Rechtbank leeuwarden sector kanton



Dovnload 20.13 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte20.13 Kb.
RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector kanton

Locatie Opsterland

zaak-/rolnummer: 206655 \ VZ VERZ 06-264

beschikking van de kantonrechter d.d. 23 november 2006

inzake

de stichting Stichting Talant,


hierna te noemen: Talant,
gevestigd te Heerenveen,
verzoekster,
gemachtigde: mr. J.M. Frons,

tegen


[verweerder],
hierna te noemen: [verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder.
gemachtigde: mr. M.M.J. Arts.

Procesverloop


Talant heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 7 november 2006, verzocht de tussen haar en [verweerder] gesloten arbeidsovereenkomst, voor het geval deze nog bestaat, te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7: 685 BW.

[verweerder] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, voorafgaand aan de zitting geen verweerschrift ingediend.

De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2006. Het verzoek is gelijktijdig behandeld met het door [verweerder] aangespannen kort geding strekkende tot doorbetaling van salaris.
Beide gemachtigden hebben het standpunt van hun cliënt(e) toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen, waarbij de pleitaantekeningen van [verweerder] tevens hebben te gelden als verweerschrift.

Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

Motivering
1.  In deze procedure geldt het volgende als vaststaand.

1.1.  [verweerder] is sedert 1 mei 1984 in dienst bij Talant, laatstelijk in de functie van Hoofd Linnendienst en Intern Transport, tegen een bruto salaris van € 2.553,-- per maand exclusief vakantietoeslag. [verweerder] verricht zijn werkzaamheden te Beetsterzwaag.

1.2.  Naar aanleiding van het niet verantwoord zijn van de opbrengst van de verhuur van de Sinterklaas- en zwarte Pietpakken van december 2004 heeft Talant het bureau Hoffmann Bedrijfsrecherche een onderzoek laten instellen. Hoffmann Bedrijfsrecherche heeft hiervan een tweetal rapporten opgemaakt.

1.3.  Talant heeft [verweerder] op 27 september 2006 op staande voet ontslagen.


Bij brief van diezelfde datum heeft Talant aan [verweerder] onder meer meegedeeld:
"Op woensdag 27 september 2006 bent u in aanwezigheid van de heren [a] en [b] (Hoffmann Bedrijfsrecherche), de heer [c] (hoofd facilitair bedrijf a.i) en de heer [d] (P&O adviseur) door de heer [e] (manager facilitair bedrijf), op staande voet ontslagen wegens dringende reden, conform Burgerlijk Wetboek artikel 7: 678 lid 2 sub d. "waarbij hij zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering, bedrog of andere misdrijven, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt.".".
Bij brief van 29 september 2006 is de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en heeft [verweerder] aangeboden zijn werkzaamheden te hervatten.

1.4.  Op 30 oktober 2006 heeft [verweerder] een bedrag van € 100,-- gestort op de rekening van Talant met de vermelding "terug geld zandbak en zand." en op 31 oktober 2006 eveneens een bedrag ad € 100,-- met de vermelding "belkosten hetnet-oxxio".

het standpunt van Talant
2.1.  Talant heeft verzocht de met [verweerder] gesloten arbeidsovereenkomst, voor zover die nog bestaat, te ontbinden, primair op grond van een dringende reden, subsidiair wegens een verandering in de omstandigheden die met zich meebrengt dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn dient te eindigen.

2.2.  Talant stelt dat zij in 2000 heeft geconstateerd dat er onverantwoorde kasopnames hadden plaatsgevonden die onder verantwoordelijkheid van [verweerder] vielen. Bij brief van 21 september 2000 is aan [verweerder] bevestigd dat Talant geen bewijs had, maar dat een groot aantal zaken rond door hem gedane financiële handelingen onduidelijk bleef. [verweerder] is vervolgens de bevoegdheid ontnomen om zelfstandig kashandelingen te verrichten.

2.3.  Halverwege 2006 heeft Talant geconstateerd dat er contante geldbedragen, die in het beheer van [verweerder] waren, waren verdwenen. De contante opbrengst van de door de afdeling linnendienst georganiseerde verhuur van Sinterklaas- en zwarte Piet-pakken, die door Van de Brug was geïnd, was niet verantwoord in de administratie.

2.4.  Uit het hierop door Hoffmann Bedrijfsrecherche verrichte onderzoek is naar voren gekomen dat uit zowel de rekeningafschriften van de op naam van [verweerder] staande bankrekening als uit het kasboek niet valt te achterhalen wat er met de opbrengst van de verhuur van de Sinterklaaspakken over december 2004 is gedaan. [verweerder] heeft - zowel in het gesprek met Hoffmann Bedrijfsrecherche als in zijn eigen brief d.d. 11 oktober 2006 - erkend dat hij geld daarvan heeft uitgegeven voor privé-doeleinden, te weten de aanschaf van onder andere een zandbak.

2.5.  Hoffmann Bedrijfsrecherche heeft eveneens de door [verweerder] gedane kasopnames onderzocht. [verweerder] heeft in de periode van januari 2004 tot en met juni 2006 bij het facilitair meldpunt voor een bedrag van in totaal € 4.622,70 aan kasopnames gedaan. Uit de omschrijvingen die [verweerder] aan de opnames heeft gegeven, valt niet op te maken dat het opgenomen geld ook daadwerkelijk aan Talant is besteed. [verweerder] hield geen kasboek bij en kon geen bonnetjes overleggen. Talant kan niet hard maken dat alle onverantwoorde kasopnames voor eigen doeleinden zijn aangewend, maar houdt daar - gelet op de kwestie met de Sinterklaaspakken - wel rekening mee.

2.6.  Daarnaast verwijt Talant [verweerder] bovenmatig privé-gebruik van de mobiele telefoon. [verweerder] heeft over de maanden oktober 2005 tot en met september 2006 voor 736 minuten naar betaalde 0900-servicenummers gebeld, te weten 0900-nummers van Oxxio Nederland, de helpdesk van Het Net en de Rabofoon. Ook heeft [verweerder] tijdens werktijd langdurig privé gebeld. Talant heeft [verweerder] herhaaldelijk op dit belgedrag aangesproken, in het bijzonder op 4 juli 2006 en 26 september 2006.

2.7.   Op grond van het bovenstaande heeft Talant [verweerder] op 27 september 2006 op staande voet ontslagen. Omdat de gemachtigde van [verweerder] een beroep heeft gedaan op de vernietigbaarheid van het ontslag, verzoekt Talant voorwaardelijk de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De door Talant aangevoerde feiten rechtvaardigen een ontbinding op grond van een dringende reden. Ingeval geen dringende reden wordt aangenomen wijst Talant er op dat het vertrouwen in [verweerder] als gevolg van voormelde feiten is komen te vervallen.

het standpunt van [verweerder]


3.1.  [verweerder] heeft verweer gevoerd. [verweerder] stelt daarbij dat hem van de ontstane situatie – voor zover deze al is komen vast te staan – in redelijkheid geen verwijt kan worden gemaakt.

3.2.  Ten aanzien van de situatie in 2000 stelt [verweerder] dat hij toen ten onrechte werd verdacht van diefstal en dat Talant haar excuses diende aan te bieden. De door Talant overgelegde brief van 21 september 2000 zou volgens [verweerder] uit het personeelsdossier worden verwijderd.

3.3.  Met betrekking tot de opbrengst van de verhuur van de Sinterklaas en zwarte Piet-pakken heeft [verweerder] aangevoerd dat hij dat geld niet heeft aangewend voor privé-doeleinden, maar slechts ten behoeve van het personeel, zoals uitjes en etentjes. Hij heeft nimmer de intentie gehad het geld voor zichzelf te houden. Van opzet tot diefstal of verduistering is geen enkele sprake. Wel heeft hij een keer van het geld geleend, toen hij op de terugweg naar huis een zandbak en zand diende te kopen en hij zijn portemonnee thuis had vergeten. Dit bedrag van € 100,-- heeft hij onlangs teruggestort aan Talant.

3.4.  [verweerder] benadrukt dat hij nimmer geld heeft gestolen of verduisterd en dat hij geen enkele opzet heeft gehad om het geld tot zich te houden. Talant kan ook op geen enkele wijze hard maken dat hij geld heeft verduisterd. Hij betwist de insinuaties van Talant dat hij kasopnames voor eigen doeleinden heeft aangewend. Volgens [verweerder] gedraagt Talant zich als slecht werkgever door hem zonder enige bewijs van opzet op die gronden op staande voet te ontslaan danwel ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen.

3.5.  Voorts stelt [verweerder] dat hij wel gedwongen was om de telefoon van het werk te gebruiken omdat hij problemen had met zijn eigen telefoonlijn en met een elektriciteitsbedrijf. Hij ontkent dat hij op 4 juli 2006 is aangesproken op zijn belgedrag. Hij was bezig met Oxxio en KPN om de telefoonkosten van Talant terug te krijgen. Zodra hij deze ontvangen had, zou hij ze doorstorten naar Talant. Hij heeft alvast een bedrag van
€ 100,-- overgemaakt.

3.6.  Indien het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt toegewezen, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding conform de kantonrechtersformule met een correctiefactor c=2. Volgens [verweerder] valt Talant zwaar aan te rekenen dat zij [verweerder] heeft ontslagen, zonder dat er sprake was van enige opzet tot verduistering of diefstal.

de beoordeling
4.1.  De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

4.2.  Bij brief van 21 september 2000 is het Hoofd Facilitair Bedrijf van toen nog Heechhout Kaai aan [verweerder] onder meer meegedeeld:


"Op dinsdag 12 september heeft u met mij een gesprek gehad waarbij dhr. [f] aanwezig was. Dit schrijven is een neerslag van dat gesprek en zal in u personeelsdossier worden opgenomen.
In de eerste plaats maakt Heechout Kaai u excuses omdat u verdacht werd van diefstal en daarover bevraagd bent. Middels analyse van de videoband, waarop u een kashandeling verricht, is duidelijk geworden dat deze verdenking ongegrond is. Wel blijven er een aantal zaken rond financiële handelingen op dit moment onduidelijk, zoals de f 500,-- voor een stoel welke u verkocht aan een medewerker en wij dit in de boeken niet terug kunnen vinden. Tevens heb ik u gevraagd om alle onregelmatigheden rond financiële transacties aan mij te melden. Ook heb ik aangegeven dat ik van u verlang, dat zich in de toekomst geen onregelmatigheden meer op dit vlak voor zullen doen en dat u zich zult onthouden van een ongevraagd zelfstandig verrichten van kashandelingen.".
Gelet op de inhoud van die brief komt het de kantonrechter niet aannemelijk voor dat de brief uit het personeelsdossier van [verweerder] zou worden verwijderd. De brief vermeldt immers duidelijk dat de brief in het personeelsdossier gevoegd zal worden. Bovendien bevat de brief de excuses aan [verweerder] ter zake de vermeende diefstal.
Echter, uit de brief blijkt ook dat ook in 2000 [verweerder] niet alle financiële handelingen die hij had verricht, kon verantwoorden. [verweerder] is daarbij gewaarschuwd dat een en ander zich niet weer voor mocht doen. [verweerder] was derhalve een gewaarschuwd man.

4.3.  [verweerder] heeft - blijkens het rapport van de Hoffman Bedrijfsrecherche - op 27 september 2006 ten overstaan van Hoffmann Bedrijfsrecherche onder meer het volgende verklaard:


"Ik zal u vertellen hoe het werkelijk is gegaan. In december 2004, kort na de verhuur van de pakken, kwam het geld van de verhuur bij mij binnen. Het ging daarbij inderdaad om een bedrag van ongeveer € 600,--. Het geld heb ik toen gestopt in het rode geldkistje dat bij mij op de kamer staat. Een of twee dagen voor de kerst kregen wij het bericht dat bij mijn schoonvader kanker was geconstateerd. Dat heeft bij ons thuis een enorme impact gehad. Ik heb mede daardoor niet meer gedacht aan het geld van de verhuur van de pakken.
Pas in de weken daarna dacht ik weer aan het geld. Dat kwam omdat mijn vrouw mij een enkele keer op het werk belde met de vraag of ik wat boodschappen mee naar huis wilde nemen. Ik moest dan Pampers of vlees meenemen. Vaak had ik geen portemonnee bij mij zodat ik het geld voor de boodschappen even "leende" uit het rode geldkistje. Ik hield toen nog wel bij hoeveel geld ik uit het kistje had geleend.
(…)
Nadat ik van Talant het geld had ontvangen, kon ik het rode kistje weer aanvullen. U heeft gelijk als u zegt dat ik toen alsnog het geld had kunnen storten op de darvoor bestemde rekening. Ik heb dit echter niet gedaan. Het geld van de verhuur van de Sint-Nicolaas- en zwarte Piet-pakken, ruim € 600,--, is vervolgens opgegaan aan kleine huishoudelijke dingen zoals boodschappen. Ook heb ik er voor de kinderen een zandbak van gekocht.".
en voorts:
"Ik heb in mijn ogen twee stomme dingen gedaan. Ten eerste heb ik geld ontvreemd oftewel verduisterd dat toebehoort aanTalant. Dat is het geld dat afkomstig was van de verhuurd van de Sint-Nicolaas- en zwarte Piet-pakken in december 2004.
Daarnaast heb ik voor honderden euro's gebeld met de diensttelefoon zonder dat ik dit heb gemeld bij mijn leidinggevende of verantwoordelijke voor de telefoons. Ik was voornemens dit later te melden als de schadevergoeding door Het Net was betaald.
Dat ik over de afgelopen jaren duizenden euro's heb opgehaald bij de afdeling Klantenservice zonder dat dit gedekt werd door onderliggende aankoopbonnen is stom geweest. Ik had daar veel zorgvuldiger in moeten zijn. Dat is nu eenmaal mijn makke. Ik heb mij op die manier echter geen geld toegeëigend.".

4.4.  In zijn brief ontvangen door Talant op 11 oktober 2006 heeft [verweerder] gereageerd op het rapport van Hoffman Bedrijfsrecherche. Hij heeft onder meer geschreven:


"Op pagina 5 wordt er in het verslag geschreven dat ik aangeef ruim 600 euro te hebben opgemaakt aan kleine huishoudelijke zaken en een zandbak voor de kinderen. Dit komt absoluut niet overeen met wat ik tijdens dit gesprek heb gezegt. Mijn woorden waren in de trend van "ik heb geld uit de pot gehaald en heb er een keer Pampers voor gekocht en een zandbak voor de kinderen". Heb dus niet ruim 600 euro in eigen zak gestopt, eerder op pagina 4 heb ik dit ook verteld.".

4.5.  De kantonrechter is van oordeel dat, met inachtneming van de inhoud van de brief van [verweerder] van 11 oktober 2006, genoegzaam vaststaat dat [verweerder] een deel van de opbrengst van de verhuur van de Sinterklaas- en zwarte Pietpakken heeft aangewend voor privé-aankopen, met name een zandbak. [verweerder] kan geen (plausibele) verklaring geven wat er met het resterende geld is gebeurd. Ook ter zitting heeft hij desgevraagd aangegeven niet te weten wat er met het geld is gebeurd. Tevens heeft hij ter zitting geen verklaring kunnen geven voor het feit dat hij niet terstond de volgende werkdag het voor de zandbak gebruikte geld terug heeft betaald, noch voor het feit dat hij toen niet alsnog het geld op de desbetreffende bankrekening heeft gestort. [verweerder] heeft hiervoor ruimschoots de tijd gehad. Dat [verweerder] de intentie had om het "geleende geld" op eigen initiatief terug te betalen, acht de kantonrechter dan ook niet aannemelijk.


Dat [verweerder] na zijn ontslag een bedrag ad € 100,-- gestort heeft op de rekening van Talant, maakt het bovenstaande uiteraard niet minder ernstig.

4.6.  Daarnaast staat vast dat [verweerder] de kasopnames ten bedrage van € 4.622,70 niet heeft kunnen verantwoorden en dat hij overmatig gebruik heeft gemaakt van de mobiele telefoon voor privé-doeleinden.


Met betrekking tot de kasopnames gaat het niet om de vraag of [verweerder] dit geld al dan niet voor privé-doeleinden zou hebben aangewend - hier zijn ook geen concrete aanwijzingen voor - maar wel om het feit dat [verweerder] deze kasopnames niet kan verantwoorden, terwijl dit wel had gemoeten. [verweerder] heeft de gedane kasopnames niet verantwoord met bonnetjes. Dat de werknemers deze bonnetjes niet wilden afgeven omdat het tevens garantiebewijs zou zijn, is daarvoor geen excuus. [verweerder] had alsdan immers ook gebruik kunnen maken van kopieën van de bonnetjes.
Voor zover [verweerder] ten aanzien van het telefoongebruik heeft betoogd dat hier sprake was van een noodsituatie doordat hij problemen ondervond met Het Net en Oxxio, overweegt de kantonrechter dat [verweerder] heeft nagelaten om voor het veelvuldig privé-gebruik van de mobiele telefoon toestemming van zijn werkgever te vragen. Overigens betreffen de gesprekken niet uitsluitend het servicenummer van Het Net en het nummer van Oxxio, maar heeft [verweerder] ook, zonder toestemming van Talant, zijn Rabofoon-betalingen gedaan met behulp van de door Talant ter beschikking gestelde mobiele telefoon. Het feit dat [verweerder] na zijn ontslag een bedrag ad € 100,-- op de rekening van Talant heeft opgemaakt als vergoeding voor de belkosten, maakt het bovenstaande niet anders.

4.7.  Duidelijk is dat Talant door bovenstaande feiten geen vertrouwen meer heeft in [verweerder] en dat de arbeidsverhouding tussen partijen duurzaam is verstoord. Dit is aan [verweerder] te wijten. Door zijn handelen is [verweerder] het vertrouwen van de werkgever onwaardig geworden. De kantonrechter is tevens van oordeel dat Talant van de verstoorde verhouding geen verwijt kan worden gemaakt. Talant heeft, naar aanleiding van de onduidelijkheden over de financiële handel en wandel van [verweerder], Hoffmann Bedrijfsrecherche ingeschakeld om een en ander te onderzoeken. In het kader van dat onderzoek is [verweerder] diverse malen gehoord. Na afronding van het onderzoek heeft Talant op grond van de onderzoeksresultaten besloten om het dienstverband met [verweerder] te beëindigen.


In hoeverre bovenstaande feiten en omstandigheden een dringende reden opleveren, wenst de kantonrechter in het kader van de onderhavige procedure in het midden te laten. Dat zal in een eventuele bodemprocedure beoordeeld moeten worden.
Wel zal de kantonrechter het voorwaardelijke verzoek van Talant toewijzen op grond van een wijziging in de omstandigheden die met zich meebrengt dat de arbeidsovereenkomst behoort te eindigen.
Daarbij zal aan [verweerder] geen vergoeding worden toegekend, nu de ontstane situatie is te wijten aan het gedrag van [verweerder].

4.8.  Hetgeen partijen verder hebben aangevoerd heeft naar het oordeel van de kantonrechter geen toegevoegde waarde en behoeft derhalve ook geen bespreking.

5.  Gezien het vorenstaande behoeft aan Talant geen termijn te worden gegund om het verzoek in te trekken.

6.  De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

Beslissing
De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, voor het geval deze nog bestaat, met ingang van heden, 23 november 2006;

compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Beetsterzwaag en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2006 door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.


c 41




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina