Konsakawiwiri, sangrafu, korsuwiwiri, strungrasi De Ware Tijd Literair 29/10/2011 Suriname



Dovnload 13.53 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte13.53 Kb.








Konsakawiwiri, sangrafu, korsuwiwiri, strungrasi...

De Ware Tijd Literair 29/10/2011 Suriname

Alle vier zijn ze op mijn erf te vinden, naast de palulu, jaren geleden weggediekt aan de Paluluweg in Saramacca, de niem die ik zelf plantte en die nu een grote boom is geworden, de monkimonkikersi en de fameuze kwasibita. Allemaal vind ik terug in het boek ‘Medicinale en rituele planten van Suriname’, geschreven door de etnobotanici Tinde van Andel van het nationaal Herbarium van de Universiteit van Leiden-Nederland en Sofie Ruysschaert van de Universiteit van Gent- België.

door Christine Samsom

Ik kreeg het vorige maand van lieve vrienden cadeau, 1.2 kilo zwaar, 528 pagina’s informatie waar kenners en geïnteresseerden met rode oortjes van (zullen) genieten.


Toen mijn schoonmoeder zaliger mij in 1968 aan de Rijsdijkweg de eerste beginselen van de flora van switi Sranan bijbracht - ‘Dit is kotomisi, dat fayalobi (je hebt Surinaamse, die kleine, en Hollandse, die grote, fayalobi, (hè???) en dat, mi gudu, noemen wij gado dede: god is dood’ - kon ik niet bedenken dat mijn interesse ervoor en kennis ervan zó zouden toenemen. Opgegroeid met lindebloesemthee en Arnica, om maar iets te noemen, en door moeder en/of huisarts behandeld aan onschuldige (verkoudheid) en gevaarlijke (long- en blaasontsteking) kwalen met homeopatische geneesmiddelen, was ik wel al jong overtuigd van het nut en de werking van medicinale planten.

Fytotherapie, de term die gebruikt wordt voor kruidengeneeskunde, wordt bedreven door natuurgeneeskundigen, maar ik zou de gewone mensen die bezig zijn met geneeskrachtige kruiden in Suriname niet de kost willen geven. Het zijn er heel veel, in de stad, in de districten, maar vooral in het binnenland. De STVS zou eens onderzoek moeten doen naar de kijkdichtheid van het programma ‘Sranan Oso Dresi’ van misi Monica Drenthe. Het is een van de weinige programma’s die ik nooit oversla.


Het bestaan en gebruik van medicinale planten wordt onder andere bestudeerd door etnobotanici. De etnobotanische wetenschap houdt het midden tussen biologie en antropologie: de verscheidenheid aan biodiversiteit én aan culturele beleving vindt in Suriname zeker een hoogtepunt. Die verscheidenheid wordt dan ook terecht gebruikt om toeristen te overtuigen van het bijzondere van ons land. Dat die unieke biodiversiteit ernstig wordt bedreigd, daarop kom ik aan het eind van deze bespreking terug. Trouwens, daarvoor wordt in de korte ‘Inleiding’ ook gewaarschuwd. Die inleiding zie ik tevens als een soort verantwoording. Wat dit boek een extra dimensie geeft, is het gebruik van planten voor rituele doeleinden. De acceptatie van de wintigodsdienst als officiële religie in onze samenleving zit eraan te komen en dat maakt dit boek nog interessanter en bruikbaarder.

Na de ‘Inleiding’ en voorafgaande aan het eerste plantje: Justicia calycina (bruduwiwiri) van de familie der Acanthaceae, hebben de schrijfsters via een hele fotogalerij ‘grani’ gegeven aan de vele mensen uit alle uithoeken van het land en uit Nederland, van wie zij informatie hebben gekregen; bekende en minder bekende gezichten lachen de lezer toe. Een prachtige manier om al die mensen te bedanken!


Ik geef eerlijk toe: ik heb het boek nog niet van de bruduwiwiri tot de paddenstoelen op de laatste pagina gelezen. Dat zal langzaam-maar-zeker gebeuren. Als naslagwerk heeft het me al heel veel informatie gegeven. Neem die sangrafu op mijn erf: Ik hou van die plant, heb er een speciaal gevoel bij. Dankzij de uitgebreide ‘Index van lokale namen’, die na de ‘Index wetenschappelijke namen’ en de ‘Index plantgebruik’ voor mij het nuttigst blijkt te zijn, vind ik de Sangrafu na enig zoeken op pagina 174, maar de plant komt in de rest van het boek op meer dan 20 plaatsen voor. Bij de afbeelding staat de Latijnse naam Costus Arabicus, behorend tot de Costaceae. Ernaast staan ook de lokale namen in de verschillende talen van Suriname: in het Sranan heet de plant ‘weti sangrafu’. De Wayana noemen hem ‘kanuwema’, de Trio ‘misheweru’, in Saamaka zeggen ze ‘weti sangaáfu’ of ‘fiko fiko’, en op Stoelmanseiland ‘singaafu’ of ‘weti wan’. Dan komt er een voor biologen belangrijke beschrijving van de bloeiwijze, de wortelstok, de stengel, de bloem met schutbladen, enzovoort. Al deze gegevens staan op een grijs-groene ondergrond. Dat gebeurt bij de bespreking van elke plant: foto of tekening, Latijnse namen, lokale namen bij de verschillende bevolkingsgroepen en een beschrijving van de plant. Een compliment voor die overzichtelijkheid via de lay-out!
Maar nu komt het verhaal over de plant, in mijn geval de sangrafu en nu snap ik ook waarom ik dat speciale gevoel heb. ‘Sangrafu na m’e was ala man’, laten de schrijfsters de wintikenners zeggen. ‘Het is een van de geweldigste kruiden. Het geneest je sneller dan alle andere kruiden’. De bekende kruiden- en wintikenners respectievelijk Nell Sedoc en C.J. Wooding noemen de sangrafu ‘de baas van alle kruiden’! Er volgen dan nog heel wat wetenswaardigheden: hoe de marrons op hun vlucht overleefden door water uit de stengels te drinken, terwijl hun achtervolgers stierven van dorst; dat je vocht uit de stengel of uit de bloem zelf in je oog kan druppelen als dat ontstoken is; hoe het in een kruidenbad bijna nooit ontbreekt; hoe in het kamp van Broos en Kaliko de plant al aanwezig was naast de offerplaats en hoe met verschillende andere ingrediënten kruidenbaden gemaakt worden om je zelfvertrouwen te versterken en kwaadwillige bosgeesten te verjagen. ‘Sangrafusap staat symbool voor water, en dus voor spirituele reiniging en kalmering’.
Dit is maar één bijzonder voorbeeld, zo is er ook heel veel informatie over de korsuwiwiri, de konsakawiwiri, de monkimonkikersi, de palulu, de niem (Engels: neem) en de strungrasi van mijn erf.
Een begrippenlijst en een indrukwekkende literatuurlijst als verantwoording en voor wie verder wil studeren, besluiten het boek.
Iets wil ik wel kwijt: Waarom zijn veel door de universitaire geneeskunde geschoolde medici zo negatief over het werk van de dresiman? Het negatieve woord kwakzalverij valt vaak, en ook het woord alternatief voor andere methoden is in de mode: fytotherapie, homeopathie, reiki, acupunctuur, osteopathie, chiropractie, ayurveda, antroposofische geneeskunde. Het is een kwestie van geloof, zei een bekende arts me laatst of wat andere artsen zeggen: ‘Het is suggestie’! Maar geldt dat niet ook voor de universitaire geneeskunde?
De WHO schatte in 1985 dat bijna 80 % van de wereldbevolking aangewezen is op kruidengeneeskunde, gewoon omdat men geen toegang heeft tot moderne geneeskunde en/of er te arm voor is.
Toch was de kruidengeneeskunde er het eerst, lang voor de farmaceutische industrie opkwam. De schepper legde zijn spirituele scheppingskracht in de planten vast. Ik zou het de ‘Afo’ van de geneeskunde willen noemen. En zoals een modern mens met al zijn kennis, al zijn uitvindingen toch respect heeft voor de wijsheid van haar/zijn voorouders, zo zou de moderne geneeskunde met meer respect moeten kijken naar de kennis en het werk van de dresiman. Natuurlijk zijn er oplichters, geldwolven, kwakzalvers, maar waar heb je die niet, zeker ook bij universitair geschoolden. Daarom is dit boek ook zo belangrijk: om het kaf van het koren te scheiden. Dat is trouwens ook waar de WHO naartoe werkt, een soort keurmerk voor medicinale kruiden en basiskennis van hygiëne bij de dresiman.
Enkele opmerkingen:
- Ik ben toch wel heel benieuwd naar de reactie van dresiman, lukuman, shamanen. Vooral bij de bosnegers/marrons blijven recepten geheim. Zij krijgen meestal geen toestemming van hun lö/familie en van Gadu om hun kennis te delen. Vandaar dat je in dit boek ook nauwelijks recepten vindt. En hoe echt is de informatie die wel verstrekt wordt...?
- Laten de mensen die kruiden verkopen en/of verwerken zich realiseren dat ze heel goed moeten letten op de plekken waar ze oogsten. Is er in de naaste omgeving niet met chemicaliën gewerkt: onkruidverdelgers, insecticiden? Daar dan niet plukken/snijden!
- Ten slotte: ik weet zeker dat heel veel geïnteresseerden dit boek zouden willen aanschaffen, maar de prijs zal voor velen een te hoge drempel zijn.
Met dank voor feedback van misi Monica Drenthe, masra Iwan Wijngaarde, Olof Smit, Frits van Troon.
Naschrift: ‘Conferentie (grondenrechten, CFS) Colakreek mislukt’, kopte ‘Starnieuws’ op 22 oktober. Mislukt? Voor wie? De volgende dag heeft ‘Starnieuws’ een andere kop: ‘Marrons en Inheemsen eensgezind over erkenning rechten’! Goed zo! De inheemsen onder leiding van de VIDS, maar ook tribale volken, hameren al jaren op die erkenning met onder andere als één van de argumenten dat zij veel meer oog hebben voor de biodiversiteit dan opeenvolgende regeringen. Het concessiebeleid en de megalomane plannen van deze regering om het binnenland onder andere met een weg naar Brazilië open te leggen, zullen desastreuze gevolgen hebben voor die biodiversiteit, toch ons keurmerk voor toerisme, wetenschap en last but not least het krijgen van financiële compensatie als we het bos zoveel mogelijk behouden. Vooral de inheemsen gaan er prat op dat wij het aan hen te danken hebben dat er nog zoveel over is. Etnobotanici als Tinde van Andel en Sofie Ruysschaert waarschuwen al jaren voor ongecontroleerde mijnbouw en wegenaanleg door het bos, ook in de inleiding van dit boek. Er is al veel bekend, maar een veelvoud van de planten die in het boek niet worden besproken op hun medicinale en spirituele werking, omdat ze nog niet onderzocht zijn, ligt/staat te wachten op onderzoekers. Voor jonge wetenschappers een uitdaging van jewelste!

CHRISTINE SAMSOM
Tinde van Andel & Sofie Ruysschaert: ‘Medicinale en rituele planten van Suriname’. Amsterdam: KIT Publishers, 2011. ISBN 978 94 6022 139 2





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina