Remediation van Stand-up Comedy Alessandro Valente



Dovnload 155.76 Kb.
Pagina1/2
Datum21.08.2016
Grootte155.76 Kb.
  1   2
Remediation van Stand-up Comedy

Alessandro Valente

Alessandro.Valente@student.uva.nl

Studentnummer: 0359084

University of Amsterdam, The Netherlands

Opleiding: Media & Cultuur

Datum 18 December 2007

Docent: ReindeR Rustema

Samenvatting
Het nieuwe van nieuwe media is, hoe ze de inhoud van oude media incorporeren.

Om uitingen van nieuwe media te begrijpen, moet daarom gekeken worden naar de manier waarop ze oudere media vormen hergebruiken of ‘remediëren’.1 In deze scriptie, zal dit worden gedaan aan de hand van het ‘stand-up comedy’ genre. Een ‘comedy’ vorm die traditioneel gesitueerd is op het podium van een club, waarbij er direct contact is tussen de komediant en zijn publiek. In de loop van de twintigste eeuw heeft deze ‘comedy’ vorm de stap gezet naar radio en televisie en blijkt nu succesvol op internet- video ‘sharing’ sites zoals ‘Youtube’. In deze scriptie zal ‘stand-up comedy’ op ‘Youtube’ als nieuw webgenre worden onderzocht en worden afgezet tegen haar vorm op televisie. Hoe heeft deze 'remediatie' van het genre zich ontwikkeld? Aan de hand van deze vraag zal met behulp van een historiografische analyse en genretheorie een poging gedaan worden, ‘stand-up comedy’ als webgenre in kaart te brengen. Ook zal het mogelijk inzichten bieden, die leiden tot het beter begrijpen van 'nieuwe media' uitingen.




Sleutelwoorden:
Stand-up comedy, remediation, genre, online video, television

Inleiding
Op het scherm is een jongen in zijn slaapkamer te zien, op de maat van een populair rap- lied trekt hij rare bekken, tegelijkertijd playbackt hij de tekst van het nummer. Op het beeld verschijnt in grote letters de tekst “KevJumba Presents” en daarna “Stupid Questions”. De jongen grijpt met zijn hand naar de rand van het beeld en verstelt het kader waarin hij te zien is, anders gezegd, hij verstelt zijn ‘webcam’. De muziek dimt, de jongen kijkt je strak aan en hij begint zijn act:
You know, when your young, your coach and teacher tell you stuff like: “don’t be afraid to ask, there is no such thing as a stupid question”. That’s retarded, who thought of that?

Of’ course there are such things as stupid questions! People should not be promoting these dumb questions! For example the other day, I was playing basketball, I wanted to grab a rebound, but when I was coming down, I landed awkwardly on my ankle. So I was like a drama-queen, while I fell down on the ground and I yelled out: Aaah! My ankle! Trying to make it obvious that I was in pain! I guess my friends didn’t really catch on to that “hint”, because one of them came up to me and asked: “Is something wrong?” No, no nothing is wrong, during the middle of basketball games I just like to randomly cry out of pain!”
Dit is het begin van de Youtube video “Stupid questions” van KevJumba (link). In het vervolg van de video gaat de jongen nog twee minuten door met zijn komische monoloog waarin hij stomme vragen die mensen aan hem stellen opsomt en zijn irritaties hierover uitdrukt. Aan het einde van de video worden de kijkers bedankt en sluit de jongen af met de belofte door te gaan met het maken van dergelijke video’s: “Stay tuned”.

Dergelijke video’s op ‘Youtube’ zie ik als stand-up performances, het is een monoloog van een persoon (aangeduid als ‘comedian’ op de Youtube site), bestaande uit anekdotes met de bedoeling het publiek aan het lachen te krijgen. Aan de reacties van de kijkers op het ‘messageboard’ van de video te zien, lijkt dit te zijn gelukt. Een groot gedeelte van de meer dan vijfduizend gegeven reacties (in het geval ze daadwerkelijk over de inhoud van het filmpje gaan) hebben een strekking in de trant van “hahahahahhahahahah funny as hell” en “lol (laughing out loud), I know exactly what you are saying”.

Hoewel stand-up performances al tientallen jaren op televisie te zien zijn, is de inhoud van de besproken KevJumba video en dergelijke andere ‘stand-up’ video’s op het internet duidelijk anders dan wat je kunt verwachten op televisie. Het ‘stand-up comedy’ genre is wel bekend, maar niet in deze vorm. Dergelijke via het internet gedistribueerde 'stand-up' performance video’s hebben blijkbaar andere genrekenmerken, dan uitzendingen die onder hetzelfde genre vallen, maar uitgezonden worden op televisie. Weet je meer over deze verschillen, dan weet je ook meer over het internet als medium voor online video’s.
Dit is in het kort de gedachte die ten grondslag ligt aan deze scriptie, waarin ik ‘stand-up’ comedy als nieuw webgenre zal onderzoeken. Het onderzoek zal verlopen aan de hand van de volgende onderzoeksvraag:


  • Hoe ontwikkelt het 'stand-up comedy' genre zich als webgenre?

De scriptie zal beginnen met een uitleg van het werk ‘remediation’ van Bolten en Grusin. De hieruit afkomstige theorieën zullen het theoretische kader vormen waarmee in deze scriptie internet als medium voor online video’s en haar relatie met televisie zal worden begrepen.

Hierna zal ‘stand-up comedy’ aan de hand van een historiografische analyse bekeken worden als genre. Wat is ‘stand-up comedy, waar komt het vandaan en hoe ziet het er uit? Ook zal de opkomst van ‘stand-up comedy’ op televisie omschreven worden en hoe deze zijn huidige vorm heeft aangenomen. Deze historiografische aanpak zal zich beperken tot enkel de Amerikaanse geschiedenis van het genre. Deze beschouw ik als het meest relevant, aangezien het genre in de Verenigde Staten is geboren en de ontwikkelingen van het genre daar het meeste invloed heeft gehad op de vormgeving van het genre in andere landen. Wanneer de ontwikkeling van het genre en haar genre-kenmerken duidelijk zijn, zowel die in haar traditionele vorm als op televisie, is ‘stand-up comedy’ in de vorm van ‘online video’ aan de beurt. Een onderwerp waar nog amper specifieke literatuur over bestaat. Hier zullen de bevindingen voornamelijk uit eigen onderzoek en analyse komen. Naast het werk van Bolten en Grusin zal ik gebruik maken van genre theorie, afkomstig van Altman, om de genre-elementen van ‘stand-up comedy’ in de vorm van online video, af te zetten tegen ‘stand-up comedy’ op televisie. Dit alles zal deze scriptie brengen tot een antwoord op de onderzoeksvraag en uitspraken over internet als medium voor audio-visueel materiaal.

Remediation
Het Concept van ‘remediation’, beschreven door Bolter en Grusin in het werk “Remediation: Understanding New Media”, gaat er van uit dat nieuwe media de inhoud en functies van oude media in zich opnemen en zo oude media hergebruiken. Dit hergebruiken van één of meerdere media noemen Bolter en Grusin ‘Remediation’.
Once again, what is new about digital media lies in their particular strategies for remediating television, film, photography, and painting.”2
Het hergebruik van oude media door middel van ‘remediation’ is tegelijk wat nieuwe media uniek maakt en wat er voor zorgt dat nieuwe media nooit uniek kan zijn. 3

‘Remediation’ gaat echter beide richtingen op. Oude media hergebruiken ook de inhoud van nieuwe media. Nieuwszenders maken gebruik van ‘banners’ voorzien van extra informatie, zoals in de interface van webpagina’s. Er kan daarom gesteld worden dat vandaag de dag elke media vorm een vorm is van ‘remediation’. Immers het reageert op, hergebruikt, hervormt en concurreert met andere media.


“…ours is a genealogy of affiliations, not a linear history, and in this genealogy, older media can also remediate newer ones.” 4
Bolter en Grusin breken zo met de gedachte, dat elk medium een aparte uitvinding is, die zich los van andere media ontwikkelt volgens een historisch lineair narratief.
Hoewel elke ‘remediatie’ streeft naar authenticiteit, zijn er verschillende strategieën om dit te bereiken. De verschillende strategieën kunnen in twee kampen verdeeld worden aan de hand van de begrippen ‘immediacy’ en ‘hypermediacy’. De logica van ‘immediacy’ is dat een medium een directe toegang moet geven tot de inhoud van een ander medium. Het medium moet dus het liefst geheel transparant zijn. Zoals speelfilms die je niet confronteren met het productieproces ervan. De montage en mise-en-scène zijn zo dat de film zich als natuurlijk voordoet. Hierdoor krijgen de kijkers zoveel mogelijk de illusie dat alles ‘werkelijk’ voor zich afspeelt, waar ze bij zijn. Ook de westerse traditie van olieverfschilderkunst ging volgens deze logica. De afbeeldingen moesten zoveel mogelijk continuïteit hebben met de “echte ruimte” waar het publiek zich in bevond. Iemand die naar het schilderij keek, moest dus zo min mogelijk het gevoel hebben naar een schilderij te kijken.5

‘Hypermediacy’ is de tegenhanger van ‘immediacy’ en werkt volgens een tegengestelde logica. Er wordt naar authenticiteit gestreefd door juist de nadruk te leggen op het medium zelf. Waar ‘immediacy’ de handeling van representatie ontkent, door deze zoveel mogelijk uit te wissen, erkent ‘hypermediacy’ juist meerdere vormen van representatie en maakt deze zichtbaar. Denk hierbij aan de desktop interface van besturingsprogramma’s van computers, waar je als gebruiker een interactie aangaat met meerdere ‘windows’. De interface bestaat uit verschillende representaties in de vorm van tekst, video en geluid, die naast elkaar concurreren om aandacht in een gemedieerde ruimte. De gebruiker is continu geconfronteerd met de aanwezigheid van het medium en meerdere representaties. Ook deze strategie bestond al voor de komst van nieuwe media. Zo komen bij fotocollages ook meerdere representaties samen. De afbeeldingen zijn uit hun oorspronkelijke context opnieuw samen met elkaar gerangschikt. Het gevolg is het ontstaan van een nieuwe gemedieerde ruimte, waar meerdere representaties naast elkaar bestaan. De collage vestigt daarmee de aandacht op het medium zelf, door de constructie van de inhoud zichtbaar te maken. Hypermediacy streeft net als ‘immediacy’ naar authenticiteit, maar gaat van een andere interpretatie van authenticiteit uit:


Transparent digital applications seek to get to the real by bravely denying the fact of mediation; digital hypermedia seek the real by multiplying mediation so as to create a feeling of fullness, a satiety of experience which can be taken as reality.” 6
Bolter en Grusin onderscheiden drie manieren waarop nieuwe media, oude media kunnen ‘remediëren’:


  • Remediatie zonder kritiek op het oude medium.

Het digitale medium rechtvaardigt zichzelf, doordat het toegang tot materiaal van het oude medium biedt. Het is alsof de inhoud van het oude medium zomaar in het nieuwe medium gegoten kan worden. Idealiter zou de ervaring bij het in aanraking komen met de inhoud hetzelfde zijn, als bij gebruik van het oude medium.


  • Agressieve ‘remediation’.

Hier wordt het oude medium of de oude media hervormd door het nieuwe medium. De oude media zijn nog wel door bepaalde sporen aanwezig, waardoor ‘hypermediacy’ ontstaat.


  • Ultieme vorm van ‘remediation’.

Het nieuwe medium probeert de oude media geheel te absorberen. De discontinuïteit tussen beide media is geminimaliseerd. Echter, het feit dat het om een ‘remediation’ gaat zorgt ervoor dat het oude medium nooit geheel kan worden uitgewist.7

Toepassing
Aan de hand van de hierboven besproken concepten zal in deze scriptie onderzocht worden, hoe ‘stand-up comedy’ zich heeft ontwikkeld op verschillende media door middel van ‘remediation’. ‘Stand-up comedy’ op televisie zal hierbij nader bekeken worden als een ‘remediation’ van ‘stand-up comedy’ in haar traditionele vorm. Dit is ongebruikelijk omdat Grusin en Bolter bij het toepassen van ‘remediation’ zich beperken tot het hergebruik van ‘content’ tussen technische communicatie middelen. In deze scriptie zal een ruimere definitie gehanteerd worden van het begrip ‘medium’. Met deze Mcluhaneske definitie van ‘medium’ worden fysieke vormen waarmee boodschappen mee worden gezonden en ontvangen ook beschouwd als ‘media’. Deze niet technische fysieke vormen kunnen daarom ook geremedieerd worden. Zo kun je spraak ook beschouwen als medium en is daarmee ook onderhevig aan ‘remediation’.
" . . . the 'content' of any medium is always another medium. The content of writing is speech, just as the written word is the content of print, and print is the content of the telegraph." 8

Stand-up comedy
De term ‘stand-up comedy’ bestaat officieel sinds in 1966 de term ‘Stand-up Comedian’ is opgenomen in het bestand van de ‘Oxford English Dictionary’ en de ‘Webster Ninth New Collegiate’. Beide woordenboeken definiëren de 'stand-up' komediant als iemand van wie zijn act bestaat uit een opvolging van grappen of humoristische opmerkingen terwijl de komediant alleen voor een publiek staat.
'Stand-up comedy' gaat echter verder terug en de woordenboekdefinitie is te beperkt om het komediegenre goed te begrijpen. De wortels van ‘stand-up comedy’ liggen in de ontwikkeling van massa-entertainment in de Verenigde Staten. Tussen 1830 en 1860 verdubbelde het aantal inwoners van de Verenigde Staten, over het hele land schoten steden als paddenstoelen uit de grond en de ontwikkeling van het treinverkeer veranderde het transport op ingrijpende wijze. Deze ontwikkelingen creëerde een nieuw stedelijk publiek bestaande uit geïmmigreerde en vaak ongeletterde mannen, die simpel en goedkoop entertainment wilden. In deze omgeving bloeide het Amerikaanse massa entertainment op en ontstond de ‘minstrelsy’, een variëteitenshow in uitgaansgelegenheden, waar witte performers met zwart gemaakte gezichten in overdreven zwarte dialecten spraken. Hoewel de ‘minstrelsy’ performance voornamelijk bestond uit muziek, ontstond hier de eerste vroege vorm van 'stand-up comedy' voor een live publiek in de vorm van de ‘end men’ en de ‘stump speaker’. 9
“…they (end men) dressed outrageously, mugged shamelessly, and fired off simplistic puns, quips, and riddles of the sort that would one day become a staple of burlesque houses and American adolescent humor (like, “Why did the chicken cross the road?”) Act two was highlighted by the stump speaker, whose monologues ranged from pure nonsense to lampoons or social philosophical issues.”10
Tegenwoordig zien veel komedianten en historici de 'minstrelsy' als een zwarte bladzijde van de Amerikaanse podium geschiedenis, omdat het bestond uit een negatieve raciale stereotype en het belachelijk maken van een minderheid, die zich al in een onderdrukte positie bevond. Toch werd hier een belangrijke stap gezet voor de uiteindelijke ontwikkeling van het ‘stand-up comedy’ genre. 11 De komische performances in de ‘minstrelsies’ braken op meerdere fronten met de theatertraditie. De komische acts waren niet meer gebonden aan een narratief plot waarin ze moesten functioneren. Deze mono of dialogen stonden op zichzelf en hadden alleen vermaak ten doel. Op deze wijze bevrijdden ‘comedy’ performances zich ook van traditionele beperkingen en formele regels, die golden bij het spreken in de publieke sfeer.
Previous to the cultural dominance of the mass-production market-place, the formal requirements of classical discourse had put severe limits on the gratuitous telling of jokes by demanding that all public speeches, comic or otherwise, justify themselves by the didacting promotion of ethical or religious lessons.”12
Ook zorgden de ‘minstrelsy shows’ met optredens in onder andere bars en pubs ervoor, dat komedie een plek had buiten de gerespecteerde deftige podia van theaters. Dit resulteerde in een nieuwe komedie-ervaring, gesitueerd in luidruchtige populaire uitgaansgelegenheden.
Het succes van de ‘minstrelsies’ liet zien, dat dergelijke goedkope 'variety shows' geschikt waren voor massa-entertainment. Dit leidde tot de opkomst en het succes van de Vaudeville en Burlesquehuizen. Vaudevilles zijn een soort populaire ‘variety show-theaters’, waar mensen van alle standen vermaakt werden door korte performances achter elkaar, zoals goochel-, acrobatische-, muziek- en comedy-acts. 13
It represented a grab bag of the full range of cultural interests and obsessions of an age marked by dramatic social, cultural, and technological transformations. In the course of an evening, one might watch a Shakespearean actor do a soliloquy, a trained dog act, an opera recital, a juggler or acrobatic turn, a baggy pants comedian, an escape artist or magician, a tap dance performance, and some form of stupid human tricks… ...vaudeville performances were short modular units -- usually less than 20 minutes in length -- and much was written about how the demands of economy -- get in, score big, and get off -- impacted the aesthetic choices made. There was no time for elaborate characterization or plot development. Every element had to pull its own weight. Nothing that wasn't necessary for the overall emotional impact could survive.”14
Deze vorm van amusement had een eigen karakter, anders dan dat van klassieke theatertradities, waar de producties tot stand kwamen door middel van een uitgebreid team van schrijvers, acteurs, toneelknechten en regisseurs. De Vaudeville performances hadden een simpele opzet en de act leunde voor het grootste gedeelte op de vaardigheden van de performers op het podium. Onder deze omstandigheden ontwikkelde het ‘comedy’ genre zich verder als verbale act en groeide in populariteit. De komische monoloog werd een belangrijk instrument voor dergelijke ‘variety shows’, om de verschillende acts aan elkaar te praten en het publiek met grappen te vermaken, in de periode dat de volgende act zich gereed maakte op het podium.

De ‘burlesque’ kan het best omschreven worden als een tot nachtclub getransformeerde saloon, waar klanten in een intieme sfeer vermaakt werden met comedy, muziek en erotisch getinte acts. Op deze kleinere podia ontwikkelde zich de intiemere, interactieve comedy stijl die ‘stand-up comedy’ zou worden.


Met de komst van radio en televisie en de groei van deze massamedia daalden de populariteit van de Vaudeville en Burlesque ‘variety shows’. De grote huizen gingen dicht en de kleinere locaties gingen zich specialiseren, meestal in live muziek, waar nog wel een goede markt voor was. Om voor een live publiek op te treden, moesten komedianten hun acts doen tussen de muziekoptredens als afwisseling. Er was geen plek meer voor de allround entertainer uit het Vaudeville tijdperk die vaak ook zanger, danser en acrobaat was. De Komediant moest zich specialiseren in wat hem uniek maakte, komedie. De tijd en ruimte waarin een komediant zijn act kon doen, werd kleiner net als de oppervlakte van het podium. Door de ingezakte markt was het moeilijker aan geld te komen met komedie-optredens. Dit zijn de ingrediënten waaruit de eerste generatie ‘stand-up comedians’ en het genre zoals we het vandaag de dag kennen, zijn ontstaan. 15 Geen geld, plaats en tijd voor een uitgebreid plot, props en meerdere mensen op het podium. Podium, microfoon en een komediant die met een monoloog het publiek in korte tijd zo vaak mogelijk aan het lachen moest zien te krijgen. In deze intieme setting ontwikkelde de spontane interactieve comedy stijl zich verder, waarin de ‘stand-up comedy’ artiest zijn vaardigheden gebruikt om het publiek te bespelen en voor zijn act te winnen. Deze stijl en vaardigheden zijn van noodzakelijk belang voor het succes van een pure 'stand-up' performance, want verder is er simpelweg niets. Zonder mooie belichtingen, muziek, decor, dans, geluidseffecten of andere bezienswaardigheden zal de performer op eigen kracht het publiek moeten aanspreken en verbaal moeten overtuigen dat zijn performance de moeite waard is.
few spectacles in modern show business are as compelling as the successful stand-up controlling the physical responses of a large group of people with the power of language. A monologue, like a sermon, asks the anonymous members of the assembly to spontaneously merge into a single emotion organism capable of reacting uniformly to the metaphor, wisdom, and worldview of one appointed personality.”16
Een ‘stand-up’ performance staat of valt hierdoor meer dan andere podiumkunsten bij de interactie tussen de performer en het publiek. Ieder optreden is de 'stand-up comedian' hierdoor afhankelijk van de goedkeuring van het aanwezige publiek. Het publiek maakt deel uit van de tekst van een ‘stand-up comedy’ performance.

De kleinschaligheid van de productie, de intieme setting en de interactie met het publiek betekent, dat de verhouding tussen performer en publiek op een gelijkwaardigere basis is dan bij andere entertainment produkties. Door de eenvoudigheid van de productie heeft 'stand-up comedy' een ‘open mic’ karakter. Iedereen die zichzelf grappig vindt zou kunnen beslissen op te staan, om het podium op te lopen. Het publiek is zich daar van bewust en stelt zich kritischer op. In combinatie met de interactieve aard van het genre is het daarom als publiek makkelijker om kritiek te uiten gedurende de 'stand-up' performance en de performer af te wijzen.


The comedian confronts the audience with his or her personality and wins celebration – the highest form of acceptance – or is scorned and rebuffed as a pitiable outsider. The heckler, the mood of the audience, or the temperature of the room cannot always be jokes of a stand-up monologue.”17
Wat dit aspect nog interessanter maakt bij een ‘stand-up’ performance, is dat de inzet van de ‘stand-up’ performer heel hoog is. De eerder besproken eigenschappen van het genre, geen hulpmiddelen, vrij zijn van narratief, plot en overlappende discoursen, in combinatie met de persoonlijke interactieve stijl, zorgt ervoor dat de acteur en persona als één en dezelfde wordt geïdentificeerd. Het onderscheid tussen het medium en de boodschap vervaagt.
The Stand-up’s refusal to respect sharp distinctions between the “play” and the “real” world results in the violation of a primary convention of Western theater. The audience is explicitly asked not to suspend its disbelief. Instead, it is challenged to hold fast to both its literal and figurative assumptions and to test the comic’s wit against them. The audience knows that Lily Tomlin is a feminist; that Richard Pryor is a black man living in America, and that Robert Klein, Richard Lewis, and Richard Belzer are crazed, hyperactive Jews with high IQs from New York.”18
Stand-up comedy elementen
In het vorige hoofdstuk is aan de hand van een historiografie het begrip ‘stand-up comedy uitgelegd. Hierdoor zijn de elementen die kenmerkend zijn voor het genre van deze vorm van comedy naar boven komen drijven. Deze elementen komen er in een schema zo uit te zien:

Stand-up Comedy genre

Komisch

De performance heeft als voornaamste doel het publiek aan het lachen te maken. Het overige is ondergeschikt.

Monoloog

De performer op het podium maakt hoofdzakelijk gebruik van het gesproken woord. Hiermee draagt hij een aaneenschakeling van korte grappen en humoristische anekdotes uit.

One-man show

Het hele productieproces van een ‘stand-up’ performance wordt door één persoon beheerst.

Op zichzelf

De act is los van een groter narratief, plot of discours.

Spontaan

De ‘stand-up’ performer spreekt het publiek op een spontane manier aan, alsof de performer tegen zijn vrienden praat. Hoewel er wel degelijk sprake is van een performer en het publiek, probeert de komiek de afstand tussen beiden zoveel mogelijk te doorbreken, door middel van een spontane en intieme manier van performen.

Interactief

Bij ‘stand-up comedy’ is er spraken van een interactieve relatie tussen komiek en publiek. Het publiek wordt door de komediant uitgenodigd haar reactie uit te dragen en gaat zo ook deel uit maken van de act.

Geen hulpmiddelen

De komiek staat spreekwoordelijk naakt op het podium en heeft op een microfoon (of niet) na geen extra hulpmiddelen om zijn act te ondersteunen.

Snel

De optredens hebben een snel karakter, waar anekdotes, grappen en lachsalvo’s elkaar in rap tempo afwisselen. Ook de tijdsduur van de gehele optredens zijn kort. Kort en snel zijn hier relatieve begrippen die begrepen moeten worden in relatie tot traditionele podiumperformances.

Toegankelijk

‘Stand-up comedy’ acts hebben een toegankelijk karakter. De structuur van tekst en opzet van de grappen vereist geen hoge mate van geletterdheid om te worden begrepen. Ook kan gemakkelijk halverwege in en uit de tekst worden gesprongen, zonder dat het grote gevolgen heeft voor het begrijpen van de show.

Direct

De ‘stand-up comedian’ spreekt en kijkt het publiek rechtstreeks aan. Hierdoor doorbreekt de performer de imaginaire ‘vierde wand’ die de wereld van de performance afscheidt met die van het publiek, de ‘echte’ wereld.

Publiek onderdeel van de act

Zie ‘interactief’. Daarnaast bestaat de show uit de relatie en spanning die er is tussen de komiek die het kritische publiek voor zich moet winnen en aan het lachen moet krijgen. Anders is er niets van de performance over.

Gesitueerd in club/bar

Hoewel door de simpele aard van stand-up comedy het praktisch in iedere ruimte kan plaatsvinden, is het traditioneel gesitueerd in sociale uitgaansgelegenheden met een podium zoals muziek bars en comedy clubs. Op dergelijke locaties werkt het genre het best.

Goedkoop

De produktie waarden van ‘stand-up comedy’ zijn laag. Dit maakt het een goedkope vorm van entertainment.

‘Open mic’

De drempel om een performance te kunnen doen is laag. In theorie kan iedereen opstaan en op het podium stappen.

Kritische houding publiek

Het publiek moet door de komediant persoonlijk overtuigd worden van de waarde van zijn act. Het publiek is niet bij voorbaat onder de indruk van de show.

Gevierd of gehekeld

Bij de ‘stand-up comedy’ performance investeert de komediant veel in zijn ego en confronteert het publiek met zijn persoonlijkheid en geestigheid. Het publiek accepteert hem en zal hem aanmoedigen en bejubelen of wijst hem af.

Onderscheid tussen acteur en persona vervaagt.

Bij ‘stand-up comedy’ is er geen duidelijk verschil tussen de komiek en de rol die hij op het podium uitdraagt.





  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina