Preventieplan Pestbeleid



Dovnload 82.57 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte82.57 Kb.
Gemeentlijke Lagere School De Meyl

Mijlstraat 91

2570 Duffel

015/31.19.06



www.demeyl.be


Preventieplan Pestbeleid


Pesten komt helaas op iedere school voor.

Het is een probleem dat zich niet gemakkelijk laat oplossen. Pesten speelt zich vaak in het verborgene af en dat alleen al maakt het moeilijk om er greep op te krijgen.

Het gebeurt door kinderen van alle leeftijden, maar nog het meest in de leeftijdsgroep van 10 tot 14 jaar.

Pesten verdwijnt niet omdat je een goed beleid hebt. Als school heb je wel een stevige basis om dit maatschappelijk probleem aan te pakken.


1. Aanzet






  • Infoavond donderdag 6 november 2008.

“Samen maken we een pestvrije school!”

  • Georganiseerd door het zorgteam van de drie gemeentescholen:De

Meyl, ’t Kompas, ’t Kofschip i.s.m. de ouderverenigingen.

  • Plaats: Beethovenzaal van de gemeentelijke bibliotheek Duffel.

  • Gastspreekster: Nathalie Heurckmans, klinisch psycholoog.

2. Signalen

pestgedrag


  • Als het kind, de ouder(s) en/of andere kinderen aangeven dat er

gepest wordt.

  • Niet meer naar school willen, regelmatig klagen over hoofdpijn en buikpijn, terwijl deze pijnen tijdens vakanties verdwijnen.

  • Bepaalde kleren niet meer aan wil hebben naar school/club.

  • Gauw prikkelbaar of boos.

  • Nachtmerries.

  • Bedplassen.

  • Nooit uitgenodigd worden op feestjes/partijtjes.

  • Alleen staan tijdens de speeltijden.

  • Tijdens de speeltijden steeds contact zoeken met de leerkrachten.

  • Een spel is “toevallig” net begonnen als het slachtoffer eraan komt, terwijl een ander kind even later nog wel mag meedoen.

  • Bijna altijd met kleine kinderen spelen.

  • Niet naar buiten willen.

  • Zuchten, piepen, steunen van andere kinderen als het slachtoffer

een idee aandraagt of iets zegt.

  • Als andere kinderen zich negatief uitlaten over het kind of zijn/haar

familie zonder dat dit echt reëel is.

  • Als men steeds alles van een bepaald kind stom vindt.

  • Als andere kinderen negatiever reageren op een fout van het

slachtoffer dan bij andere kinderen.

3. Preventieve

aanpak

3. Preventieve



aanpak


3.1 School

3.1 School


  • NORM : “Pesten hoort niet!”

  • Veel nevenactiviteiten tijdens de

speeltijden organiseren zodat verveling niet tot pesten kan leiden.

 Zie ook Toeka : “Wij spelen fijn

samen.”


  • Gezelschapsspelen.

  • Leesdag.

  • Tv-dag.

  • Dans.

  • Poetsdag.

  • Boeiende speelplaats door spelmateriaal aan te bieden.

  • Huisjes, koffers om het materiaal op te ruimen.

  • Schommelschalen.

  • Stelten.

  • Springballen.

  • Diabolo.

  • Springtouwen.

  • Elastieken.

  • Hinkelbanen.

  • Loopklossen.

  • EERBIED VOOR MATERIAAL!!

  • Effectief toezicht.

  • Duidelijke regels (positief formuleren:

zeg wat de kinderen moeten doen i.p.v. wat allemaal niet mag).

  • Zorg dat die regels werken.

  • Toekaproject waarbij gewerkt wordt rond socio-emotionele vaardigheden.

3.2 Ouders

  • Beloon zelfstandig gedrag.

  • Leer uw kind opkomen voor zichzelf en

anderen.

  • Leer uw kind om hulp te vragen.

  • Los conflicten op door te praten

(rolmodel).

  • Zelfstandig dingen doen/kiezen.

  • Niet overbeschermen.

  • Ruzie maken, mag.

4. Aanpak voor

de school



4. Aanpak voor

de school





4.1 Individueel niveau

slachtoffer


  • Het is heel belangrijk om het verhaal ernstig te nemen. GELOOF je slachtoffer.

  • Zelf geen oplossing bieden. Dit is een

moeilijk punt. Als je alles voorzegt wat

het kind moet doen, vergroot je het gevoel bij het kind dat het zelf niets kan.



  • Positieve kenmerken van de leerlingen

benoemen!

  • ERKEN zijn/haar gevoel. Ga niet

minimaliseren.

“Hoe moeilijk moet dat zijn voor jou …”

Door te erkennen, help je het negatieve zelfbeeld om te keren.


  • Bespreek SAMEN manieren om te

reageren. Door samen oplossingen te

bedenken, geef je het kind het gevoel

dat het iets kan, help je om het

negatief zelfbeeld om te keren.



  • Ga niet dramatiseren. Juiste proportie

is belangrijk.

  • Vraag aan het kind om bewijsmateriaal.

4.2 Individueel niveau

pester


  • Dit gedrag dulden wij niet! Hier

wordt niet gepest! Dit is een

regel!” Opletten dat men zich niet

schuldig maakt aan dezelfde

praktijken. Nooit kwaad met kwaad

vergelden!

  • Reageer op zijn/haar gedrag, niet op de

persoon.
Belangrijk om niet te

personaliseren, maar om het gedrag te

benoemen.



  • Als leerkracht: geef aan dat je het

pesten ZELF ontdekt hebt.

  • Maak SAMEN afspraken.

  • Ga op zoek naar de reden van het

pesten.

  • Vergroot zijn/haar inlevingsvermogen:

“Hoe zou jij je voelen als … met je

doet?”


4.3 Klasniveau



ruzie maken, uitleggen aan de kinderen.

  • Laat leerlingen zelf oplossingen zoeken.

Bekrachtig de gevonden oplossingen.

  • Afspraken maken met de leerlingen.

Laat hen de afspraken opschrijven en

uithangen.



  • A.d.h.v. een sociogram de klassituatie en relaties tussen leerlingen van een klas analyseren.

  • Soemokaarten.

  • Toeka die samen met de kinderen rond

socio-emotionele vaardigheden werkt.

4.4 Schoolniveau



  • Hier wordt niet gepest!

  • Hou collega’s op de hoogte.

  • Communicatie tussen iedereen.

  • Zorg voor een gezamenlijke aanpak.

Schooleigen stappenplan

uitgewerkt door het team.

  1. Kinderen, ouders, leerkrachten, ... melden dat er een probleem is.

  2. Het slachtoffer, meelopers en de pestkop worden aanhoord.

Een kort verslag wordt in het

logboek opgemaakt.

Er wordt gezocht naar de onder-

liggende reden voor het pesten.

Opvolging emotioneel welbevinden van de pester.


  1. De pestkop wordt verteld dat dit gedrag niet meer kan, moet gedaan zijn. Hij/zij krijgt geen enkele kans meer en wordt aangespoord zich te herpakken.

Positieve herstel aan de ouders benoemen.

  1. Dit wordt regelmatig, zeker wekelijks, ev. met contract opgevolgd.

  2. Is het niet oké, dan wordt de

directie ingeschakeld.

  1. Als het nog niet opgelost is,

worden de ouders verwittigd.

  1. Wanneer het pesten na tussen- komst van ouders, leerkrachten, zorgteam, kernteam APB, directie en/of CLB niet stopt, is het overduidelijk dat de pestkoppen zichzelf niet onder controle hebben. In dit geval is externe, professionele hulp aangewezen. In het ergste geval kan een tuchtprocedure opgestart worden.


4.5 Een duidelijk

meldpunt


Alle leerkrachten, zorgjuffen en de directie zijn uiteraard aanspreekbaar.

De eerste vertrouwenspersoon is de leerkracht.

Verder is er ook het kernteam APB, de directeur, het CLB en de oudervereniging.


Het kernteam APB De Meyl:

 leerkrachten: Petra Van Elst, Evelien Segers en Karin Feremans

 ouders: Annick De Haes en Veerle Bernaerts


4.6 Updaten plan

pestbeleid



Minstens 1X/schooljaar door het hele team tijdens overlegmomenten of personeelsvergaderingen het plan pestbeleid onder de loep nemen, verder uitdiepen, verfijnen, updaten en dit i.s.m. het kernteam APB geleding ouders

4.7 Verspreiden,

kenbaar maken

afsprakenplan

pestbeleid


  • Toekaproject voor de leerlingen.

  • Kernteam APB bezoekt de school tijdens de Vlaamse Week Tegen Pesten met Toeka .

  • Website van de school.

  • Infobrochure voor de ouders en leerlingen.

5. Tips voor de

ouders


5.1 Je kind wordt

gepest.


  • Moedig uw kind aan te praten over

pesten, steun je kind, luister naar zijn

verhaal, leg de schuld niet bij hemzelf.



  • Stel directe vragen:

  • Wie plaagt/pest er?

  • Wat gebeurt er?

  • Waar gebeurt het?

  • Wanneer gebeurt het?

  • Hou een dagboek bij met daarin wie,

wanneer, hoe pest, enz. Zo krijg je een

duidelijk beeld van de situatie.



  • Meld het in overleg met je kind aan de

school (ev. ook aan de huisarts, CLB, centra, …).

  • Bied geen oplossingen aan, zoek samen

naar manieren om op het pestgedrag te reageren.

  • Zoek vrienden, hobby’s waar je kind

zich wel goed voelt.

  • Verander niet van school.

  • Zet je PC op een centrale plaats.

  • Leer je kind “netetiquette”.

  • www.planet.nl: vuistregels voor goed

internetgebruik.

  • Ga zelf eens chatten, surfen, …

  • Leg de gevaren van internetgebruik uit.

  • Een snelle oplossing van het

pestprobleem is niet zomaar gevonden.

Het is daarom belangrijk dat u uw kind

blijft aanmoedigen om steeds over alle

pestgedrag te praten.



  • Blijf de school betrekken bij de oplossing van het pestprobleem. De school heeft als organisatie de beste positie om pestgedrag aan te pakken,

vanzelfsprekend in nauwe samenwerking met alle betrokkenen.







5.2 Je kind blijkt

een pestkop.


  • Ga na wat er precies gebeurt. Praat met

je kind, zijn/haar leraar, trainer, vrienden, … Bedenk dat een pester steeds zal proberen zijn/haar foute gedrag goed te praten.

  • Leg het verschil uit tussen plagen

(onschuldig en kort) en pesten (hard en om te kwetsen).

  • Zeg onmiddellijk dat pesten niet kan.

Nooit. Om geen enkele reden. Op geen

enkele manier (uitsluiten, spullen stuk

maken, slaan, uitlachen, haatmails

sturen, …). Vraag je kind om direct te stoppen.



  • Wijs op het verdriet dat pesten

veroorzaakt. Probeer de gevoelens van

het slachtoffer te verwoorden. Zo

vergroot je het inlevingsvermogen van je kind.


  • Vraag waarom hij/zij pest en ga daar

dieper op in. Sommige pesters maken de denkfout, dat als je iemand niet mag, dat je hem dan mag pesten. Als de pester zich irriteert aan de gepeste, bespreek dat dan met de leerkracht.

  • Neem contact op met de school. Laat

aan uw kind en de school merken dat u

dit probleem serieus neemt.



  • Probeer een goed overzicht van de

activiteiten van uw kind te krijgen. Met

wie gaat uw kind om? Waar en wanneer? Stel een aantal duidelijke regels samen met uw kind op. Geef uw kind aandacht.



  • Beloon uw kind voor positief gedrag, met name voor wat huis- En school-regels betreft.

  • Geef duidelijk aan dat u van hem/haar

houdt.

  • Bedenk dat het veelvuldig kijken naar

gewelddadige video’s, videogames en

televisieprogramma’s het gedrag van uw kind negatief kan beïnvloeden. Stel samen met uw kind een kijk- of speelwijzer op.



  • Geef hem kansen om het goed te maken.

5.3 Je kind is een

toeschouwer of

meeloper


  • Vraag wat er precies gebeurt (in de klas, jeugdbeweging, voetbal, …). Deze

informatie kan je in vertrouwen aan de

leerkracht melden.



  • Stimuleer je kind om de leerkracht op de hoogte te brengen. Maak een verschil tussen “klikken” en “melden”.

“Klikken” doe je omdat je wil dat iemand een straf krijgt.

“Melden” omdat je wil dat iets ophoudt.



  • Maak je kind duidelijk dat dat gepest

moet stoppen. Bedenk samen

oplossingen. Steun je kind om iets te

ondernemen.







www.klasse.be/ouders (kijk onder HELP)

www.pesten.be (voor info)

www.sasam.be (voor info)

www.bullybeaters.be (voor info)

www.pestweb.nl (voor info op kindermaat)

www.evovzw.be en www.vcov.be (voor vormingsavonden over

pesten voor ouders)



www.limits.be (indien volwassenen bij de pesterijen betrokken zijn)

www.saferinternet.be en www.stopdigitaalpesten.nl (over pesten

via internet, mail, gsm)



www.ecops.be (voor het melden van misdrijven op het internet)

www.kieskleurtegenpesten.be

www.verbondenheid.be
Interessante literatuur:

  • Pesten, een preventiepakket voor het onderwijs

Nathalie Heurckmans

  • Pesten, gedaan ermee

Nathalie Heurckmans en Guy Deboutte

  • Mijn leerling online (voor ouders en leerkrachten)

Justine Pardoen en Remco Pijpers

  • Mediageweld en kinderen (voor ouders en leerkrachten)

Peter Nikken
Interessante jeugdboeken:

  • Andertje (vanaf 6 jaar)

Kathryn Cave en Chris Riddell

  • Domme gans Stomme geit (vanaf 5 jaar)

Isabel Abedi en Silvio Neuendorf

  • Sten ziet rood (vanaf 6 jaar)

Isabel Abedi en Dagmar Henze

  • Kwelduivels (vanaf 8 jaar)

Guy Didelez

  • Het Pest Actie Plan (vanaf 10 jaar)

Guy Didelez

  • Het ei van oom Trotter

Marc De Bel

  • Zwart in je vel

R. Ahrens

  • Mieke wil niet meer naar school

Hilde Schuurmans

  • Wiebelkees

Liesbeth Van der Jagt

  • Anders, nou en?

Helga van de Sanden



Plan pestbeleid Gemeentelijke Lagere School De Meyl Duffel









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina