‘in 1992 verschijnt de antichrist’ 1



Dovnload 29.07 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte29.07 Kb.

‘IN 1992 VERSCHIJNT DE ANTICHRIST’ 1


(Dächsel)
Ja werkelijk, u leest het goed: In 1992 verschijnt de antichrist. Het befaamde jaar van het verenigd Europa, waar iedereen in dat jaar de mond vol van had, is volgens de bekende Bijbelverklaring van Dächsel het jaar waarin de antichrist zijn opperste macht vertoont.
Met grote verwachtingen, misschien zelfs hier en daar met heilsverwachting, werd er door mensen uitgezien naar het jaar 1992. Het zou allemaal heel anders worden. Veel beter voor de volken van Europa en misschien zelfs wel voor heel de wereld. Open grenzen, wederzijdse assistentie op politiek, economisch en militair gebied. Betere mogelijkheden om de ellende de wereld uit te helpen (honger, milieuvervuiling, onrecht en terreur), een sterkere machtsconcentratie, waardoor gemeenschappe-lijke vijanden beter konden worden bestreden.
Op 7 februari 1992 werd het verdrag van Maastricht getekend, de basis van het Verenigd Europa. ‘Na eeuwen waarin de landen van Europa elkaar met grote regelmaat bevochten, waren de verwoestingen en gevolgen van de Tweede Wereldoorlog zo desastreus, dat de tijd voor België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland in 1950 rijp was voor een eerste stap in de richting van een duurzaam samenwerkend Europa.

Om het voeren van oorlog onmogelijk te maken besloot men de belangrijkste grondstoffen voor de oorlogsindustrie (kolen en staal) gezamenlijk te gaan beheren binnen de Europese Gemeenschap voor kolen en staal. In de jaren daarna ging men op steeds meer terreinen (landbouw, economie, veiligheid, enz.) samenwerken en naarmate deze samenwerking meer welvaart bracht, sloten steeds meer landen zich aan. Zo is er nu een Europese unie van 25 landen en staan er nog een aantal landen in de rij om lid te worden.’ Uit een publicatie op een internet-site.


Een Verenigd Europa leek voor het besef van velen een voorzichtige stap in de richting van de redding van de wereld. Want als we de dingen niet gezamenlijk doen, is de wereld waarin wij leven, vermoedelijk niet meer van haar nabije ondergang te redden.
Fataal jaar?

Over dit onderwerp werd echter ook wel anders gedacht. Er waren zelfs mensen die dachten, dat 1992 wel eens het meest fatale jaar van de wereldgeschiedenis zou kunnen worden.

De vervreemding van God en Zijn dienst was immers met handen te tasten. Het christendom, dat als een laag vernis over Europa was getrokken in het begin van onze jaartelling, leek de verdwijning nabij. En het meest oorspronkelijke barbarendom dat bij Galliërs en Germanen past, werd ons aangeprezen. Zo was het in 1992 en het is er sindsdien bepaald niet beter op geworden.
Want hoe is de situatie na 1992 geworden? De voordelen van een ‘Europese Unie’ lijken onbetwistbaar. Maar zijn we er geestelijk en moreel wel op vooruit gegaan? Het ongeboren kind kan straffeloos worden gedood in de moederschoot. Het ‘levensonwaardige leven’ van de demente bejaarde moet uit hoofde van de hooggeroemde menselijkheid kunnen worden beëindigd.
Historische taboes verdwenen. Seksuele losbandigheid, die sinds de zestiger jaren van de 20e eeuw hoogtij ging vieren, steeg ten top. Heilige huizen werden geslecht. Laster en spot zijn thans niet van de lucht. Wij zijn gaan leven in een wereld waarin de een de ander niet meer belemmert om zichzelf uit te leven en te doen wat goed is in zijn ogen. Alsof wij zo kunnen bouwen aan een wereld die weer bewoonbaar is voor iedereen: een leefbaar bestaan op een aarde met een ozonlaag eromheen, die niet geperforeerd is.
Dächsel

Wie in deze richting denkt, kijkt wel zeer verrast op, als hij in de Bijbelverklaring van K. Dächsel bij de uitleg van Openbaring 13:3-5 (op blz. 526vv) opeens een opmerking tegenkomt van een zekere Gärtner, waarin letterlijk wordt gezegd wat er boven deze voordracht staat: In 1992 verschijnt de volle openbaring van de persoon van de antichrist (in de verbinding van het pausdom en de wereldlijke macht). 2

En – aldus Dächsel – drieëneenhalf jaar later (halverwege 1995 dus), als de antichrist al zijn macht ontplooid zal hebben, zal het duizendjarig rijk aanbreken.3 De wereld bestaat dan precies 6000 jaar.
Wat te denken van dit alles? Komt het jaar 1992 inderdaad in de Bijbel voor? En wie is eigenlijk de antichrist?
Samenballing van macht

Ik begin met het laatste. Sinds de tijd der Hervorming is de gedachte, dat de paus van Rome de antichrist is, algemeen verbreid (zo ook de Kanttekeningen van de Statenvertaling; al zeggen zij tevens, dat de antichrist niet een persoonsnaam is, maar een soortnaam). 4

De antichrist is in de Bijbel het woord voor de uiteindelijke samenballing van macht, gericht op de vernietiging van het Rijk van Christus. Nu is zo’n antichristelijke macht er altijd al in de wereld geweest. In de dagen van de Reformatie en onder volkeren vandaag, waar godsdienst opium van het volk heet.
De Bijbel toont ons echter, dat dit verschijnsel van de antichristelijke macht er in toenemende mate zal zijn in de geschiedenis van de mensheid. Leest u maar wat daarover geschreven staat in 2 Thessalonicensen 2. Over de mens der wetteloosheid in het eind der dagen. Leest u ook maar wat in het laatste Bijbelboek (Openbaring 13 o.a.) wordt geschreven over de mens op het toppunt van zijn macht, het beest dat het getal 666 heeft.
Ik denk aan het fresco van Michelangelo waarop de mens is afgebeeld, zojuist uit de hand van zijn Schepper voortgekomen.5 Zijn arm is uitgestrekt in de richting van God. En met zijn vingertop raakt hij bijna de uitgestrekte hand van God aan. De mens, ‘een weinig minder dan de engelen, met eer en heerlijkheid gekroond’ (Ps.8:6; Hebr.2:7). Zo is de mens: een toonbeeld van Gods scheppingsmacht.
Helaas, hoezeer heeft de van God afgevallen mens misbruik gemaakt van die hem door God gegeven macht. God schiep hem naar Zijn beeld. Maar na de zondeval gedraagt die hooggeplaatste mens zich als ware hij God.

Wij leven in het laatst der dagen. En de Bijbel is er niet onduidelijk over, dat de mensheid steeds verder oprukt in de richting van God en dat diezelfde mensheid bezig is zelfmoord te plegen in het doen van het kwaad. Dat alles zal zich ontwikkelen onder leiding van machthebbers. En dan behoeven we niet te denken aan één bepaalde machthebber. De mens op het toppunt van zijn macht is kenbaar uit vele verschijnselen van de eindtijd.


Oorlogen, geruchten van oorlogen, pestilentiën, honger, rampen, grote afval van God, wetteloosheid (leven zonder wetten en normen) en zoveel meer kondigen ons een snel naderend einde aan. Met andere woorden: we leven in de dagen waarin de antichrist in opmars is. Hoewel een aantal christenmensen daarvan in de vorm van vervolging en lijden nog niet zoveel merkt, christen - zijn wordt wel hoe langer hoe meer een aangevochten zaak. En denk dan vooral niet, dat wij zo iets ontlopen kunnen, door weg te vluchten uit een Verenigd Europa en te emigreren.
1992 het jaar van de grote omwenteling?

Maar nu die andere vraag. Is 1992 het jaar geweest waarin de victorie van de antichrist (de verpersoonlijking van pauselijke/ wereldlijke macht) is begonnen? Is 1995 het beginjaar van het duizendjarig rijk geworden?Mijn antwoord is, dat een identificatie van de antichrist met de paus van Rome wel oude papieren heeft, maar zeker niet direct uit de Schrift is af te leiden. Veeleer is de antichrist een tegen Christus en Zijn rijk gerichte opeenhoping van macht, een totale afbraak van geestelijke en morele waarden. Na 1992 zijn we er inderdaad op dit punt niet op vooruit gegaan. En wellicht zal dat in de nabije toekomst alleen maar erger worden.


Intussen moeten wij Dächsel ongelijk geven, als hij 1992 voor het jaar van de antichrist houdt en 1995 het begin van het duizendjarig rijk. Al was het alleen, omdat na 1995 de antichrist nog volop in actie is en de wereld bepaald geen vrederijk is geworden.

Het is ons niet gegeven om dit soort becijferingen te maken op basis van de getallen uit het laatste Bijbelboek. Comenius heeft eens uitgerekend, dat het jaar 1672 het jaar van de grote omwenteling zou zijn. En Serrarius noemde zelfs de datum van 1 december 1662. Want in dat jaar zou er een planetenconstellatie zijn als in de dagen van de zondvloed.


Was Hitler de antichrist?

Al dit soort berekeningen misleiden echter de mensheid. Ik kan immers ook wel op grond van een bepaalde rekenkundige methode uitrekenen, dat met het getal 666 – het getal van een mens – niemand minder dan Hitler is bedoeld. Wanneer ik namelijk elke letter van het Nederlandse alfabet een cijfer geef en ik begin met A-100, B = 101, enz. dan is het niet moeilijk om te beweren, dat 666 het getal van Hitler is. Want reken maar uit: H=107, I= 108, T= 119, L =111, E = 104, R = 117; bij elkaar opgeteld = 666. Dus Hitler is de antichrist.


Intussen zeg ik liever: Hitler was een openbaring van de antichrist. Maar in elk geval ben ik verkeerd bezig, als ik met de getallen uit het laatste Bijbelboek omga als met rekensommen. Ik ga ervan uit, dat het getal 666 een symbolisch getal is, zoals alle getallen in het apocalyptische boek Openbaring symbolisch zijn. Wel, dan is 666 het getal van de mens op het toppunt van zijn macht, bijna goddelijk (bijna 777 = het getal van God).
Misschien kan de mens zich na onze tijd nog meer macht toeëigenen dan tot nu toe. Het eind van wetenschappe-lijke ontwikkelingen op medisch terrein, in de virtuele wereld, is de micro en macrokosmos lijkt nog niet in zicht. In alles lijkt de mens aan het begin van het derde millennium supermens geworden. Intussen is hij geperverteerd tot en met, in het uitdenken van massavernietigingswapens, in het fabriceren van misdadigheid en corruptie, in ongelimiteerd seksisme.
Waakt

Wat veel beter is dan onze vinger uit te steken naar een bepaalde historische persoon als antichrist, is, dat wij ons het Woord van Christus aantrekken: ‘Wat Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt’ (Mark.13:37). Het einde van alle dingen is nabij. Dat einde kan er morgen zijn. Daarom hebben wij ons allen te bekeren van alles wat van de mens, van u en van mij ‘supermensen’ maakt. Maar voor allen die geborgen zijn in Hem Die alle macht heeft in hemel en op aarde is er een uitnemende troost: ‘Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is (Luk.21:28).

* * *

EXCURS

K. Aug. Dächsel, BIJBEL (OT/ NT Statenvertaling) met in de tekst ingelaste verklaringen, en aanmerkingen van de beroemdste Godgeleerden uit alle tijden, door F. P. L. C. VAN LINGEN (rector Gymn. te Zetten), naar het Hoogduitsch van K. AUG. DÄCHSEL; Amsterdam z.j.; deel 8 (Hebreën; Openbaring van Johannes); blz. 526vv.


Bij Openb.13:5 citeert Dächsel uitvoerig Gärtner. Ik laat thans het eerste deel van dit citaat volgen.
‘Er kan geen twijfel aan zijn, of de 42 maanden moeten eveneens in profetische zin worden opgevat als in hoofdstuk 11:2; er moet dus een tijdsruimte van 1260 jaren mee bedoeld zijn. Nu kan nooit een enkel persoon zo lang blijven; wij moeten dus verder erkennen, dat, terwijl in de eerste helft van het vijfde vers (van Openbaring 13) van de antichrist wordt gesproken als het dier, dat tot zijn volle ontwikkeling is gekomen, de tweede helft wil aangeven hoeveel tijd zal verlopen van het eerste aanzijn van het dier tot aan deze volledige ontwikkeling.
Alzo hangt er alles van af, dat de tijd voor de eerste aanvang van het dier worde bepaald, om vervolgens ook den tijd van het verschijnen van de antichrist te kunnen berekenen, want dat deze tijd een onnaspeurbaar, ondoordringbaar geheim zou blijven, is een volstrekt verkeerde veronderstelling; integendeel wordt het ons hier nadrukkelijk voorgehouden, onze kracht te besteden aan het onderzoek daarvan….’.
‘Daar wij nu het rijk of land reeds kennen, waaraan wij bij het dier met de zeven hoofden te denken hebben, zullen wij slechts op het meest beslissende, en voor het rijk van God gewichtige jaar in de eerste geschiedenis van Frankrijk moeten peinzen, om voor onze berekening een zekere vastheid te verkrijgen. En dan komt ons het jaar 732 nChr., waarin Karel Martel tussen Tours en Poitiers zijn overwinning op de Saracenen behaalde, en waardoor hij de steeds verder voort dringende Islam in zijne vreselijke macht knakte, als zulk een voor. Hiermede waren niet alleen volgens de voorzegging in hoofdst. 9:14 de Germaanse volken en de Christelijke kerk van het Westen tegen het gevaar van een overstroming door de Saracenen en de vernietiging door de Islam, zoals die het Oosten had getroffen, gered, maar ook de grond gelegd tot de opkomst van de naar Karel genoemde dynastie der Karolingers, welke wij boven als de eerste onder de 7 hoofden van het dier hebben gerekend.
Dat is ook de aanvang voor die eigenaardige betrekking van sympathie voor elkaar, welke door alle tijden tussen de Roomse stoel en de Franse wereldmacht heengaat, tot het eindelijk direct tot een huwelijk, of tot een bepaald zitten van de vrouw op het dier komt (vgl. hoofdst. 16:19 Aanm.); want de pauselijke opwekking tot het roven van de Frankische koningskroon valt in het jaar 752, en de schenking van Fepijn aan ‘de heilige Petrus’, zoals men zegt in het jaar 756 nChr.
Berekenen wij nu de 42 maanden van dat jaar 732 af, dan verkrijgen wij een tweede rij naast de eerste, welke wij bij hoofdst. 11:2 en 3 verkregen, bijna een eeuw later begint, en even zooveel later ten einde loopt, door 11 eeuwen heen daarentegen parallel naast die gaat; de eerste noemen wij de periode der ontwikkeling van de antichristelijke tijdgeest (637 + 1260 = 1897), de tweede de ontwikkeling van de persoonlijke antichrist (732 + 1260 = 1992). De ene brengt het gevaar teweeg, dat in het protestantse principe van vrijheid voor de nog strijdende kerk ligt, omdat deze vrijheid toch ook aan groot misbruik is blootgesteld, en tot libertinisme en teugelloosheid worden kan, zelfs tot het ontstaan van de toestanden, beschreven in Hoofdstuk 11:7-10 en de ongehoorzaamheid en opstand tegen de Heere voor de mensen mogelijk verhoogt tot de mate in Ps.2:2v voorgesteld. Maar tegenover menselijke zonde, als die niet tot het ergste komt, blijft Gods genade en de zaligheid in Christus toch altijd nog machtiger, en de 3½ jaar der heerschappij van de anti -christelijke tijdgeest hebben de reactie, in hoofdstuk 13:11-13 aangeduid, ten gevolge, welke de Evangelische kerk tot haar hoogste bloei brengt, en tot die plaats tegenover de andere Kerk, welke haar van rechtswege toekomt, maar door haar zo lang moet worden gemist, tot het gevaar, dat in haar principe voor de ziel ligt, overwonnen is, en de weg tot recht gebruik der vrijheid was bereid.
De tweede ontwikkeling daarentegen brengt het veel vreselijker en ontzettender gevaar teweeg, dat in het principe van het Roomse pausdom ligt. Met hulp der leerstelling van een plaatsbekleding van God en van Christus door een mensenkind, van de onfeilbaarheid van deze plaatsbekleder en van zijn onbeperkte heerschappij over de gewetens, en door de wederkerige verbintenis van de wereldlijke macht met de geestelijke, en van de geestelijke met de wereldlijke, zal het de moordenaar van de beginne en de vader der leugen eens mogelijk worden, in plaats van de Christus Gods een anti-Christus onder te schuiven, aan die zijn kracht en zijn troon en grote macht te geven, en de tijd van zulk een dwaling teweeg te brengen, in welke hij, zo het mogelijk ware, ook de uitverkorenen zou verleiden. Daarmee zal het geheim der boosheid worden vervuld; omdat het nu toch niet meer menselijke boosheid is, welke zich daar ontwikkelt, maar de boosheid des duivels zelf, welke aan den mens werkt, kan er ook geen hulp en redding tot herstel meer zijn, maar het gevolg zal een oordeel zijn, dat vooreerst de grote hoer doet vallen (hoofdst.18), en vervolgens het dier en de valse profeet in den poel des vuurs werpt, waarheen later de duivel met den dood en de hel volgt (hoofdst. 19:20; 20:14).


  • Rekenen wij bij het jaartal 1992 nChr., dat wij voor het verschijnen van de anti-Christ hebben gevonden, de 3½ jaren van zijne heerschappij (Dan. 7:25; 12:7), dan komen wij tot 1995½. Nu is volgens juiste berekening de wereld in de herfst van het jaar 4005 vChr., dus 4004½ geschapen, dan zou de duur van de gehele strijd der wereld tot aan de val van de anti-Christ juist 6000 jaren bedragen. Het is dan ook reeds de mening van de oude kerkvaders geweest, die deze 6 duizendtallen van jaren met de 6 werkdagen van een week parallel stelden (2 Petr. 3: 8), die de wereldweek noemden, en de oprichting van het duizendjarig rijk, welke nu volgde (hoofdst. 20:1 vv.) als een wereld-sabbath, a1s de zevende dag der wereldgeschiedenis beschouwden, welke vervolgens door de eeuwigheid (hoofdst. 20:7 - 22:5) wordt afgelost en dus in een nooit eindigende Zondag overgaat.

Nadat wij bij vs. 2 van de dynastiën van Frankrijk reeds datgene hebben gevonden, dat de anti-Christ eens zal voortbrengen, zal het niet moeilijk meer zijn, ook de dodelijke wonde van dit hoofd, welke echter weer werd genezen (voor de blik van Johannes stelde zich de zaak zeker zo voor, dat het hoofd voorkwam, als door een slag met het zwaard van de romp gescheiden, want het was heden de 19e October (hoofdst. 1:10), het weer genezen worden daarentegen is profetisch), zodat zich de gehele wereld achter het dier verwonderde, in haar voorspel uit Frankrijks geschiedenis aan te wijzen; want Gods voorzegging is niet een pand, dat ledig voor een onbepaalde tijd in de aarde is begraven, maar het is op woeker gesteld. Zij beheerst de wereldgeschiedenis, en toont haar werkzame kracht reeds in voorafgaande gebeurtenissen der wereldgeschiedenis, welke het toekomende afschaduwen, opdat men op haar eigenlijke mening opmerkzaam worde, en bij haar verklaring niet heen en weer geslingerd wordt.‘


* * *

1 Deze voordracht is een bewerking van een artikel van mijn hand in het Reformatorisch Dagblad (donderdag 27 april 1989). Zie de Excurs aan het eind van deze voordracht (met citaat van Gärtner). Karl August Dächsel (geb.1818) was predikant in Silezië; zijn Bijbelverklaring in 7 delen (1862-1880) was een parafrase van heel de Schrift.

2 De afbeeldingen zijn houtsneden van Lucas Cranach waar Melanchton de tekst voor schreef over de ware Christus Die de voeten van Zijn discipelen wast en de valse Christus/ antichrist = de paus die zioh de voeten laat kussen

3 In deze voordracht ga ik niet in op de vraag naar de betekenis van het duizendjarige rijk.

4 Aldus Christelijke Encyclopedie (red. o.a. Prof. Dr. F.W. Grosheide); Kampen 1956 s.v. antichrist.

5 Het schilderwerk is van Buonarotti Michelangelo: de schepping van Adam (fresco: 1508-1512).








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina