Pagina Inleiding 4 Wat is Thuisfront, eerste hulp bij huiselijk geweld 5



Dovnload 79.92 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte79.92 Kb.



Eerste hulp bij huiselijk geweld

Thuisfront


Thuis in elke gemeente

Front tegen partnergeweld

Inhoudsopgave pagina

Inleiding 4

1. Wat is Thuisfront, eerste hulp bij huiselijk geweld 5

2. Regie huiselijk geweld en implementatie Thuisfront 7

3. Huiselijk geweld - integrale benadering 10
Bijlage 1 Het ontwikkelen van een visie op huiselijk geweld 12

Colofon
Uitgave Thuisfront

Auteur: E. Hummel

Eindredactie: I. Wiersma

Groningen, maart 2003


Uit dit plan mag naar hartelust, met bronvermelding, gekopieerd worden

Voor meer informatie over Thuisfront

www.thuisfront.net


Inleiding

Thuisfront staat voor de verschillende preventieprojecten die onder deze noemer zijn geïnitieerd rond het bestrijden van huiselijk geweld tegen vrouwen in Groningen, Friesland en Drenthe. Spil van het geheel is het project Eerste hulp bij huiselijk geweld in de drie noordelijke provincies, een werkwijze waarbij door tal van instellingen wordt samengewerkt om hulp te verlenen aan zowel de man als de vrouw en de eventuele kinderen.


Het project Beleidsondersteuning gemeenten bij huiselijk geweld is één van de andere deelprojecten van Thuisfront. Dit project wordt voor twee jaar gefinancierd door het Ministerie van Justitie. De belangrijkste taken binnen dit project zijn:

  • Voorlichting geven aan alle gemeenten in de drie noordelijke provincies over huiselijk geweld en hoe hier beleid op gemaakt kan worden;

  • Mede inhoud en vorm geven aan de regiefunctie van de gemeente met betrekking tot huiselijk geweld, zoals beschreven staat in de kabinetsnota Privé-geweld, publieke zaak.

Om deze taken vorm te geven is mevrouw Esther Hummel aangesteld bij Thuisfront voor de duur van het project. Deze notitie is geschreven vanuit het project Beleidsondersteuning bij huiselijk geweld. Het biedt gemeenten informatie om beleid te ontwikkelen rond huiselijk geweld. Het biedt handvatten om daarbij aan te kunnen sluiten bij de reeds ontwikkelde werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld die dit jaar in de drie noordelijke provincies wordt geïmplementeerd.


We hopen dat u de notitie met belangstelling zult lezen en ideeën opdoet voor de implementatie van beleid rond bestrijding van huiselijk geweld in uw gemeente.

Stuurgroep Thuisfront, Noord Nederland


Mevrouw M. Rozenveld, Blijf van m’n Lijf Emmen (Zorggroep Suydevelt)

Mevrouw H. Kok (Stichting Toevluchtsoord)

Mevrouw T. Stegenga (Blijf van m’n Lijf Leeuwarden)

Mevrouw K. Stabin (Fiom, district Noord)




1. Wat is Thuisfront, eerste hulp bij huiselijk geweld
De gemeenten hebben een regiefunctie gekregen in het ontwikkelen van beleid rond huiselijk geweld. Veel gemeenten moeten nog beginnen met vorm en inhoud geven aan dit beleid. Het is van belang te weten wat er al gebeurt in de regio aan bestrijding van huiselijk geweld, zodat daar bij aangesloten kan worden. In het jaar 2000 is Thuisfront in het noorden begonnen met het ontwikkelen van de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld tegen vrouwen. Nu, in het jaar 2003, ronden we de implementatie van de werkwijze in heel Groningen, Friesland en Drenthe af.
Ontstaan van Thuisfront
De drie noordelijke opvangcentra voor vrouwen hebben enige jaren geleden besloten te onderzoeken op welke wijze het geweld tegen vrouwen in een vroeg stadium kan stoppen. Samen met de Ambulante Fiom hebben ze Thuisfront opgericht als een raamwerk waarbinnen diverse projecten ontwikkeld en gecoördineerd worden met als doel geweld tegen vrouwen zo mogelijk te voorkomen en terug te dringen. Thuisfront heeft voor de verschillende deelprojecten diverse financiers, zoals de vrouwenopvang, de gemeente, de provincie, het Ministerie van Justitie en enige fondsen. Thuisfront loopt tot maart 2004.1
Definitie huiselijk geweld
Er is sprake van geweld als de integriteit van iemand wordt aangetast als gevolg van lichamelijk, geestelijk en/of seksueel geweld. Wanneer dit van de (ex)partner tegen de (ex)vrouw plaatsvindt gaat het om huiselijk geweld (ook wel partnergeweld genoemd)2. Binnen het project Eerste hulp bij huiselijk geweld tegen vrouwen is een handelings-protocol vastgesteld door de deelnemende instellingen, die deze definitie van huiselijk geweld hanteren. Er is ook sprake van huiselijk geweld als een ex-partner de relatiebreuk niet accepteert en overgaat tot bijvoorbeeld stalking, en als de gevolgen van een gewelddadige relatie nog prominent in het leven van de vrouw aanwezig zijn. Het komt veel voor dat lange tijd na het verbreken van een gewelddadige relatie de gevolgen nog heel indringend zijn en (hulp bij) verwerking van belang is, wil men in een volgende relatie niet (ongewild) in een vergelijkbaar parket belanden.
Samenwerkingspartners Eerste hulp bij huiselijk geweld
Vrouwenopvanghuizen en ambulante Fiom alleen hebben niet voldoende invloed in het gezinssysteem waar partnergeweld voorkomt. Het terugdringen of stoppen van partnergeweld vraagt om een integrale aanpak. Daarom zijn verschillende organisaties gevraagd samen te werken in het terugdringen van huiselijk geweld. De partners bij Eerste hulp bij huiselijk geweld zijn: het Openbaar Ministerie, de Regiopolitie, de Reclassering, de Maatschappelijk Werk instellingen, de Vrouwenopvang, de Stichting Ambulante Fiom, de Ambulante Forensische Psychiatrie, het Advies en Meldpunt Kindermishandeling, Slachtofferhulp Nederland en het Steunpunt Bestrijding Seksueel Geweld (Friesland).
Hoe ziet de Thuisfrontwerkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld eruit
Globaal is de werkwijze als volgt. Bij de politie komt een melding van partnergeweld binnen. Zowel de man als de vrouw worden op het politiebureau uitgenodigd. De man wordt verteld dat huiselijk geweld een delict is en dat hij zo mogelijk vervolgd gaat worden. De man kan (op basis van vrijwilligheid) al iets doen. Hij kan in behandeling gaan bij de AFP. Tijdens deze behandeling leert hij verantwoordelijk te zijn voor het geweld en krijgt hij instrumenten aangereikt om met zijn agressie om te gaan. Eventueel kan een rechter deze vrijwillige behandeling meenemen in de strafmaat. Wanneer de man niet op vrijwillige basis bij het AFP in behandeling gaat kan de rechter deze behandeling opleggen.

De vrouw wordt verteld dat zij niet verantwoordelijk is voor het geweld. Zij is echter wel verantwoordelijk voor haar eigen veiligheid en voor die van haar eventuele kinderen. Zij kan in behandeling gaan bij het AMW. Wanneer zij het geweld nog niet heeft gemeld bij de politie, zal het AMW haar motiveren dit alsnog te doen. Met haar wordt besproken hoe te handelen in geval van gevaar en wat haar rol is in de relatiedynamiek.

Man en vrouw tekenen een overeenkomst, waarin zij akkoord gaan met uitwisseling van gegevens tussen politie en hulpverleners.
Wat is er veranderd door deze Thuisfrontwerkwijze?

De politie heeft een veel actievere rol gekregen in het bewegen van geweldsplegers richting hulpverlening. Er vindt in werkgroepen informatie-uitwisseling plaats tussen de hulpverlenende instellingen en de politie als de geweldsplegers zich niet aan de gemaakte hulpverleningsafspraken houden. Het Openbaar Ministerie wordt er altijd bij betrokken en gaat indien nodig over tot behandeling van een zaak. Vrouwelijke slachtoffers kunnen een beroep doen op een time-out in een vrouwenopvanghuis als ze in verband met de veiligheid tijdelijk onderdak nodig hebben of wanneer ze tijd nodig heeft om te bepalen wat zij verder met haar partner wil. Als er kinderen in een gezin zijn, wordt het AMK bij de zaak betrokken. De Thuisfrontwerkwijze vereist samenwerking tussen de diverse instellingen. Deze samenwerking is vastgelegd in een overeenkomst en in een protocol zijn de rollen en handelingen van de betreffende instelling beschreven. De samenwerkende instellingen zijn vertegenwoordigd in provinciale stuurgroepen waar de stand van zaken, de ontwikkelingen en de knelpunten worden besproken en waar afstemming plaats vindt.


Pilotgemeenten
Thuisfront is gestart in de drie noordelijke provincies met pilotprojecten in verschillende gemeenten. In deze projecten is de aanpak ontwikkeld en verfijnd.

Voor Groningen is op 1 oktober 2001 gestart in de gemeenten: Hoogezand, Slochteren, Uithuizen, Ten Boer, Loppersum, Bedum en Groningen.

In Friesland is op 1 november 2001 gestart in de gemeenten: Dongeradiel, Tytsjerksteradiel, Dantumadiel, Kollumerland en Achtkaspelen.

In Drenthe is in februari 2002 gestart in delen van de gemeenten: Assen en Hoogeveen.


Huidige Financiering
De verschillende deelprojecten worden met name door regionale overheden en fondsen gefinancierd. Specifieke informatie over de deelprojecten en de financiering kunt u vinden in het Projectplan Thuisfront 2e fase (financiering: pagina 34).

2. Regie huiselijk geweld - implementatie 1e hulp huiselijk geweld
De regiefunctie van de gemeente met betrekking tot huiselijk geweld
De kabinetsnota Privé geweld, Publieke zaak, van het ministerie van Justitie geeft aan dat gemeenten de volgende verantwoordelijkheden op zich zouden moeten nemen. 3


  • Het benoemen van huiselijk geweld als thema in de relevante beleidsplannen.

  • Het initiëren van samenwerkingsverbanden en het leggen van de daarvoor benodigde contacten.

  • Het toezien op het door betrokkenen beschikbaar stellen van middelen voor de uitvoering van beleid.

  • Het toezien op de totstandkoming van resultaatgerichte afspraken.

  • Het vaststellen in hoeverre de afspraken gerealiseerd zijn en wat de effecten zijn.


Implementatie Eerste hulp bij huiselijk geweld
Door het project Eerste hulp bij huiselijk geweld is in feite al een aanvang gemaakt met de invulling van bovenstaande taken. Het leggen van contacten, het beschikbaar stellen van middelen door uitvoerende partijen en het toezien op de totstandkoming van resultaatgerichte afspraken zijn al gerealiseerd.

De tijd lijkt rijp te worden huiselijk geweld bestuurlijk een duidelijke plek te geven. De (collectieve) gemeentebesturen zijn daar de aangewezen instantie voor (zie kabinetsnota). Thuisfront heeft vanuit het Ministerie van Justitie de opdracht gekregen om voorstellen te doen waar en hoe de regierol een plaats kan krijgen. Daartoe heeft de projectmedewerker van Beleidsondersteuning gemeenten bij huiselijk geweld, Esther Hummel diverse gesprekken gevoerd, onder andere met bestuurders en ambtenaren uit (pilot)gemeenten in de provincie Groningen, Friesland en Drenthe.


Bestuurlijke implementatie
Uit de gesprekken met de (pilot)gemeenten blijkt dat gemeenten de regisseursrol voor huiselijk geweld serieus nemen. Wel wordt aangegeven dat het moeilijk is de regisseursrol uitsluitend op gemeentelijk niveau vorm te geven, omdat sommige noodzakelijke (beleids)maatregelen de gemeentegrenzen overstijgen.

Zo werken bijvoorbeeld de meeste betrokken organisaties in de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld voor meer dan één gemeente of voor alle gemeenten in de provincie.

De meeste gemeenten gaven in de gesprekken dan ook te kennen dat een bestuurlijk platform zoals de GGD dit kent, voor hen een voor de hand liggende keuze is om de regierol onder te brengen. Door deze keuze zou huiselijk geweld vooral aan het beleidsterrein Volksgezondheid/ Welzijn gekoppeld worden. In dat geval is het van belang te blijven bewaken dat huiselijk geweld ook een belangrijk aspect is (of zou moeten zijn) van het beleidsterrein Veiligheid.4

Diverse gemeentes hebben in gesprekken ook aangegeven via het bestuurlijk overleg van de GGD, vorm te willen geven aan de regiefunctie op huiselijk geweld in de brede zin. Partnergeweld tegen vrouwen zou hier dan onderdeel van uit maken.

Daarnaast is ook geopperd aansluiting te zoeken bij reeds bestaande netwerken, bijvoorbeeld die op het terrein van OGGZ.
Voor Thuisfront zijn al deze opties bespreekbaar, mits implementatie van de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld gewaarborgd is. Het is – gezien de ontwikkelingen in de drie provincies – goed denkbaar dat er per provincie voor een eigen route wordt gekozen wat betreft de implementatie van de werkwijze en de bestuurlijke regie.

Wat is er nodig om de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld in stand te houden?
In brede zin moeten instellingen in staat worden gesteld hun eigen aandeel te leveren aan de procedure die volgt na melding van huiselijk geweld. De instellingen hebben een keten van hulp opgezet. Alle samenwerkende instellingen moeten qua capaciteit, deskundigheid en organisatie in staat gesteld worden hun werk te doen, eventueel met aanpassing van wet- en regelgeving. In de praktische zin betekent dit dat er een ketenregisseur (zorgcoördinator) moet komen die verantwoordelijk is voor de hulpverlening en die tot taak heeft (en de bevoegdheid krijgt) delen van de keten aan te sturen c.q opdrachten te geven om te zorgen dat de hulpverlening gewaarborgd blijft. Hij/zij is bevoegd (op het gebied van partnergeweld) deelnemende organisaties aan te sturen. Om in staat te zijn deze bevoegdheden waar te maken zal er dekking moeten zijn op bestuurlijk niveau. Hiervoor is een bestuurlijk platform nodig waarin de verantwoordelijkheid voor de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld wordt ondergebracht.
Financiering van de betrokken instellingen moet adequaat worden geregeld. (Op dit moment zijn er minstens acht verschillende financiers/geldstromen: Ministerie van Justitie, Ministerie van Binnenlandse Zaken, ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sociale Zaken, Provincie, Centrum Gemeente, gemeente en zorgkantoor.)

Daarnaast zal het project zich verder ontwikkelen. De praktische organisatie van casusbesprekingen in werkgroepen moet een andere vorm krijgen. Medewerkers moeten worden aangestuurd en er zal contact met bestuurders onderhouden moeten worden. Te denken valt bijvoorbeeld aan de aanstelling van case-managers, naast de al genoemde ketenregisseur.


Stand van zaken per provincie
Groningen

  • In Groningen zijn alle pilotgemeenten voorgelicht over het project, te weten de gemeenten; Hoogezand, Slochteren, Uithuizen, Ten Boer, Loppersum, Bedum en Groningen. In deze gemeenten draait de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld al sinds 1 oktober 2001 en is de werkwijze uitgekristalliseerd en verfijnd.

Vanaf februari is de werkwijze in het gehele politiedistrict Haren en Groningen ingevoerd, per maart wordt de regio Westerkwartier en Noord Groningen erbij betrokken en per mei wordt de werkwijze ook in de regio Oost- en Midden Groningen geïmplementeerd.

Alle gemeenten die nog niet bezocht zijn, zullen benaderd worden om een afspraak mee te maken in de komende maanden.



  • Ontwikkelingen in de provincie Groningen rond huiselijk geweld: De provincie heeft het Centrum voor Maatschappelijke Ontwikkeling5 de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar een meldpunt huiselijk geweld. Huiselijke geweld is één van de speerpunten van het provinciale beleid. De provincie stelt tevens gelden beschikbaar voor publiciteitscampagnes.

  • Tevens heeft het CMO in opdracht van de stuurgroep eerste hulp bij huiselijk geweld Groningen een nulmeting verricht naar meldingen van huiselijk geweld bij de politie. Op basis van deze meting zal in 2003 en 2004 een effectevaluatie worden geschreven over de werkwijze eerste hulp bij huiselijk geweld.

  • In Groningen draaien verschillende goed lopende OGGZ6-netwerken. Deze netwerken komen regelmatig in aanraking met huiselijk geweld. Binnen het project Eerste hulp bij huiselijk geweld proberen we de communicatie tussen de werkgroepen eerste hulp en de OGGZ-netwerken gestalte te geven.

Friesland


  • In Friesland zijn de pilotgemeenten en de gemeenten waar de Thuisfrontwerkwijze de komende maanden wordt ingevoerd bezocht. Dit zijn de gemeenten: Achtkarspelen, Dantumadeel, Dongeradeel, Heerenveen, Kollumerland, Lemsterland, Ooststellingwerf, Opsterland, Skasterlân, Smallingeland, Tytsjerksteradiel en Weststellingwerf. Daarnaast zijn nog een aantal gemeenten voorgelicht in het Integraal Veiligheidszorg overleg en is met de gemeente Leeuwarden bestuurlijk en ambtelijk gesproken.

Wanneer wordt uitgebreid naar andere politiedistricten zullen de gemeenten in deze districten bezocht worden.

  • Er zijn ontwikkelingen op het gebied van de Regiovisie Maatschappelijke Opvang/Vrouwenopvang. Er is een expertmeeting Huiselijk Geweld bijeengeroepen door het Steunpunt bestrijding Seksueel geweld op 17 december 2002. Uit de discussie gevoerd op 17 december kwam naar voren dat het thema huiselijk geweld breed gedragen wordt. Er is bereidheid om in gezamenlijkheid een aanpak te organiseren, die uiteindelijk succesvol kan zijn in het verminderen, dan wel stoppen van huiselijk geweld. Vanuit deze achtergrond is afgesproken dat een aantal organisaties, namelijk: GGD Fryslân, AMW Fryslân, de politie en stichting Blijf van m’n Lijf en de gemeente Leeuwarden met een voorstel komen ten aanzien van de organisatie van de aanpak huiselijk geweld in de provincie Friesland.

Door de aanwezigen werd meegegeven aan de gemeente Leeuwarden de andere gemeenten ook erbij te betrekken en huiselijk geweld breder te zien dan partnergeweld en daar met ontwikkelingen rekening mee te houden.

Thuisfront gaat er vanuit dat de regiovisie het raamwerk is waarbinnen het één en ander zich verder zal ontwikkelen.


Drenthe

  • In Drenthe zijn de pilotgemeenten Assen (ambtelijk) en Hoogeveen bezocht. Centrum gemeente Emmen heeft Blijf van mijn Lijf Emmen, van de zorggroep Suydevelt, toestemming gegeven om geld voor de vrouwenopvang aan te wenden voor het starten van het project Eerste hulp bij huiselijk geweld en wordt ambtelijk regelmatig op te hoogte gehouden. Daarnaast is de gemeente Meppel op de hoogte gesteld van het project en is bij een open fractievergadering van Progressief Westerveld de werkwijze toegelicht. In Beilen heeft in een commissievergadering voorlichting plaatsgevonden.

  • In de provincie Drenthe is een aantal huisartsen voorgelicht binnen een ander deelproject van Thuisfront. Huisartsen kunnen deelnemen aan een training over het signaleren van mishandeling. Hierin werkt Thuisfront samen met de Drentse Huisartsen Vereniging en het Advies en Meldpunt Kindermishandeling.

  • In dit voorjaar wordt de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld in Emmen, Meppel/deWolden en Tynaarlo geïmplementeerd. In het najaar vindt de implementatie bij de laatste groep gemeenten plaats; te weten Borger-Odoorn, Noorderveld, Midden-Drenthe, Coevorden en Aa en Hunze.

Om samen met u te kijken hoe de werkwijze ingebed kan worden in het Drentse, zult u de komende maanden op verschillende wijzen benaderd worden. Individueel zult u als gemeente worden bezocht. In het Netwerk Veiligheid zal een presentatie over Thuisfront worden gegeven, wat ook geldt voor het portefeuillehoudersoverleg Volksgezondheid. Voor de zomervakantie wordt een dagdeel georganiseerd waarin wij met bestuurders en ambtenaren willen kijken hoe we de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld in de toekomst vorm geven.

3. Bestrijding huiselijk geweld - integrale benadering
De rijksoverheid7 geeft aan dat de gemeenten de regie hebben over huiselijk geweld (thuisgeweld, privégeweld). Hieruit vloeien verschillende taken voort:

    1. Het formuleren van beleidsvisie en beleidsdoeleinden.

    2. Het verzamelen van gegevens.

    3. Het maken van (uitvoerings)plannen.

    4. Het verdelen van taken en verantwoordelijkheden voor de uitvoering.

    5. Het vaststellen en bewaken van tijdsschema’s en budgetten.

    6. Het aansturen van de evaluatie en van het beleid.

    7. Het ontwikkelen van integraal beleid.

    8. Het zorgen voor reguliere informatieoverdracht en afstemming.

    9. Het uitvoeren van onderdelen van en beleidsvisie.

De taken staan in chronologische volgorde.


Voor met deze taken aan de slag wordt gegaan is het goed om een discussie binnen de gemeente te hebben over regie; we moeten regie voeren, in hoeverre willen we dit eigenlijk? En: Kunnen we regie voeren en wat hebben we hier voor nodig.

De ervaring leert dat wanneer er tegen heug en meug iets wordt gedaan omdat 'het nu eenmaal moet', dit weinig zin heeft. Het is zinvoller te kijken wat men wil en of realisatie binnen de mogelijkheden ligt. Nieuw beleid kan ook in etappes ingevoerd worden.


Ad 1. Het formuleren van beleidsvisie en beleidsdoelen
In de ontwikkeling van beleid rond huiselijk geweld is samenwerking tussen ketenpartners vereist. Hierbij is het belangrijk helder te hebben waarom je wilt samenwerken en hoe je dit wilt doen. Alle partners moeten bij samenwerking een zelfde doel voor ogen hebben. Een zeer belangrijk element bij het bepalen en vastleggen van de visie is de communicatie hierover met alle partijen in het veld die een rol spelen op dit terrein. De gemeente kan het formuleren van een visie in overleg doen met de belangrijkste partners, maar kan er ook voor kiezen om eerst intern de grote lijnen te bepalen. In dit geval is de communicatie over het verwerven van draagvlak voor visie van het grootste belang.
Voor de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld zijn diverse samenwerkende instellingen betrokken met een concrete eigen rol. De partners zijn: het Openbaar Ministerie, de Regiopolitie, de Reclassering, de Vrouwenopvang, Stichting Ambulante Fiom, Ambulante Forensische Psychiatrie, het Algemeen Maatschappelijk Werk, het AMK, Steunpunt Bestrijding Seksueel Geweld (Friesland) en Slachtofferhulp Nederland. Met deze partners is een werkwijze afgesproken, waarin ieder een bijdrage heeft. De visie is dat het geweld moet stoppen. De partners hadden altijd al een rol in huiselijk geweld, vernieuwend is dat de krachten worden gebundeld om het geweld te stoppen. Dus niet om de vrouw bij de man weg te laten gaan, kinderen uit huis te plaatsen, man bij de vrouw vandaan te houden, nee: het geweld moet stoppen. Een samenwerkings-overeenkomst is door de partners getekend.

In de toekomst zal coördinatie en bestuurlijke verantwoordelijkheid nodig zijn. De gemeente kan hier een belangrijke rol in spelen, eventueel samen met andere gemeentes. Met sommige partners heeft de gemeente daarnaast een directe subsidie-relatie.

Naast dit project kan een gemeente een bredere visie hebben; we willen in deze gemeente huiselijk geweld voorkomen en als het toch gebeurt ervoor zorgen dat dit zo weinig mogelijk gevolgen heeft voor het leven en de ontwikkeling van betrokkenen. Dit kan verder worden uitgewerkt. Bijvoorbeeld:


  • Door te zorgen dat kinderen de kans hebben ook buiten het gezin te leren hoe men met conflicten om kan gaan. We willen er voor zorgen dat kinderen weerbaar(der) worden.

  • We willen als gemeente dat onze eerstelijns instellingen, zoals huisartsen, consultatiebureauartsen, -verpleegkundigen en maatschappelijk werkers in een eerdere instantie de symptomen van huiselijk geweld herkennen. Deskundigheidsbevordering voor docenten en/of internbegeleiders op scholen en voor mensen uit buurtnetwerken.

  • Wij willen een vrouw, die bij haar man weg wil, ondersteunen als het gaat om huisvesting, inrichting haar woning, eventueel bij het vinden van werk, voorrang geven bij kinderopvang, het vinden van psychische hulp voor de kinderen.


Ad 2. Het verzamelen van gegevens
Het verzamelen van de benodigde gegevens vormt de basis voor het ontwikkelen van elke vorm van beleid. Dit betekent niet dat elk beleidsproces dient te beginnen met een uitgebreid onderzoek. De gemeente kan het verzamelen van gegevens op verschillende manieren vorm geven, bijvoorbeeld:

  • Bestaande stukken analyseren (eigen stukken of van instellingen);

  • Gesprekken met sleutelfiguren houden;

  • Een telefonische of schriftelijke enquête onder instellingen;

  • Kwalitatief onderzoek onder burgers.

Daarnaast kan de gegevensverzameling op verschillende momenten in het beleidsproces plaatsvinden. Sommige gemeenten kiezen ervoor om het hele beleidsproces te beginnen met het inventariseren van welk aanbod, knelpunten en mogelijke oplossingen er zijn om op basis daarvan te bepalen welke richting de beleidsontwikkeling op moet gaan. Andere gemeenten stellen dat de aard en richting van de gegevensverzameling beïnvloed worden door de visie en uitgangspunten van de gemeente.

In de praktijk komt het er op neer dat gegevensverzameling vooral pragmatisch benaderd moet worden. Centraal staan de vragen: “Wat is de behoefte van de gemeente?” en “Hoe sluit het beleid het beste aan op de lokale situatie?”.
De informatie kan op verschillende momenten verzameld worden.

De werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld is bedacht op basis van informatie van beschikbare regionale en landelijke gegevens. Er is gekeken naar projecten in den lande en gekeken wat de voorwaarden zijn om een project te doen slagen; wat zijn de succes- en wat zijn de faalfactoren. Door analyse van de gegevens is een opzet gemaakt voor het project. Door evaluatie wordt het project steeds bijgesteld.

Daarnaast wordt er bijvoorbeeld in de provincie Groningen gewerkt aan een monitor huiselijk geweld, die ook in de toekomst informatie aan gemeentes kan verschaffen over aard en omvang van huiselijk geweld.
Een gemeente kan het AMW vragen bij intake te registreren of een vrouw ooit in haar leven langere tijd te maken heeft gehad met huiselijk geweld. Huisartsen kan gevraagd worden hoe vaak ze met de problematiek te maken hebben. Bij het verzamelen van gegevens moet echter wel bedacht worden dat het verzamelen een doel moet hebben. Gegevens moeten geanalyseerd worden. Wie doet dit? Soms gaat er in verhouding heel veel tijd zitten in het verzamelen van gegevens, terwijl de uitkomst slechts een indicatie van iets is. Om een beeld te krijgen van wat er speelt in een gemeente kan het handig zijn om sleutelfiguren te interviewen.
Ad 3. Het maken van uitvoeringsplannen
Ook dit onderdeel wordt weliswaar aangestuurd door de gemeente, maar het wordt niet alleen door de gemeente gedaan. De gemeente neemt wel het initiatief voor het opstellen van een richtinggevend plan. Hiervoor roept ze de partijen bijeen, zit de vergadering voor en ziet er op toe dat de plannen helder op papier worden gezet. De gemeente kan het plan zelf schrijven, maar ze kan ook onderdelen door de kernpartners laten opstellen. Dit heeft als voordeel dat het plan meer draagvlak krijgt en bovendien hebben de kernpartners op onderdelen vaak meer kennis in huis dan de gemeente.

Wat betreft de werkwijze Eerste hulp bij huiselijke geweld is natuurlijk al een plan gemaakt en zijn zaken uitgedacht.


Voor het maken van uitvoeringsplannen geldt dat betrokken partners bijeen moeten worden gebracht. Wil men een uitvoeringsplan rond kinderen maken dan zullen er bijvoorbeeld, scholen, buurtnetwerken, de lokale welzijnsinstelling, jeugdzorg, Algemeen Meldpunt Kindermishandeling, en de Onderwijs Begeleidingsdienst bij moeten worden betrokken.

Om vrouwen die hun man verlaten te ondersteunen in het opbouwen van een zelfstandig bestaan, kunnen bijvoorbeeld plannen worden gemaakt met Bijstands Maatschappelijk Werkers, integratie bedrijven en woningbouwcoöperaties.


Ad 4. Het verdelen van taken en verantwoordelijkheden voor de uitvoering
Aangezien verschillende partners vaak aan dezelfde onderdelen werken bij de uitvoering is het van groot belang dat van tevoren duidelijk wordt afgesproken wie verantwoordelijk is voor welk onderdeel. De gemeente kan het voortouw nemen in het verdelen van de taken en verantwoordelijkheden, maar de partijen hebben hier zelf ook een belangrijke rol in. De gemeente kan er wel toezicht op houden dat er duidelijke afspraken worden gemaakt en nageleefd. Soms is het nodig om tijdens het traject taken opnieuw te verdelen of verantwoordelijkheden samen te voegen.
Ad 5. Het vaststellen en bewaken van tijdsschema’s en budgetten
Bij elk plan hoort een tijdschema en een budget. Indien deze zaken niet worden vastgelegd blijven plannen mooie woorden, waar in de praktijk vaak weinig van terechtkomt. Een afspraak over tijd en geld dwingt alle partners om randvoorwaarden te treffen om de plannen te realiseren. Vaak is er een beslissing van de directie nodig om dergelijke afspraken te accorderen, waardoor het direct in de hele organisatie doordringt wat er is afgesproken en wat er moet gebeuren om dit te realiseren. Voor de voortgang van het proces is het van groot belang dat één centrale partij erop toeziet dat alle partijen zich houden aan de planning en de afspraken over budgetten. Uit de praktijk blijkt dat verzanding van de afspraken een veelvoorkomende faalfactor is voor het realiseren van een sluitende aanpak. Bewaking van de tijdschema’s en budgetten is daarmee een van de belangrijkste taken van de regisseur.

Zo kan de gemeente voor implementatie van de werkwijze “Eerste hulp bij huiselijk geweld” een ketenregisseur en eventuele case-managers (mee) financieren en ervoor zorg dragen dat instellingen zoals het AMW, die direct onder gemeentelijke verantwoordelijkheid vallen, voldoende ruimte krijgen om hun taak in de keten goed te vervullen.


Ad 6. Het aansturen van evaluatie van het beleid
Om het proces aan te kunnen blijven sturen moet de gemeente inzicht hebben in de voortgang van realisering van de plannen. De gemeente meet de voortgang daarvoor: dit kan in de vorm van tussentijdse evaluaties en een eindevaluatie. Om trends te kunnen signaleren zullen de diverse partners langere tijd dezelfde gegevens moeten registreren. Dan pas worden trends zichtbaar of kan nagegaan worden of een bepaalde aanpak werkt. Om dergelijke metingen te kunnen doen moeten de plannen en afspraken eerst vertaald worden in meetbare resultaten. Het bepalen van welke resultaten er samen worden nagestreefd gaat in samenwerking met alle betrokkenen, omdat alleen dan iedereen eraan mee zal werken om dit te realiseren. De meting van de voortgang moet die resultaten goed in beeld brengen en daarom is het van belang dat de juiste gegevens verzameld worden. De gemeente is verantwoordelijk voor het aansturen van dit proces van resultaatafspraken maken, het uitvoeren van de evaluatie en het bijsturen op basis van de verzamelde gegevens.
Ad 7. Het ontwikkelen van integraal beleid
De belangrijke beleidsterreinen als het gaat om huiselijk geweld zijn: Veiligheid, Zorg en Welzijn, Jeugd en Sociale Zaken,

Bij de beleidsontwikkeling dienen zowel de relevante gemeentelijke afdelingen, de instellingen in het veld, als eventuele cliëntenverenigingen betrokken te worden. De gemeente bepaalt zelf op welke wijze dat gebeurt en op welk moment welke partij betrokken wordt, aangezien niet iedereen overal op hetzelfde moment over mee hoeft te praten. Bij de interne afdelingen en de instellingen is het van belang om zowel het ambtelijk als het bestuurlijk niveau te betrekken. De portefeuille huiselijk geweld (of OGGZ/MO/VO) is niet alleen sectorportefeuille, maar vooral ook een coördinerende portefeuille. Om de coördinatie vorm te geven kan de gemeente één wethouder benoemen tot coördinerend wethouder of een samenwerkingsafspraak maken in het college. Op deze manier kan de samenhang in het beleid tussen de verschillende gemeentelijke afdelingen bewaakt worden. Het bepalen van het juiste moment voor afstemming met de verschillende partijen is afhankelijk van de lokale situatie. Veelal vindt voor bestuurlijke afstemming ambtelijke voorbereiding plaats. Maar het kan ook nodig zijn om eerst een bestuurlijk kader vast te leggen met randvoorwaarden voordat zaken ambtelijk kunnen worden uitgewerkt. Dit geldt ook voor het overleg met partijen buiten het gemeentelijk apparaat: soms is het beter om te beginnen met een inventariserend gesprek met zo veel mogelijk betrokkenen en soms is het beter om eerst intern de koers te bepalen voordat men met externe partijen om de tafel gaat zitten.


Huiselijk geweld is een beleidsonderwerp wat bij uitstek vraagt om een integrale benadering. Het kan nooit de verantwoordelijkheid van één afdeling zijn. Daarnaast werken de samenwerkende instanties vaak op regionaal-, provinciaal- of nog breder niveau. Gezamenlijk met collega gemeenten zal gekeken moeten worden hoe het best een samenhangend beleid rond (huiselijk) geweld kan worden opgezet en welke plaats de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld daarin kan krijgen.

Een deel van het beleid en regie rond huiselijk geweld zal dus bovengemeentelijk geregeld moeten worden. Dat nog niet duidelijk is op welke plaats de regie gevoerd gaat worden, maakt het complexer om al een gedegen beleid op gemeentelijk niveau te ontwikkelen. Toch zijn er wel degelijk beleidsonderdelen die tot de directe verantwoordelijk van een gemeente behoren. Het is goed wanneer een gemeente een kadernota huiselijk geweld schrijft. Facetten van dit beleidsstuk kunnen in andere beleidsnota’s terugkomen. Hieronder worden beleidsterreinen genoemd waar gemeenten acties op kunnen ondernemen.8



Veiligheidsbeleid


  • Onder Veiligheidsbeleid kan worden aangegeven dat de gemeente tegen elke vorm van geweld is en dat haar burgers zowel op openbaar terrein als in het private domein veilig zouden moeten zijn.

  • Er kan een beschrijving van de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld worden opgenomen, waarin expliciet de taken van de politie(agent) worden benoemd bij partnergeweld. Het lijkt ook goed om de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld, op de agenda van het driehoeksoverleg een vaste plaats te geven. Onderwerpen kunnen zijn: registratie, inzet, signalering, koppeling aan andere veiligheidsthema’s als alcoholverslaving, drugsverslaving en jeugd en veiligheid.

  • Daarnaast zou bij Veiligheidsbeleid ook geld vrijgemaakt kunnen worden voor preventie. Hierbij valt te denken aan: weerbaarheidstrainingen voor kinderen in basis-, en voortgezet onderwijs. Wanneer kinderen instrumenten in handen krijgen om met meningsverschillen om te gaan, zal er minder snel geslagen worden. Dit geldt zowel voor het publieke als het private domein. Het kan ook het intergenerationele partnergeweld tegengaan. (Kinderen die zien of weten dat hun moeder geslagen wordt hebben een grote(re) kans zelf binnen een relatie ook te gaan slaan of geslagen te worden.)



Jeugdbeleid


  • Onder Jeugdbeleid kunnen structureel weerbaarheidstrainingen opgenomen worden.

  • Daarnaast is het goed om budget op te nemen voor deskundigheidsbevordering op het gebied van partnergeweld ten behoeve van deelnemers aan buurtnetwerken, welzijnwerkers, peuterleidsters, leidsters van kinderdagverblijven, ouder-en-kind artsen en verpleegkundigen, leerplichtambtenaren en huisartsen om signalen van (partner) geweld te herkennen.

  • Buurtnetwerken moeten geïnformeerd worden waar ze terecht kunnen bij signalering van huiselijk geweld. Zorg dat een medewerker wordt aangewezen om dit te regelen.

  • Zorg voor aansluiting bij projecten "Met je vingers in je oren", die door Jeugdzorg worden aangeboden.


Volksgezondheidsbeleid (Zorg en Welzijn)

  • De werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld beweegt zich zowel op het beleidsterrein Veiligheid als op het beleidsterrein Volksgezondheid. Het is aan de gemeente om uit te maken waar het project het meest thuis hoort en omschreven zou moeten worden. Is dit onder Veiligheid? Maak dan onder Volksgezondheid een verwijzing. Is dit onder Volksgezondheid? Maak dan een verwijzing naar Veiligheid. De werkwijze kan niet zonder één van de beleidsterreinen.

  • Ook onder het beleidsterrein Volksgezondheid kan geld vrijgemaakt worden voor deskundigheidsbevordering van een deel van de personen genoemd onder Jeugdbeleid, maar ook voor huisartsen werkzaam in de eigen gemeente.

  • Het Algemeen Maatschappelijk Werk heeft een directe subsidierelatie met de gemeente. Contractueel kan vastgelegd worden dat het AMW meewerkt aan de werkwijze Eerste hulp bij huiselijk geweld. Registratie door het AMW van het aantal gevallen en de werkzaamheden kan inzicht verschaffen in het benodigd aantal uren voor de werkwijze. (Daarbij niet vergeten, dat dit niet bij voorbaat extra uren zijn. In het verleden ging ook veel tijd zitten in slachtoffers van partnergeweld). Registratie kan wel inzicht geven in de eventueel aanzuigende werking van de werkwijze en wat dit voor consequenties heeft voor de formatie van het AMW. Daarnaast geeft het ook een beeld van de problematiek in de gemeente, waar eventueel op beleidsniveau weer op ingesprongen kan worden.



Beleid rond Sociale Zaken


  • Het is ook voor Bijstands Maatschappelijk Werkers (BMW-ers) belangrijk om signalen van partnergeweld te kunnen herkennen. Wanneer een vrouw aanvraag doet voor een uitkering maar later meldt weer terug te zijn bij haar partner, en dit herhaalt zich bijvoorbeeld nog eens dan kan een BMW-er bij het desbetreffende gezin op bezoek gaan en proberen te achterhalen wat er aan de hand is. Bij partnergeweld kan dan verwezen worden naar het Algemeen Maatschappelijk Werk of politie.

  • Daarnaast kan een vrouw die bij haar man weggaat wegens mishandeling soms extra geld nodig hebben. Hierbij valt te denken aan inboedel voor een nieuw huis, (vervolg) behandeling door een psycholoog dan wel psychiater of psychische hulp voor de kinderen.

  • Een gemeente kan afspraken maken met haar woningbouwcoöperaties dat vrouwen die mishandeld worden of werden en met spoed een nieuw huis nodig hebben, voorrang wordt verleend als ze huisvesting nodig hebben.

  • Sommige gemeenten hebben kinderopvangplaatsen voor vrouwen die cursussen volgen. Het kan goed zijn deze plaatsen open te stellen voor vrouwen die bij hun man weggaan en wel werk hebben, maar geen opvang voor de kinderen. Vrouwen worden vaak met de kinderen gechanteerd. Een vrouw heeft veel meer kans haar nieuwe leven weer op te bouwen als ze zich niet om zaken als kinderopvang druk hoeft te maken. Haar (financiële) onafhankelijkheid is in het geding.

  • Daarnaast hebben sommige vrouwen die (nog) geen baan hebben tijd en rust nodig om orde op zaken te stellen en is het goed om ook deze vrouwen in de gelegenheid te stellen hun kinderen voor een bepaalde periode te laten opvangen.


Ad 8. Zorgen voor reguliere informatieoverdracht en afstemming
Integraal werken houdt in dat alle relevante partners tijdig en regelmatig worden geïnformeerd over de stand van zaken en actuele ontwikkelingen. De gemeente ziet er als centrale paartij op toe dat op het juiste moment de juiste informatie wordt verzameld en verspreid. Daarbij verdient de interne communicatie bijzondere aandacht, zowel die binnen het gemeentelijk apparaat als die binnen de organisaties van de partners in het veld. Tevens moeten de verschillende partners elkaar weten te vinden om hun beleid op elkaar af te stemmen en informatie uit te kunnen wisselen. Eén van de meest gebruikte oplossingen hiervoor is het creëren van een netwerk waarin de verschillende partners regelmatig contact en overleg hebben of aan te sluiten bij een bestaand netwerk. Andere mogelijkheden om de afstemming vorm te geven zijn het realiseren van multifunctionele voorzieningen of het opstelen van standaardprotocollen voor een betere informatieoverdracht.
Ad 9. Uitvoering van onderdelen van een beleidsvisie
Tot slot heeft de gemeente in het realiseren van de sluitende aanpak een uitvoerende taak. Als uitvoerder realiseert de gemeente projecten en beleid, initieert ze of voert onderdelen van de beleidsplannen uit, zoals het inventariseren van vraag en aanbod. Voorbeelden van de uitvoering van projecten zijn:

  • Deskundigheidsbevordering onder de eigen huisartsen;

  • Weerbaarheids projecten voor kinderen;

  • Ontwikkelen van beleid voor terugkerende vrouwen na verblijf in een (crises)opvang;

  • Publiciteitscampagnes.

De gemeente zal vooral het initiatief nemen tot het realiseren van een bepaald aanbod als blijkt dat er op uitvoeringsniveau witte vlekken ontstaan.

1 Voor uitgebreidere omschrijving van Thuisfront verwijzen wij u naar de bijgevoegde nota Projectplan Thuisfront 2e fase.

2 In deze notitie gaan we niet uit van de brede definitie van huiselijk geweld (waaronder ook kinder- en oudermishandeling valt). Hier wordt onder huiselijk geweld verstaan: geweld tegen partners. Uit onderzoek en ervaring blijkt dat het dan vooral gaat om mannelijke daders en vrouwelijke slachtoffers.

3 Zie voor een uitgebreidere beschrijving Privé geweld - Publieke zaak. Een nota over de gezamenlijke aanpak van huiselijk geweld. Ministerie van Justitie, april 2002.

4 Zie ook hoofdstuk 3 Bestrijding huiselijk geweld - integrale benadering.

5 CMO: voorheen POZW en Sprong.

6 Openbare Geestelijke Gezondheidszorg.

7 Privé geweld publieke zaak. Een nota over de gezamenlijke aanpak van huiselijk geweld. Den haag, 2002.

8 Tekst is te downloaden van onze website: www.thuisfront.net.


Thuisfront, maart 2003




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina