Land en stad



Dovnload 499.96 Kb.
Pagina6/7
Datum16.08.2016
Grootte499.96 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

WORDT BOER!

Manifest

Wat is er fundamenteler dan het produceren van gezond en smakelijk voedsel, dan het verzorgen van de grond en het landschap. Wie zouden dat beter kunnen doen dan degenen die dat eeuwen en eeuwen gedaan hebben, van generatie op generatie: de boerenfamilies. En hoe bevredigend is dit waardevolle samenwerken met de natuur niet.


Toch is er geen enkele reden het boerenbestaan te idealiseren. De armoede was vaak groot, boerenvrouwen kregen vaak niet de waardering waar ze recht op hadden en boerenknechten en landarbeiders zijn vaak vernederd.

Omdat de agro-concerns en de overheid sinds de oorlog de landbouwprijzen stelselmatig verlaagden zitten boeren al decennia in de tang. Tachtig procent van de boerenbedrijven heeft het loodje gelegd. En van de restant zou de helft binnen tien jaar moeten verdwijnen. Er zouden ‘teveel boeren’ zijn, zeggen deskundigen en politici.


De tweede helft van de twintigste eeuw werd voor de boeren gekenmerkt door een rigoureuze rechttrekking van het landschap in het kader van de ruilverkaveling, torenhoge leningen, heerszucht van banken en grote bedrijven en bedilzucht van de overheid. Met als absoluut dieptepunt het zinloze doden van onvoorstelbaar veel gezonde dieren dit voorjaar.
Is er een weg terug? Nee. We moeten vooruit. De landbouw moet in handen komen van boeren, echte boeren met een boerenhart en met een open oog en oor voor wat niet-boeren verlangen: goed voedsel, een goed verzorgd en schilderachtig landschap en een waardige verzorging van de dieren. De overheid moet een redelijke prijs garanderen voor de boeren en ophouden steeds meer detail-regels te stellen. En de macht van de grote bedrijven moet drastisch terug.
Is dit irreëel? Volstrekt niet. De Nederlandse media berichten er nauwelijks over, maar in de Derde Wereld leeft een veelkleurige en omvangrijke beweging van kleine boeren, landarbeiders en landlozen voor een boerenlandbouw, los van grote bedrijven en banken. Ook in Frankrijk is er een spraakmakende organisatie van kleine boeren met een heldere visie die veel sympathie ontmoet in het hele land. In ons eigen land hebben heel wat pionierende boeren de laatste tientallen jaren veel ervaringen opgedaan met de menselijke landbouw.

U kunt hierover lezen op de website ‘Land en Stad’

(www.ddh.nl/duurzaam/landbouw) of een folder bestellen van de publikaties van Agri & Cultuur (maak f 1,25 over op giro 871 2032 van Agri & Cultuur, Amsterdam, onder vermelding van ‘folder’).
De grootschalige exportlandbouw is een kind van haar tijd. De afgelopen honderd jaar was de eeuw van de grote theorieën, grote idealen, grote organisaties, grote internationale verbanden, grote firma’s en grote instanties. De grootschalige aanpak zou welvaart en geluk brengen. Maar ondanks enorme inspanningen is er onafzienbaar veel honger, armoede, geweld en onzekerheid in de wereld. Zouden we niet de illusies van de twintigste eeuw achter ons kunnen laten, zouden we niet ‘de economie’ in eigen hand kunnen nemen. Om te beginnen de lokale produktie van ons voedsel en de verzorging van ons landschap.

Zoveel boeren in de wereld werken bewust of onbewust al vanuit deze visie. Laten we daarbij aansluiten. Ook niet-boeren zal dat stimuleren om steeds meer in eigen beheer te gaan doen. Zelf je eigen leven en dat van je directe omgeving vormgeven schenkt veel meer voldoening dan het aanleunen tegen slecht functionerende mega-structuren. Het is bovendien effectiever en leidt tot een vitalere en vrolijkere samenleving.


Jan Paul Smit.

DE BOER LIJKT WEL RECHTELOOS


Een Gelderse melkveehouder over de aanpak van mond- en klauwzeer
Ingezonden brief: “Zondag 25 maart. Samen met mijn gezin heb ik mij als een belegerde stadhouder teruggetrokken op mijn bedrijf. Ik ben veehouder in ‘besmet gebied’. Dat betekent dat ik sinds afgelopen woensdag - buiten mijn gezin - geen levend mens meer in de ogen heb gekeken. En de dreiging komt nog elke dag dichterbij. Gisteren werd bekend dat een bedrijf in Nijbroek, hemelsbreed misschien 4 kilometer hier vandaan, geruimd is. Intussen begint de situatie op mijn bedrijf regelrecht rampzalig te worden (overstromende mestkelder, leegrakende voersilo’s, duizenden liters melk waar ik nergens mee naar toe kan, overvolle stallen). En dat alles omdat ‘de politiek’ of ‘Brussel’ mij en mijn collega-boeren verbiedt onze dieren te vaccineren. Met welk recht? - zo vraag ik mij af.

Vier generaties
Het boer-zijn is mij met de paplepel ingegoten. Als kleine jongen werd ik door mijn ouders en grootouders meegenomen naar de dieren. Liefde voor het vee was iets vanzelfsprekends, en wij waren dagelijks getuige van de cyclus van geboren worden, opgroeien, produceren, nageslacht krijgen en, uiteindelijk, doodgaan. Dat gold - en geldt - voor de mensen evenzeer als voor de dieren. In de vroege jaren ‘20 begonnen mijn grootouders hun boerenbedrijfje met twee moeizaam bijeengespaarde roodbont-koeien. Door hard werken en spaarzaam leven konden ze zo nu en dan een koe erbij kopen. Zo ontstond een zorgvuldig gefokte bloedlijn, die later door mijn ouders en daarna door mijn vrouw en mij is voortgezet. De dieren in ons bedrijf zijn het resultaat van tachtig jaar en drie generaties vakmanschap, liefde en toewijding. De gedachte dat dit alles in één keer kan worden weggevaagd, vervult me met afschuw. En wat te denken van mijn zoon, die de afweging moet maken of hij het bedrijf in de toekomst kan en wil voortzetten. De keuze die hij moet maken is een vrijwel onmogelijke. Het is de keuze tussen de liefde voor het boerenleven, voor de dieren, voor een eeuwenoude (familie)traditie enerzijds en de harde realiteit, waarin het soms lijkt of de hele samenleving samenspant tegen de boeren, anderzijds.

Een bedreigde bevolkingsgroep
Boeren zijn tegenwoordig een ernstig bedreigde bevolkingsgroep. We worden economisch bedreigd - door de machtsconcentratie bij de voedingsindustrie, die de boeren onder druk zet om tegen steeds kleinere winstmarges te werken, en door de steeds hogere overheidseisen op milieu- en dierenwelzijns-gebied, die volledig op de boer worden afgewenteld. Door deze manipulaties van buitenaf stijgen de kosten voortdurend, terwijl de opbrengsten alleen maar afnemen.

Ook qua rechtspositie worden we bedreigd. De boer lijkt wel rechteloos; hij moet wel het volledige ondernemersrisico dragen, maar heeft geen enkele handelingsvrijheid in de bedrijfsvoering. De overheid bepaalt tegenwoordig tot in detail wat een boer mag en moet doen met zijn bedrijf. Echte vrije concurrentie is al jarenlang een utopie.

Politiek worden we bedreigd door beleidsmakers die roepen dat “er in Nederland geen plaats meer is voor boeren”. Projectontwikkelaars en gemeenten nemen elk jaar grote happen uit het landbouwareaal en veranderen ons land in hoog tempo in een aaneenschakeling van nieuwbouwwijken en bedrijfsterreinen. Wij begrijpen best dat iedere Nederlander recht heeft op werken en wonen, maar is het echt wenselijk dat Nederland binnen enkele jaren verandert in een soort Hongkong aan de Noordzee? Een stadstaat die voor zijn voedsel, recreatie en frisse lucht volledig afhankelijk is van het buitenland?

In de beklaagdenbank
Misschien wel de ernstigste bedreiging is van een hele andere aard: de morele bedreiging van politici en media die niet nalaten de boeren in de beklaagdenbank te plaatsen. “We moeten de schaamte - via de consument - weer bij de boer brengen”, zei ‘onze’ minister van Landbouw, Brinkhorst vorige week nog, doelend op het welzijn van de dieren in de stallen. Met dergelijke opmerkingen tref je een boer in het diepst van zijn ziel. Het dierenwelzijn wordt in Nederland bepaald door de dierenwelzijns-wet. Die wet is gemaakt door politici. Veehouders doen niet anders dan - binnen de door de politiek opgelegde juridische én economische grenzen - zo goed mogelijk voor hun dieren zorgen. Een boer loopt pas met een goed gevoel door zijn stal als zijn dieren er gezond en tevreden uitzien. Een boer is gek met zijn koeien, praat met ze, geeft hier een schouderklop en daar een aai over de rug. Natuurlijk moet een boer ook economisch denken, en voor ieder dier komt er een moment dat het naar de slacht moet. Dat zijn momenten waarop je als boer(in) wel eens een traantje laat, wil ik wel bekennen.

Na de BSE-crisis, die waarschijnlijk veroorzaakt is door de veevoederindustrie (in ieder geval niet door de boeren), de varkenspestepidemie (ook het gevolg van het non-vaccinatiebeleid) liggen we nu onder vuur van het mond- en klauwzeer. Hoewel er een prima vaccin beschikbaar is, mogen we het niet gebruiken. Het is voor ons onbegrijpelijk dat wij onze dieren niet mogen beschermen met een volstrekt onschadelijke inenting, omdat de Amerikanen ons vlees dan niet meer willen. Terwijl we tegelijkertijd gedwongen worden Amerikaans hormoonvlees op de Europese markt toe te laten, dat niet alleen gevaarlijk is voor de volksgezondheid, maar bovendien leidt tot valse concurrentie. Een koe die met hormonen behandeld is, groeit twee keer zo snel als een gewone koe. Dat scheelt enorm in de produktiekosten.



Boze opzet?
Het vreemde feit doet zich voor dat de boeren, die volledig in de tang zijn genomen door de overheid en grootindustrie, en zelf nauwelijks nog keuzes mogen maken, voor alles wat mis gaat aangeklaagd worden. De overgrote meerderheid van de boeren werkt gewetensvol aan het welzijn en de gezondheid van zijn dieren. De werkelijke oorzaken van de recente crisissen liggen elders. De chaotische situatie rond de bestrijding van de MKZ-epidemie is het zoveelste bewijs van het falen van de overheid. De onzorgvuldigheid, laksheid en besluiteloosheid zijn zo groot dat je bijna zou gaan denken aan opzet. Als boer kunnen wij niets anders doen dan angstig wachten op het onheil dat op ons afkomt. Informatie van overheidswege ontbreekt volledig. Ondanks het ‘draaiboek MKZ’, dat volgens de verantwoordelijken ‘op het droge’ is geoefend, heeft niemand een oplossing voor de problemen waar wij op dit moment mee geconfronteerd worden. Vaccineren wordt rigoureus van de hand gewezen. Al deze fouten worden gemaakt door de politiek. Wie moet zich nu schamen?

Dick Jansen, melkveehouder in Terwolde.”

Deze ingezonden brief verscheen 27 maart 2001 in het NRC.
EEN NIEUWE START VAN DE BOERENLANDBOUW

IN AFRIKA, AZIË EN LATIJNS-AMERIKA
Ongemerkt voltrekt zich op dit moment een grote verandering in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Miljoenen kleine boeren, aangemoedigd en ondersteund door honderden groepjes deskundigen vernieuwen hun landbouw met behulp van eenvoudige middelen die plaatselijk voorhanden zijn. De boeren maken zich zodoende los van de grote agrochemie-firma’s en richten hun aandacht niet langer op banken, overheidssubsidies en grootse projecten. De resultaten zijn verbluffend. Gemiddeld stegen de opbrengsten met ruim 70 procent en namen de onkosten af omdat de boeren veel minder en vaak helemaal geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen meer hoeven te kopen.
Eind 1998 begon de Universiteit van Essex uit Engeland een grootscheeps onderzoek naar duurzame landbouw in de Derde Wereld. Zij schreef zoveel mogelijk organisaties aan en kreeg van honderden grote en kleine projecten beschrijvingen binnen. Na zorgvuldige controle van de gegevens bleven er 208 succesvolle initiatieven over met betrouwbare gegevens. Het gaat om 63 projecten in 12 Aziatische landen, 45 in 17 Latijnsamerikaanse en 100 in 23 Afrikaanse landen. Alle 208 beschreven projecten samen betreffen bijna 9 miljoen, voornamelijk kleine boeren. Ongeveer 90 procent van hen bezit niet meer dan twee hectare grond.
Bij ‘duurzame landbouw’ gebruiken de boeren zo min mogelijk gif en kunstmest. In ieder geval zo weinig dat de bodem, het grondwater, de planten- en dierenrijkdom en de menselijke gezondheid niet achteruit gaat. De boeren maken daarbij gebruik van wat lokaal voorhanden en goedkoop is.

In het rapport komen alleen projecten ter sprake waar de boeren geen subsidie van de overheid krijgen voor hun inspanningen. Het is te vaak voorgekomen dat succesvol ogende vernieuwingen snel doodbloedden nadat de beloning ophield.


De meest opvallende uitkomst van het onderzoek is wel dat duurzame landbouw in het Zuiden een enorme groei doormaakt: in tien jaar tijd is zij verdriehonderd-voudigd. Weliswaar gaat het in totaal nog slechts om drie procent van de landbouwgrond in de genoemde drie continenten. Maar niettemin is de groei opvallend en veelbelovend.
De verschillen tussen de projecten zijn enorm. Het kleinste project betreft vijf boerengezinnen in Chili met gezamenlijk 5 hectare en het grootste 200.000 boeren in Zuid-Brazilië met in totaal 10,5 miljoen hectare landbouwgrond. In het ene project is de opbrengst slechts een paar procent gestegen, in het andere meer dan 600 procent. Soms gaat het om het achterwege laten van het ploegen en het tegengaan van onkruid met het aanplanten van peulvruchten in Latijns-Amerika, een andere keer om openluchtscholen voor boeren om het gebruik van pesticiden terug te dringen in Azië en dan weer om het aanleggen van moestuinen in Afrika waardoor iedereen beter te eten heeft en de gezondheid, met name van de kinderen, met sprongen vooruit gaat.

Afrika
In Madagascar hebben 20.000 boeren hun rijstoogst vertwee- tot zesvoudigd door een heel nieuwe teeltwijze. De rijst wordt eerder uitgepoot dan gewoonlijk; de planten worden verder uit elkaar gezet, zodat boeren makkelijker kunnen wieden; de rijst staat de eerste periode van haar groei niet onder water, zodat de planten veel meer wortelgroei hebben en de boeren gebruiken compost in plaats van kunstmest. Nog eens 50 tot 100.000 boeren experimenteren nu met deze aanpak.

Deze methode, de System of Rice Intensification, is in de tachtiger jaren ontwikkeld door pater Henri de Laudanié. De Association Tefy Saina heeft deze methode in de negentiger jaren verspreid. Het Cornell International Institute for Food, Agriculture and Development onderzoekt de resultaten en helpt onderzoeksinstituten in rijstverbouwende landen over de hele wereld om deze aanpak uit te proberen.


In Malawi werken 2000 boeren samen met wetenschappers van het ICLARM (International Center for Living Aquatic Resources Management) bij het aanleggen van visvijvers en het verbeteren van moestuinen. De vijvers, die slechts 500 vierkante meter groot zijn leveren jaarlijks zo’n 75 kilo vis. Tuinafval dient als visvoer. Via allerlei maatregelen hebben de boeren hun groenteopbrengst bijna verdubbeld. Hun inkomen is verzesvoudigd.

De onderzoekers benadrukken dat intensieve samenwerking met de boeren onmisbaar is. Plannen die op het kantoor ontwikkeld zijn en aan de boeren opgedrongen worden, blijken weinig effect te hebben.


In Burkina Faso hebben boerengezinnen ongeveer 100.000 hectare braakliggend land opnieuw vruchtbaar gemaakt met ‘zaï’. Dit zijn gaten van 20 tot 30 centimeter, die de boeren vullen met mest. De gronden die eerst helemaal niets opbrachten, geven nu oogsten van 700 tot 1000 kilo graan per hectare. Het gevolg is dat gezinnen die tot nu toe gemiddeld zes maanden per jaar een tekort aan voedsel hadden en honger leden, nu jaarlijks ongeveer 150 kilo graan overhouden voor de verkoop.

Jonge mannen die anders zeker naar de grote stad getrokken zouden zijn, gaan nu van dorp naar dorp om gaten te maken en daarmee geld te verdienen. Ook in Niger passen 6000 boeren deze techniek met succes toe.



Azië
In China, in de provincie Jiangshu, hebben boeren in drie jaar tijd bijna 65.000 hectare rijstveld omgebouwd tot rijst-aquacultures. Dat wil zeggen dat de rijstvelden nu tegelijkertijd vijvers zijn waar de boeren krab, garnalen en vis kweken. Een groot voordeel is dat vissen de larven van muskieten opeten die malaria en hersenontsteking veroorzaken. In de streek Quanzhou waar boeren ruim 40 procent van het rijstland omgezet hebben in rijst-aquacultuur nam malaria met 99 procent af.
In India zijn met steun van de deelstaatregering van Rajasthan 15.000 vallei-groepen gevormd. Op minstens 3 miljoen hectare bedrijven de boeren nu duurzame landbouw. En met succes! De opbrengst van sorghum en gierst is meer dan verdubbeld. De groepsleden stimuleren elkaar enorm, bijvoorbeeld tot het aanleggen van lage dammetjes om het afvloeiende regenwater tegen te houden, om op dijkjes geschikte gewassen te verbouwen en om gemeenschappelijke gronden met bomen en struiken te beplanten.

In Vietnam voerde de overheid in de provincie Long Am een intensieve radio- en postercampagne onder boeren om de eerste 40 dagen de rijst niet meer te bespuiten. Weliswaar zien heel wat rijstplanten er dan wat lelijker uit omdat de bladeren aangevreten worden, maar dit vermindert de oogst niet. 77 procent van de boeren stopte met de eerste bespuiting en 20 procent stopte helemaal met landbouwgif. Ondertussen voert de overheid campagne onder de 2 miljoen boeren uit de Me Khongdelta.



Latijns-Amerika
In Argentinië beploegen boeren ruim 7 miljoen hectare niet meer. Dat is 30 procent van al het Argentijnse akkerland. Om zaad en eventueel kunstmest in de grond te brengen, maken de boeren nu een klein geultje. Om de groei van onkruid tegen te gaan, planten zij zwarte haver en stikstofbindende gewassen in de periode dat de grond anders braak zou liggen. Daarnaast gebruiken de boeren vaak ook nog chemische middelen. De bodemerosie en de watervervuiling is een stuk minder geworden en de vruchtbaarheid van de bodem is vooruit gegaan. De maïsoogsten zijn met ruim eenderde gestegen en die van soya met ruim eentiende. De nietploegende boeren vormen een ware boerenbeweging, geleid door boerenorganisaties met afdelingen op lokaal, regionaal en landelijk niveau.
In Bolivia vroegen boeren uit Noord-Potosí de organisatie World Neighbors om hen te helpen met het uitproberen van verschillende soorten aardappelen. De organisatie adviseerde hen om lupine na de aardappeloogst aan te planten als stikstofbinder. De opbrengsten van 2000 boeren zijn nu drie keer zo hoog.
In acht Latijnsamerikaanse landen zijn 250 boerenonderzoeksgroepen actief. In Colombia doen 4000 boeren uit 50 dorpen mee. De boerenonderzoekers worden door de eigen dorpsgemeenschap gekozen om te experimenten te doen die lokaal van belang zijn. Iedere groep heeft dan ook zijn eigen onderzoeksthema. Bijvoorbeeld: het houden van cavia’s, de herintroductie van de tarwebouw, het telen van gewassen in het oerwoud, het gebruik van groenbemesting en bladstrooisel of het opzetten van kleine voedselfabriekjes. De groepen wisselen hun ervaringen onderling uit en deskundigen staan de hen bij. In dorpen met een onderzoeksgroep is de honger drastisch afgenomen.

Cuba
Cuba is een geval apart. Tot aan 1990 was de Cubaanse landbouw bijna volledig gericht op suikerriet- en tabaks-monocultuur met veel bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Cuba importeerde al haar tarwe, 90 procent van haar bonen, 94 procent van haar kunstmest, 82 procent van het landbouwgif en 97 procent van het veevoer. Toen de Sovjetunie instortte, was er opeens aan alles gebrek, ook door de Amerikaanse handelsboycot. De invoer van benzine viel met de helft terug, van kunstmest met driekwart, van bestrijdingsmiddelen met tweederde en van voedsel met meer dan de helft. Het overheidsbeleid werd nu: een meer diverse landbouw, het gebruik van ossen als trekdieren, het inzetten van biologische bestrijdingsmiddelen, het bevorderen van onderlinge samenwerking van boeren en het aanmoedigen van de plattelandsbevolking niet naar de stad te trekken.
In 220 dorpen kwamen centra voor het kweken van insekten en bacteriën voor biologische bestrijding van plantenziekten. 173 overheidsbedrijfjes produceren jaarlijks 93.000 ton wormencompost. Met plakjes banaan gedrenkt in honing vangen boeren mieren om de torren te bestrijden die hun zoete aardappelen aanvallen. Boeren experimenteren met vruchtwisseling en met gemengde teelten van cassave-bonen-maïs of cassave-tomaat-maïs of zoete aardappel-maïs.

In Havana schieten moestuinen als paddestoelen uit de grond. De plaatselijke overheid stelt hiervoor gratis grond ter beschikking. Op dit moment zijn er meer dan 7000 moestuinen in de stad, die ongeveer 30 procent van de stadsgrond in beslag nemen en waar zo’n 30.000 mensen werken. In vijf jaar tijd is de produktie van deze tuinen per vierkante meter meer dan vertienvoudigd.


De biologische bestrijding blijkt in de praktijk effectiever dan de chemische, gemengde teelt brengt wel twee keer zoveel op als mono-teelt en binnen acht jaar hadden de Cubanen meer, gezonder en smakelijker eten dan voor de ineenstorting. Landbouwprofessoren uit Amerika nemen nu hun studenten mee naar Cuba om hen te laten zien hoe biologische landbouw in de praktijk een land kan voeden.

Vergeten boerenkennis
Het rapport van de universiteit van Essex wijst er telkens weer op dat de vernieuwingen tot stand zijn gekomen in nauwe samenwerking tussen deskundigen en kleine boeren. De top-down benadering blijkt niet te werken. Het zelf experimenteren en het onderling uitwisselen van ervaringen blijken cruciaal te zijn. Weliswaar wekt het rapport de suggestie dat wetenschappers met nieuwe vondsten aankomen. Maar ik denk dat de deskundigen vaak teruggrijpen op vergeten boerenkennis of op boerenkennis uit andere streken.

Zo is er een project in Kenya waarbij boeren speciale soorten gras in maïsvelden inzaaien die schadelijke insekten verdrijven en andere soorten gras die hun natuurlijke vijanden aantrekken. Aan de buitenkant van de velden planten zij grassen aan die de schadelijke insekten juist aantrekken, wegtrekken uit de akker. Nadat allerlei chemische termen en Latijnse plantenamen de revue gepasseerd zijn, schrijven de onderzoekers: “Een dergelijk opnieuw vormgegeven divers systeem heeft veel weg van de ‘traditionele’ boerderijen in Kenya.”

Ook het gebruik van lupine als stikstofbinder wat de organisatie World Neighbors de Indiaanse boeren aanraadt, is in de landbouwwereld allang bekend.
Toch wil ik de rol van de deskundigen niet kleineren. Hun enthousiasme, hun kennis, hun vermogen om boeren bij elkaar te brengen, hun connecties in ‘de stad’ en vooral hun luisterend oor zijn onmisbaar. Mits ze niet met kant-en-klare plannen aan komen. Als de samenwerking tussen boeren eenmaal van de grond gekomen is en succesvol blijkt te zijn, kan deze nog lang doorgaan wanneer de deskundigen weer verder zijn getrokken. Zo bezochten landbouwconsulenten van de organisatie Cosecha in Midden-Amerika dorpen waar zij al 15 jaar weg waren. Tot hun blijde verrassing bleken de boeren sindsdien op eigen houtje allerlei andere vernieuwingen doorgevoerd te hebben.

Omslag
Waarom vindt de opbloei van boerenlandbouw bij kleine boeren juist vanaf de negentiger jaren plaats? Daarover zegt het rapport niets. Maar ik denk dat het niet toevallig is, omdat juist in deze jaren de overheidssteun aan kleine boeren praktisch verdwenen is. Het zijn de jaren van de Structurele Aanpassingsprogramma’s (SAP’s) van het IMF en de Wereldbank, die rigoureuze bezuinigingen eisten. Er is geen geld meer voor dure landbouwprojecten van bovenaf en voor subsidie bijvoorbeeld op kunstmest. De kleine boeren zijn nu teruggeworpen op zichzelf, op particuliere hulporganisaties en een paar overheidsdeskundigen zonder veel geld.

Bovendien wordt het ook de deskundigen steeds duidelijker dat de Westerse aanpak (grote akkers, grote machines, veel kunstmest en bestrijdingsmiddelen) voor het gros van de kleine boeren onbereikbaar is.


De groei van de vernieuwde boerenlandbouw de afgelopen tien jaar is formidabel. Daar gaat niets van af. Maar laten we ons niet te snel rijk rekenen. Zij bedraagt nog slechts drie procent van de totale landbouw. Op dit moment is zij niet meer dan een veelbelovend randverschijnsel.

Nu de boerenlandbouw succesvol blijkt te zijn, zal de andere kant, die van de agroconcerns en de overheidsburocratieën, haar posities zeker niet zomaar prijs geven. Weliswaar zijn er verschillende veelbelovende grotere en kleinere organisaties van kleine boeren, maar de meeste zijn op dit moment nog te zwak om een heftige confrontatie met de gevestigde machten te overleven. Maar niettemin: er heeft een omslag plaatsgevonden.


Bron

Dit artikel is gebaseerd op het rapport Reducing Food Poverty with Sustainable Agriculture - a summary of new evidence; Jules Pretty en Rachel Hine; Centre for Environment and Society; University of Essex; 2001. Meer informatie bij Greenpeace Nederland; telefoon 020 626 1877.

Het tijdschrift van Greenpeace Duitsland bracht naar aanleiding van dit rapport in augustus 2001 een fraai themanummer uit met interessante reportages over verschillende projecten. Informatie: Greenpeace Deutschland, D-22745, Hamburg; mail@greenpeace.de De Engelse versie van het rapport, die iets uitgebreider is, heet Recipes against Hunger – success stories for the future of agriculture.

* * *


PLATFORM VOOR EEN GEZONDE BOERENLANDBOUW IN NEDERLAND

ABC-manifest: Aarde, Boer, Consument
Nauwelijks had ik mijn manifest ‘Wordt Boer!’ geschreven (zie pagina 39) of ik zag op internet het ABC-manifest staan. Acht kritische boerenorganisaties hebben een platform gevormd om te wijzen op de problemen waarmee de kleinere en middelgrote boerenbedrijven kampen en op de gevolgen daarvan voor onze voedselvoorziening en voor het plattelandsleven. Het platform verzet zich tegen de WTO-vrijhandel en pleit voor bescherming van de boerenlandbouw.


Manifest
In Nederland groeit de zorg om de kwaliteit, de veiligheid en de duurzaamheid van ons aller voedselvoorziening. Onze landbouw bevindt zich in een regelrechte crisis. Een kwart van de landbouwers leeft onder het bestaans-minimum. De boerenstand wordt geleidelijk gedecimeerd. De overblijvers zien zich gedwongen tot steeds verdere schaalvergroting en intensivering. Niet alleen de boerengezinnen zijn de dupe van deze ontwikkeling. Tegelijkertijd komt het beheer van het landschap in het gedrang, het sociale leven op het platteland, de zorg voor dierenwelzijn en milieu én de kwaliteit van de landbouwprodukten. Ook de consumenten maken zich grote zorgen over de kwaliteit en de veiligheid van hun voedsel. Het is hoogste tijd dat de Nederlandse samenleving zich bezint op de ontwikkelingen in de landbouw. En dat zij een keuze maakt voor een andere, betere koers, in het belang van de boeren, van de consumenten, van flora en fauna en van een leefbaar platteland, nu en in de toekomst. Hiervoor wil het platform Aarde, Boer, Consument zich inzetten.
Het huidige landbouwbeleid is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Onder het motto ‘nooit meer honger’ is gekozen voor een nationaal en Europees beleid dat in korte tijd zeer succesvol werd. De grondlegger was de Nederlander Sicco Mansholt en de sleutelwoorden waren schaalvergroting, intensivering, verbetering van het landbouwonderwijs, voorlichting en gegarandeerde prijzen. Maar wat bedoeld was om evenwicht te brengen in vraag en aanbod, ontaardde al snel in een massale overproduktie. De Europese koelcellen en voorraadschuren werden tot de nok gevuld met onverkoopbare voorraden. Deze overschotten werden tegen afbraakprijzen op de wereldmarkt gedumpt. Nog steeds gaan er jaarlijks tientallen miljarden guldens van de Europese belastingbetaler op aan dit landbouwbeleid. Met produktiebeheersing - zo is gebleken in de zuivelsector - kan het probleem van overproduktie succesvol te lijf worden gegaan. Maar produktiebeheersing dreigt onmogelijk gemaakt te worden door verdergaande liberalisering vanwege Agenda 2000 en de afspraken in de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
De eerste stappen op weg naar deze liberalisering zijn in Europees verband al gezet. Daarbij loopt de Nederlandse regering voorop om de eigen boeren bloot te stellen aan de ratrace van de internationale concurrentie. Het gevolg is dat de prijzen verder onder druk komen te staan en dat het gesubsidieerd dumpen op de wereldmarkt gewoon doorgaat. Dit is erg voor de boeren in de Derde Wereld, die daardoor hun eigen produkten niet kwijt kunnen, maar ook voor het voortbestaan van de Nederlandse boeren, die hun inkomen steeds verder aangetast zien. Momenteel leeft, zelfs met de neveninkomsten mee-gerekend, 23 procent van de boerengezinnen onder het minimum. Het aantal boeren neemt voortdurend af. Elke dag houden acht tot tien boeren het voor gezien. Verdergaande liberalisering zal massaal slachtoffers maken onder de boeren in de Europese Unie, terwijl schaalvergroting en intensivering een enorme impuls krijgen in een race zonder finish. De landbouwpolitiek is - zowel nationaal als in Europees verband en op wereldschaal - nog steeds eenzijdig gericht op vergroting van de produktie en (daarmee) op steeds lagere prijzen. Terwijl daar niet de werkelijke problemen liggen. Er wordt, ook wereldwijd, eerder te veel dan te weinig voedsel geproduceerd. En voor zover de consumentenprijs van landbouwprodukten al hoog genoemd mag worden, is dat veel meer te wijten aan de exorbitante handelsmarges dan aan de beloning van de boer. Zijn produkten kosten in de winkel vier tot zes keer zoveel als waarvoor hij ze aanlevert. Ondertussen is de maatschappelijke prijs die betaald moet worden voor de liberalisering, schaalvergroting en intensi-vering steeds hoger. Consumenten én boeren maken zich zorgen over het dierenwelzijn in de bio-industrie. Algemeen wordt aangenomen dat er een verband is tussen de intensieve veehouderij en het risico van besmetting zoals door varkenspest. Een risico dat vergroot wordt door de wereldwijde, nauwelijks controleerbare vrijhandel in diervoeding, diermeel en levende dieren. De consument maakt zich zorgen om de veiligheid van het voedsel dat hij eet. Niet ten onrechte, gezien de internationale ervaringen met dioxine-kippen en BSE-runderen en de groeiende handel in produkten van genetische manipulatie, waarvan niemand de risico’s kan overzien. Voedselveiligheid en de gezondheid van mens en dier raken ondergeschikt aan de belangen van internationale handel.
Dagelijks leggen boerenbedrijven die zich niet kunnen of willen aanpassen aan de eisen van wereldwijde ‘agro-foodbusiness’ het loodje. Het zijn met name de boerenbedrijven die niets liever zouden doen dan eerlijke kwaliteitsproducten leveren, en daarbij diervriendelijk en ecologisch verant-woord te werk gaan. Maar die kans krijgen zij niet onder het huidige landbouweconomische beleid. Integendeel, juist de gezinsbedrijven waar gewerkt wordt op menselijke maat, de minst intensieve en de minst industriële bedrijven, worden nu tot sluiting gedwongen. En met het boerengezin verdwijnt het sociale leven op het platteland en het beheer van het landschap.
Deze ontwikkeling moet gestopt worden!

= Een bloeiend sociaal leven op het platteland kan niet zonder een vitale boerenstand.

= Verantwoorde zorg voor het natuur- en cultuurlandschap is onmogelijk bij het huidige te lage inkomen van boeren, het verdwijnen van boerenbedrijven, de schaalvergroting en intensivering.

= Zorgdragen voor gezonde, veilige kwaliteitsproducten, met respect voor het dierenwelzijn en het milieu, kan niet bij een landbouwbeleid waar alleen prijsconcurrentie telt.


Daarom verklaart het platform Aarde, Boer, Consument:

= Wij willen werken aan een alternatief voor de mythe van de vrije markt, voor de marginalisering van de boerenlandbouw door de agro-food-industrie.

= Boerengezinnen moeten met eerlijk, fatsoenlijk werken een eerlijk, fatsoenlijk inkomen kunnen verdienen.

= Opkomen voor behoud van de boerengezinsbedrijven van nu, biedt ook een duurzaam perspectief voor jonge starters en (erf)opvolging, en pensioen voor de oudere generatie.

= Nederland moet zijn soevereiniteit terugkrijgen om schadelijke produkten buiten de deur te houden, in het belang van de gezondheid van mens en dier.

= Er moet een andere landbouwpolitiek komen, ook op Europees niveau. Een beleid met als kernpunt flexibele produktiebeheersing, die het aanbod in overeenstemming brengt met de vraag.


Voedselproduktie is de meest basale activiteit van de mens. Het platform Aarde, Boer, Consument zal uitdragen dat een samenleving die leeft van intensief en industrieel geproduceerde agrarische grondstoffen, verwerkt tot hapklare brokken - de fast-food samenleving - een bedreiging vormt voor onze gezondheid, voor de kwaliteit van het leven, voor onze leefomgeving en voor onze toekomst. Daarbij zoeken wij samenwerking met de consumenten, met wie wij de zorg delen over voedselveiligheid, duurzaamheid, een vitaal platteland, en een milieu- en diervriendelijke landbouw.
Het Kritisch Landbouw Beraad, het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt, de Nederlandse Akkerbouw Vakbond, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, het Steunpunt Landelijke Boerinnenbelangen en de Vereniging voor Biologisch-Dynamische Landbouw.

* * *


ONDERZOEK NAAR GENTECH GEWASSEN LIGT IN EUROPA PRAKTISCH STIL

de slapeloze nachten van de zaadmultinational-managers
De anti-gentech beweging heeft opnieuw een overwinning te vieren. Het onderzoek naar gentech landbouwgewassen is in Europa praktisch stil komen te liggen. De onmisbare veldproeven lopen meestal op niks uit omdat aktievoerders de planten uittrekken en anders doet de overheid wel moeilijk met het afgeven van vergunningen. Daar komt bij dat de weerzin van de bevolking tegen gentech zo groot is, dat de gentechsector in Europa niet rendabel is en voorlopig ook niet zal worden. Topmannen uit de wereld van de zaadmultinationals zijn teleurgesteld, geïrriteerd of ronduit kwaad. De nieuwe supertechniek die vijf jaar geleden de wereld leek te gaan te veroveren heeft hen een hoop slapeloze nachten bezorgd.
Kees Noome, biotech woordvoerder van de Nederlands/Britse zaadmultinational Advanta: "In 1991 begon Advanta met gentech proefveldonderzoek. We hadden toen één proefveld. Op het hoogtepunt, in 1996, hadden we er 40. Maar het afgelopen seizoen hadden we er nog maar eentje." De snelle afname van het aantal proefvelden geldt niet alleen voor het bedrijf van Noome: "In heel Europa zie je het zelfde beeld. Het aantal veldproeven loopt drastisch achteruit."

Die ontwikkeling heeft ingrijpende gevolgen voor het gentech onderzoek. Noome: "In de praktijk gaat het zo: je ontwerpt in het laboratorium een gewas met nieuwe eigenschappen, die ga je dan uitproberen op het veld. Vervolgens blijkt de plant niet volledig aan de verwachtingen te voldoen, dan ga je weer terug naar het laboratorium enzovoort."

Kortom zonder veldonderzoek wordt de cyclus doorbroken en komt er een einde aan dit type gentech onderzoek, ook in het laboratorium. Advanta kon dan ook niet anders dan haar gentech laboratoriumonderzoek stoppen en haar 25 onderzoekers ergens anders onderbrengen.
Simon Barber, deskundige van Europabio, een Europese koepel van biotech concerns en biotech organisaties uit verschillende landen is het volledig eens met Noome, dat het aantal proefvelden in Europa zeer sterk verminderd is. "That's absolutely true!", schettert het door de telefoon, "it is dramatic". Hij stuurt me via e-mail een grafiek waaruit blijkt dat het aantal proefvelden in Europa van ruim 240 in 1997 inzakte tot ongeveer 40 in 2001, een afname van ruim 80 procent.
Rob Janssen, directeur van de Niaba, de Nederlandse koepel van grotere en kleinere biotech firma's probeert nuchter te blijven. "Het aantal veldproeven in Nederland is teruggelopen tot enkele en er worden nauwelijks nieuwe vergunningen aangevraagd", reageert hij onderkoeld. Om er vervolgens venijnig aan toe te voegen: "Dat laatste komt omdat minister Pronk niet volgens de wet handelt en de aanvragen traineert." Ook volgens Janssen is het totaal aantal proefvelden in Europa fors afgenomen.
Een 'biotechnologist' van de Rabo-bank, die ik vroeg of het gentech gewasonderzoek in Europa bijna stil ligt, nu er praktisch geen veldproeven meer gedaan worden, begon direkt zijn hart te luchten: "Ja, dat klopt. Er zijn zo veel protesten. Greenpeace lobbyt en jongeren steken proefvelden in brand of ploegen ze onder, en milieugroepen zijn tegen en globaliseringsgroepen, met allemaal hun eigen motiveringen.

Er is een angst voor genetische modificatie. Dat komt omdat de eerste produkten door Monsanto op de markt gebracht zijn met herbicide-resistentie. En als je daar dan het beeld tegenover zet van 'arme boeren die geïmperialiseerd worden door grote concerns', dan kan je de emoties wel begrijpen. (..) De agribiotechnolgie in Europa maakt een hele moeilijke tijd door."

Door een misverstand ten gevolge van een krakende mobiele telefoon dacht de Rabo-man dat ik voor een intern blad van de bank schreef. Toen hij erachter kwam dat ik voor de buitenwereld bezig was, begon hij te stotteren en smeekte me bijna zijn naam en de naam van zijn afdeling niet te vermelden.
Siemen de Jong, woordvoerder biotechnologie van de zaad- en landbouwgif-multinational Aventis: "Die sombere visie van de heer Noome van Advanta, die deel ik wel." Ook is hij het met hem eens dat zonder veldproeven het hele gentech gewasonderzoek stil valt, omdat je telkens van het laboratorium naar het veld gaat en weer terug. "Dat is zo. Je moet de nieuwe variëteiten onder praktijkcondities uitproberen."
Ook Oscar Goddijn, algemeen directeur van het Leidse gentech researchinstituut Syngenta Mogen, en Jan Madlener, communicatie manager biotechnologie van Syngenta Seeds bevestigen dat het gentech gewasonderzoek in Europa nauwelijks voortgaat nu er nog maar zo weinig veldproeven gehouden worden.

Terugblik
Bij een in memoriam past het terug te blikken. Wat heeft gentech de zaadconcerns gebracht? Een hoop kopzorgen. Neem bijvoorbeeld Advanta. Mei 2000 was deze multinational het middelpunt van een internationaal gentech schandaal. De Canadese tak van het bedrijf had aan ongeveer 600 boeren in Engeland, Frankrijk, Duitsland en Zweden zaad van koolzaad verkocht dat licht verontreinigd was met een genetisch gemanipuleerde variant.

De Franse minister-president Jospin kwam met een verklaring dat de koolzaadplanten vernietigd moesten worden. De grote Franse organisatie van kleine boeren, de Confédération Paysanne riep op geen zaad meer te importeren uit landen waar gentech gewassen verbouwd worden, vanwege het gevaar van

gentech besmetting. Britse parlementariërs van links en rechts eisten schadevergoeding voor de boeren en Greenpeace Duitsland deed aangifte omdat de verkoop van gentech koolzaad in Europa illegaal is. Begin juni verklaarde Advanta dat zij de gedupeerde boeren schadeloos zou stellen.

Het zeer gematigde Nederlandse landbouwweekblad Boerderij vond het nodig het zaadconcern eens flink de oren te wassen: "Bedrijven die werken met genetisch gemodificeerde gewassen zeggen dat ze er alles aan doen om problemen met deze gewassen te voorkomen. (..) Buiten Nederland verwekte zaadveredelaar Advanta opschudding. (..) Nu binnen Europa sprake is van het invoeren van een eenprocents-tolerantiegrens van transgene gewassen in traditionele gewassen, grijpt Advanta dat aan om te verkondigen dat een kleine vervuiling nog wel verantwoord is. Dit soort uitvluchten komt echter de geloofwaardigheid van biotechnologie niet ten goede en zal het wantrouwen van de consument alleen nog maar verder voeden." [1]


Het loskrijgen van de vereiste veldproef-vergunningen is voor Advanta uitgegroeid van een bron van ergernis tot een ware nachtmerrie. Zo ontving het bedrijf half mei 2000 pas na veertien maanden treuzelen van minister Pronk uiteindelijk één vergunning van de ruim vijftien die het aangevraagd had. Een geïrriteerde Noome: "Het teeltseizoen is inmiddels al lang begonnen. (..) We dreigen daarom weer een jaar te verspillen."

Tot overmaat van ramp vocht Greenpeace samen met twee Amsterdammers deze vergunning prompt met succes aan bij de Raad van State. Het hoogst bestuurlijke rechtscollege was het met de milieuorganisatie eens dat niet nauwkeurig genoeg aangegeven stond waar het proefveld zich bevond. Om de chaos compleet te maken trokken de ministers Pronk en Brinkhorst half juni 2001 om dezelfde reden zeven reeds verleende vergunningen aan Advanta in. Als klap op de vuurpijl wezen de beide ministers een week later met hetzelfde argument alle aangevraagde vergunningen die nog niet behandeld waren af. [2]


Met de veldproeven waar Advanta wel toestemming voor gekregen heeft is ook het nodige mis gegaan. Zo vernielden begin augustus 1998 ongeveer 30 aktievoerders een maïsproefveld van Advanta's dochter Sharpes in het Zuidwestengelse dorpje Dartington. Volgens het bedrijf hadden de activisten voor meer dan 600.000 pond schade aangericht. De politie arresteerde twaalf activisten. Hen hing een gevangenisstraf van maximaal tien jaar boven het hoofd.

De proef had al lang voor de aktie veel commotie veroorzaakt in de streek. Een biologische boer uit de nabije omgeving had tweemaal tevergeefs via de rechter een verbod proberen te af te dwingen en ongeveer 600 mensen hadden gedemonstreerd vlak voor het inzaaien van de gentech maïs. Naar aanleiding van de arrestaties en de uitgebreide berichtgeving in de landelijke pers kwamen opnieuw een paar honderd mensen naar een demonstratieve bijeenkomst. Een half jaar later demonstreerden nog eens honderden mensen, toen de eerste aktievoerders voor de rechtbank moesten verschijnen.



Tot ieders verrassing trok de officier van Justitie op het laatste moment de aanklacht in, omdat de Britse regering een driejarig moratorium voor gentech gewassen overwoog en daarmee te kennen gaf te twijfelen aan de veiligheid van genetische manipulatie. De aktievoerders vermoedden echter dat justitie wilde voorkomen dat de jury hen vrij zou spreken en daarmee een vrijbrief af zou geven voor het vernielen van proefvelden overal in het land. [3]

Gefeliciteerd
Het vernielen van proefvelden is overigens meer dan een symbolische daad. Het gebeurt in Europa op zo'n grote schaal dat het onderzoek naar genetische manipulatie bij landbouwgewassen hierdoor in ons werelddeel serieus in de problemen is geraakt. Noome van Advanta: "In Engeland en Frankrijk worden zowat alle veldproeven kapot gemaakt. Dat is dramatisch. In Engeland komen ze bijvoorbeeld met een grote maaimachine en dan maaien ze alles plat. Zo op die manier. En dan spreekt de rechter de activisten vrij, omdat ze het uit volle overtuiging doen. Dat zou ik een bijna enge uitspraak willen noemen. In Nederland werden het afgelopen seizoen de helft van de proefvelden vernield."
Ondertussen is genetische manipulatie zo vaak en zo negatief in het nieuws geweest de afgelopen jaren, dat de publieke weerzin aanzienlijk is. En dat heeft gevolgen. Al in het jaarverslag van 1999 meldde Cosun, het Nederlandse moederbedrijf van Advanta: "Door de kritische houding van het publiek tegenover genetisch gemodificeerde producten bleven de afzet en prijzen ver beneden de verwachtingen." En nog onlangs verklaarde Noome gedesillusioneerd: "De komende vijf tot tien jaar is er geen droog brood te verdienen met ggo-gewassen in Europa. (..) De consument heeft hier in het algemeen geen enkele interesse voor genetisch gemanipuleerde produkten. (..) Dan is het commercieel niet realistisch meer om ermee door te gaan." [4] Advanta trekt zich daarom in Europa volledig terug uit gentech.
De opvallendste illustratie van de wanhoop van de zaadconcerns is het besluit van Aventis om haar genetisch gemanipuleerde snijmaïs niet op de markt te brengen; terwijl zij toch alle procedures doorlopen heeft en voor Nederland over alle vergunningen beschikt. Siemen de Jong, woordvoerder biotechnologie van het bedrijf: "We zouden morgen kunnen starten met de introductie (..) Maar je moet je drommels goed afvragen wat het beste moment is om zoiets te introduceren. U weet wel dat er veel discussie is ... "
De strijd tegen biotech is nog lang niet volledig gestreden. Op ruim veertig miljoen hectaren in de USA, Canada en Argentinië staan gentech gewassen. [5] De Verenigde Staten blijven bij de Europese Unie en bij ontwikkelingslanden alsmaar aandringen op toelating van hun genetisch gemanipuleerde landbouwprodukten en ook zijn er in Amerika nog steeds erg veel proefvelden. Verder sluipen gentech produkten via diervoeding ons voedsel nu al binnen en gaat de geneesmiddelen-industrie wereldwijd in volle vaart door met genetische manipulatie.

Toch valt er iets te vieren voor de hele anti-gentech beweging, van keurige lobbyisten van milieuorganisaties tot in het duister opererende proefveldvernielers, van radicale boeren tot genuanceerde politici met een kerkelijke achtergrond: de ontwikkeling van genetisch gemanipuleerde voedselgewassen ligt in Europa praktisch stil. Gefeliciteerd!



ADVANTA
Met een jaaromzet van ruim 400 miljoen Euro in 2000 is Advanta het zesde grootste zaadbedrijf ter wereld, na DuPont (USA), Monsanto (USA), Syngenta (Zwitserland), Groupe Limagrain (Frankrijk) en Grupo Pulsar (Mexico). [6]

Het bedrijf veredelt, produceert, behandelt, bewaart, verkoopt en distribueert zaden van belangrijke landbouwgewassen als maïs (in 2000 42 procent van de omzet), suikerbiet (16 procent), en zonnebloem en koolzaad (samen 10 procent). Ook heeft Advanta verschillende groentesoorten en allerlei grassen.

Het concern heeft verkoopafdelingen in 24 landen op alle continenten. De belangrijkste afzetgebieden zijn Noord-Amerika (52 procent van de omzet in 2000), Europa (38 procent) en Zuid-Amerika (3 procent).

Ongeveer 40 procent van de ruim 2500 personeelsleden houdt zich bezig met de produktie en de behandeling van de zaden, 30 procent met onderzoek en 20 procent met verkoop. [7]


Advanta is in 1996 ontstaan uit een samensmelting van het Nederlandse zaadbedrijf Van der Have en de zaadtak van het Britse Zeneca. Het bedrijf is voor de helft eigendom van het Nederlandse Voedingsconcern Cosun (de voormalige Suikerunie) en de Engelse landbouwgif/geneesmiddelengigant AstraZeneca. [8] Via het Britse moederbedrijf heeft Advanta een nauwe band met Syngenta, de grootste producent van bestrijdingsmiddelen in de wereld en het derde grootste zaadconcern. Het hoofdkantoor van Advanta staat in Kapelle, Zeeland.
Advanta is de kleinste van de zes bedrijven die de produktie van gentech landbouwgewassen wereldwijd bijna volledig in handen hebben. [9] Haar onderzoek richt zich op het inbouwen van een gen voor resistentie tegen een onkruidverdelger van Monsanto (RoundUp) of Aventis (Liberty) [10], soms in combinatie met een tweede gen, bijvoorbeeld tegen een bepaalde virusziekte. [11]
In Europa is Advanta bijna volledig gestopt met gentech onderzoek zowel in het laboratorium als op proefvelden; alleen in het Belgische Tienen is zij nog bezig met gentech suikerbieten. Dit onderzoek staat echter op een laag pitje. In Noord-Amerika vindt nog wel gentech onderzoek plaats. Een paar jaar geleden ging ongeveer tien procent van het onderzoeksbudget op aan gentech research. Met het stilleggen van het Europese onderzoek is dit aandeel nu tot globaal vijf procent gezakt.

In Noord-Amerika verkoopt Advanta genetisch gemanipuleerde maïs en in Canada ook nog gentech koolzaad. In totaal bedraagt de verkoop van gentech zaden ongeveer tien procent van de wereldomzet van de firma. In Europa verkoopt het concern geen genetisch gemanipuleerde zaden. [12]


Terwijl de firma in 2000 ruim veertig miljoen gulden verlies maakte, kregen de beide directeuren een 'extraatje' van ruim vijf ton per persoon, bovenop hun salaris. [13]

Noten

1. * 'MP's demand destruction of GM rape crop' in Independant van 19 mei 2000; www.gene.ch/gentech/2000/May/msg00076.html,

* 'Organic farmers threaten to sue over crops blunder' in Independant van 19 mei 2000; www.gene.ch/gentech/2000/May/msg00076.html,

* 'France decides to destroy GM rapeseed crops'; krantebericht gebaseerd op Reuters; www.gene.ch/gentech/2000/May/msg00110.html,

* 'Nieuwsoverzicht' in Het Financieele Dagblad van 26 mei 2000,

* 'Frankrijk eist schadevergoeding van Advanta' in Het Financieele Dagblad van 30 mei 2000,

* 'Compensatie voor boeren die onbedoeld genzaad uitzaaien' in Het Financieele Dagblad van 5 juni 2000,

* 'Biotechbedrijven voeden wantrouwen consument' in Boerderij - onafhankelijk weekblad voor de landbouw; Elsevier Bedrijfsinformatie BV; Doetinchem; 20 juni 2000.

2. * 'Pronk geeft groen licht voor suikerbiet Advanta' in Het Financieele Dagblad van 11 mei 2000,

* 'Ministers geven geheim proefveld op na protest' in Het Financieele Dagblad van 19 juni 2001,

* 'Advanta dreigt Nederland te passeren voor gmo-proeven' in Het Financieele Dagblad van 20 juni 2001,

* 'Einde proeven met genetische organismen' in Het Financieele Dagblad van 26 juni 2001.

3.'Protesters are cleared over gene crop raid' in The Times; Susie Steiner; Londen; 30 maart 1999. De tekst van dit kranteartikel en van verschillende andere kan je vinden in www.gene.ch/info4action/1999/Mar/msg00126.html

4. * 'Biotech-bedrijven vertrekken uit Nederland' in Nieuwsbrief Biotechnologie; Projectgroep Biotechnologie Productschappen; www.agro.nl,

* 'Advanta stopt met gentech - onderzoek naar genetisch veranderde gewassen verdwijnt uit Nederland' in Trouw; 12 januari 2002,

* 'Advanta Seeds staakt proeven gen-gewassen' in NRC; 12 januari 2001.

5. 'Speed Bump or Blow-Out for GM Seeds? - stalling markets, taco debacle & biotech bail outs'; Rafi; 21 december 2000; www.etcgroup.org

6. 'Globalization, Inc. - concentration in corporate power: the unmentioned agenda'; ETCgroup; juli/augustus 2001; www.etcgroup.org Zeer informatief artikel!

Opmerkingen: Monsanto is voor 85 procent eigendom van Pharmacia. ETCgroup heette tot voor kort RAFI.

7. De gegevens van de laatste drie alinea's heb ik ontleend aan: 'Advanta key figures & addresses 2000' van Advanta en Advanta Annual Report 2000; Advanta B.V.; Kapelle, 2001.

8. Advanta Annual Report 2000; Advanta B.V.; Kapelle, 2001.

Opmerking: de afdeling landbouwgif van AstraZeneca is in 2000 opgegaan in Syngenta (Zwitserland), dat voor 39 procent eigendom is van AstraZeneca en voor de rest van Novartis.

9. Uitgaande van een Advanta's omzet in gentech zaden van ongeveer 40 miljoen Euro en een wereldomzet van $ 2,5 miljard dollar kom ik op een aandeel in de wereld gentech zadenmarkt van globaal 1,5 procent. ETCgroup vindt Advanta in genetisch gemanipuleerde zaden zo klein dat ze haar niet meer vermeldt als gentech bedrijf.

10. Monsanto is de tweede grootste producent van landbouwgif in de wereld; Aventis is nummer drie op de wereldranglijst en sinds kort onderdeel van Bayer CropScience.

11.Corporate Watch; www.corporatewatch.org.uk

12. Persoonlijke mededeling Kees Noome, biotech woordvoerder van Advanta; 22 januari 2002.

13. Advanta Annual Report 2000; Advanta B.V.; Kapelle, 2001; pagina 5 en 12.

* * *


OPENLIJK VERZET EN HEIMELIJKE SLIMMIGHEIDJES

TEGEN WTO-LANDBOUWPOLITIEK

regeringen stribbelen tegen
De vernietiging van het boerenbestaan vreet in een razend tempo door, overal in de wereld. Zo verdween in de afgelopen zes jaar dat Finland lid is van de Europese Unie, de helft van de boerderijen. De EU heeft altijd al schaalvergroting opgedrongen aan de landbouw, maar zij doet er in het kader van de WTO nog een schepje bovenop. De Finse filmmaker Veikko Aaltonen bezocht jarenlang verschil-lende boerengezinnen en maakte een sobere documentaire van meer dan twee uur over hun leven. Op aangrijpende wijze laat hij zien hoe het is om op het land en met de dieren te werken, hoe alle boeren zoeken naar mogelijkheden om het hoofd boven water te houden, hoe ze protesteren tegen de Europese regels en hoe heel wat van hen kopje onder gaan. In een nagesprek over deze documentaire kreeg deze nuchtere Fin het te kwaad. Met een door tranen verstikte stem sprak hij: "The countryside is dying, the countryside is dying." [1]
Een ander, tamelijk willekeurig voorbeeld is de decimering van de Portugese melkveehouderij. In de afgelopen tien jaar legde tweederde van de melkveebedrijven het loodje. De komende tien jaar zal het restant minstens gehalveerd zal worden. En dat terwijl de zuivelconsumptie in dat land met sprongen omhoog gaat. [2]
Ook de boeren in de Derde Wereld zullen het de komende jaren niet makkelijker krijgen. Hoewel de nieuwe WTO-onderhandelingsronde de fraaie naam 'Develop-ment Round' meegekregen heeft, blijft de verwoestende dumping van de Amerikaanse en Europese landbouwprodukten onverminderd doorgaan. [3]

Kritiek en verzet
Gelukkig is er ook verzet. Bijvoorbeeld in Mexico. In juli blokkeerden 5000 landarbeiders van de suikerrietplantages overheidsgebouwen in Mexico-stad. Kleine boeren en landarbeiders in de noordwestelijke deelstaat Sinaloa zetten benzine-stations af, waarop de deelstaat-regering de noodtoestand uitriep. Begin augustus sloten boerenorganisaties grensovergangen in de noordelijke deelstaat Chihuahua af voor maïstransporten uit de VS, blokkeerden rijstboeren in de oostelijke deelstaat Campeche benzinestations en demonstreerden duizenden campesino's in het centrum van Mexico-stad. Ondertussen kampeerden daar nog steeds honderden suikerriet-landarbeiders op de trottoirs. De eisen waren telkens weer dat de regering eindelijk moet luisteren naar de kleine boeren en landarbeiders, hen moet beschermen tegen de goedkope importen uit de Verenigde Staten in het kader van de NAFTA en hen daadwerkelijk moet steunen met subsidies nu de landbouwprijzen absurd laag staan. [4+] Zo daalden de maïsprijzen de afgelopen drie jaar met de helft. Sinds 1994, toen de NAFTA van kracht werd, verloren 400.000 maïsboeren hun bestaan. De prijs van tortilla's ging niet omlaag.

Ondertussen komt bijna de helft van al de maïs die Mexico nodig heeft voor tortilla's, veevoer en de produktie van fructose uit de USA. [5] Fructose is een zoetstof die suiker vervangt bijvoorbeeld in frisdranken. Zij is de helft goedkoper als rietsuiker en bederft dus de rietsuikermarkt. Fructose voor Mexico wordt gemaakt uit goedkoop VS-maïs in fabrieken die in de Verenigde Staten staan of in Mexico zelf. Zowel over de maïs als over de fructose hoeven de Verenigde Staten van de NAFTA en de WTO geen invoerheffingen te betalen. Echter het overschot aan rietsuiker, waar Mexico nu mee zit te kijken, mag Mexico niet vrij exporteren naar de Verenigde Staten, hoewel dat eerder wel afgesproken was. [6+]


Bij de parlementsverkiezingen in Polen in september was de 'boerenkwestie' een hot item. [7] Dat is niet zo vreemd voor een land met een grote boerenbevolking, dat in 2002 definitief moet besluiten of zij zich wel of niet wil aansluiten bij de Europese Unie.

Een kwart van de Poolse bevolking bestaat uit boeren, die meestal maar een kleine boerderij hebben. Ongeveer de helft van alle boerenbedrijven produceert bijna alleen voor eigen gebruik. Als Polen zich in 2004 bij de Europese Unie wil aansluiten, zal binnen enkele tientallen jaren negentig procent van de landbouwbedrijven over de kop gaan. Wat dit voor het platteland betekent, waar 13 miljoen Polen wonen, laat zich raden.

De grote overwinnaar van de verkiezingen was de radikale boerenpartij 'Zelfverdediging' van boerenleider Lepper, die geregeld wegen blokkeert met tractoren. Deze 'splintergroepering' behaalde 10 procent van de stemmen. Hoewel deze boerenpartij niet in de regering kwam heeft de nieuwe landbouwminister wel degelijk met haar standpunten rekening te houden. De minister, afkomstig uit de gematigder boerenpartij PSL, wordt door zijn achterban goed op de vingers gekeken.

Bij de kabinetsformatie hebben de partijen afgesproken dat Polen niet tot iedere prijs lid zal worden van de EU. De Poolse onderhandelaar bij de EU stelt zich dan ook hard op. Wat de landbouwdeskundige Bovée van de Nederlandse ambassade in Warschau doet verzuchten: "Wederzijds begrip lijkt nu nog te ontbreken. Polen vraagt veel en geeft weinig." Ook is het nog maar de vraag of de Poolse bevolking in het beloofde referendum zal kiezen voor aansluiting. Was bij een opiniepeiling in november nog ruim 60 procent voorstander, een maand later was dit percentage gezakt tot onder de 50.



WTO-regels omzeilen en negeren
Het is begrijpelijk dat boeren en landarbeiders in allerlei landen in verzet komen en dat politieke partijen begrip tonen. Opvallender is dat tal van regeringen meestal heimelijk, maar soms ook openlijk de EU- of WTO-regels bedoeld om agro-multinationals vrij spel te geven bekritiseren, omzeilen of zelfs negeren.

Zo heeft de Mexicaanse regering, dwars tegen de neo-liberale stroom in, de helft van de suikerindustrie onteigend en weer tot staatsbedrijf gemaakt. Terwijl deze pas eind jaren tachtig geprivatiseerd waren. Maandenlange acties van suiker-arbeiders met bezettingen van overheidsgebouwen op tal van plaatsen in het hele land vanwege achterstallig loon noopten de regering tot deze stap. De regering beweert dat ze de bedrijven na een grondige opknapbeurt over anderhalf jaar weer gaat verkopen aan binnenlandse of buitenlandse bedrijven. Maar deskundigen vragen zich af of dat er ook echt van zal komen, gezien de lage suikerprijzen ten gevolge van de overproduktie.[8]

Verder blijft de Mexicaanse regering 15 tot 55 procent invoerbelasting heffen op fructose, hoewel het NAFTA-panel dit veroordeelde in augustus en ook de WTO-geschillencommissie in oktober. Amerika heeft nu het recht om handelssancties te treffen, maar niettemin houdt Mexico haar poot stijf. [9]
Ook de Indonesische regering besloot haar suikerrietboeren te hulp te schieten, ook al moest ze daarbij het neoliberale dogma van verlaging van importheffingen even vergeten. Zij besloot de invoerbelasting voor suiker van de huidige 20 à 25 procent te verhogen tot 65 procent. [10]
De Poolse regering en het Poolse parlement stribbelen openlijk tegen nu de Europese Unie eist haar grenzen te openen ten koste van de kleine boeren. Zo eist Polen van de Europese Unie een overgangstermijn van 18 jaar voordat buitenlandse boeren en bedrijven in Polen landbouwgrond kunnen kopen. Terwijl de EU 7 jaar als standaardnorm hanteert. De nieuwe Poolse regering laat duidelijk merken wel voor toetreding te voelen, maar dan wel 'op onze voorwaarden'.

In juni besloot het Poolse parlement 8 jaar gevangenisstraf te zetten op het importeren van voedsel gemaakt van genetisch gemanipuleerde landbouw-produkten. Polen is daarmee aanzienlijk minder tolerant tegenover genetische manipulatie dan de Europese Unie. [11]

Verder zijn Poolse parlementariërs bezig Cargill te dwarsbomen bij haar plannen fructose te gaan produceren in dat land. Vanzelfsprekend omdat dit zoetmiddel de Poolse bietsuikerprijs omlaag zal halen. De Nederlandse ambassade in Warschau waarschuwt: "Dit is een signaal dat buitenlandse ondernemers moeten oppassen met investeringen in Polen." [12]
In India zijn regering en parlement bezig met een wet op zaaizaden, waarin ook de import van landbouwzaad geregeld wordt. Opvallend is dat volgens deze nieuwe wet boeren zonder enige beperking het recht hebben een gedeelte van de oogst te bewaren als zaaigoed voor het volgende jaar. Ook het ruilen en delen van zaad met andere boeren is volledig vrij. Deze wet zal agro-multinationals als Monsanto een doorn in het oog zijn, omdat zij boeren juist willen verbieden zaad over te houden.

Ook gaat India een instantie opzetten (Plant Varieties and Farmers' Rights Protection) om inheemse medicinale planten en variëteiten van landbouwgewassen zorgvuldig te beschrijven om te voorkomen dat agro- en geneesmiddelen-multinationals zich hiervan meester maken door ze te patenteren. [13]


In andere landen bloeit juridische creativiteit op bij het zoeken naar wegen om de eigen boeren een steuntje in de rug te geven. Zo heeft Taiwan, dat net lid geworden is van de WTO een geavanceerd quarantainesysteem op poten gezet om de veiligheid van importvoedsel 'nauwkeurig' te bestuderen. Landbouwdeskundige Steemers van de Nederlandse ambassade te Seoul geeft als commentaar: "Waar het in het kort op neer komt, is dat de export van landbouwprodukten naar Taiwan in eerste instantie weliswaar goedkoper, maar tevens lastiger zal worden. Goedkoper, doordat de invoerrechten geleidelijk verlaagd zullen gaan worden. Lastiger, doordat er vanuit de politiek dringende signalen aan het apparaat zullen uitgaan om hindernissen tegen ongelimiteerde importen op te werpen. Het eerste signaal is met het quarantainesysteem al gegeven. Deze hindernissen zullen met name gericht zijn op die produkten die men zelf ook produceert. En die men dus, naar de mening van de gedupeerde boeren, niet nodig heeft, ook al kosten ze maar de helft van het lokale produkt en ook al zijn ze in alle opzichten veiliger voor de volksgezondheid."[14]

Zuid-Korea pakt het belemmeren van de landbouwimporten nog wat grondiger aan. Volgens een driftige Steemers wordt daar "elke invoer van landbouwprodukten, nadelig of juist niet, uit alle macht met de meest oneigenlijke middelen gehinderd". [15]


Noten

1. Maa (Earth); Veikko Aaltonen; Finland, 2001. Documentaire van 140 minuten, vertoond op het 14th International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA). Er zijn ook twee kortere versies beschikbaar.

2. 'De Portugese melkveehouderij en zuivelindustrie' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; Gerard de Vent, Landbouwraad aan de Nederlandse ambassade te Madrid; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; oktober 2001; pagina 5-8.

3. * 'Joint Statement of NGO's and Social Movements'; 14 december 2001; een verklaring van 50 organisaties uit Azië, Europa, Noord- en Latijns-Amerika en Afrika, opgesteld tijdens een evaluatie-vergadering van de WTO-top in Qatar. Zie: www.twnside.org.sg

* 'WTO Agreement on Agriculture Devastating for US Farmers - farm policy at home contradicts US demands at WTO meeting'; Instute for Agriculture and Trade Policy; 12 november 2001; www.wtowatch.org

* 'Press Statement by 'Friends of the Development Box''; Doha, 10 november 2001; www.wtowatch.org Deze groep bestaat uit regeringsvertegenwoordigers van 14 landen uit het Zuiden.

4. 'NAFTA' staat voor North American Free Trade Agreement. Dit handelsverdrag tussen de VS, Canada en Mexico werd op 1 januari 1994 van kracht. Precies op die datum begonnen de Zapatista's hun indianen-opstand in de zuidoostelijke deelstaat Chiapas voor een grotere economische en culturele onafhankelijkheid. De NAFTA kan je zien als een proeftuin voor de WTO.

5. * 'Mexican Farmers Feeling Ignored' in The Deseret News; Salt Lake City, 28 juli 2001; gebaseerd op persberichten van Associated Press.

* 'Squeezed by U.S. Corn - Mexican farmers fault NAFTA for low-cost imports' in Chicago Tribune; Teresa Puente; 3 augustus 2001.

* 'Mexican Farmers Take to Streets to Protest to Protest Free Trade, Demand Crop Subsidies in The Dallas Morning News; Brendan M. Case; 9 augustus 2001.

* 'Mexico Wil Bijstelling NAFTA-afspraken'; Het Financieele Dagblad; 10 augustus 2001.

6. 'Regering grijpt in in suikersector' en 'zetmeelsuikers blijven een steen des aanstoots' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; oktober 2001; pagina 13.

Uit deze twee artikelen: "De suikersector is een belangrijke bron van werkgelegenheid, vooral op het platteland. Er zijn 150.000 suikerriettelers en 340.000 werknemers in de industrie. Naar schatting gaat het met de indirecte werkgelegenheid om 3,5 miljoen arbeidsplaatsen. Suiker is daarmee politiek gevoelig.

(..) de concurrentie van maïssuikers (HFCS, High Fructose Corn Syrup). Jaarlijks wordt daarvan 600.000 ton geïmporteerd uit de VS. Daarnaast wordt er lokaal nog eens 300.000 ton geproduceerd op basis van uit de VS geïmporteerde (heffingvrije) maïs. Het Mexicaanse produktie-overschot van suiker is van dezelfde orde: 600.000 tot 1 miljoen ton per jaar. (..) Volgens Mexico zou het produktieoverschot van suiker volgens het NAFTA-verdrag heffingvrij naar de VS moeten kunnen worden geëxporteerd. De VS bestrijdt dit en kent slechts een heffingvrij tariefquotum toe van maximaal 136.000 ton. (..) In NAFTA-verband zijn geen afspraken gemaakt over beperkingen aan de export naar Mexico van HFCS."

7. * Artikelen uit Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness:

= 'UNDP-rapport over plattelandsontwikkeling'; A.C.J. Bovée; Landbouwraad aan de Nederlandse ambassade te Warschau; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; juli 2001; pagina 19,

= 'Wachten op nieuwe regering voor EU-onderhandelingen'; A.C.J. Bovée; Landbouwraad aan de Nederlandse ambassade te Warschau; oktober 2001; pagina 25,

= 'Landbouwproduktie van veel boeren is klein'; A.C.J. Bovée; Landbouwraad aan de Nederlandse ambassade te Warschau; oktober 2001; pagina 25,

= 'Draft Common Position landbouw nu compleet'; A.C.J. Bovée; Landbouwraad aan de Nederlandse ambassade te Warschau; november 2001; pagina 22,

= 'Wachten op doorbraak in EU-onderhandelingen'; A.C.J. Bovée; Landbouwraad aan de Nederlandse ambassade te Warschau; december 2001; pagina 25 en 26,

= 'Doorbraak in landbouwonderhandelingen EU-Polen'; ANP; 27 september 2000; via www.agriholland.nl

* Uit Het Financieele Dagblad:

= 'Poolse boer vreest concurrentie EU-collega's'; 4 oktober 2000; via www.agriholland.nl

= 'Onzeker of Polen nog EU-lid wordt'; Hans van de Meulen, Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael; 9 oktober 2001.

= 'Tegenwind voor nieuwe regering Polen; Ekke Overbeek; 15 oktober 2001.

8. 'Regering grijpt in in suikersector' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; oktober 2001; pagina 13.

9.'Antidumping heffingen op HFCS uit VS blijven van kracht' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; J.A. Landstra, Landbouwraad aan de Nederlandse ambassade te Mexico; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; december 2001; pagina 15.

10. Zonder titel in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; F.A.G.M. Claassen, Landbouwraad aan de Nederlandse ambassade te Jakarta; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; december 2001; pagina 17.

11. 'Invoer ggo's streng verboden' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; A.C.J. Bovée, Landbouwraad bij de Nederlandse ambassade in Warschau; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; juli 2001; pagina 20.

12. 'Problemen suikersector' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; A.C.J. Bovée, Landbouwraad bij de Nederlandse ambassade in Warschau; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; december 2001; pagina 26.

13. 'Nieuw zaaizaadbeleid' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; A. Parzer, Landbouwraad aan de Nederlandse ambassade te New Delhi; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; december 2001; pagina 16.

14. 'Taiwan toegetreden tot WTO: 't is eindelijk een feit ...' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; Walter Steemers, Landbouwraad aan de Nederlandse ambassade in Seoul; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; december 2001; pagina 6.

15. idem.

* * *






1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina