Jongeren(sub)culturen : Jongeren en jeugdbeweging



Dovnload 0.64 Mb.
Pagina2/7
Datum20.08.2016
Grootte0.64 Mb.
1   2   3   4   5   6   7

4.1 Wat is KSJ-KSA-VKSJ?



KSJ-KSA-VKSJ is een jeugdbeweging met ruim 34.000 leden verspreid over zo’n 300 plaatselijke groepen in heel Vlaanderen. KSJ-KSA-VKSJ staat vandaag voor één beweging en is de afkorting van Katholieke Studerende Jeugd - Katholieke Studenten Actie - Vrouwelijke Katholieke Studerende Jeugd.


KSJ-KSA-VKSJ is in 1978 ontstaan uit een fusie van KSA (in oorsprong voor jongens) en VKSJ (in oorsprong voor meisjes). Algemeen is het zo dat KSJ de benaming is voor een groep met een gemengde werking. Tot KSA behoren jongensgroepen en meisjesgroepen gebruiken de benaming VKSJ. In de praktijk wijkt men wel eens af van dit onderscheid (bijvoorbeeld gemengde KSA- of VKSJ-groepen). Nieuwe groepen (ontstaan na 1978) dragen veelal de naam KSJ.
KSJ-KSA-VKSJ is een jeugdbeweging voor alle kinderen en jongeren vanaf 6 jaar. De beweging stelt tot doel op plaatselijk niveau een speelse en zinvolle vrijetijdsbesteding te garanderen, waarbij de leden in groep kunnen groeien als individu binnen de samenleving. Vriendschap en creativiteit staan centraal tijdens de activiteiten. De werking steunt op jongeren die een vrijwillig engagement opnemen en zo leren verantwoordelijkheid te dragen.
Dat KSJ-KSA-VKSJ vandaag de dag tot de drie grootste jeugdbewegingen in Vlaanderen behoort, is geen vanzelfsprekendheid. Door de jaren heen hebben ze een hele weg afgelegd. Ontstaan vanuit de Katholieke actie, zijn ze geleidelijk aan gegroeid naar een jeugdbewegingmodel, waar spel en vorming centraal staan. Om dit in te vullen, baseren ze zich op de volgende 5 pijlers:


  1. Experimenteren

  2. Participatie

  3. Kritisch kijken

  4. Engagement

  5. Zingeving



4.2 Historiek

De 19de eeuw: de wortels van onze beweging

In de 19de eeuw zijn de katholieke Vlaamse studentengilden ontstaan, voornamelijk in colleges. Een eerste samenwerking groeide uit contacten tussen de verschillende gilden. Zo werd in 1877 de Algemene Studentenbond opgericht, maar niet voor lang.

Na de Algemene Studentenbond werd de Katholieke Vlaamse Studentenbeweging opgericht. De grote bezieler van die Katholieke Vlaamse Studentenbeweging was de jong gestorven Albrecht Rodenback, met zijn beweging de Blauwvoeterij.

In 1903 kwam de studentenbeweging pas echt tot grote bloei met de stichting van het AKVS (Algemeen Katholiek Studentenverbond).


Oprichting in 1928 en 1929 van KSA en VKSJ


Na WO I kreeg het AKVS een duidelijk Vlaams-nationalistisch karakter, maar dit stootte de bisschoppen tegen de borst. Hierdoor – maar ook in combinatie met de oproep van paus Pius XI voor Katholieke Actie – werden in de jaren 1928-1929 KSA (Katholieke Studenten Actie) en VKSJ (Vrouwelijke Katholieke Studerende Jeugd) opgericht. De Katholieke Actie werd ingezet als een tegenreactie tegen de ‘moderne’ vijanden van de Kerk. De invloed van de kerk op de maatschappij werd kleiner, terwijl die van de politiek groter werd.

Vanuit dit gedachtegoed werd in Vlaanderen het Jeugdverbond voor Katholieke actie (JVKA) opgericht. Deze actie verenigde verschillende standenorganisaties, zoals KAJ voor jonge arbeiders, KLJ (toen BJB) voor landbouwerskinderen en KSA voor studenten. Ook voor de vrouwelijke studenten werd er een dergelijke koepelorganisatie in het leven geroepen: VKSJ zag haar ontstaan.


Het interbellum en de jaren na de Tweede Wereldoorlog: van studentenbeweging naar jeugdbeweging

In de periode van het interbellum werd duidelijk dat jongeren niet enkel te motiveren waren rond studie en optochten voor het katholieke geloof. De jeugdbewegingmethodiek sijpelde voor het eerst binnen, nu ook jongere leden hun opwachting maakten.

Hoewel de verschillende bisdommen elk hun eigen werking hadden uitgebouwd, toch vonden ze elkaar in de nieuwe methodiek. Zo ontstond in 1943 een beperkte samenwerking: de Interdiocesane Federatie KSA-Jong-Vlaanderen. Ook bij VKSJ werd de werking opengesteld voor jongere leden: de Roodkapjeswerking zag het levenslicht. Waar de werking oorspronkelijk vooral plaatsvond op de colleges tijdens de schoolperiode (met vooral een publiek van internen) groeiden de vakantiebonden na WO II steeds meer aan belang en vormden zich om tot parochiebonden. Met de zoektocht naar een eigen stijl en identiteit profileerden beide bewegingen zich steeds meer in de richting van een jeugdbeweging met eigen methodieken.

Het ontstaan van een gemengd werking


In de jaren 1960-1970 ontstond onder invloed van de maatschappelijke evoluties ook binnen KSA en VKSJ een grotere betrokkenheid op de maatschappij. Het verlangen naar een maatschappelijk engagement groeide, net als het streven naar een gemengde werking. Dit resulteerde uiteindelijk in 1978 in een samengaan op nationaal niveau: KSA-VKSJ. Nieuwe groepen werden vervolgens opgericht onder de naam KSJ.

4.3 Structuur

KSJ–KSA–VKSJ bestaat uit zes verschillende groepen (KSJ Antwerpen, KSJ Brabant, KSJ Limburg, KSJ–KSA–VKSJ Oost-Vlaanderen, KSA Noorzeegouw, KSJ West) die elk nog eens een groot aantal afdelingen vertegenwoordigen.



De afdeling



De KSJ-KSA-VKSJ-afdeling bestaat enerzijds uit leiders en anderzijds uit leden. Maar in KSJ-KSA-VKSJ draait eigenlijk alles rond de leden. De leiders willen hun kinderen en jongeren een toffe jeugd bezorgen en ze willen de jeugd doen bewegen. Het moet tof, leuk, gezellig en verantwoord zijn en daarvoor staan duizenden leiders paraat.


KSJ-KSA-VKSJ is opgedeeld in zeven leeftijdscategorieën. Hieronder volgt een overzicht.


leeftijd

schooljaar

groep

6-8 jaar

1ste + 2de leerjaar

 Leeuwkes, Kabouters & Sloebers 

8-10 jaar

3de + 4de leerjaar

Springers & Pagadders

10 -12 jaar

5de + 6de leerjaar

Jongknapen, Roodkapjes & Joro's

12 -14 jaar

1ste + 2de middelbaar

Knapen, Jimmers & Knimmers

14 – 16 jaar

3de + 4de middelbaar

Sjo'ers, Simmers & Jonghernieuwers

16 – 17/18 jaar

5de + 6de middelbaar

+16’ers

+17/18 jaar

6de middelbar en verder

Leiding, Hernieuwers

Het gewest


Een gewest omkadert enkele plaatselijke groepen. Ze ondersteunt haar groepen en organiseert ontspannende activiteiten en soms (kader)vorming voor leiding en leden. Gewesten draaien volledig op vrijwilligers. In totaal zijn er 12 gewesten die KSJ–KSA–VKSJ ondersteunen.

Provinciale werkkringen

De provinciale werkkringen zijn hét aanspreekpunt voor leiding. Elke werkkring heeft zijn secretariaat, waar de vrijgestelden (= beroepskrachten) werken en waar de winkel (= webwinkel die eigen producten van elke werkkring verkoopt) is. Daarnaast kan elke werkkring rekenen op een heleboel vrijwilligers die in verschillende werkgroepen het aanbod van KSJ-KSA-VKSJ uitbreiden. Elk provinciaal secretariaat stippelt daarbovenop haar eigen pedagogisch en financieel beleid uit, binnen het nationale kader.



Het nationaal beleid

Het nationaal secretariaat houdt zich bezig met denkwerk en publicaties rond allerlei thema’s, geeft vormingen voor provinciale en nationale medewerkers en zet nationale initiatieven op. Verder vertegenwoordigt het de beweging op verschillende platformen en zorgt het voor verzekeringen, de ledenadministratie, de boekhouding, het algemene secretariaatswerk en de verkoopsdienst (uniformen, gadgets, publicaties, ...).

 

Elke maand komen enkele vrijwilligers uit alle werkkringen in Brussel samen om beslissingen te nemen over de richting die KSJ-KSA-VKSJ uit moet.



De NAR, de Nationale Raad, behandelt de zogenaamde pedagogische thema’s. De Raad van Bestuur heeft het over de financiële kant en het personeelsbeleid. Het Coördinatieteam waakt erover dat de link tussen het financiële en het pedagogische beleid bewaard blijft. Beslissingen moeten voorbereid en uitgevoerd worden. Dit gebeurt door een enthousiaste ploeg beroepskrachten mensen op het nationale secretariaat, samen met een uitgebreid team van vrijwillige medewerkers. In heel wat werkgroepen en redactieraden gaan zij aan de slag.



1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina