; uit vooronderzoek is gebleken dat het publiek afkomstig is uit Engeland, Israël, Amerika, Nederland, Schotland, Duitsland, Frankrijk en vele andere, voornamelijk Westerse, landen. Er wordt binnen dit onderzoek geen onderscheid gemaakt in nationaliteit; er wordt dus niet gekeken naar welke plekken Amerikanen vooral bezoeken of waar Nederlanders het liefst naartoe gaan. Worden er echter significante verschillen en opvallende kenmerken gevonden, dan zullen deze alsnog aangestipt worden in de resultaten. In eerste instantie wordt de populatie dus als één genomen.

De onderzoeksmethode die gebruikt wordt is een enquête. Deze wordt samengesteld door middel van het programma Thesis Tools. Dit programma is te vinden op de website thesistools.nl en kan gratis gebruikt worden voor onderzoek. De populatie zal via een e-mail benaderd worden met het verzoek deel te nemen aan het onderzoek. Een link in de e-mail zal deze mensen naar de enquête leiden. Deze gegevens zullen vervolgens verwerkt worden met behulp van SPSS zodat tabellen en grafieken gegenereerd kunnen worden die de verschillen, dan wel overeenkomsten, in beweegredenen en kenmerken tonen.

Ten slotte is er gekozen om gebruik te maken van de website dark-tourism.org.uk omdat deze site heel compleet is. Daarnaast is het een wetenschappelijk verantwoorde website die veel literatuur en informatie biedt. Ook kan er veilig via deze site een populatie samengesteld worden die al geïnteresseerd is in dark tourism en die relatief gemakkelijk te benaderen is. Omdat deze mensen al geïnteresseerd zijn is de kans groter dat zij bewust plaatsen bezoeken en dus ook nog weten waarom zij die plekken wilden bekijken. Ten slotte is een groep die bestaat uit allerlei nationaliteiten niet per definitie representatief, omdat er andere culturen en historische belevingen bestaan in verschillende landen. Ook kan het voorkomen dat er van het ene land meer respondenten zijn dan van het andere. Over het algemeen kan er echter via internet, via een website met geïnteresseerde bezoekers, een populatie gevormd worden die goed gebruikt kan worden voor die onderzoek.

Bij het onderzoek naar de kenmerken en beweegredenen van de bezoekers van dark sites worden er een aantal categorieën aangehouden. Er bestaan verschillende soorten dark sites en de vooronderstelling bestaat dat er in sommige categorieën meer sensatieoverwegingen meespelen dan bij andere. De categorieën zijn afkomstig van de website dark-tourism.org.uk en staan in een lezing die professor Ria Dunkley van de universiteit van Wales gaf. Deze zijn: angsttoerisme, rouwtoerisme, ontberingtoerisme, tragedietoerisme, oorlogstoerisme, genocidetoerisme, ramptoerisme en extreem thanatoerisme (www.dark-tourism.org.uk). Onder de categorie angsttoerisme valt erfgoed waar mensen bang voor zijn, maar wat ze ook leuk en spannend vinden, zoals de London Dungeon. Hier vallen ook de spook- en heksverhalen onder. Rouwtoerisme beslaat alle plekken zoals begraafplaatsen van oorlogsslachtoffers. Ook kan hier gedacht worden aan de plek waar John F. Kennedy werd doodgeschoten. Ontberingstoerisme beslaat plekken zoals Robben eiland of Alcatraz. Hier valt tevens de subcategorie gevangenistoerisme onder. Tragedietoerisme bezoekt plekken zoals Ground Zero en Hiroshima. Onder oorlogstoerisme vallen plaatsen zoals de slagvelden in Noord-Frankrijk maar ook oorlogsmusea of het Anne Frank-huis. Plekken zoals Auschwitz of de Killing Field in Cambodja vallen onder genocidetoerisme. Hieronder vallen dus concentratiekampen. Onder ramptoerisme vallen plaatsen waar zich een natuurramp heeft voltrokken zoals in New Orleans waar orkaan Katrina voorbij kwam, of Sri Lanka waar de Tsunami huishield. Ten slotte bestaat er nog een vorm die in dit onderzoek niet behandeld wordt, simpelweg omdat er geen verwachting bestaat dat deze groep binnen de onderzoekspopulatie naar voren komt. Deze vorm is het extreme thanatoerisme en deze mensen bezoeken publieke executies.

De verschillende categorieën kunnen weer onderverdeeld worden onder de zeven soorten dark sites die in hoofdstuk drie gegeven zijn. Deze sites lopen van licht naar donker en impliceren een andere benadering door toeristen. Zo richten lichtere sites zich meer op entertainment en de categorieën die hieronder vallen zijn dus waarschijnlijker bezocht vanuit sensatieoverwegingen. De donkere sites worden meer vanuit herdenking, rouw en historisch oogpunt bezocht en de categorieën die hieronder vallen trekken waarschijnlijk dan ook toeristen die meer vanuit overwegingen van respect gaan. De categorie die onder de lichte soorten zoals dark fun factories, dark exhibitions en dark dungeons valt is het angsttoerisme. De donkerder plekken zoals dark resting places en dark shrines herbergen categorieën rouwtoerisme, tragedietoerisme, ontberingtoerisme en ramptoerisme. De donkerste soorten sites zijn ten slotte de dark conflict sites waar oorlogstoerisme toe behoort en onder dark camps of genocide hoort de categorie genocidetoerisme.


Kwantitatief – Beweegredenen

In het onderzoek wordt er gevraagd naar de beweegredenen van mensen om bepaalde plekken te bezoeken. Deze beweegredenen worden in de enquête aangegeven als keuzeopties. Het kan zijn dat mensen niet precies meer weten waarom ze een dark site bezochten. Een keuzemogelijkheid helpt ze bij het herinneren van het waarom. Hierbij wordt ook gevraagd wat ze uiteindelijk van de plek vonden en of hun verwachtingen overeenkwamen met wat ze aantroffen. Door deze motivaties te vragen kan er gekeken worden waarom mensen dark sites bezoeken. Door te vragen waar ze heen zijn geweest kan er vervolgens gekeken worden of er verschil bestaat tussen de beweegredenen en verwachtingen van het publiek bij het bezoeken van de verschillende categorieën. Daarnaast worden de beweegredenen van het bezoeken van ander erfgoed gevraagd. Waarom zijn mensen naar dit erfgoed geweest en verschillen deze motieven van de motieven om dark sites te bezoeken? Onder ander erfgoed wordt erfgoed verstaan dat niet (negatief) beladen is. Voorbeelden zijn de Eiffeltoren, Tower Bridge, Pont Neuf, Kinderdijk en ander erfgoed dat cultureel verantwoord is, maar geen extra dimensie heeft doordat er iets gebeurd is. Er kan eventueel ook gevraagd worden naar andere interesses van bezoekers. Zo zouden kenmerken als voorliefdes voor horrorfilms of oorlogsgerelateerde media kunnen helpen bij het uiteenzetten van de beweegredenen van bezoekers.

Niet alle antwoorden worden meegenomen. Zo worden bezoekjes aan een plaats vanuit educatieve redenen apart gehouden. Deze kunnen het beeld vertekenen doordat als het bij het geheel wordt genomen het kan resulteren in sommige plekken die alleen of vooral door scholieren bezocht worden. Dit vertekent het beeld van waarom mensen naar plekken gaan.
Kwantitatief – Rechte tellingen

Ook wordt er in dit onderzoek gekeken naar gegevens als leeftijd van bezoekers, opleidingsniveau en geslacht. Zo kan er vastgesteld worden of er verschillen bestaan tussen de concrete kenmerken van mensen en welke sites zij bezoeken. Bezoeken vooral ouderen Auschwitz? En jongeren Ground Zero of sensatiebeluste sites zoals bij het angsttoerisme naar voren komen? Doordat er nog generaties bestaan die in een concentratiekamp hebben gezeten of die mensen hebben gekend die in een kamp hebben gezeten, kunnen deze groepen, die waarschijnlijk ouder zijn, zich meer identificeren met zulke plekken. Wellicht bezoeken ze deze daarom ook meer. Daarnaast kunnen deze rechte tellingen gebruikt worden om verbanden met de beweegredenen te leggen. Gaan oudere mensen uit andere motivaties naar sites dan jongere? Hebben ouderen meer respect voor plaatsen? Deze vragen en andere zullen met behulp van de rechte tellingen beantwoord worden.



5. Model

Leeftijd Geslacht Opleidingsniveau

\ | /

Sociaaldemografische kenmerken - Angst

- Rouw


- Ontbering

Wat bezoeken? - Tragedie

- Oorlog

Motieven - Genocide

/ \


Interesses Ervaring - Ramp

/ \


Beweegredenen Verwachtingen - Ander erfgoed

Enquête (eerste opzet!)
Achtergrondkenmerken

1. Wat is uw leeftijd?

2. Waar komt u vandaan?

3. Wat is uw hoogst genoten opleiding?

5. Bent u hier op reis? Zo ja, voor hoe lang?
Motivatie

4. Welke plek hebt u bezocht?

5. Waar kent u deze plek van? (media, vrienden)

6. Waarom wilde u deze plek bezoeken?

- eigen interesse

- reisgenoten wilden graag

- vermakelijk, een leuk uitje

- bepaalde band met de plek

- omdat je deze plek bezocht moet hebben

etc.


7. Wat waren uw verwachtingen vooraf?

- dat ik van de plek zou leren (geschiedenis, berouw, cultuur)

- dat ik een leuk uitje zou hebben

- vermakelijk, maar ook educatief

etc.

8. Bleken uw verwachten terecht?



- ja, wat ik verwacht had te zien kwam overeen met wat de plek te bieden had

- nee, ik had iets anders verwacht, namelijk: - meer vermaak

- meer geschiedenis/ culturele achtergrond

etc.


9. Heeft u tijdens uw bezoek foto’s gemaakt? Zo ja, waarom?

10. Dit is een plek met een macabere connotatie. Hebt u al eens eerder zulke plekken bezocht?

11. Zo ja, Welke waren dit?

12. Zo ja, uit welke overwegingen hebt u deze plekken bezocht?

- culturele overwegingen

- vermaak

- eigen interesse

- band met de plek

- reisgenoten wilden graag

etc.


13. Zo nee, gaat u nog iets bezoeken en waarom wilt u dit bezoeken?

14. Heeft u al eerder ander erfgoed bezocht waar geen macabere connotatie aan vast zat?

15. Zo ja, waarom bezocht u deze plekken?

- reisgenoten wilden

- educatie

- vermaak

- beide

- uit culturele interesse


Interesses

16. Bent u geïnteresseerd in horrorfilms/verhalen?

17. Bent u geïnteresseerd in oorlogsverhalen?

18. Bent u geïnteresseerd in geschiedenis en cultuur?



6. Literatuur
Austin, N. K. 2002. ‘Managing Heritage Attractions: Marketing Challenges at Sensitive Historical Sites.’ In: International Journal of Tourism Research. John Wiley and Sons, Ltd. Vol. 4: 447-457.
Baudrillard J (1988) The Evil Demon of Images. Power Institute Publications: Sidney.
Bristow, R.S. (2004) Myth vs. Fact: An Exploration of Fright Tourism. Proceedings of the 2004 Northeastern Recreation Research Symposium Westfield State College: 215-221.
Gude, R., M. Huijer en P. Pekelharing. 2006. ‘Rampen, gevaren, pijn, leed.’ In: Filosofisch Elftal. Nederlandse denkers over de actualiteit. Amsterdam: Nieuw Amsterdam.
Henderson, J.C. 2000. ‘War as a Tourist Attraction: The Case of Vietnam’ In: International Journal of Tourism Research. John Wiley and Sons, Ltd. Vol. 2: 269-280.
Hughes, R. 2008. ‘Dutiful tourism: Encountering the Cambodian genocide.’ In: Asia Pacific Viewpoint. Wellington: Victoria University, Vol. 49, nr. 3: 318-330.

King, M. 2001. A guide to Heidegger’s Being and Time. Albany: State University of New York Press.


Kirschenblatt-Gimblett, B. 1998. Destination Culture. Tourism, Museums and Heritage. Berkeley, Los Angelos en Londen: 131-149.
Knox, D. 2006. ‘The Sacralised Landscapes of Glencoe: from Massacre to Mass Tourism, and Back Again.’ In: International Journal of Tourism Research. John Wiley and Sons, Ltd. Vol. 8: 185-197.
Lennon, J. and M. Foley. 1999. ‘Interpretation of the Uninmaginable: The U.S. Holocaust Memorial Museum, Washington, D.C., and “Dark Tourism”.’ In: Journal of Travel Research. London: Sage, Vol. 38: 46-50.
McKercher, B. en H. du Cros. 2003. ‘Testing a Cultural Tourism Typology.’ In : Interntational Journal of Tourism Research. John Wiley and Sons, Ltd. Vol. 5: 45-58.
Riegl, A. 1996. ‘The Modern Cult of Monuments: Its Essence and Its Developments’ In: Nicholas Stanley Price e.a. (ed.) Historical and Philosophical Issues in the Conservation of Cultural Heritage. Los Angelos: 69-83.
Robinson, A.J. en J. Meaton. 2005. ‘Bali beyond the Bomb : Disparate Discourses and Implications for Sustainability.’ In: Sustainable Development. John Wiley and Sons, Ltd. Vol. 13: 69-78.
Stokes, P. 2003. ‘Martin Heidegger. 1889-1976.’ In: Filosofie. 100 Essentiële denkers. Rijswijk: Atrium.
Stone, P.R. (2006) A Dark Tourism Spectrum: towards a typology of death and macabre related tourist sites, attractions and exhibitions. Tourism: An Interdisciplinary International Journal, Vol 54(2): 145-160
Tarlow P E (2005) ‘Dark Tourism – the appealing “dark” side of tourism and more’, in M Novelli (ed) Niche Tourism, Contemporary Issues Trends and Cases. Oxford: Elsevier Butterworth-Heinemann, p47-58.
Wright, C. 2006. ‘Philosophical and methodological praxes in dark tourism: Controversy, contention and the evolving paradigm’ In: Journal of Vacation Marketing. London: Sage, Vol. 12: 119-129.
Websites

www.grief-tourism.com

Geraadpleegd op 13 november 2008

http://www.grief-tourism.com/ground-zero-tragedy-terror-and-grief-tourism/


www.dark-tourism.org.uk

Geraadpleegd op 13 en 20 november 2008



Planning
Januari:

- Inleveren onderzoeksvoorstel.


Februari t/m juli:

- Er zal weinig tot niet gewerkt worden aan het onderzoek i.v.m. een verblijf in het buitenland in deze periode.


Augustus:

- Afspraak maken begeleider.

- Schrijven theorie.

- Enquête opzetten.


September:

- Enquête op internet zetten.

- Gegevens verzamelen.
Oktober:

- Gegevens verzamelen.


November:

- Gegevens verwerken.

- Resultaten schrijven.

- Conclusie schrijven.


December:

- Herschrijven.

- Afronding.
Januari 2010:

- Afstuderen?


N.B. Met Marlite Halbertsma is een afspraak gemaakt dat ik haar verwittig als ik terug ben uit Londen. We zullen dan samen verder afspraken maken en ik zal mijn thesis schrijven.

Hoofdstukindeling (voorlopig)
1. Inleiding

- Motivatie en relevantie

- Hoofd- en deelvragen

- Hypothesen


2. Theorie – Erfgoedtoerisme
3. Theorie – Dark Tourism

- Omschrijving van het fenomeen

- Beweegredenen van mensen (volgens theorie)

- Belang van de media

- Verklarende theorieën voor beweegredenen
4. Methoden

- Afbakeningen

- Kwantitatief – Beweegredenen

- Kwantitatief – Rechte tellingen (welke plaatsen, opleidingsniveau, leeftijd)


5. Resultaten
6. Conclusie
7. Referenties
8. Bijlagen

- Enquête




1 Deze indeling komt later terug in de onderzoeksopzet waar ze uitgebreid beschreven zullen worden.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina