Projectgroep



Dovnload 282.56 Kb.
Pagina1/7
Datum26.08.2016
Grootte282.56 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7

Werkprogramma Fietsendiefstalpreventie

2002 - 2006




projectgroep
Fietsendiefstalpreventie

Februari 2002


U023.01










Inhoud

0. Samenvatting


1. Inleiding


  1. Probleembeschrijving

    1. Probleemanalyse

    2. Gevolgen




  1. Beleidskader en bestaande maatregelen

    1. Integraal Veiligheidsprogramma

    2. Meerjarenprogramma Fiets

    3. Bestaande maatregelen en activiteiten

4. Aanpak Fietsendiefstal



    1. Uitgangspunten

    2. Doelstellingen

5. Programma 2002



    1. Lokaal niveau

    2. Stedelijk niveau

    3. Maatregelen en activiteiten in 2002

6. Bestedingsvoorstel


7. Hoe verder

    1. Monitoring

    2. Voortgangsrapportage

    3. Organisatie

Bijlage A : Verslag workshop d.d. 8 oktober 2001


Bijlage B : Het plan Nieuwenhuizen
Bijlage C: Onderbouwing hoofddoelstelling

Samenvatting
In de politieregio Amsterdam-Amstelland wordt op jaarbasis 16% van het totaal aantal fietsen gestolen, zo blijkt uit de Politiemonitor Bevolking 2001. Het diefstalprobleem heeft tot gevolg dat te veel Amsterdammers op een kwalitatief slechte fiets rijden, geen fiets (meer) hebben of hun dure fiets niet durven gebruiken. Dit is een negatieve ontwikkeling aangezien het fietsgebruik een belangrijk speerpunt is in het Amsterdams verkeer- en vervoersbeleid. Fietsen is immers gezond, milieuvriendelijk en het levert een onmisbare bijdrage aan zowel de bereikbaarheid als leefbaarheid van de stad. Door de omvang van het probleem blijkt ook dat de normen van sommige mensen vervagen. Steeds meer slachtoffers van fietsdiefstal vinden het niet erg om een gestolen fiets te kopen of om zelf een fiets te stelen. Het helen van fietsen is dan ook een veelvoorkomend delict. Weinig of geen aandacht voor fietsdiefstal leidt derhalve tot erosie van normen. Het imago van de stad lijdt onder de omvangrijke hoeveelheid fietsen die al dan niet op klaarlichte dag worden gestolen. De criminaliteitscijfers in Amsterdam worden voor een groot deel verklaard door de omvang van het fietsendiefstalprobleem, daarmee wordt voor een deel het criminele imago van de stad verklaard en daarmee gevoelens van onveiligheid op straat.
In het integraal werkprogramma Fietsendiefstalpreventie 2002 – 2006 staan de voornemens om het probleem van fietsendiefstal in Amsterdam aan te pakken. Doelstelling van het programma is:
Door een integrale aanpak van het probleem fietsendiefstal moet het aantal fietsendiefstallen in Amsterdam, gebaseerd op cijfers van de Politiemonitor Bevolking, ten opzichte van het jaar 2001 met 4 procentpunten zijn gedaald tot maximaal 12 % in 2006.
De uitvoering van het programma is gebaseerd op twee pijlers, namelijk de aanpak van locaties waar veel fietsen worden gestolen en geheeld en het doorbreken van de keten van niet geregistreerde fietsen. Aangenomen wordt dat in Amsterdam een groot grijs gebied bestaat van gestolen fietsen. De aanpak van niet geregistreerde fietsen bestaat uit de aanpak van het grote grijze gebied aan gestolen fietsen in Amsterdam. Van een groot deel van de gebruikte fietsen in Amsterdam is namelijk niet bekend of deze gestolen is of niet. Door middel van registratie van met name gebruikte fietsen ontstaat een situatie waarin de consument zeker weet dat hij geen gestolen fiets koopt en de aangifte van gestolen fietsen wordt vergemakkelijkt. Door de eenvoudiger aangiftemogelijkheid wordt de aangiftebereidheid vergroot waardoor de politie de ‘zaak’ gemakkelijker rond kan krijgen waardoor de pakkans van dieven weer wordt vergroot. Door de grotere pakkans wordt het mogelijk om de uiteindelijke doelen te bereiken, namelijk terugbezorging van de gestolen fiets bij de rechtmatige eigenaar en stafrechtelijke correctie van dieven en helers. Om tot een geregistreerd bestand van fietsen in Amsterdam te komen wordt uitgegaan van het actief verwijderen van fietswrakken en zwerffietsen uit de stad, samenwerking met rijwielhandelaren en rijwielherstellers en Vrijwillige Fiets Registratie (VFR).
De nadruk in 2002 zal liggen op de realisatie van haalbare projecten en of maatregelen.

De aanpak is gebaseerd op de gedachte dat door middel van het boeken van kleine successen er langzamerhand weer een gedachteverandering kan worden bewerkstelligd over de manier waarop verschillende doelgroepen (o.a. fietsenbezitters, gelegenheidsdieven en branche) tegen het diefstalprobleem aankijken.

Dit betekent dat in 2002 er geen grootschalige publiciteitscampagnes van start gaan, maar dat op lokaal niveau door middel van de integrale aanpak, waarbij verschillende organisaties zijn betrokken, wordt gewerkt aan het ombuigen van de negatieve trend. De verschillende doelgroepen moeten weer het idee en het besef krijgen dat er wel degelijk iets gebeurt aan de aanpak van het probleem en dus ook weer het geloof krijgen dat de aanpak van fietsendiefstal geen onoplosbaar probleem is. Er wordt dus uitgegaan van een ‘low profile’ benadering; eerst aan de burgers laten zien dat het probleem op een serieuze en goede manier wordt aangepakt op lokaal niveau. De successen van deze aanpak worden gecommuniceerd aan de verschillende doelgroepen op stedelijk niveau. In jaren na 2002 zal, afhankelijk van de mate waarin de geformuleerde doelstellingen worden gehaald, een meer stedelijke benadering van het probleem worden ingezet. In de werkprogramma’s voor 2003 en verder zal melding worden gemaakt van de manier waarop dit zal gaan plaatsvinden.
1. Inleiding

Voor u ligt het werkprogramma Fietsendiefstalpreventie 2002. Het werkprogramma is een verdere uitwerking van het Projectvoorstel Voertuigcriminaliteit1 en geeft inzicht in activiteiten en maatregelen die in het jaar 2002 worden uitgevoerd op het gebied van de bestrijding van fietsendiefstal.


In dit programma is fietsendiefstalpreventie als volgt gedefinieerd: het in samenwerking met Bestuur, Openbaar Ministerie, Politie, stadsdelen en private partners op integrale wijze uitvoeren van de bestrijding van fietsendiefstal door middel van preventieve en repressieve maatregelen.
Het werkprogramma is opgesteld door de Projectgroep Fietsendiefstalpreventie. De projectgroep bestaat uit vertegenwoordigers van politie, het Openbaar Ministerie en vertegenwoordigers vanuit de gemeente Amsterdam. In het programma staan, naast de activiteiten en maatregelen in 2002, ook uitgangspunten en doelstellingen geformuleerd en de wijze waarop deze de komende 4 jaar worden gerealiseerd. In die zin onderscheidt het werkprogramma zich van het Projectvoorstel Voertuigcriminaliteit. In dit voorstel stonden 42 speerpunten2 genoemd, echter zonder concrete doelstellingen en een fasering in de tijd. De eerder geformuleerde speerpunten zijn grotendeels meegenomen in dit werkprogramma.

De inhoud van het programma is mede gebaseerd uit de uitkomsten van een workshop met diverse betrokkenen en deskundigen over fietsendiefstalpreventie op 8 oktober 2001.


In hoofdstuk 2 wordt een analyse van het probleem gegeven en de gevolgen op het gebied van economische schade en immateriële schade. Het beleidskader voor de aanpak van fietsendiefstal en de bestaande maatregelen en activiteiten op het gebied van de bestrijding van fietsendiefstal staan centraal in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 staat beschreven hoe de aanpak van fietsendiefstal dient plaats te vinden. Uitgangspunten, doelstellingen en aanpakmethode staan in dit hoofdstuk beschreven. Het programma voor 2002 staat geformuleerd in hoofdstuk 5. Het bestedingsvoorstel voor 2002 staat in hoofdstuk 6 vermeldt.

  1. Probleembeschrijving


2.1 Probleemanalyse

Uit de onlangs verschenen Politiemonitor Bevolking 20013 blijkt dat in Nederland ca. 880.000 fietsen op jaarbasis worden gestolen. Het diefstalrisico in Nederland is 5,5%, in de politieregio Amsterdam-Amstelland is dit diefstalrisico 16%. Ervan uitgaande dat het er in Amsterdam 60% van het aantal mensen een of meerdere fietsen bezit is de omvang van het diefstalprobleem per jaar ca. 80.0004. In vergelijking tot andere politieregio’s zoals Groningen, Haaglanden en Utrecht scoort de regio Amsterdam-Amstelland relatief hoog.



Daders


De daders kunnen worden onderverdeeld in 3 hoofdgroepen blijkt uit de Politiemonitor Bevolking, namelijk:

  • Gelegenheids- en incidentele dieven: 30%

  • Drugsverslaafde dieven: 30%

  • Professionele dieven: 40%.

Uit een onderzoek5 naar fietsendieven blijkt dat gelegenheids- en incidentele dieven in hoofdzaak stelen voor eigen gebruik. Verder blijkt dat incidentele dieven in hun leven één of enkele fietsen stelen, gelegenheidsdieven stelen regelmatig een fiets. Gelegenheidsdieven stelen in het algemeen ‘gewone’ (stads-) fietsen die ze gebruiken tot de fiets iets mankeert of weer wordt gestolen, waarna ze een andere fiets stelen. Ze stelen alleen fietsen die met een eenvoudig slot beveiligd zijn dat ze zonder al te veel moeite kunnen openbreken. Het gebruik van (meer dan één) goede sloten weerhoudt hen er dikwijls van een fiets te stelen.

Professionele en verslaafde dieven stelen fietsen voor de verkoop. Professionele dieven stelen voornamelijk mooie, dure en trendy fietsen. Ze gebruiken hiervoor relatief zwaar gereedschap als een betonschaar, of nemen de fiets afgesloten mee naar huis en maken hem daar met een slijptol open. Het aantal sloten waarmee een fiets op slot is gezet vormt geen belemmering voor de professionele dief. De gestolen fietsen worden (al dan niet op bestelling) afgezet bij helers, of binnen een ‘via-via netwerk’ van familie en kennissen.

Professionele dieven verwerven hun inkomsten uit verschillende criminele activiteiten en zij doen fietsendiefstal er als het ware bij. Ze stelen regelmatig één of een partij fietsen en maken zich net als gelegenheidsdieven in totaal, gedurende hun criminele carrière, schuldig aan enkele honderden fietsendiefstallen.

Verslaafde dieven stelen voornamelijk ‘gewone’ stadsfietsen. In tegenstelling tot professionele dieven gebruiken zijn met name eenvoudig gereedschap om fietssloten te forceren. Doordat fietsendiefstal voor hen een soort beroep is zijn ze enorm handig in het openbreken van sloten. In de meeste gevallen hebben zij zich gespecialiseerd in het kraken van bepaalde typen sloten, en laten zij bij voldoende keuze de rest staan. Verslaafden verkopen de gestolen fietsen aan helers of op straat. Ze ontvangen hiervoor een aanzienlijk geringer bedrag dan professionele dieven.

Sociale controle blijkt alleen een preventieve invloed te hebben op incidentele fietsendieven en op een deel van de gelegenheidsdieven, namelijk de jongeren die regelmatige een fiets stelen als ze een avondje uit zijn geweest en geen eigen vervoer hebben. Verslaafden, professionele dieven en de overige gelegenheidsdieven trekken zich nauwelijks iets aan van de aanwezigheid van voorbijgangers.

Locaties


Uit onderzoek6 blijkt dat ongeveer de helft van het aantal fietsen wordt gestolen in de directe omgeving van de woning (41%); de andere helft vooral bij stations, scholen, winkels, uitgaansgelegenheden en sportterreinen. Op basis van aangiftes in het jaar 1999 en 2000 zijn in Amsterdam een aantal locaties te onderscheiden waar opvallend veel fietsen worden gestolen, namelijk:

  • Stationsplein: Centraal Station

  • Julianaplein: Station Amstel

  • Bijlmerplein: Station Bijlmer

  • Zuidplein: Station Zuid WTC

  • Reigersbos

  • Strawinskylaan: Station Zuid WTC

  • Buikslotermeerplein: winkelcentrum Noord

  • Nieuwezijds Voorburgwal

  • Spui

  • Prins Hendrikkade.

Wat opvalt is dat met name bij stations veel fietsen worden gestolen dit wordt veroorzaakt door het feit dat zich daar grote concentraties van fietsen bevinden en er weinig structureel toezicht is.

Oorzaken


Er bestaan verschillende oorzaken voor het feit dat de omvang van het diefstalprobleem in Amsterdam, in vergelijking tot het Nederlands gemiddelde, relatief hoog is.

Maatschappelijke acceptatie

Belangrijke oorzaak van het diefstalprobleem is gelegen in de maatschappelijke acceptatie van het probleem. Fietsendiefstal lijkt bij de ongemakken van het leven te horen. Deze houding wordt mede verklaard door het lage percentage fietsendiefstallen dat wordt opgelost en de lage aangiftebereidheid (21% van het aantal slachtoffers van fietsendiefstal doet aangifte bij de politie in Amsterdam, tegen 41% landelijk aldus de Politiemonitor Bevolking). Een andere verklaring is het jarenlange gedoogbeleid dat in Nederland en ook in Amsterdam werd gevoerd. Tegen veelvuldige en relatief kleine vergrijpen werd door de politie niet of nauwelijks opgetreden. De laatste jaren is dit optreden door de politie gewijzigd, alle vergrijpen worden in het kader van ‘Streetwise’ aangepakt.

Kennis

Niet alle fietsbezitters hebben kennis van goede sloten, plaatsen waar zich bewaakte fietsenstallingen bevinden en de wijze waarop een fiets op een goede manier moet worden vastgezet. Daarnaast is vaak ook niet bekend dat fietsen niet op de openbare weg mogen worden gekocht en niet mogen worden vastgezet aan b.v. bomen en lantaarnpalen.

Het feit dat fietsendiefstal kan leiden tot een strafblad met daaraan gekoppeld maatschappelijke gevolgen is ook bij veel mensen niet bekend.



Stallingen en rekken

Met name in de oude wijken van de binnenstad zijn woningen niet altijd voorzien van goed bereikbare en toegankelijke bergingen of buurtstallingen. Het gevolg is dat fietsen op straat moeten worden geparkeerd. Op straat zijn echter onvoldoende goedkeurde rekken aanwezig waarin de fiets kan worden gestald. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat veel fietsenwrakken staan gestald in deze rekken.

Aandacht van politie en justitie

Fietsendiefstal is een delict met een lage opsporingsindicatie. Er is op de plaats delict veelal geen bruikbaar aanknopingspunt om een onderzoek te starten. Dieven worden zelden op heterdaad betrapt. Wordt een persoon aangetroffen op een fiets waarvan het vermoeden bestaat dat deze van diefstal afkomstig is – bijvoorbeeld omdat er een geforceerd slot aan de fiets bevestigd is – ontbreekt het veelal aan een aangifte met essentiële gegevens, zoals de kenmerken van de fiets en (of) unieke framenummers, slotnummer, merk en kleur van de fiets. Een aangifte is in die gevallen noodzakelijk voor strafvervolging wegens diefstal of heling.
De aangiftebereidheid in Amsterdam is relatief laag. Oorzaken van de lage aangiftebereidheid zijn: men vindt het niet belangrijk (39%), het is zinloos (33%) of de omvang van de schade is te gering (23%), zo blijkt uit de Politiemonitor Bevolking. Redenen om wel aangifte te doen zijn: bewijs van verzekering (53%), dader te pakken (50%), het is een plicht 43%).

Als er al aangifte van diefstal van een fiets is gedaan, betekent dat niet dat deze altijd bij de Amsterdamse politie bekend is. Het ontbreekt aan een goed werkend landelijk systeem van identificatie en diefstalregistratie van fietsen.


In 1999, 2000 en 2001 (peildatum 14 december 2001) is bij respectievelijk 337, 340 en 337 zaken tegen fietsendieven besloten dat de zaak bij de rechter moet worden aangebracht of is de zaak getransigeerd. Afgezet tegen het totaal aantal gestolen fietsen is dit natuurlijk betrekkelijk.

Daarnaast is er op basis van de APV die de aan- en verkoop van fietsen op straat verbied strafvervolging ingesteld. Deze APV-bepaling is in het leven geroepen om de afzetmarkt van fietsen die vermoedelijk van diefstal afkomstig zijn maar waarvan geen aangifte is gedaan, te bestrijden. In 1999, 2000 en 2001 (peildatum 14 december 2001) zijn respectievelijk 107, 156 en 108 zaken wegens overtreding van artikel 2.8A APV (kopen en verkopen van fietsen op de openbare weg) bij de rechter aangebracht.



2.2 Gevolgen

De gevolgen van fietsendiefstal zijn onder te verdelen naar materiele en immateriële schade.


Economische schade


Als uit wordt gegaan van 80.000 gestolen fietsen op jaarbasis in Amsterdam is de economische schade bij een vervangingswaarde van 300 euro per fiets in totaal 48 miljoen euro. Bij een vervangingswaarde van 100,- euro per fiets is dit 8 miljoen euro en bij een vervangingswaarde van 50,- euro is dit 4 miljoen euro.

De schade die verzekeringsbedrijven bij het uitkeren van schadevergoedingen oplopen zijn in deze berekening niet opgenomen. Volgens een inschatting van een verzekeringsbedrijf gaat het om miljoenen guldens schade op jaarbasis. De schadepercentages van de verschillende verzekeringsbedrijven variëren van de 150 tot 800%. Met schadepercentage wordt bedoeld de relatie tussen de opbrengsten aan premies en de kosten voor schadeloosstelling. Verzekeringsbedrijven hebben hierdoor zich genoodzaakt gevoelt om binnen de regio waarin Amsterdam valt de premies te verhogen met soms meer dan 40%. Dit staat in schril contrast met andere verzekeringsregio’s, waarin juist de verzekeringspremies afnemen.



Fietsgebruik, fietsbezit en verkeersveiligheid


Fietsendiefstal heeft aanwijsbare negatieve consequenties voor fietsgebruik en fietsbezit en is een aanzienlijke belemmering voor een verkeers- en vervoersbeleid dat het gebruik van de fiets als alternatief voor de auto wil bevorderen. Als gevolg van het hoge fietsdiefstalrisico houden veel mensen hun fiets langer in bezit en schaffen ze minder snel een nieuwe, meer comfortabele fiets aan. Veel mensen (blijven) rijden op relatief oude en gebrekkige fietsen. Dat maakt fietsen minder aantrekkelijk. En daarnaast heeft het een negatieve invloed op de verkeersveiligheid.

Normen en waarden


Fietsendiefstal is voor velen, en vooral voor jongeren, bestaansroutine geworden. Steeds meer slachtoffers van fietsdiefstal hebben er dan ook weinig problemen mee om ook zelf een fiets te stelen of een gestolen fiets te kopen. Het helen van fietsen is dan ook een veelvoorkomend delict. Weinig of geen aandacht voor fietsdiefstal leidt derhalve tot erosie van normen. Vaak blijkt ook dat een criminele carrière begint met het stelen van een fiets. Deze vormen van normvervaging kunnen gerekend worden tot de immateriële schade als gevolg van fietsdiefstal.

Imago van de stad


Het imago van de stad lijdt onder de omvangrijke hoeveelheid fietsen die al dan niet op klaarlichte dag worden gestolen. De criminaliteitscijfers in Amsterdam worden voor een groot deel verklaard door de omvang van het fietsendiefstalprobleem, daarmee wordt voor een deel het criminele imago van de stad verklaard en daarmee gevoelens van onveiligheid op straat.



  1. Beleidskader en bestaande maatregelen


3.1 Integraal Veiligheidsprogramma

Het beleid van het kabinet ten aanzien van fietsendiefstal staat geformuleerd in het Integraal Veiligheidsprogramma (IVP). Het IVP7 is een kabinetsbreed programma dat, in samenwerking met mede-overheden, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven, tot stand is gekomen en ook gezamenlijk moet worden uitgewerkt. De oorspronkelijke doelstelling van het kabinet was landelijk te komen tot een daling van 5% van het aantal fietsendiefstallen per jaar tot 2002. Belangrijk middel dat wordt aangedragen is een elektronisch merkteken (tag) die in het fietsframe en/of slot wordt ingebracht. Door toepassing van dit middel kunnen signalering, opsporing en terugbezorging van fietsen verbeteren.

Op dit moment vindt er een herijking plaats van het Veiligheidsprogramma, op basis van actuele gegevens zal de doelstelling en de instrumenten voor het bereiken van deze doelstelling worden geëvalueerd en zonodig aangepast.
3.2 Meerjarenprogramma Fiets

Het fietsbeleid in Amsterdam staat geformuleerd in het Meerjarenprogramma Fiets 2000 – 20058 en het concept Amsterdams Verkeer- en Vervoerplan (AVVP). Kern van het beleid is dat het fietsgebruik moet worden gestimuleerd om de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad te verbeteren. In het meerjarenprogramma wordt fietsendiefstalpreventie als speerpunt benoemd. Instrumenten die volgens het programma moeten worden ingezet zijn: verschillende stallingsvormen, de instelling van een fietsparkeerorganisatie, graveeracties, versnelde aangifteprocedure, acties van politie en openbaar ministerie, medefinanciering van stallingen door belanghebbenden, normen voor stallingplaatsen en de bevordering van beveiliging tegen inbraak van bergingen.


3.3 Bestaande maatregelen en activiteiten
Centrale Fietsparkeerorganisatie Amsterdam(CFA)

De gemeenteraadscommissie Verkeer en Vervoer heeft op 22 november 2000 ingestemd met het oprichten van de Centrale Fietsparkeerorganisatie Amsterdam (CFA). In de periode daarna is door de dienst IVV gewerkt aan het bedrijfsplan waarin staat aangegeven hoe de organisatie zal worden opgebouwd, welke middelen er nodig zijn en welke acties er in 2001 zullen volgen. Op 13 juni 2001 heeft de raadscommissie ingestemd met dit bedrijfsplan.

De CFA heeft als doel de ontwikkeling en het beheer van fietsenstallingen in goede banen te leiden. Daar waar nodig biedt de CFA ondersteuning aan stallingen en kan zij eventueel beheerders leveren. De CFA gaat niet zelf stallingen beheren, maar treedt op als opdrachtgever. De activiteiten richten zich in eerste instantie op de zogenaamde bestemmingsstallingen. Tegelijkertijd werpt de CFA zich op als kenniscentrum, subsidieverstrekker en “facilitair bedrijf” ten behoeve van alle stallingen in Amsterdam, dus ook de buurtstallingen.


Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

De huidige APV kent diverse bepalingen met betrekking tot fietsen of bromfietsen die tevens van invloed zijn op de preventie van fietsendiefstal:



  1. Art. 2.8A verbiedt fietsen op of aan de weg ten verkoop aan te bieden, te kopen of te verkopen. Deze bepaling is in 1997 in de APV opgenomen om, in aanvulling op de verbodsbepalingen van het Wetboek van Strafrecht, in het belang van de openbare orde (het bestrijden van normvervaging en verloedering van het straatbeeld), tot een doeltreffender aanpak van diefstal en heling van gestolen fietsen op straat te komen.

  2. Op grond van artikel 10.6 is het verboden om fietsen of bromfietsen zodanig tegen gebouwen of op de voetweg te plaatsen dat daardoor de toegang, het uitzicht of de doorgang voor de bewoner of de gebruiker wordt belemmerd.

  3. Ingevolge art. 8.1 is het verboden om voorwerpen, waaronder fietsen en bromfietsen, vast te maken aan bomen, lantaarnpalen of andere voor de openbare dienst bestemde inrichtingen of installaties.


Politieacties

Door de politie zijn de afgelopen jaren diverse graveer, communicatie, controle en handhavingsacties uitgevoerd. Wellicht heeft het ‘Streetwise’ optreden van de politie vanaf begin 2000 ook preventief gewerkt. Hiervan is door de korpsleiding van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland verschillende malen publiekelijk melding van gemaakt.

‘Streetwise’ houdt in, dat de politie met gepaste maatregelen het publieke domein wil terugwinnen.
Uitwerking speerpunten

De projectgroep fietsendiefstalpreventie houdt zich bezig met het uitwerken en concretiseren van 42 speerpunten op het gebied van fietsendiefstalpreventie. De speerpunten zijn vastgelegd in het projectvoorstel ‘Aanpak diefstal fietsen’ waarmee de Commissie Algemene Zaken op 5 september 2000 heeft ingestemd. Een eerste tussenrapportage is op 3 juli 2001 besproken in de Commissie Algemene Zaken.


Landelijke acties

In het kader van het Integraal Veiligheidsprogramma wordt er op landelijk niveau door de Landelijke Werkgroep Fietsdiefstal aan de invoering van een fietsregistratiesysteem door middel van een diefstalpreventiechip (TAG) gewerkt. Daarnaast zijn er verschillende landelijke maatregelen en activiteiten die van invloed zijn op het terugdringen van het diefstalprobleem zoals Fietsparkeur, Politiekeurmerk Veilig Wonen, de instelling van de stichtingen Art en CROW, het keurmerk Veilig Ondernemen Winkelcentra en het verbeterprogramma NS-stallingen.



4. Aanpak Fietsendiefstal
4.1 Uitgangspunten

In deze paragraaf worden de uitgangspunten beschreven voor de aanpak van het fietsendiefstalprobleem in Amsterdam.



Integrale aanpak

Tot voor kort werd de aanpak van fietsendiefstal door verschillende organisaties op een eigen manier aangepakt. De politie en het Openbaar Ministerie houden zich met name bezig met handhaving en controle. Gemeentelijke instellingen richtten zich met name op de bouw van fietsenstallingen en hielden zich bezig met het opstellen en implementeren van flankerend beleid. Belangrijk uitgangspunt in de dit werkprogramma is dat er meer samenhang wordt gebracht in de activiteiten van de verschillende organisaties om de effectiviteit van de aanpak te vergroten. Dit wordt de integrale aanpak genoemd.

Met integrale aanpak wordt bedoeld dat alle aspecten van het probleem aan de orde moeten komen en in de tijd op elkaar moeten worden afgestemd. Het gaat om alle activiteiten die betrekking hebben op het voorkomen van fietsdiefstal tot en met de terugbezorging van gestolen fietsen. De aanpak van fietsendiefstal is niet alleen mogelijk door middel van repressieve maatregelen, maar dient met name ook vanuit de preventieve kant te worden benaderd. Niet alleen het aanhouden, straffen en vervolgen van daders is belangrijk, maar ook het bouwen van bewaakte fietsenstallingen, het opstellen en uitvoeren van flankerend beleid en het informeren van fietsbezitters over stallingmogelijkheden, goede sloten, helen en stelen etc. is van belang. Repressie kan alleen effectief zijn als ook preventieve maatregelen worden uitgevoerd.

Pijlers van de integrale aanpak zijn daarom:


  • Communicatie

  • Registratie

  • Stallen en vastzetten

  • Controle en toezicht

  • Handhaving

  • Terugbezorging.



Ketenbenadering

De effectiviteit van de aanpak van fietsendiefstal kan alleen worden gewaarborgd als er gebruik wordt gemaakt van een koppeling van opeen volgende activiteiten en maatregelen. Afzonderlijke communicatie of politieacties zijn minder effectief dan wanneer ze aan elkaar worden gekoppeld.

Samenwerking met belanghebbende organisaties

Fietsendiefstal is een dermate complex probleem dat het niet door een enkele partij kan worden opgelost; er is draagvlak en inzet nodig bij alle betrokken partijen. De aanpak van fietsendiefstal is niet alleen een zaak van politie en justitie. Burgers, belangenorganisaties van fietsers, fabrikanten en fietsenbranche alsmede gemeentelijke diensten en stadsdelen zijn mede verantwoordelijk voor het oplossen van het probleem.


: library -> repository -> bestanden
bestanden -> Vlaanderen gelooft in lokale campagnes Vlamingen de fiets op ‘sensibiliseren’
bestanden -> Fietsgebruik maakt het verschil In Nederland biedt het Onderzoek Verplaatsingsgedrag (ovg) van het cbs informatie over de mobiliteit. In België is in 1999 een onderzoek uitgevoerd dat een enigszins vergelijkbare opzet had
bestanden -> Samenwerkingsproject Ruimte voor de fiets Modernisering fietsparkeervoorzieningen bij
bestanden -> Verslag van Netwerkdag voor docenten in het hoger onderwijs
bestanden -> Swov: rotonde zonder fietservoorrang veiliger voor fietser
bestanden -> Wettelijke eisen aan 30km/uur-gebieden
bestanden -> Mondjesmaat handhaven in 30km/uur-zones
bestanden -> Flanders believes in local campaigns The Belgians get on their bikes through ‘sensitisation’
bestanden -> Uitgangspunten, knelpunten en oplossingen incl reactie op Fietsbalans 2008 Fietsbewegwijzering Bredelerweg Illebergerdiek
bestanden -> Fietsberaad factsheet 1 Importance of cycling in the Netherlands


  1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina