Samenvatting tekstboek Hoofdstuk 1 Verbanden



Dovnload 49.87 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte49.87 Kb.
Samenvatting tekstboek Hoofdstuk 1 Verbanden
De grootheid temperatuur meet je met een thermometer. Een vloeistofthermometer bestaat uit een reservoir, een capillair en een schaalverdeling.

Als je een thermometer ijkt, breng je een schaalverdeling aan of controleer je deze.

De meest gebruikte eenheid van temperatuur is de graad Celsius (°C). De SI-eenheid in de natuurkunde is de K (kelvin), de eenheid van de absolute temperatuur T. Er geldt:

T (in K) = T (in °C) + 273
Een andere eenheid is de °F. Het omrekenen gaat als volgt:

x °C = 32 + (1,8·x) °F (van Celsius naar Fahrenheit)


x °F = (x - 32)/ 1,8 °C (van Fahrenheit naar Celsius)

De luchtdruk p is de kracht die door de lucht op een oppervlak van 1 m² wordt uitgeoefend. De eenheid van luchtdruk is Pa (Pascal): 1 Pa = 1 N/m².

De luchtdruk buiten is ongeveer 1,0·105 Pa.
Als de waarden van twee dezelfde grootheden minder dan een factor tien verschillen, dan zijn ze van dezelfde orde van grootte.
De druk van lucht in een afgesloten ruimte wordt groter als:

- de hoeveelheid lucht toeneemt;

- de temperatuur hoger wordt;

- het volume kleiner wordt.


De luchtdruk is omgekeerd evenredig met het volume van een ruimte. Als het volume n × zo groot wordt, dan wordt de druk n × zo klein en omgekeerd. Dit geldt alleen als de temperatuur en de hoeveelheid lucht gelijk blijven.

In een formule is dit de wet van Boyle:


p × V = C

met p: de druk (Engels: pressure) in Pa



V: het volume van de ruimte in m3

C: constante
De windrichting is de richting van waaruit de wind waait. De windkracht geeft aan hoe hard het waait: we gebruiken de schaal van Beaufort met getallen van 0 tot en met 12. De windsnelheid is een vector. De grootte in m/s of km/h kun je meten met een anemometer.
Je beschrijft een verband kwalitatief als je in woorden aangeeft hoe twee grootheden met elkaar samenhangen.

Een kwantitatief verband geeft het precieze verband tussen twee grootheden aan met een formule of met getallen. Een recht evenredig en een omgekeerd evenredig verband zijn voorbeelden van een kwantitatief verband.


Het recht evenredige verband tussen de kracht en de uitrekking van een veer wordt gegeven door:
F / u = C

met F: de kracht op een voorwerp in N



u: de vervorming (doorbuiging, uitrekking) in cm

C: de veerconstante in N/cm
Ook bij andere recht evenredige verbanden is er altijd een evenredigheidsconstante.
De belangrijkste wolkensoorten zijn stratus, cumulus en cirrus. Wolken ontstaan als de temperatuur onder het dauwpunt komt, dat is de temperatuur waarbij waterdamp condenseert.

De luchtvochtigheid geeft aan hoeveel waterdamp er in de lucht zit. Bij 100% is de lucht verzadigd. Je meet de luchtvochtigheid met een hygrometer.





Aantekeningen
§1 Weersgrootheden


  • Grootheden zijn dingen die we beschrijven zoals:

      • Wind

      • Krachten

      • Temperatuur




Grootheden

Eenheden

Temperatuur

°C, °F, K

Windsnelheid

km/h, m/s

Neerslag

mm

Windkracht

Bft (Beaufort)

Luchtdruk

bar, Pa (1 bar = ±100.000 Pa)

§1.2 Temperatuur




  • Temperatuur is een maat voor de snelheid waarmee deeltjes bewegen/trillen.

Bij 0K staan alle deeltjes stil. 0K is het absolute nulpunt.
TF = (TC – 32) / 1.8

TC = TF x 1.8 + 32

TC = TK – 273

TK = TC + 273

0K = -273 °C


  • IJken: het maken van een schaalverdeling bij een meetinstrument.




  • Massa, volume, dichtheid

Massa = De hoeveelheid materie/deeltjes

Volume = Inhoud

Dichtheid = Hoeveelheid massa per volume-eenheid




Grootheden

Symbool

Eenheid

Massa

m

Kg, g

Volume

V

M3, cm3, l, ml

Dichtheid

ρ (= rho)

kg/m3, g/cm3




  • Formule: het verband tussen verschillende grootheden:

ρ= m / V

m= ρ x V


V= m / ρ
§1.3 Luchtdruk
(Lucht)druk ≡ de kracht die de lucht uitoefent per opp.-eenheid
Lautoshape 2oval 3oval 4oval 5autoshape 11autoshape 12autoshape 13uchtdruk wordt veroorzaakt door botsende deeltjes op een oppervlak


Grootheid

Symbool

Eenheid

Kracht

F (Force)

N (Newton)

Oppervlakte

A (Area)

m2

Druk (kracht per opp.-eenheid)

p (presure)

N/m2, Pa (Pascal), Bar

1 Pa = 1 N/m2

1 Bar = 1 x 105 Pa


  • Formule: p = F / A p ~ F (~ ≡ rechtevenredig)

F = p x A F ~ A

A = F / p p ~ 1/A (p omgekeerd evenredig met A)




  • Groote van druk is afhankelijk van:

      • Temperatuur (snelheid v.d. deeltjes)

      • Dichtheid (“aantal deeltjes per m3”)






  • Meetinstrument: Barometer

§1.4 Druk in een afgesloten ruimte


p x V = m = constant

(wet van Boyle)


Als V 2x zo klein wordt, wordt p 2x zo groot. p is dus omgekeerd evenredig met V ( p ~ 1/V)

P1 x V1 = P2 x V2 = P3 x V3 etc.



Fz = m x 9,81
Fz = Kracht in N

m = Gewicht in Kilo’s

1 kilo = 9,81 N

§1.5 Wind: snelheid en kracht




Grootheid

Symbool

Eenheid

Windsnelheid

v (velocity)

km/h, m/s

Windkracht

-

Bft (Beaufort)



  • Grootheden:

    • Scalar: grootheid met alleen een grootte (massa, temperatuur)

    • Vector: grootheid met grootte en richting (snelheid, kracht; snelheid kun je aangeven met een grote en een richting)

Een vector geef je aan met een pijl
Om vectoren op te tellen gebruik je de kopstaartmethode of parallelogrammethode. De som v.d. snelheden heet de resulterende snelheid.

Je mag de pijlen op schaal tekenen en opmeten, staan de twee pijlen loodrecht op elkaar, dan mag je Pythagoras gebruiken om de resulterende snelheid te bepalen.



: 3,6
km/h m/s

x 3,6



autoshape 20autoshape 21
§1.6 Het verband tussen de zwaartekracht en de massa



Grootheid

Symbool

Eenheid

Zwaartekracht

Fz

N (Newton)

Massa

m

kg

Uitwijking

u

cm, m

Fz= m x g (g ≡ gravitatieverschelling (constant))

Fz= m x 9,81


  • Het verband tussen kracht en uitwijking/doorbuiging

F ~ u
F= C x u

C = F / u (N / cm)


C geeft aan hoeveel N je nodig hebt per cm uitwijking.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina