Land en stad


GLOBALISEREN GAAT NIET VAN EEN LEIEN DAKJE



Dovnload 499.96 Kb.
Pagina5/7
Datum16.08.2016
Grootte499.96 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

GLOBALISEREN GAAT NIET VAN EEN LEIEN DAKJE


Chinese WTO-onderhandelaar trekt een grens
Liefhebbers van een wereldwijde vrijhandel in landbouwprodukten hebben het maar moeilijk. Zo moppert de Nederlandse agromultinational Cosun over “steeds meer protectionistische maatregelen in landen als Rusland, China en Indonesië” bij de produktie en handel in suiker. [1]

Zo vertikt de regering van Thailand het te voldoen aan het dringende verzoek van de Verenigde Staten om de invoertarieven voor Amerikaans kip verder te verlagen. [2] Ook al omdat de VS de import van Thais pluimveevlees bemoeilijkt, zich beroepend op sanitaire regels. [3]

En zo klagen de Nederlandse agroconcerns bij monde van het blad Coöperatie [4]

* over “een inconsequente besluitvorming van de Raad van Europa” op een Berlijnse conferentie in 1999 waarbij verlaging van de zuivelprijzen is uitgesteld tot 2005;

* over “hardnekkige problemen in de dagelijkse praktijk van het handelsverkeer”;

* over “het bewust in strijd handelen met de geest van de WTO-regels, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de ‘Antillenroute’”;

* en over “protectionistisch gedrag bijvoorbeeld ten opzichte van de sierteelt” door Polen en Noorwegen.

Tempo omlaag
Ook staatssecretaris Ybema van Economische Zaken heeft zo zijn zorgen. Hij moet toegeven dat de WTO-conferentie in Seattle eind 1999, waar hij de leider van de Nederlandse delegatie was, “mislukt” is. Hij noemt het zelfs een “debâcle”. En dat terwijl naar zijn mening “de betekenis van het Wereldhandelsoverleg voor de Nederlandse voedingsmiddelen-industrie en de agrarische im- en export evident (is). Nationaal is deze sector de grootste bedrijfstak. Met een totale handelswaarde van bijna 90 miljard gulden bezet Nederland de tweede plaats na de Verenigde Staten op de wereldranglijst van netto-exportlanden in agrarische produkten. Bijna 75 procent van de toegevoegde waarde van het agrocomplex is afhankelijk van export. Daarom is verdere liberalisering van de markten voor agrarische produkten van belang.”

Niettemin ziet hij zich genoodzaakt zich erbij neer te leggen dat “het tempo” en “de mate” van de vermindering van de “marktbescherming” minder zal zijn dan hij tot voor kort in gedachte had. [5 ]



China vastberaden
Maar de belangrijkste tegenslag voor de WTO-enthousiasten is wel de vastberaden houding van China in de WTO-besprekingen over landbouwprodukten. China is bezig de laatste kwesties uit te onderhandelen om toe te kunnen treden tot de WTO. Hoewel de Verenigde Staten en andere exporteurs van landbouwprodukten niets liever willen dan dat de Chinese grenzen met een grote zwaai opengaan, houdt China bikkelhard vast aan haar eis dat zij op dit punt de status van ‘ontwikkelingsland’ krijgt. Wat betekent dat de opening van de grenzen een stuk minder rigoureus zal zijn.

China verklaarde dat zij haar recht om haar 900 miljoen boeren te ondersteunen niet zal opgeven. Een boze onderhandelingsleider Long Yongtu voegde eraan toe dat het Westen nou maar eens “moet weten waar de grens ligt”. [6 ]


Noten

1. ‘Nieuws van de wereldmarkt’; Cosun Magazine; januari 2001; pagina 7.

2. ‘Regionale samenwerking pluimveevlees producenten’; M.H. Slingenberg, landbouwdeskundige van de Nederlandse ambassade te Bangkok; Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; december 2000; pagina 14.

3. Persoonlijke mededeling van M. (Max) H. Slingenberg.

4. ‘WTO, een jaar na Seattle!; J.J. Helder; Coöperatie; december 2000; pagina 8 en 9.

5. Idem.


6. ‘China farm row hits WTO talks’; Frances Williams; The Financial Times; 13 januari 2001.

* * *


DISCUSSIE-BIJEENKOMSTEN EN ZAKKEN ZAAD

Indiaas landbouwnetwerk Navdanya schiet te hulp
Een discussiebijeenkomst over de vernietiging van de plattelandseconomie door de Westerse landbouwaanpak, drie workshops in verschillende dorpen over compostering en plantaardige bestrijdingsmiddelen, honderden kilo’s traditioneel tarwezaad, aardwor-men die compostering bevorderen en brochures in het Gurumukhi, Hindi en Engels over landbouw zonder chemicaliën; dat was de reactie van het Indiaas landbouwnetwerk Navdanya op de golf van zelfmoorden onder katoenboeren eind 1999 in India.
Honderden Indiase boeren in de Zuid-Indiase deelstaat Andhra Pradesh en de Noord-Indiase deelstaat Punjab waren eind 1999 zo in de schulden geraakt, dat ze geen uitweg meer zagen en een dodelijke dosis landbouwgif dronken. De Indiase kranten stonden er vol van. De katoenoogsten waren zwaar tegengevallen door allerlei ziektes en hoeveel gif de boeren ook spoten het mocht niet baten. Het landbouwgif en de kunstmest hadden de afgelopen jaren het bodemleven vernietigd en de planteziekten-veroorzakers waren resistent geworden, zodat er op gegeven moment geen houden meer aan was.

In de zeventiger jaren was Punjab het paradepaardje van de Groene Revolutie: gewassen met extra grote opbrengst zorgden voor rijkdom. Maar de ‘wonderzaden’ waren duur en ze vereisten veel water, veel duur kunstmest en duur landbouwgif. Uiteindelijk vernietigde deze Westerse landbouwaanpak zowel het bodemleven als het weerstandsvermogen van de gewassen. De zelfmoordgolf betekent eigenlijk het failliet van deze landbouwaanpak.

Gelukkig zijn er in India talloze organisaties die zich, in de Gandhi-traditie, het lot van de kleine boeren aantrekken. Een van deze organisaties is Navdanya rond de vermaarde natuurwetenschapper, publiciste en felle WTO-bestrijder Vandana Shiva. De organisatie heeft zaadbanken aangelegd om inheemse variëteiten te behouden die dreigden te verdwijnen door de opkomst van commerciële zaden. Navdanya ondersteunt kleine boeren die net als voor 1970 zonder chemicaliën werken en inheemse granen en groenten verbouwen.
In reactie op de verschrikkelijke gebeurtenissen in Punjab besloot de organisatie een discussiebijeenkomst te houden over de Groene Revolutie. Zo’n 250 boeren, studenten en leraren kwamen daar op af. Daarna waren er workshops in de stad Bhatinda en de dorpen Mehraj en Bucho Khurd. In totaal volgden een paar honderd boeren, leraren en wetenschappers deze workshops. Eén deskundige vertelde van alles over compostering en deelde zelfs wormen uit die compostering bevorderen; een andere deed voor hoe je uit bladeren van de Neem-boom effectieve, goedkope en ongevaarlijke biologische bestrijdingsmiddelen kan maken.

Aan het eind van de workshops kregen de boeren zakken vol traditioneel tarwezaad. Maar pas nadat ze gezworen hadden geen chemicaliën te gebruiken. De eerste berichten zijn dat de gewassen het goed doen en dat de boeren bijna geen uitgaven hebben.


Bron

‘Seeds of Hope’; Afsar H. Jafri en Ashok Emani; Bija, the seed - a quarterly monitor on biodiversity, biotechnology and intellectual property rights; New Delhi, begin 2000; nummer 25/26; pagina 27. Meer informatie: vshiva@vsnl.com

* * *

BOERENLANDBOUW HEEFT DE TOEKOMST

Franse organisatie van kleine boeren is optimistisch
Boerenlandbouw is dat nog mogelijk, heeft die nog toekomst? Landbouw in boerenhanden, waarbij de boeren zélf de belangrijkste beslissingen nemen, in plaats van de bank en de politiek. Waarbij de bedrijven niet onmetelijk groot zijn, maar waarbij de boeren nog hun akkers, weiden en dieren kennen. Een landbouw, waar de boeren geen goedkope bulk leveren of nauwkeurig gespecificeerde kunstmatig opgekweekte groenten aan reusachtige, oncontroleerbare concerns, maar waarbij ze typische streekprodukten leveren met een duidelijke eigen smaak en een eigen karakter?

Zou dat mogelijk zijn en niet alleen in de marge, maar zou deze landbouw in de nabije toekomst dé landbouw kunnen worden? Zonder dat we daarvoor terug moeten naar vroeger? Want dat is niet mogelijk en dat zou ook geen boer willen.


Volgens de Confédération Paysanne, een grote organisatie1 van kleine boeren in Frankrijk is boerenlandbouw geen vage toekomstdroom. Schapenboer uit de Larzac (Zuid-Frankrijk) en voorman van de Confédération, José Bové, is ervan overtuigd dat het mogelijk is de “industriële landbouw, die op dit moment door iedereen met de vinger nagewezen wordt, te isoleren.” Gezamenlijk, de biologische boeren, de boeren van de Appelations d’Origine Contrôlées2 en de kleine boeren van de Confédération, die politiek het roer willen omgooien, zijn daartoe in staat. De praktische boerenkennis en de organisatie-ervaring van de afgelopen twintig jaar die de drie organisaties in huis hebben, maken het mogelijk de ernstig verontruste consumenten een alternatief te bieden voor het onbetrouwbare supermarktvoedsel. Namelijk: smakelijke, gezonde en herkenbare produkten, afkomstig van echte, niet-industriële boerenbedrijven.

Handvest
Vanaf 1993 heeft de Confédération zich intensief bezig gehouden met de vraag hoe de boerenlandbouw er in de praktijk uit zou kunnen gaan zien. In 1998 mondde deze discussie uit in een Handvest. De Confédération heeft vanaf het prille begin in nauw contact gestaan met maatschappij-kritische mensen en organisaties. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat het Handvest begint met de vraag wat de samenleving eigenlijk verlangt van de boeren. Op de eerste plaats natuurlijk gezond en veilig voedsel, maar ook een leefbaar platteland, goed verzorgde landerijen, een fraai landschap en een rijke natuur.

Het Handvest benadrukt dat de boeren zich moeten richten op kwaliteitsvoedsel en dat de consumenten er recht op hebben precies te weten hoe hun voedsel geproduceerd is, van het begin tot het eind. Ook zouden boeren intensief moeten samenwerken met plattelandsbewoners die niet boer zijn, ze zouden de natuur moeten ontzien en zich inzetten voor het behoud van zoveel mogelijk variëteiten van gewassen en dieren.

Om al deze verschillende taken te vervullen zijn er veel boeren nodig. Dat betekent dat zowel de boeren als de overheid er naar moeten streven zoveel mogelijk mensen als boer een bestaan te gunnen. Dat vereist een herverdeling van de produktie-quota, een verkleining van de grote bedrijven en een beperking van de mechanisering.

Verder moeten boeren meer bewegingsruimte hebben. Niet om naar eigen goeddunken te doen en te laten wat ze willen, maar om in goed overleg met de andere boeren in de streek, met de streekbewoners die geen boer zijn en met de boerenorganisaties zelf hun besluiten te nemen.


De Confédération benadrukt dat iedere boer het recht heeft landbouw te bedrijven; dat de politieke regels dáárop afgestemd dienen te worden. Zij verfoeit de huidige specialisering waarbij verschillende streken in Frankrijk zich richten op één produkt en waarbij in andere regio’s de landbouw praktisch verdwijnt. Iedere streek heeft recht op haar eigen landbouw.

De Confédération accepteert geen tweedeling in de landbouw, waarbij grote industriële bedrijven zich richten op een zo groot mogelijke (export)produktie en waarbij de kleine boeren het landschap mogen onderhouden. Zij gruwt van het idee dat kleine boeren romantisch, als in een openluchtmuseum, nostalgische gevoelens bij de toeristen op moeten wekken. De boerenlandbouw dient net zo goed economisch rendabel te zijn. En daarvoor zal de economie aangepast moeten worden. De politiek zou zich bij iedere landbouwmaatregel af moeten vragen of deze de ontwikkeling naar een boerenlandbouw bevordert of juist bemoeilijkt.



Lijnrecht tegenover de WTO
Tenslotte stelt het Handvest dat overheid, boerenorganisaties en individuele boeren telkens weer stil moeten staan bij de gevolgen van wat zij besluiten of doen voor de lange termijn en voor boeren in andere landen, met name voor die in de Derde Wereld.

De Confédération is van mening dat ieder volk, iedere staat het recht heeft haar landbouw te beschermen om er zeker van te zijn dat er voldoende eten zal zijn voor de bevolking. En dat iedere boer, waar ook ter wereld, het recht heeft eraan mee te werken de bevolking van haar of zijn land van eten te voorzien. Vandaar dat de Confédération zich lijnrecht opstelt tegenover de WTO, tegenover de globalisering van de grote multinationale concerns.


François Dufour, melkveehouder uit Normandië en landelijk secretaris van de Confédération, wijst erop dat het Handvest geen ‘model’ is. “Het is een visie, een andere kijk op het vak. Er zijn biologische boeren bezig met boerenlandbouw, en ook niet biologische boeren, graanboeren en varkensboeren en die werken allemaal vanuit hetzelfde gevoel.”

Het Handvest is ook geen theoretische constructie: “Het is de vrucht van meer dan twintig jaar kritisch nadenken. Dag in dag uit bewijzen we op onze boerderijen dat het landbouwkundig en economische mogelijk is.”


Als je kijkt waar de Confédération allemaal over nadenkt en op welke onderwerpen zij actie onderneemt, moet je wel tot de conclusie komen dat zij niet sec een vakbond van boeren is. Bové: “Het is een fundamentele stap in de vakbonds-geschiedenis dat een bond zich niet beperkt tot de arbeidsomstandigheden, het inkomen, en de werkgelegenheid, maar zich afvraagt wat zij eigenlijk wil bereiken op sociaal en ecologisch terrein.” Waar Dufour trots aan toevoegt: “Aan de kop van de eerste wereldwijde demonstratie van vakbonden en milieuorganisaties (in Seattle) liepen er ook boeren! Dat is van levensgroot belang voor alle landen van het Zuiden waar de meerderheid van de bevolking nog boer is.”
Bron en noten

Le Monde n’est pas une Marchandise - des paysans contre la malbouffe; José Bové en François Dufour geïnterviewd door Gilles Luneau; Éditions la Découverte; Parijs 2000; ISBN 2-7071-3206-3; 95 franc. Pagina 185-189, 211, 230-235.

Engelse versie: +--; Verso; Londen, 2001; ISBN 1-85984-614-9.

Zie: www.confederationpaysanne.fr
1. In 1995 verwierf de Confédération Paysanne ruim 20 procent van de zetels in het Franse landbouwschap. De FNSEA, min of meer vergelijkbaar met de LTO in Nederland, viel terug naar 60 procent.

2. Keurmerk voor streekprodukten met nauwkeurige produktieregels, bekend van de wijn.

* * *

DE RISICO’S VAN SUCCES

Bio-landbouw groeit razendsnel in Canada
Het gaat goed met de biologische landbouw in de Midden-Canadese provincie Saskatchewan. Waarschijnlijk zal het aantal eko-boeren (plus boeren in omschakeling) dit jaar verdubbelen tot 1500 met een gezamenlijk areaal van 280.000 hectare. Dat wil zeggen 13 keer zoveel als in heel Nederland. Het gaat hoofdzakelijk om grootschalige graanbedrijven van gemiddeld bijna 200 hectare.
Eigenlijk is het helemaal niet zo verwonderlijk dat steeds meer Canadese boeren kiezen voor gif- en kunstmestvrije landbouw. Sinds de laatste jaren worden biologische boeren niet langer meewarig door hun conventionele collega’s aangekeken. En ook de overheid en de wetenschap beginnen de biolandbouw langzaam maar zeker serieus te nemen. Bovendien hebben de bio-boeren 20 tot 60 procent minder kosten en liggen de prijzen voor biologische produkten 30 tot 300 procent hoger. Zelfs puur zakelijke gezien wordt het verstandig ekologisch te gaan boeren.
Dat de natuur beter af is met biologische landbouw spreekt voor zich. Maar ook het plattelandsleven vaart er wel bij. Eko-boeren blijken zich intensiever met het dorpsleven te bemoeien. Ook wisselen zij meer kennis uit met hun collega’s omdat ze minder gebruik maken van loonwerkers en meer van onderlinge hulp. Bovendien voelen biologische boeren zich meer betrokken bij ‘hun’ grond, omdat zij meer dan andere boeren het land in eigen bezit hebben.

Laat de biologische landbouw zich inpalmen?
Brewster Kneen, de kritische Canadese deskundige op het gebied van het agro-bedrijfsleven, heeft zo zijn bedenkingen bij het huidige succes van de biologische landbouw. Hij waarschuwt dat “de machten die tegenwoordig profiteren van het meedogenloze systeem en die nu een deuk opgelopen hebben, niets liever zouden willen dan de biologische landbouw in hun overheersingssysteem op te nemen. Of het nu gaat om optiehandel, overlegorganen van het bedrijfsleven, ISO-regels of internationale handel.”

De bedoeling van het inpalmen van de bio-landbouw is boeren en consumenten ervan te overtuigen dat er geen alternatief is, dat er niks anders opzit dan mee te doen met het heersende grootschalige, industriële systeem, eko of niet-eko.


Kneen pleit er voor dat biologische boeren “hun eigen systeem ontwikkelen, van eigen zaad tot eigen afzet in de regio, op coöperatieve basis.” Hij voeg eraan toe dat dit geen ideaal is, maar dat het “een leidend principe” zou moeten zijn, “zodat als er iets mis gaat, de biologische boeren nauwkeurig gaan kijken naar de relaties tussen de planten en dieren waar ze mee werken, in plaats van te zoeken naar een technologische oplossing, of die nu chemisch, biologisch of eventueel verkoop-technisch van aard is.”
Toch moeten we met beide benen op de grond blijven. “Op de een of andere manier moeten we de visie van een alternatief voedselsysteem zien vast te houden en tegelijkertijd in staat zijn compromissen te accepteren op de weg daar naar toe. Bijvoorbeeld Crannóg Ales, het biologische micro-brouwerijtje op onze kleine boerderij zou graag alles wat ze kan produceren willen verkopen in de omgeving van Shuswap en de Upper Okanagan Valley. Dat is efficiënter, ecologischer en beter voor de gemeenschap. Maar we verkopen het bier in Vancouver; dat is vijf uur rijden. Het ontwikkelen van een lokale afzetmarkt kost tijd. Maar dat betekent níet dat Vancouver De Markt is en dat we het idee van bio-regionalisme als te idealistisch opzij geschoven hebben.”
Volgens Kneen zal “de grote vraag van 2001 zijn of de biologische landbouw stapje voor stapje afhankelijk wordt van het wereldwijde industriële systeem, of juist aanzet tot radicale alternatieven die zich richten op gezondheid en rechtvaardigheid voor allen.”
Bronnen

- ‘Organic Agriculture in Saskatchewan’; Mary Beckie; gebaseerd op haar proefschrift; The Ram’s Horn, a monthly newsletter of food system analysis; Sorrento; januari 2001.

- ‘A Matter of Context’; The Ram’s Horn, a monthly newsletter of food system analysis; Sorrento; januari 2001.
VOEDINGSMULTINATIONALS, GLOBALISERING EN BEROERD ETEN

Video te leen
Op 6 januari zond 2Vandaag een reportage van ruim 20 minuten uit over de vraag of de voedselschandalen van het afgelopen jaar misschien iets te maken hebben met de grote problemen in het boerenbestaan zowel in de rijke landen als in het Zuiden en met de groeiende macht van de agro concerns en voedings giganten.
Aan het woord komen onder andere:

* een Limburgse boerin die gedwongen was te stoppen,

* demonstranten in Seattle, speciaal de radicale Franse boer José Bové

* de Zeeuwse akkerbouwer Joop de Koeyer, die “niet pessimistisch” is omdat er genoeg boeren zijn die voor hun onafhankelijkheid willen vechten en er genoeg consumenten zijn die eerlijk voedsel op hun bord willen,

* de kritische deskundige Paul Elshof, die uitlegt dat de verschillende schakels van de voedingsketen in handen zijn enkele reusachtige multinationals, die de wereld “als in een monopolyspel” onderling verdeeld hebben,

* een landbouwjournalist die zegt dat als we betrouwbaar eten op ons bord willen, dat boeren dan de gelegenheid moeten krijgen om hun werk te doen. “En dan bedoel ik échte boeren, die voelen voor hun land en hun dieren en niet van die mannen die op enorme machines rondrijden en meer een soort buitenmedewerkers van de bank zijn.”


Je kan de videoband lenen bij:
Jan Paul Smit,

tel: 020 664 0088,

e mail: jpsmit@xs4all.nl

* * *


MASSALE BOERENACTIES IN INDIA EN BRAZILIË

protesten tegen dumping van graan en tegen gentech
Tienduizenden Indiase boeren verzamelden zich 19 februari in het zuiden van de grote stad Mumbai (Bombay) om op te trekken naar de haven. Daar zouden zij protesteren tegen de WTO en de import van goedkoop, zwaar gesubsidieerd graan. De politie verbood de tocht naar de haven, hoewel de boerenleiders verzekerden dat de protestactie geweldloos zou zijn. Toen de boeren het verbod negeerden, zette de politie waterkanonnen in en stelden 51.000 boeren onder arrest. Tamelijk snel daarna liet zij de boeren toch maar weer vrij.

De actie was georganiseerd door de boerenorganisaties KRRS en BKU.



Monsanto bezet
1200 Braziliaanse boeren, vrouwen, mannen en kinderen, en sympathisanten bezetten op 25 januari een onderzoekscentrum van Monsanto in Zuid-Brazilië. Zij trokken de gentech soja en maïs uit en verbrandden de voorraad soja die er lag. De actie was georganiseerd door een vijftal organisaties, waaronder de landlozen beweging MST. Joao Pedro Stedile, MST-voorman, verklaarde: “Het is niet vol-doende om land te hebben, het moet ook gezond land zijn dat geschikt blijft voor landbouw.” Hij verklaarde dat de acties tegen Monsanto doorgaan totdat “we de fabrieksdirecteuren in een vliegtuig zetten en naar Amerika terugsturen.”
Scherpe acties tegen gentech zijn dringend geboden. Officieel mag er in Brazilië geen genetisch gemanipuleerde gewassen worden verbouwd, maar via Argentinië worden toch gentech zaden het land binnengesmokkeld. Bovendien heeft de Braziliaanse president, na jarenlange juridische procedures van Monsanto, eind december een wet getekend waarin het verbod op gentech soja opgeheven wordt. De wet moet nog goedgekeurd worden door het congres.

Bronnen

- www.newindpress.com; verspreid door de KRRS.

- Nicaragua Solidarity Network of Greater New York

- Dow Jones; 2 januari 2001; geciteerd in The Ram’s Horn, a monthly newsletter of food system analysis; Sorrento; januari 2001.

* * *

VS, JAPAN EN CHINA ONDERGRAVEN WTO-LANDBOUWAFSPRAKEN
Nederlandse diplomaten waarschuwen voor maatregelen en plannen van de Verenigde Staten, China en Japan die haaks staan op afspraken die in WTO-verband gemaakt zijn voor landbouwprodukten. Zo meldt Jan Groeneveld landbouwdeskundige van de Nederlandse ambassade in Washington dat de Amerikaanse regering tegen alle afspraken in besloten heeft melkveehouders inkomenstoeslagen te geven. Volgens hem lijken deze toeslagen “vanuit de gezichtshoek van de WTO” niet meer te voldoen aan de regels. Hij acht het raadzaam de “verdere ontwikkelingen in het Amerikaanse zuivelbeleid te blijven volgen.”
Volgens Rieks Toxopeus, van de ambassade in Tokyo, is de Japanse regering van plan “de deur te sluiten” voor de import van rijst. Terwijl in WTO-verband juist afgesproken is de invoerbelemmeringen van jaar tot jaar te verminderen. Deze afspraken zijn volgens de huidige regering ‘een fout’ van een vorig kabinet. Volgens Toxopeus “zal er in een later stadium zeker tegenwind komen” van andere landen.
Ook op de ambassade in Peking maakt men zich zorgen. Landbouwdeskundige M. Olde Monnikhof verklaart over de landbouwparagraaf van het nieuwe vijfjarenplan (2001-2005): “Plannen voor verhoging van steun en protectie van de landbouw lijken in te gaan tegen de verdere liberalisering met het oog op toetreding tot de WTO.”
Het lijkt erop dat het makkelijker is een handtekening te zetten onder WTO-landbouwakkoorden, dan ze in eigen land uit te voeren. Groeneveld, van de ambassade in Washington: “De Verenigde Staten hebben de afgelopen jaren een verdomd slecht voorbeeld gegeven.” Zij hebben veel meer overheidsgeld in de landbouw gestoken als afgesproken was. “En die uitgaven gaan zeker nog omhoog”.

De VS-regering houdt bij hoog en bij laag vol dat de extra geldstroom de Amerikaanse landbouwprodukten niet kunstmatig goedkoop maakt, omdat het geld rechtstreeks naar boeren gaat die het moeilijk hebben. Toch kan Groeneveld zich voorstellen dat daar in de Derde Wereld anders over gedacht wordt: “Ieder zal het op zijn eigen manier uitleggen.”

Inderdaad, kritiek op het dumpen van zwaar gesubsidieerde Westerse landbouw-produkten is niet van de lucht. Zo schreef de Deccan Herald, een krant uit Bangalore, Zuid-India onlangs: “De Indiase boer is de dupe. (..) Er zal een ramp plaatsvinden, als India niet weigert om haar markt voor landbouwprodukten pas te openen als alle landbouwsubsidies in de ontwikkelde landen tot nul teruggebracht zijn.”

Bronnen
= Verschillende artikelen uit Berichten Buitenland, nieuwsbrief voor de Nederlandse agribussiness; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; december 2000:

* ‘Steunmaatregelen agrarische productie’; drs. J.J. Groeneveld, landbouwraad Washington

* ‘Vijfjarenplan legt nadruk op landbouw en technologie’; drs. M.W.M. Olde Monnikhof; landbouwraad Peking

* ‘Japan mikt op verlagen rijstimport’; ir. H.R. Toxopeus, landbouwraad Tokyo

* ‘Regionale samenwerking pluimveevleesproducenten’; ir. M.H. Slingenberg, landbouwraad Bangkok
= e-mail van:

* ir. R.(Rubert) J. Konijn, landbouwattaché Peking

* ir. M.(Max) H. Slingenberg, landbouwraad Bangkok

* ir. H.(Rieks) R. Toxopeus, landbouwraad Tokyo


= lang telefoongesprek met drs. J.(Jan) J. Groeneveld, landbouwraad Washington
Artikelen:

= ‘Government to study need for import curbs on farm goods’; The Japan Times; 20 december 2000

= ‘Farm minister to discuss rice with WTO chief’; The Japan Times; 9 januari 2001

= Basic Feature of Negotiating Proposal; Japanse regering; zonder datum; onderhandelingsvoorstel milleniumronde.

= ‘Global Farm Subsidies, Indian farmer is the looser’; Devinder Sharma; Deccan Herald; Bangalore, 5 januari 2001.

= ‘Glickman Sees New Farm Bailout Without Quick Changes to Law; Inside US Trade; Washington, 12 januari 2001.

= ‘Farm Bureau Wants to Double US Crop Subsidies’; Charles Abbott; Reuters; Orlando, 7 januari 2001

= China Official Presents Plan to Protect Agricultural Sector from WTO Membership; 30 mei 2000; toegestuurd door R. Konijn, landbouwattaché Peking.

* * *





1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina