Kartonnen dozen lesmap Theater aan de Stroom Blancefloerlaan 181 2050 Antwerpen (Linkeroever) Mail



Dovnload 159.49 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte159.49 Kb.




KARTONNEN DOZEN lesmap

Theater aan de Stroom

Blancefloerlaan 181

2050 Antwerpen (Linkeroever)

Mail: info@theateraandestroom.be

Voorwoord
Beste leerkracht(en)
Deze lesmap wil een hulp zijn bij de voorbereiding op en de verwerking van deze theaterproductie in jullie lessen of projecten.
Deze lesmap mag echter niet gezien worden als een compleet lessenpakket dat je zo aan de leerlingen kan afgeven, maar als een –hopelijk- stimulerende en inspirerende aanzet om deze aangrijpende productie op maat van jullie concrete schoolcontext te benaderen en te integreren in een zinvolle leerroute.
Verder wensen we jou en je leerlingen veel plezier met de theatermonoloog van Kartonnen Dozen.. We hopen dat we jullie verwachtingen kunnen inlossen en dat we ook in de toekomst mogen rekenen op jullie interesse.
Tot ziens!

Ronny Smet


Educatief medewerker en acteur bij de fluistercompagnie/Theater aan de Stroom,

Lector aan de lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen.

Mail: ronny@theateraandestroom.be



Inhoudstafel

Voorwoord 2

Inhoudstafel 3

De auteur 4

Biografie 4

Bibliografie 7

De roman 9

Synthese van de inhoud 9

Personages 10

Lanoye aan het woord 12

De acteur 17

Lessuggesties voor zinvol fictieonderwijs 19

De voorbereiding 19

Het theaterbezoek 20

De verwerking 20

Andere ideeën 22

Analyse van een theaterstuk: een semiotisch model 24


De auteur



Tom Emiel Gerardine Aloïs Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

Biografie


Lanoye was de jongste zoon van een slager. Hij ging in Sint-Niklaas naar Het Sint-Jozef-Klein-Seminarie College. Dit was toen nog een jongenscollege. Vanaf 1976 studeerde hij Germaanse filologie en sociologie aan de Gentse universiteit waar hij in 1981 afstudeerde met de scriptie De poëzie van Hans Warren : een thematische studie.

In zijn studententijd genoot hij met volle teugen van het (toen al) bruisende Gentse culturele leven. Het was de tijd dat “jonge goden” als Kamagurka en Peter Vermeersch furore begonnen te maken en de “Blandijn” het centrum werd van allerhande tegendraads culturele, door studenten opgezette, manifestaties. Geheel in die geest debuteerde Lanoye begin december 1980 als dichter met de bundel Maar zo goed als nieuw. Deze eerste worp ademde de post-punk-mentaliteit en brak met de bestaande regels die bepaalden hoe poëzie eruit moest zien. Vroeg in 1981 al schuimde Lanoye ook de Gentse cafépodia af. Aanvankelijk deed hij dit samen met James Bordello (Peter Roose). In het zog van de Engelse “punkpoets” presenteerden ze zichzelf als “de Twee Laatste Grote Poëtische Beloften Van Net Voor de Derde Wereldoorlog”. Met hun verzen namen zij het op tegen een bierdrinkend publiek. Poëzie werd performance; rake oneliners werden niet geschuwd. Een nieuwe trend was ingezet; de “klassieke” poëten keken ernaar maar begrepen het niet. Deze stijl zette hij voort in zijn vier volgende bundels (alle in eigen beheer gepubliceerd): Neon! : een elegisch rockgedicht (1981), Van oor tot oor (1981), Gent-Wevelgem (1982) en De nagelaten gedichten (1983). Als meest Gentse gedicht noteren we Gent-Wevelgem, geschreven naar aanleiding van de gelijknamige wielerwedstrijd. 

Ondertussen was Lanoye lid geworden van het vrijzinnige en tegendraadse “taalminnend studentengenootschap” ’t Zal wel Gaan. Al snel was hij één der bezielers van de driejaarlijkse Geuzenprijs. In januari 1982 werd hij redacteur en verantwoordelijke uitgever van het nieuwe tijdschrift van ’t Zal wel Gaan, met de originele titel ’t Zwarte Gat. Hij zou er zijn eerste polemieken in brengen, een genre waarmee hij korte tijd later furore maakte in De Zwijger, het satirische blad van wijlen Johan Anthierens. Een selectie van deze polemieken verscheen als Rozegeur en maneschijn (1983). Uiteindelijk hield De Zwijger het maar vier nummers uit. 

Op 27 februari 1982 trad Lanoye in Utrecht, tijdens de Nacht van de Poëzie, voor de laatste maal op met Bordello. Nadien ging hij solo. Zijn eerste programma was het “verzencabaret” Jamboree dat zijn première beleefde op 31 maart 1982 in één van de auditoria van de Blandijnberg. Zijn motto was dat een gedicht pas goed is als het overtuigend op een podium gebracht kan worden. Een jaar later, op 1 april 1983, werd Lanoye fulltime zelfstandige en leefde hij van zijn pen, zijn optredens en “kelnerwerk”. Vervolgens verschenen de dichtbundels In de piste (1984) en Bagger (1984), en schreef hij mee aan de cabaretvoorstelling Café Paniek, waarin hij tevens een rol voor zijn rekening nam. In 1985 verscheen zijn veelbesproken prozadebuut, de verhalenbundel Een slagerszoon met een brilletje. Na een televisieoptreden in hetzelfde jaar bij Sonja Barend werd hij een bekende Vlaming. In hetzelfde jaar verscheen zijn bundel polemieken Het cirkus van de slechte smaak en op het einde van dat jaar werd een verhaal van hem opgenomen in de spraakmakende verhalenbloemlezing Mooie jonge goden. Begin januari 1987 verhuisde hij van Gent naar Antwerpen. 

In Antwerpen zou hij uitgroeien tot de grootste, meest besproken schrijver van zijn generatie. Uit bovenstaand overzicht blijkt echter dat de basis hiervan in Gent gelegd is. Hij leerde echter niet schrijven in de schaduw van de Antwerpse Boerentoren maar wel aan de voet van de Gentse Boekentoren. Hier debuteerde hij als dichter, cabaretier, theatermaker, polemist, verhalenschrijver… en maakte hij zich als Waaslander het rebelse karakter van de Gentenaar eigen om vervolgens Antwerpen op stelten te zetten!

Andere belangrijk proza van zijn hand zijn Alles moet weg (1988), de melancholieke roman Kartonnen dozen (1991) en de trilogie Het Goddelijke Monster, Zwarte tranen en Boze tongen waarin het uiteenvallen van België beschreven wordt. Een tiendelige televisieserie naar deze trilogie is in de maak bij de Vlaamse staatszender Eén.

In het buitenland werd Lanoye opgemerkt als hedendaags dramaturg met zijn twaalf uur lange bewerking in verzen van acht stukken van Shakespeare, Ten Oorlog (1997).

Lanoye begon dan wel als enfant terrible, maar werd al vlug een gevestigd schrijver die zich wijdt aan 'alle vormen van teksten en schriftuur, zowel voor boeken, kranten, tijdschriften en andere drukwerken, voor toneelopvoeringen, cabaret- en zangvoorstellingen, dit alles onder eender welke vorm en in de meest ruime zin van het woord' (citaat uit de statuten van de in 1992 opgerichte naamloze vennootschap L.A.N.O.Y.E.). Hij treedt geregeld op in schouwburgen met literaire shows, die eerder theatermonologen dan lezingen zijn.

Lanoye leeft en werkt in Antwerpen en Kaapstad. Zijn werk is in meer dan tien talen gepubliceerd of opgevoerd.

Bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen van 2000 is Lanoye lijstduwer bij Agalev, om de strijd tegen het Vlaams Blok kracht bij te zetten.

In 2004 was hij de eerste stadsdichter van Antwerpen.

Eind 2009 verschijnt zijn roman Sprakeloos, die handelt over de dood van zijn moeder - een amateuractrice die, na een beroerte, haar spraak verliest. Sprakeloos laat zich lezen als een onverwacht vervolg, achttien jaar na dato, op het al even autobiografische Kartonnen dozen.



Bibliografie

Lanoye bij de Leeuw van Waterloo



  • 1980 - Maar nog zo goed als nieuw (poëzie)

  • 1981 - Neon! Een elegisch rockgedicht (poëzie)

  • 1982 - Gent-Wevelgem (poëzie)

  • 1983 - De nagelaten gedichten (poëzie)

  • 1983 - De glazen klomp (poëzie)

  • 1983 - Rozegeur en Maneschijn (essays)

  • 1984 - In de piste (poëzie)

  • 1984 - Bagger (poëzie)

  • 1985 - Een slagerszoon met een brilletje (verhalen)

  • 1986 - Het cirkus van de slechte smaak (kritieken)

  • 1988 - Alles moet weg (roman)

  • 1989 - Vroeger was ik beter (essays)

  • 1989 - De Canadese Muur (toneel, samen met Herman Brusselmans)

  • 1989 - Gespleten en bescheten (kritieken)

  • 1990 - Hanestaart (poëzie)

  • 1991 - Kartonnen dozen (roman)

  • 1991 - Blankenberge (toneel)

  • 1991 - Bij Jules en Alice (toneel)

  • 1992 - Doen! (columns/essays)

  • 1993 - De schoonheid van een total loss (toneel)

  • 1993 - Celibaat (toneel, naar Gerard Walschap)

  • 1994 - Spek en bonen (verhalen)

  • 1994 - Maten en gewichten (kritieken)

  • 1997 - Het goddelijke monster (roman)

  • 1997 - Ten oorlog (toneelstuk met een lengte van 11 uur. Lanoye schreef dit samen met Luk Perceval; naar The Wars of the Roses van Shakespeare. In Duitsland opgevoerd onder de naam Schlachten!) (Lucas Van den Eynde ontving de Arlecchino voor beste mannelijke bijrol)

  • 1999 - Zwarte Tranen (roman, publieksprijs Gouden Uil 2000)

  • 2001 - Tekst & uitleg/Woorden met vleugels (kritieken)

  • 2001 - Mamma Medea (toneel, naar Euripides en Apollonios van Rhodos)

  • 2002 - Niemands Land (poëzie)

  • 2002 - Boze Tongen (roman, Gouden Uil en publieksprijs Gouden Uil 2003))

  • 2003 - Veldslag voor een man alleen (toneel)

  • 2004 - Diplodocus Deks (toneel)

  • 2004 - De Jossen (toneel)

  • 2004 - Overkant (poëzie)

  • 2004 - Het vroegste vitriool (kritieken)

  • 2004 - Vitriool voor gevorderden (kritieken)

  • 2005 - Stadsgedichten (poëzie)

  • 2005 - De meeste gedichten (poëzie)

  • 2005 - Fort Europa (toneel)

  • 2006 - Het derde huwelijk (roman)

  • 2006 - Mefisto for ever (toneel, vrij naar de roman Mephisto van Klaus Mann) (hoofdrolspeler Dirk Roofthooft ontving hiervoor de Louis d'Or)

  • 2007 - Schermutseling (kritieken)

  • 2008 - Atropa. De wraak van de vrede (toneel, vrij naar Euripides, George Bush, Donald Rumsfeld en Curzio Malaparte)

  • 2008 - Woest (solovoorstelling)

  • 2008 - Alles eender (ganzenpas) (toneel)

  • 2009 - Sprakeloos (roman)

Belangrijkste bekroningen


  • 1992 - Humo's Gouden Bladwijzer voor Kartonnen dozen

  • 1994 - Toneelprijs van de provincie Antwerpen voor Blankenberge

  • 1995 - Arkprijs van het Vrije Woord voor Maten en gewichten

  • 1998 - Océ Podium Prijs voor Ten oorlog

  • 1998 - Prosceniumprijs voor Ten oorlog

  • 1999 - Thaliaprijs voor Ten oorlog

  • 1998 - Humo's Gouden Bladwijzer voor Het goddelijke monster

  • 2000 - Driejaarlijkse Vlaamse Gemeenschapsprijs voor Toneelletterkunde voor Ten oorlog

  • 2000 - Innovationspreis Theatertreffen Berlin voor Schlachten! (Ten oorlog)

  • 2000 - De Gouden Uil Publieksprijs voor Zwarte Tranen

  • 2000 - Humo's Gouden Bladwijzer voor Zwarte Tranen

  • 2003 - De Gouden Uil Literatuurprijs voor Boze Tongen

  • 2003 - De Gouden Uil Publieksprijs voor Boze Tongen

  • In 2005 werd Lanoye nr. 84 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg.

  • 2004 - De inktaap voor Boze tongen

  • 2007 - De Gouden Ganzenveer voor zijn oeuvre

  • 2010 - De Gouden Uil Publieksprijs voor Sprakeloos

De roman/images/tom-lanoye-artikelbeeld.jpg /images/Lanoye110.gif deze-week_humos-klassiekers-van-nu-kartonnen-dozen-van-tom-lanoye-volgende-week-te-koop-bij-uw-lijfblad.html deze-week_humos-klassiekers-van-nu-kartonnen-dozen-van-tom-lanoye-2.html Humo Deze Week Yes 5 3468 20070220 Lees het interview met Tom Lanoye 'Je worstelt niet met de homoliefde. Je worstelt met de liefde' Humo's Klassiekers van Nu 20081120163126 Friday, April 30, 2010 10:55 AM http://www.humo.be/cps/rde/xchg/humo/hs.xsl/deze-week_humos-klassiekers-van-nu-kartonnen-dozen-van-tom-lanoye-volgende-week-te-koop-bij-uw-lijfblad.html 13909 deze-week_humos-klassiekers-van-nu-kartonnen-dozen-van-tom-lanoye-volgende-week-te-koop-bij-uw-lijfblad.html Friday, April 30, 2010 10:55 AM


Tom Lanoye,


Kartonnen dozen,
Amsterdam,
Prometheus,
1993,
148 p.
eerste druk : september 1991

Synthese van de inhoud

« Dit is het verhaal van een banale liefde en haar verterende kracht.» Zo begint het boek « Kartonnen dozen » en hiermee is de ook inhoud samengevat. In « Kartonnen dozen » vertelt Lanoye het verhaal van de liefde van een jongen voor een andere jongen en haar gevolgen op een autobiografische wijze. Lanoye doet dit aan de hand van drie kartonnen dozen.


De eerste kartonnen doos is de reiskoffer die de Christelijke Mutualiteiten meegaven aan de jongens op hun goedkope Ardennenreis. Lanoye neemt zoals bijna iedere jongere van die leeftijd deel aan de CM-reis, en ontmoet voor het eerst Z. Z. is dan nog een van de vele jongens, maar zal later die banale jeugdliefde worden. Ondertussen krijgen we de beschrijving van de vier belangrijkste vrouwen uit Lanoyes leven : zijn zus, Wieske, zijn moeder en Germaine. Lanoyes zus beschouwt hem als haar persoonlijk bezit, met Wieske gaat hij naar de film, zijn moeder zou voor de hele wereld zorgen en tegelijk de hele wereld de levieten lezen, en Germaine is de uitvindster van le racontage automatique.


Na de CM-reis vervaagt het contact met Z. Lanoye ontmoet Z. opnieuw in het college, afgekort 'het kot'.

De tweede doos is een afgesleten schoendoos, het soort doos waarin vele mensen iets bewaren. Lanoye bewaart in zo'n doos een koeienbel, een souvenir aan de Zwitserlandreis. Nadat zijn liefde voor Z. gegroeid is op het kot, laait ze helemaal op in Zwitserland. Lanoye en Z. beginnen een spelletje: om beurten elkaar verrassen met een natte zoen. In het begin geniet Lanoye ervan, maar beseft dan dat het eigenlijk toch tot niets leidt. In deze periode leert Lanoye ook masturberen, door te lezen in het bekende Rode Boekje. Ondertussen gaat het leven op het kot verder. Het is de tijd van de vrijheid, en dat doet zich ook gevoelen op het kot. Leraren mogen ook leken zijn, lessen worden zo vrij mogelijk gegeven, … Drie leraren zijn Lanoye specifiek bijgebleven, twee daarvan haatte hij. Lanoye blijft masturberen.


De derde kartonnen doos is de belangrijkste in het verhaal: de sluimerende liefde komt tot een hoogtepunt. In het zesde jaar wordt een Romereis georganiseerd, maar die verandert in een Griekenlandreis door toedoen van Lanoye. Op die reis groeit de liefde, nu ook van de andere kant! Omwille van organisatorische redenen, moeten de leerlingen voor twee nachten in tweepersoonskamers slapen. Z. en Lanoye slapen samen.


De eerste nacht verneemt Lanoye dat Z. ook masturbeert en dat Z. er soms van droomt om te vrijen met een jongen. Lanoye weet met zijn gevoelens geen blijf, maar voelt het verlangen naar Z. bloeien. Er gebeurt echter nog niets. Maar de tweede nacht is het raak: de twee jongens beginnen te vrijen. Jammer maar helaas, als Lanoye Z. wil pijpen, is het gedaan, het heiligdom stort in. Z. beseft dat hij toch geen homo is.
Lanoye kan Z. niet uit zijn hoofd en uit zijn hart zetten, en blijft Z. achtervolgen, tevergeefs.

Het laatste hoofdstuk vertelt de huidige situatie van Lanoye.


Lanoye is buiten de wet om getrouwd met R., woont te A. en is zeer gelukkig. (Nadat hij het ook eerst geprobeerd heeft met meisjes en enkele andere jongens.) Het contact met Z. is geheel verbroken, toch vraagt Lanoye zich af hoe Z. zal reageren als hij het boek leest.

Personages

  1. Het hoofdpersonage:Tom Lanoye
    In het boek krijgen we het levensverhaal van een jonge homo, van zijn geboorte tot hij de humaniora verlaat. Daarna nog een heel korte beschrijving van zijn verdere leven. Het hoofdpersonage ondergaat dus een hele evolutie. Lanoye is een 'achterkomertje', het 'kakkernest' van de familie. Lanoye blijft zeer lang afhankelijk van de vier vrouwen (zie verder). Geleidelijk aan werkt hij zich los, een proces dat begint met de CM-reis: Lanoye zendt geen enkele brief naar de vier vrouwen, wel naar zijn veel oudere broer, met wie hij zeer weinig contact had.
    Op het college is hij dat kleine ettertje dat op elke vraag denkt te kunnen antwoorden, dat blijft naar elke vergadering gaan, … Volgens Lanoye was dat zijn manier om zich te verzetten tegen de directie, door het spel waardoor hij de vrijheid wil beknotten, niet mee te spelen.
    Veel belangrijker zijn natuurlijk de gevoelens tegenover Z. en zijn masturbatiedrang. Veelvuldig worden we erop gewezen hoe, hoeveel, waar, wanneer en waarom hij zichzelf bevredigt. Bij het masturberen houdt hij steeds meer het beeld van Z. voor zich. De gevoelens van Lanoye tegenover Z. zijn die van een puber, in dit geval van een jongen voor een jongen. De gevoelens evolueren van gewone verliefdheid, tot een alles verterende liefde. Lanoye doet alles om zoveel mogelijk in de buurt van Z. te zijn. Het mag echter niet zijn, en op het einde komt dan ook de grote slag: Z. is geen homo, de liefde wordt onmogelijk. Lanoye probeert zich nog te verzetten tegen die onmogelijkheid, maar moet inzien dat onmogelijk, niet mogelijk betekent.

  2. Z.
    Z. is een zeer belangrijk personage in het boek, maar toch komen we niet zoveel te weten over zijn gevoelens en gedachten. Enkel in Griekenland laat Z. zijn gevoelens kennen. Z. is een zeer gevoelige, maar onzekere jongen. Hij heeft twijfels over zijn geaardheid, die echter verdwijnen dankzij Lanoye. We weten wel dat hij een zeer atletisch lichaam heeft, dankzij zijn lidmaatschap aan een turnclub. Lanoye vindt dat lichaam natuurlijk het einde.


  3. De moeder van Lanoye
    Zij was een zeer zorgzame vrouw, iedereeen die bij haar aanklopte, kreeg hulp. Maar als je die hulp wilde moest je wel aanvaarden dat ze ondertussen kritiek gaf op al wat je deed en liet. Lanoyes moeder heeft een zeer grote invloed gehad op het acteursgevoel van Lanoye. Samen repeteerden ze de teksten van het volkstoneel.

  4. De enige zus van Lanoye
    Lanoyes zus was als een tweede moeder voor Lanoye, en ook zijn beste speelkameraad. Als enig vrouwelijk nageslacht moest zij opboksen tegen de vele mannen. Ze hoopte daarin steun te krijgen van haar jongste broertje, maar die liet haar net dan in de steek. Ze had wel een zeer groot psychologisch inzicht, waardoor ze bij Lanoye een schuldgevoel kon oproepen en waardoor ze dan weer beste maatjes werden.

  5. Wieske
    Wieske was een vriendin des huizes. Wieske leidde Lanoye in, in de wereld van de film. Minstens eenmaal per week gingen ze samen naar de film, soms zelf naar films KNT. Wieske stierf aan kanker.

  6. Pit Germaine
    Pit is de oudere zus van Lanoyes moeder, die de rol van moeder overnam toen Lanoyes grootmoeder stierf. Zij vertelt en vertelt, en blijft vertellen. Nooit stopt ze. Dit kan ze dankzij haar feilloos geheugen. Alle personages krijgen ook een epitheton, zo wordt Lanoye: "Tom de jongste van mijn jongste zuster die met zijn hand ging voelen of hij een ei kon leggen, dat zoetje." Op late leeftijd trouwde Germaine, en stierf als weduwe na een vijf jaar durend huwelijk.

  7. De vader van Lanoye
    Lanoyes vader komt zeer weinig voor in het verhaal. Men zegt dat het typisch is, dat het zelfs de oorzaak is, dat homo's geen goede en een zeer minieme relatie hebben met hun vader. Misschien een verklaring waarom de man zo weinig in het verhaal voorkomt.

  8. De Mof
    De eerste van de twee leraren die Lanoye haatte. De Mof was een zeer strenge, door perfectie gedreven leerkracht. Hij kon iedere leerling kraken (deed het ook met Z.) door zijn speciale manier van uitvliegen.
    Als je je woordjes van Latijn niet goed genoeg kende, moest je naar zijn bureau komen, waar je behandeld werd als een stuk vuil. De Mof had absoluut geen respect voor zijn leerlingen.

  9. De Jap
    De tweede leraar die Lanoye haatte. De Jap deed veel voor jeugdbewegingen, nooit gunde hij zichzelf rust. Hij genoot veel respect, maar was niet geliefd. De Jap deed namelijk in de klas twee groepen ontstaan: de goeden en de slechten. Hij kon het ook niet laten te pronken met zijn encyclopedische kennis, en maakte de slechten voortdurend belachelijk.

  10. Mussolini
    Mussolini is de derde leraar die Lanoye is bijgebleven, maar hij is de enige die Lanoye niet haatte. Mussolini was een echte Flamingant, en deed ook geen poging om dat weg te steken. Hij genoot van een zeer grote status, waardoor inspecteurs niet kwamen vitten op het niet volgen van het leerplan. Mussolini trok zich daarvan immers niets aan, maar deed de leerlingen meer lezen en kennis opdoen, dan welk leerplan dan ook ooit zal doen. Mussolini is het ook die Lanoye heeft doen inzien dat schrijven niet zo simpel is. Door onder Lanoyes eerste opstel te schrijven: " Je kan schrijven," wakkerde hij wel het schrijversinstinct van Lanoye aan.
    Mussolini wordt algemeen beschouwd als de dichter Anton van Wilderode.

Lanoye aan het woord

INTERVIEW

Humo's Klassiekers van Nu: 'Kartonnen dozen' van Tom Lanoye

'Je worstelt niet met de homoliefde. Je worstelt met de liefde'


Hij ruikt, bladert en bewondert. Ik heb Tom Lanoye de verse editie van 'Kartonnen dozen' onder de neus geschoven: nummer 1 van 'Humo's Klassiekers van Nu' - volgende week bij de Humo in de kiosk te koop.

'Móói!' Hij loopt door het lijstje schrijvers die hem zullen opvolgen: Michel Houellebecq, Ian McEwan, J.M. Coetzee, Haruki Murakami. 'En dan moest er natuurlijk een lokale lul bij zijn ook!' zegt hij, lachend. 'Oei, staat het bandje al op? Wel geen enkele vrouw, hé? Maar dan is een janet weer gemakkelijk: daarmee heb je alles tegelijk.'



HUMO Bij ons was 'Kartonnen dozen' meteen een grote hit. Is het ook veel vertaald?

TOM LANOYE « Binnenkort komt er een Sloveense versie, driehonderd exemplaren - ik hoop dat de Humo-oplage iets groter zal zijn. De Zuid-Afrikaanse versie heet 'Kartondose', en het is meegenomen dat een doos een kut is in het Afrikaans.

» Zal ik je de Duitse versie tonen, 'Pappschachteln'? (Leest trots) 'Tom Lanoye wurde 1958 in Sint-Niklaas (Belgien) geboren, studierte Germanistik an der Universität Gent und lebt heute als Autor und Performer in Antwerpen.' Derde druk, niet slecht hé? Is verschenen bij zo'n halve homo-uitgeverij, bekend om haar weinig aan de verbeelding overlatende 'kalenders'. Ik heb getwijfeld of ik het daar wel moest uitbrengen, maar de hoge oplage heeft me overtuigd.»



HUMO 'Kartonnen dozen' gaat dan wel over de ontluikende homoseksualiteit van Tom Lanoye, maar je ziet het zelf niet als een homoboek?

LANOYE « Néé! Ik háát homoboeken, ik heb zelf nooit met de jeannetterie geworsteld. Ik stelde me gewoon de vragen die iedereen zich stelt als hij of zij voor de eerste keer verliefd is: daarom is dat boek zo herkenbaar.»

HUMO Je geeft de homoliefde wel uitdrukkelijk een streepje voor op het heteroseksuele minnekozen dat je zo voorspelbaar en eenzijdig noemt.

LANOYE (lacht) « O, maar ik heb veel begrip voor de heteroseksuele medemens, da's een soort liefde als een andere! Alleen heb ik een vergelijkend warenonderzoek gedaan, en ik weet héél goed wat mij het meest bevalt. 't Is een kwestie van smaak, niet meer dan dat, en dáár moesten we op uitkomen. Dat kan een prettig bijeffect zijn van 'Kartonnen dozen': dat jonge mensen beseffen dat je vooral níét moet worstelen met de homoliefde. Want de echte worsteling is voor iedereen identiek: je vecht met de liefde zelf, met haar hete hebbelijkheden en schitterende puisten, die universeel zijn, ook al beleef je ze zelf in een onooglijk provincienest.»

HUMO Dat nest was Sint-Niklaas. Waarom noem je het P.?

LANOYE « P. staat voor plaats, zoals Z., de naam van mijn geliefde, staat voor het einde, en niet Zacharias of Zebedeus of wat ik nog allemaal gehoord heb: hij was voor mij het einde!»

HUMO Toen het boek in 1991 verscheen, voelde je nog iets van de scherpte van die 'verterende liefde' uit de jaren zeventig - 'the first cut is the deepest,' zei je voortdurend.

LANOYE « Nu is dat helemaal wég. Zoals je je broek kan ophouden, heb ik heel lang dat materiaal opgehouden. Maar door erover te schrijven werd die liefde een boek, en was de scherpte weg. Iets anders beweren zou, nu ik de gezegende leeftijd van de vijftig nader, ook pathetisch zijn.»

HUMO De recensies in Vlaanderen waren destijds niet erg positief.

LANOYE « Recensies hebben niet zoveel impact, een boek maakt voor een groot stuk zichzelf. De kritiek was gekleurd door het soort figuur dat ik was. Ik ging met dat boek ook nog eens op een podium staan - nu doet gelukkig iedereen dat, toen verwekte dat nog irritatie. En ik kreeg al belangstelling genoeg, vond men: een groot interview in Humo bijvoorbeeld, in de tijd dat dat nog acht pagina's mocht duren.»

Top of Form

 Geluk op papier



HUMO Hoe bekijk je nu de uitslover op de foto's bij dat interview uit 1991? Nieuw boek, nieuwe coup werd destijds wel gezegd.

LANOYE « Een uitslover, inderdaad! Dat denk ik altijd hoor, ik word er weleens moe van. Er speelt enig dandyisme mee, maar ik lach er ook mee - ik hoop dat men dat blijft zien. Met een zekere knipoog voer ik in de literatuur uit wat Dana Winner tot haar handelsmerk heeft gemaakt in de lichte muziek. 't Is toch een veilig gevoel dat de Tom Lanoye die in de media verschijnt iemand anders is, iemand naar wie ook ik kan zitten kijken.

» Ik heb vrij jong de keuze gemaakt dat ik wou leven voor taal - schrijven en optreden - maar dat dat ook plezant mocht zijn. Vanuit Nederland komt een heel grote boekencultuur naar ons toe, maar met hun verschrikkelijke protestantisme hebben ze daar geen oog voor genot. Dat durven genieten, dat montere, is heel Vlaams. Het herinnert je eraan dat je nooit uit je klei wegkomt, ook al probeer je dat. Het blijft een spanningsveld, maar ik weet intussen dat ik met veel plezier in de klei sta.»



HUMO Vind je 'Kartonnen dozen' zelf je beste boek?

LANOYE « Nu is voor mij 'Het derde huwelijk' het meest bijzondere, omdat het het meest recente is. Maar Humo vindt dus van niet. Ik vond Humo vroeger ook beter (lacht).

» 'Kartonnen dozen' is wel altijd een gouden project geweest. Ik ben er een paar keer aan begonnen zonder de goeie toon te pakken te krijgen, maar de goeie keer ging het heel snel: in drie maanden tijd heb ik het geschreven, naar het einde toe in een euforische roes omdat het zo goed liep. Zonder veel plannen of schema's, gewoon huppekee, schrijven. En achteraf bleek het toch wonderwel in elkaar te zitten. Dat heb ik gemerkt toen ik enkele jaren geleden aan een tv-bewerking werkte - een project dat nu helemaal stilligt.»



HUMO Nog iets gemerkt, terwijl je het dan toch grondig aan het bekijken was?

LANOYE « Dat het veel meer is dan een vrij anekdotisch liefdesverhaal: het gaat ook over het Vlaanderen waarin ik opgroeide, en vooral over de bronnen van mijn schrijverschap.»

HUMO In dat verband noem je een aantal vrouwen, je moeder voorop.

LANOYE « Amateurtoneel was heel belangrijk voor haar, en daardoor ben ik er zelf van kleins af mee bezig geweest: ik repeteerde mee, ze liet me brochures lezen. Toneel is voor mij vanzelfsprekender dan naar het voetbal gaan.

» Het verhaal van mijn moeder, dat is een onderdeel van 'Kartonnen dozen' dat ik nog niet af vind. Toen ik met die tv-bewerking bezig was, wist ik daar geen blijf mee. Op dat moment lag mijn moeder zowat op sterven. Ze had een beroerte gehad, kon niet meer spreken, en die aftakeling heeft twee jaar geduurd. Dat uitgerekend zij, die mij mijn moedertaal gegeven had, niks meer kon zeggen, vond ik verschrikkelijk wreed.

» Sinds ze dood is, babbel ik meer met mijn vader, de slager. Vroeger kwam mijn moeder er altijd tussen, ook toen ik hem eens probeerde te interviewen voor Humo. Ik zou het in haar plaats ook gedaan hebben, hoor, ik lijk heel erg op haar.»

HUMO Ook je oudste broer Guy, op z'n 31ste verongelukt, spookt door 'Kartonnen dozen'.

LANOYE « Die broer was mijn eerste verliefdheid, denk ik nu, zonder dat het kinky of incestueus was. Ik bewonderde de sportman en de populaire gast die hij was. Hij was een voorafspiegeling van de Z. uit het boek. Ik realiseer me steeds meer dat zijn dood een fragmentatiebom in ons gezin heeft gegooid: hij werd de lege plek waarrond we ons verzamelden.»

HUMO Het portrait of the artist as a young man dat ook in 'Kartonnen dozen' zit is alles bij elkaar toch dat van een merkwaardig gelukkige jongeman.

LANOYE « Dat wou ik absoluut zo. We hadden toen net een hele lange golf achter de rug van vooral Nederlandse boeken vol kommer en kwel en herrie met de ouders. Ik wou het geluk op papier zetten, wat moeilijk is. Ik wou wel lijden aan de liefde, desnoods aan het leven, maar altijd op een montere manier. Het was dan ocharme maar een bestaan in het Waasland - omdat mijn grootvader, die naar Chicago had moeten trekken, daar was blijven plakken - maar niettemin: voorwaarts, niet getreurd! Díé stijl moest het boek hebben. Dat is ook mijn eeuwige middenstandersziel: wat er ook gebeurt, de winkel moet open.»

De Gouden Dildo


HUMO Ik ben nog een Jonge Turk, zei je in een interview bij het verschijnen van 'Kartonnen dozen', maar wel vastbesloten een oude Turk te worden.

LANOYE (lacht) « Op de snor na ben ik toch goed bezig!»

HUMO 'Ik hou niet van ouder worden,' schreef je in hetzelfde tijdsgewricht.

LANOYE « Daar was ik lang panisch over, met de dertig in zicht. Nu ik oud bén, wordt het redelijk pathetisch om daar nog bang voor te zijn.»

HUMO Voor je dertigste wou je absoluut een roman. Wat moet er vóór je vijftigste verwezenlijkt zijn?

LANOYE « 't Zal machtig onnozel klinken, maar ik zal al blij zijn als mijn opleiding dan eindelijk voltooid is. Ik heb nog altijd het idee dat het allemaal nog moet komen. Echt waar, zo ambitieus en gek ben ik wel. Als het hierbij zou blijven, zou ik teleurgesteld zijn. Pas vanaf je vijftigste, als je geen haar meer hebt voor een nieuwe coupe bij een nieuw boek en het je helemaal niet meer kan schelen hoe je eruitziet, begint het pas écht.

» Ik vind het heerlijk vandáág schrijver te zijn. Heel vroeger waren schrijvers zielenpoten, die op zolderkamers drukproeven zaten na te lezen, nu kan je overal gaan schrijven - laptopke mee, en je moet niet meer naar de bibliotheek, want je hebt Google.



» En nu pas komt de weerwraak: terwijl alle atleten en de meeste rock-'n-rollers van enige leeftijd moeten afhaken, wordt een schrijver hoe langer hoe beter. Ik zit in een beroep waar alle mogelijke vormen van aftakeling als een waarmerk gelden: dat kan Kim Clijsters niet zeggen! De echte kracht van het schrijverschap is dus volhouden, op de tanden bijten, het verval zichtbaar maken. Je haar niet verven, lekker grijs laten worden!»

HUMO Niet alleen ben je nu opgenomen in 'Humo's Klassiekers van nu', elke avond scoor je een applaus op de Saint-Amour-bühne, en intussen geniet je ronkend van de nominatie voor de Gouden Uil 2007.

LANOYE « En dan je vergeet mijn Gouden Ganzenveer nog, bedankt hoor! Ik had al een Gouden Bladwijzer en een Gouden Uil, alleen een Gouden Dildo mankeert nu nog, maar die gaan ze vast nog uitvinden and I'm gonna win it babies!»

HUMO Ik wou maar zeggen: je hebt alles om waarlijk zelfgenoegzaam door het leven te gaan.

LANOYE « Absoluut, en me lekker walgelijk te gedragen! Ik krijg geregeld te horen dat ik helemaal gearriveerd ben, en zo hoort het. Ik ontken dat ook helemaal niet, ik zou wel gek zijn! Het is het voorrecht van de bejaarde door toekomstige bejaarden te worden bespot. Er staat een nieuwe, sterke generatie klaar, van Annelies Verbeke over Paul Mennes - ook al een beetje een arrivé natuurlijk - tot Dimitri Verhulst. Stel je voor dat jonge mensen alléén mij als idool zouden moeten hebben. Die hebben ook mensen van hun leeftijd nodig, die er liefst zo goed uitzien als Verhulst en bovendien zo goed kunnen schrijven ook.»

HUMO Spreken de andere namen uit de reeks 'Klassiekers van Nu' tot je verbeelding?

LANOYE « En of! Houellebecq: sterke schrijver, goeie marketing ook. Coetzee: groot idool van me! Ian McEwan heeft met 'Boetekleed' één van de allerbeste boeken van de laatste vijftig jaar geschreven, voor zover ik ze gelezen heb. Op 'Spoetnikliefde' van Murakami na heb ik al die boeken van jullie lijstje gelezen.»

HUMO Lees je zoveel dat dat geen toeval is?

LANOYE « Natuurlijk is dat geen toeval. 'Humo's Klassiekers van Nu' is gewoon een heel degelijke reeks, Mark! Dat zijn echt de grote klassiekers! Of wat verwacht je dat ik zeg? Onlangs was George Clooney bij David Letterman te gast. 'Je hebt succes als producent, regisseur, en je krijgt een Oscar als acteur,' zei Letterman hem: 'What does it mean?' Clooney bekeek hem eens en zei: 'It means, David, that I'm extremely talented!' Zo moet dat.»

Mark Schaevers

http://www.humo.be/tws/deze-week/13909/humos-klassiekers-van-nu-kartonnen-dozen-van-tom-lanoye-2.html




 




















































































































De acteur



Acteur Steven De Lelie over Kartonnen Dozen

Kartonnen Dozen is in alle opzichten een interessante tekst om in het theater te gebruiken. Een bewerking tot monoloog is evident omdat het een vertelling is. Er zijn geen vormelijke aanpassingen nodig: we kunnen ons toeleggen op de overdracht van het verhaal. Maar het is ook een heel persoonlijke vertelling, zorgvuldig, met de nodige details en betekenisvolle herinneringen.

Dit is niet enkel het verhaal van Tom Lanoye maar ook van vele mensen die in Vlaamse grond opgroeiden. De reizen met de mutualiteit, de verzuiling, het ontdekken van de seksualiteit, de woekerende kleinburgerlijkheid: de schrijver vertelt ook een deel van ons verhaal.

Kartonnen Dozen is een heel rijke tekst, zowel vormelijk als inhoudelijk. Hij draagt een mooie emotionaliteit en tragiek maar ontroert tegelijk door zijn ontwapenende humor. De tekst straalt een grote eenvoud uit. Het is een man die het verhaal van zijn jeugd heeft samengesprokkeld uit talloze herinneringen en nu klaar is om die geordend en overdacht de wereld in te sturen.

Zo zou ook de voorstelling moeten zijn. Zowel vertelling, decor als enscenering moeten eenvoud uitstralen maar wel met de precisie van een warmtegevoelige bom, op zoek naar de jeugdige herinnering in elk van ons.

Ik vind Kartonnen Dozen bovendien een superromantisch verhaal over de universele liefde die iedereen al heeft gekend of zou moeten kennen. Of je nu homo bent of hetero, jong of oud, lelijk of mooi. De herkenbaarheid is bijzonder groot. Op sommige vlakken lopen mijn eigen herinneringen gelijk met het boek. Zowel mijn vader, mijn broer als ikzelf verbleven met school aan zee in Sint-Idesbald. We zongen dezelfde liedjes. Ook wij waren in de weer met foto's en postkaarten. Dat werkt heel grappig.

Wat me bijzonder aanspreekt in het oeuvre van Lanoye is het feit dat zijn werk tegelijk zowel literair, poëtisch als volks is. Kartonnen Dozen is extra speciaal: het is een boek dat erom vraagt om in het theater gebracht te worden.


Een greep uit de recensies...


'Gespeeld met gevoeligheid en souplesse, om met ontroering naar te luisteren en te kijken.' … 'Literatuur is hier tegelijk fun en onderhoudend. Absoluut gaan kijken.' - Radio2

'We kunnen ons helemaal vinden in wat Lanoye zelf zei over de toneelbewerking van zijn tekst. Een lieve, verzorgde, onpretentieuze voorstelling.' - De Morgen

'Een stuk dat jong en oud aanspreekt door de mooie, scherpzinnige teksten en de schitterende acteerprestatie.' - Accenten 2004

Opdracht: zijn de lln het eens met deze commentaren? Waarom wel/niet?



Lessuggesties voor zinvol fictieonderwijs

Een analyse van een toneelstuk kan op verschillende manieren. Men hoeft dit niet steeds te formaliseren in een welomlijnde schriftelijke taak waardoor het theaterbezoek vaak uitmondt in een anticlimax: de zoveelste schoolopdracht... Vaak bereikt men meer betrokkenheid en motivatie door een aantal aspecten mondeling te bespreken, in kleinere groepjes of klassikaal.



De voorbereiding

Laat de leerlingen de flyer lezen van deze voorstelling. Bekijk samen ook even de affiche of de aankondiging online.

Welke informatie vind je terug over deze productie?


  • Welke informatie vind je niet terug en zou je wel willen hebben?

  • Wat verwacht je van deze voorstelling?

  • Spreekt het gegeven je aan?

  • Zou je uit eigen beweging naar dit stuk gaan kijken? Waarom wel/niet?

Bezoek de website http://www.theateraandestroom.be/ of http://www.defluistercompagnie.be/ en laat leerlingen even vrij verkennen.




  • Spreekt de website je aan? Is ze duidelijk? Overzichtelijk? Gebruiksvriendelijk?

  • Welk soort theater brengt de fluistercompagnie/TAS?

  • Zijn er bepaalde producties die je wel zou willen zien?

  • Ken je enkele van de acteurs? Waarvan?

  • Waar is het theater gelegen?

  • Hoe bestel je tickets? Wat is de kostprijs?

Breng het boek Kartonnen Dozen… mee naar de klas. Stel het voor. Lees de tekst op de achterflap. Lees eventueel een kort fragment voor uit het boek. Spreekt het de lln aan? Wie zou het boek willen lezen?


Wat weten de leerlingen over de auteur? Laat hen opzoeken op het internet. Vraag naar foto’s, citaten, interviewfragmenten. Zorg ervoor dat de schrijver een gezicht en een stem krijgt.
Laat leerlingen zelf interviewvragen bedenken, eventueel na het zien van het toneelstuk of na het lezen van het interview met Tom Lanoye.

Vraag leerlingen naar hun mening over homoseksualiteit. Laat de leerlingen hun standpunt beknopt opschrijven en bijhouden. Stel deze vraag opnieuw na het theaterbezoek en confronteer hen met hun eerste antwoord.

Vraag je leerlingen naar hun ervaringen met theaterbezoek. Wie gaat er regelmatig naar theater? Waarom wel/niet?

Maak duidelijke afspraken omtrent houding en gedrag tijdens het theaterbezoek. Stilte tijdens de voorstelling, geen GSM gebruiken, zaal netjes houden, ordelijk plaats nemen en zaal verlaten,…enz.



Het theaterbezoek

Zorg voor voldoende begeleidende leerkrachten om er op toe te zien dat het bezoek rustig en ordelijk verloopt.

Herinner leerlingen die zich niet gedragen aan de afspraken.

Neem plaats tussen je leerlingen.

Observeer zo nu en dan je leerlingen:


  • Zijn ze geboeid?

  • Hoe reageren zij op het stuk?

  • Zijn er bepaalde scènes die hen duidelijk sterk aangrijpen?

  • Welke appreciatie illustreert het applaus dat ze geven?

Sprokkel onmiddellijk na de voorstelling spontane reacties.

De informatie die je observatie opleverde en de directe commentaar van de leerlingen kan je gebruiken tijdens de nabespreking.



De verwerking

Nabespreking van de voorstelling

Laat leerlingen in eerste instantie spontaan hun ervaringen verwoorden. Geef hen de kans om onmiddellijk te ventileren wat ze écht over het stuk willen zeggen.

Nadien kan je gerichter vragen stellen zoals:


  • Wat vond je van het verhaal?

  • Welk moment in het toneelstuk sprak je het meest aan?

  • Welk moment in het toneelstuk sprak je het minst aan?

  • Wat vond je van de manier waarop de acteur speelde?

  • Vormden spel, vormgeving, belichting en muziek een goed geheel?

  • Wat deed je denken aan je eigen leefwereld?

  • Wat vond je van de manier waarop het stuk eindigt?

  • Welk einde zou jij bedenken voor dit toneelstuk?

  • Kan dit echt gebeurd zijn? Is het verhaal realistisch? Waarom wel/niet?

  • Wat heb je geleerd uit het stuk?

  • Zou je dit toneelstuk aanraden aan vrienden, familie? Waarom wel/niet?

  • Vul aan met één woord: ‘Ik vond deze voorstelling….’


Werken rond verhaalbegrippen

Taalgebruik Vragen voor de leerlingen kunnen zijn:

  • Hoe praat de acteur?

  • Is zijn taal verheven? Plechtig? Plat? Herken je bepaalde dialecten?

  • Waarom spreekt hij zo? Welk effect heeft dit op het verhaal?

  • Is de monoloog geloofwaardig? Herkenbaar?

Tijd als structurerend element

Het verhaal wordt chronologisch verteld maar zit vol sprongen in de tijd en beelden uit het verleden. Deze worden duidelijk gemaakt door beweging, belichting en muziek. Vraag de leerlingen of deze overgangen duidelijk waren. Waaraan konden ze merken dat er een sprong werd gemaakt?

Vraag je leerlingen of ze enig idee hebben wat de totale vertelde tijd zou kunnen zijn? Waarop baseren ze zich dan?

Verhaallijnen

Mogelijke vragen:



  • Vertel in eigen woorden het verhaal.

  • Zijn er naast het verhaal van Tom nog andere verhaallijnen?

  • Vind je de titel passend?

Bespreek met je leerlingen ook de mate waarin licht en geluid het verhaal ondersteunen.

  • Maakt men gebruik van opvallende uitlichting? In welke mate (veel/weinig)? Wat probeert men met dit licht te creëren?

  • Wordt het toneelstuk begeleid door muzikale momenten? Ken je de muziek? Welke rol vervult de muziek in het toneelstuk? Worden er nog andere geluidsfragmenten gebruikt?


Tijd, plaats en cultuur

Vragen voor de leerlingen:



  • Wanneer speelt het verhaal zich af? (verleden, heden, toekomst)

  • Waar speelt het verhaal zich af? (werelddeel, land, streek of soort van omgeving)

  • Geef een korte beschrijving van het decor en de attributen.

  • Op welke plaatsen speelt het verhaal zich af?

  • Geeft het decor enig houvast hiervoor?

  • Binnen welke cultuur speelt het verhaal zich af? Welk milieu?

  • Is de gezinssituatie herkenbaar?

Personages

Volgende vragen zijn hier relevant:



  • Wie is de hoofdfiguur in het verhaal dat verteld wordt?

  • Welke zijn de bijfiguren?

  • Hoe verhouden de personages in Toms monoloog zich ten opzichte van elkaar? Wat is hun relatie? Maak een schematische voorstelling.

  • Welke personages komen er met elkaar in conflict? Duid dit aan op het gemaakte schema.

  • Wat kom je te weten over de karakters van de verschillende figuren die zijn jeugd beheersten?

  • Wat vind je van de manier waarop de acteur zijn personage neerzet?

  • Wat vind je goed/minder goed van deze acteur? Waarom?

Je kan leerlingen ook vragen om in de huid van één bepaald personage uit het verhaal te kruipen om dan als Z..., de moeder van Tom….geïnterviewd te worden door de klasgenoten.

Afloop van het verhaal:

Vraag leerlingen naar het gevoel dat ze hadden bij dit einde.

Hadden ze deze afloop verwacht? Waarom wel/niet?

Waar staat Tom aan het einde van het verhaal? Welke evolutie heeft hij doorgemaakt?

Laat leerlingen een vervolg schrijven met als titel:‘Eén jaar later…’.

Andere ideeën

Werken met aanvulzinnen

Geef je leerlingen een reeks zinnen die ze schriftelijk moeten aanvullen. Nadien laat je de leerlingen per twee of in kleine groepjes de resultaten vergelijken.

Elke groepje brengt nadien verslag uit. Waren er opvallende overeenkomsten? Grote verschillen? Opmerkelijke aanvullingen?

Voorbeeldzinnen:


  • Duid aan wat je van de voorstelling vond:

Boeiend, spannend, ontroerend, saai, grappig, moeilijk,…of geef zelf nog andere woorden…

  • Geef voor drie van de aangeduide woorden ook een woordje uitleg.

Ik vond de voorstelling boeiend want…

  • Eén ding dat ik heel goed heb onthouden uit deze theatermonoloog is…

  • Wat ik niet zo goed begreep in de voorstelling was…

  • Ik had niet verwacht dat…

  • Ik kon me goed vereenzelvigen met . . . . . . . . . . . omdat…..

  • Een situatie die ik herken is…

  • Dit zou ik anders doen als ik Tom was…

  • Ik zou aan Tom willen zeggen dat…

  • Ik zit na het zien van deze voorstelling met de vraag…



Vraag aan je leerlingen of ze andere boeken, films, gedichten, toneelstukken…over het ontdekken van de eigen seksualiteit kennen. Laat hen hierover vertellen.

Lees met je leerlingen de uitgebreide samenvatting van de romanversie (zie bijlage). Vergelijk met de toneelversie. Wat werd er allemaal geschrapt? Waarom?

Laat leerlingen een beeldreportage maken over het theaterbezoek. Foto’s, film- en geluidsfragmenten kunnen later eventueel op de website van de school worden geplaatst.

Laat een groepje leerlingen d.m.v. interviews (leerlingen, leerkrachten, acteur,…) een verslag maken van het theaterbezoek.

Laat de leerlingen een vervolgscène schrijven en ook spelen: 1 jaar later, 10 jaar later,…

Maak een soort ‘babbelbox’ waarin leerlingen hun mening kwijt kunnen over het theaterbezoek of over seksuele geaardheid in het algemeen.

Laat leerlingen bij wijze van reactie op het toneelstuk uit tekst- en beeldmateriaal fragmenten selecteren. Die moeten ze samenvoegen tot ze op een of andere manier een coherent geheel hebben gecreëerd. Dit kan met krantenartikels, passages uit romans of gedichten, foto’s, slogans…enz.

Laat leerlingen eenzelfde soort tekst- of beeldcollage maken waarin ze hun standpunt over holebi’s duidelijk maken.

Laat leerlingen zelf een affiche of flyer ontwerpen voor deze voorstelling.

Laat leerlingen een brief schrijven aan Tom of aan Z...

Bespreek met je leerlingen waarin een theaterbezoek verschilt van een filmvoorstelling. Zijn er ook gelijkenissen?

Wil je met je leerlingen een grondiger analyse maken van deze productie? Dan kan het schema op de volgende bladzijden je helpen om een theaterstuk helemaal te ontrafelen…


Analyse van een theaterstuk: een semiotisch model


De volgende aspecten kunnen in een analyse aan bod komen:

I PRODUCTIECONTEXT:

Gegevens: wie, wat, waar, wanneer, hoe, waarom?



II DRAMA/THEATER ANALYSE (vorm/formeel en inhoud)

A De theatrale laag:

Theatrale middelen:

1. Acteurs:



  • Houding

  • Beweging

  • Gebaar

  • Mimiek

  • Stemgebruik

  • Kostuum

  • Grime

  • Kapsel

2. Spel:

  • Karaktertrekken

  • Motieven

  • Emoties

  • Handelingen

  • Acties en interacties

3. Verhaalelementen:

  • Personages

  • Bedrijven

  • Scènes

  • Teksten

  • Beelden

  • Ontwikkeling

  • Verloop

  • Fragmenten

4. Toneelbeeld, ruimte:

  • Locatie

  • Speelruimte

  • Speelvlak

  • Indeling van het speelvlak

  • Plaats van het publiek

  • Verplaatsingen van de acteurs

  • Decor

  • Rekwisieten

  • Licht

  • Geluid

  • Muziek

  • Film- en videomateriaal

Samenhang: Hoe zijn de theatrale middelen geordend in ruimte en tijd?

5. (Regie)concept: de ideeën en uitgangspunten van de regisseur en andere vormgevers.

6. Vormgeving: het gebruik van de middelen door de vormgevers: acteur, regisseur, decor-, kostuum-, licht-, geluid-, muziekontwerper.

7. Enscenering: de wijze waarop middelen zijn samengevoegd tot het geheel van de voorstelling.



B De narratieve laag:

1. De inhoud:



  • Waar gaat het theaterstuk over? Wat zegt de titel van het stuk?

  • Wat wordt er verteld?

  • Wat is het onderwerp? Het thema?

  • Wordt er natuurlijk of gestileerd gespeeld?

  • Welke emoties komen er aan bod?

  • Wat is de sfeer van de voorstelling?

2. Soort verhaal:



  • Zijn de situaties en gebeurtenissen opgenomen in een duidelijk verhaal?

  • Zijn de situaties en gebeurtenissen tragisch, komisch, absurd?

  • Zijn er meerdere verhaallijnen?

3. Ontwikkeling:



  • Welke situaties en gebeurtenissen spelen zich af?

  • Waar gebeurt het?

  • Wanneer?

  • Welke personages spelen er in mee?

  • Wat gebeurt er met die personages?

  • Wat doen die personages? Waarom?

4. Sfeer:



  • Wat is de sfeer?

  • Wisselt de sfeer?

  • Is er spanning, een conflict, een hoogtepunt?

C De symbolische laag:

1. Wat is de boodschap van het theaterstuk? Wat leert het stuk jou?

2. Wat willen de makers bereiken?

3. Waar is de regisseur van uitgegaan? Een toneeltekst? Welke? Van wie? Van wanneer? Of worden er eigen ervaringen gebruikt, een eigen verhaal?

4. Vanuit welke opvatting of interpretatie heeft de regisseur gewerkt?

Levensbeschouwelijk

Religieus, ritueel, viering

Esthetisch

(anti-)Schoonheid, inleving, herkenning, vervreemding, confrontatie

Politiek

Status, huldiging, protest, bewustwording

Economisch

Werk, reclame

Educatief

Opvoeding, therapie, zelfreflectie, voorlichting, informatief

Vermaak

Amusement, decoratie, expressie, verpozing

III DE GEBRUIKSCONTEXT:

De rol van de toeschouwer:

1. Probeer te beschrijven welk effect het theaterstuk op je had.

2. Breng dit in verband met de bedoeling die de regisseur had.

3. Kun je belangrijke factoren om het theaterstuk te begrijpen schetsen: is het gericht op een

actuele situatie, op een politieke context, op bepaalde subculturen,…?

4. Jouw persoonlijke mening over het theaterstuk (= interpretatie = subjectief).

Deze moet uiteraard goed onderbouwd worden.



Lesmap ‘Kartonnen Dozen’


: mediastorage -> FSDocument
FSDocument -> Nationale en internationale artiesten Zie kleurenfolder Lokale artiesten
FSDocument -> Telefoon 015/71. 02. 53
FSDocument -> Het geslacht Borgia II – Homo Fatale – Een inkijk in het pauselijk casino
FSDocument -> Lesmateriaal bij voorstelling ‘Egel en Trollebol ‘ door Max Verstappen
FSDocument -> Verantwoording van de voorbereiding en de verwerking van deze voorstelling in de klas
FSDocument -> Cultuurcentrum lommel huur- en tariefreglement
FSDocument -> Toon Fret & Veronika Iltchenko Orient Express Rien n’est impossible Het Raadhuis Vrijdag 7 november 2014 Programma
FSDocument -> Vermoorde onschuld La jaula de oro van Diego Quemada-Díez cameraman Diego Quemada-Díez, die als camera-assistent en -operator op de set stond bij grote jongens als Ken Loach
FSDocument -> Leeghoofd 24/09/2013
FSDocument -> Michael schack : S. L. I. M




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina