Schepenbank schijndel



Dovnload 110.42 Kb.
Pagina3/3
Datum25.08.2016
Grootte110.42 Kb.
1   2   3

Staat en inventaris van Mattijs Jan Tijssen weduwnaar van wijlen Jenneke Janssen van der Aa thans bruidegom van Maria Leendert Claas van Heesch
folio 161 verso – 1 mei 1749

Ontlastbrief via regerend armmeester Luijcas Jacobs Veraalst voor de armentafel van boxtel t.b.v. Anneken Gerrit Snellaars gehuwd met Hendrik Peet ervan Helderen
folio 162 – 7 mei 1749

Staat en inventaris van Jan van den Broek weduwnaar van wijlen Jenneke Seger Smits en nu bruidegom van Catriena Janse van de Ven weduwe van Arnoldus Goijert Spierings genoteerd in presentie van Teunis Janse van den Broek en Jacob Teunis van der Heijden naaste vrienden van de minderjarige kinderen
folio 164 – 13 mei 1749

Deling van goederen in 2 loten of staken onder Gijsbert Adriaans van der Schoot en Peter Jansse van der Loo testamentaire executeurs van de boedel en goederen van wijlen de weduwe Joost van Onsius volgens een testament van 12 maart 1748 en zulks over de goederen van van Aart Delis Verkuijlen en Peter Delis Verkuijlen voor de ene helft; idem Gijsbert Adriaans van der Schoot, Rut Jan Willem Vrenssen en Adriaan Hendrik Vugs testamentaire voogden over de boedel en goederen van wijlen Jennemie Hendrik Vugs weduwe van Aart Delis Verkuijlen voor de ander ehelft; idem nog Peeter Peeter Verkuijlen meerderjarige zoon van Peeter Delis Verkuijlen mede voor Jan Peeter Verkuijlen zijn broer [alleen landerijen]
folio 167 verso – 20 mei 1749

Medische verklaring van Sr. Petrus Schippers mr. chirurgijn te Veghel die het dode lichaam van het kind van Antonie Geerits Verweetering heeft gevisiteerd een jongetje van ca. 2 jaren genaamd Hendricus wiens gehele lichaam was opgezwollen en het kind was verdronken
folio 168 – 28 mei 1749

Machtiging door Isabella Fabrie vrouw van Jan van Rooij die haar man machtigt om namens haar zich te begeven naar de stad Brussel om aldaar haar zaken te behartigen i.v.m. de boedel en nalatenschap van wijlen Theodorus Fabrie gehuwd geweest met Godefrida van Kessel echtelieden gewoond hebbende in het land van Ravenstein en aldaar overleden
folio 169 – 29 mei 1749

Machtiging door de schepenen van Schijndel voor de heer Scriba president-schepen, Gijsbert Adriaan van der Schoot oud-president-schepen, Hendrik van de Laarschot wiens vader borgemeester is geweest in 1747 om zich te begeven naar ’s-Hertogenbosch op het kantoor van de rentmeester der domeinen i.v.m. de verandering der kwitantie aangaande serviesgelden voor de Oostenrijkse troepen nl. die van het regiment Stirum dragonders
folio 170 – 3 juni 1749

Kwestie tussen Johannis Teunis Schoenmakers borgemeester over het gehucht Lutteleind 1749-1750 en vorster Thomas Gebrands i.v.m. de collecte der gemene middelen
folio 171 verso – 7 juni 1749

Beleiding of inspectie van een huis staande onder de Borne het laatst in huur bij Willem Willem Verschuijten en toebehorend aan Poulus Poulus Pijnenborgh hem aangekomen bij transport dd. 11 november 1748 van Rijnder Hendrix Verhagen met vermelding van de mankementen op de zolder van het huis en de koestal
folio 172 verso – 18 juni 1749

Huurovereenkomst tussen Willem Jansse Voets wonende te Sint Michielsgestel die heeft verhuurd aan Geerit Jan Willem Vrensen een akker in de Weijkamp voor een periode van 4 jaren groot 3 lop. voor 9 gulden per jaar, gevolgd door de huurcondities
folio 173 verso – 20 juni 1749

Beleiding of inspectie van een akker door Herman Rijsterborgh, Jan Geerits van den Bergh als schepenen en Herman Janssen van Rooij als gezworene op verzoek van Jan Lambers van den Vorstenbosch in naam van zijn moeder de weduwe van Lambert van de Vorstenbosch nl. een akker onder Wijbosch aent Heijke genaamd het Nieulant toebehorende Claas Lambers Verhagen in huur en gebruik bij Adriaan Lambers Verhagen en Antonie Marten Teunissen met nadere details over de inspectie
folio 175 – 24 juni 1749

Machtiging door Adriaan Hendrik Hubens borgemeester 1749-1750 aan Pieter Hanegraaff i.v.m. de collecte van de reële en personele omslag
folio 175 verso – 26 juli 1749

Deling van goederen in 4 loten of staken onder Hendrik Gijsbert Jochems van der Schoot , Jan Adriaans van de Laarschot gehuwd met Helena Gijsbert Jochums van der Schoot, Francois Herman Voets gehuwd met Katerina Gijsberts van der Schoot en Maria Gijsberts van der Schoot met haar neef Gijsbert Adriaans van der Schoot allen erfgenamen van wijlen Gijsbert Jochems van der Schoot in huwelijk gehad hebbende Alegonda Aarts van Kessel echtelieden o.a. huis op de Pleijn
folio 178 – 19 juli 1749

Verklaring van Thomas Gerbrands de vorster i.v.m. de collectboeken en de collecten van de gemene middelen waarover door de ingezetenen diverse klachten zijn geuit
folio 179 – 22 juli 1749

Ontlastbrief via regerend armmeester Luijcas Jacob Veraalst voor de armentafel van Sint Michielsgestel t.b.v. Gijsberdina Jan Mijssen getrouwd met Nelis van Groenendaal
folio 179 verso – 26 juli 1749

Verklaring van goed gedrag voor Francis Jan Bartel Rijkers een eerlijk jongeman die voornemens is te reizen door Holland, Brabant en andere plaatsen met een verzoek overal ongehinderd te mogen passeren en repasseren
folio 180 – 29 juli 1749

Getuigenverklaring van de Heer Johan Vorstenbosch Heer van Aalst en Zegenwerp op een verzoek van Luijcas Cluijtmans voor Luijcas Jan Luijcas Vorstenbosch thans in detentie op de gevangenpoort te ’s-Hertogenbosch welke Heer Johan gisteren in Schijndel is geweest ten woonhuize van Maria de vrouw avn Martinus Koppeleijn in de wandeling genaamd de Gravin en met Maria gediscussieerd en ze zei o.a. tegen de deponent dat haar man bij haar is gekomen en tegen haar zei: “Vrouw ik ga naar Ravesteijn en ik sal alle dagen twee schellingen hebben mits dat ik segh dat ik de brandt en moortbrieven selfs geschreeven hebbe”. Daarop gaf Maria de Gravin ten antwoord: “Neen en doet dat niet want den drost van Ravesteijn soude u daar ook wel konnen krijgen” en vervolgens zei ze: “Wie heeft u daartöe versogt” warop hij zei: “Menheer de advocaat de Jongh”. Maria zei daar weer op: “Laat die bij mij koomen”. De advocaat kwam inderdaad en Maria vroeg aan hem of dat goed zou zijn, waarop de advcaat zei: “Dat kan geen quaat nu menheer ik ben te vreede, mits dat gij sult een acte passeeren op een groot zegel en de secretaris en schepenen dat laaten schrijven en teekenen, dat gij dat geraden hebt”. Waarop de deponent aan Maria vroeg of haar man zulks gedaan zou hebben, waarop zei antwoordde: “Jaa soo seker als den dagh uijt den hemel schijnt” of iets dergelijks. De deponent vroeg aan Maria tot 2 à 3 maal toe of zij deze woorden volhield zeggende “Jaa hijsoude het gedaan hebben indien ik het hem niet hadde affgeraade, want hij eenen goeden hals is”. Voorts zei Maria tegen de deponent: “Mijnen man is nu omtrent vijff jaaren ewegh gewist en niet te weeten off vrouw off weduwe ben en sedert die tijt geen taal off teeken van hem te hebben gehoort”.

Vervolgens verscheen Peeter Jansse van Nistelrooij die heeft verklaard dat Johanna Peeters van Dinther alwaar Maria de Gravin in de kamer woont, is gekomen ten huize van Hendrik van Heesch, verklarende dat dezelfde woorden die de Gravin tegen de 1e deponent had gesproken zij ook aan hem had verhaald.


folio 181 verso – 1 augustus 1749

Identieke akte van Jan van Rooij en Isabella Fabrie – zie folio 168
folio 183 – 2 augustus 1749

Machtiging door Peeter meerderjarige zoon van Bartel Jansse Schoenmakers te ’s-Hertogenbosch voor notaris Jellico om namens hem publiek en voor alle man te verkopen zijn comparants huis esthuis hof en boomgaard met het akkerland en houtwassen, thans in gebruik bij Jan Jansse Steenbackers uitgezonderd de Damenacker, hooiland op het Oetelaar, eikenbomen in de Houtert met een vervolgakte op folio 184 verso
folio 185 – 4 augustus 1749

Verklaring m.b.t. tot het goed functioneren van Josephus Jellico als secretaris van Schijndel sinds bamis 1744 en doet hiervan afstand met bamis 1749 en de schepenen laten weten dat hij een correct en nauwkeurig secretaris is geweest in die periode en is overgekomen als trouw en eerlijk. Men heeft nooit enige klachten over hem gehoord en ze voegen er aan toe, dat hij gedurende de ‘troubles des oorlogs’ nooit van huis is weggegaan, maar dag en nacht de schepenen hulp en bijstand heeft verleend in alle zaken die in die tijd zijn voorgevallen.
folio 186 verso – 9 augustus 1749

Deling van goederen in 4 loten of staken onder Willemke bejaarde dochter van Geerit Geevers, Geevert Geerit Geevers, Joost jan Geerits gehuwd met Jenneke Geerit Geevers, Adriaan Tijssen als principaal voogd en Geevert Geerlingh Geevers als toeziend voogd over de 2 minderjarige kinderen van wijlen Adriaan Geerit Geevers nl. Geertruij en Hendrik allen erfgenamen van wijlen Geerit Geevers in huwelijk gehad hebbende Maria Willem Fransse o.a. huis onder Elschot in de Houterd
folio 190 verso – 16 augustus 1749

Getuigenverklaring van de schepenen Isac Scriba president-schepen en gecommitteerde van het hoog officie en Herman Rijsterborgh nl. dat zijn op 30 juli 1749 ten raadhuize naast de andere schepenen vergaderd zijn geweest en dat toen is binnengekomen Antonetta vrouw van Thomas Gerbrands die tegen de schepenen zei: “Apropos mijne man heeft vergeeten de ses gulden weegens het schrijven van het contract der tiende van d’Heer Schoneus”. De 1e deponent heeft hierop geantwoord: “’t Is wel, ik sal u betaalen”. Voorts verklaren ze dat op zaterdag 2 augustus 1749 omtrent de klok van 6 à 7 uur en de 2e deponent zijn gekomen ten huize van Thoams Gerbrands vorster en Hermen R. tore aan Gerbrands vroeg: “ Hoe is het met u gesontheijt, seer wel, hoe vaart ge ook seer wel, om u te dienen”. Gerbrands zei toen: “Wat komt gehier doen”. Hermen R. antwoordde: “Gerbrands, kan ik u niet een woortie spreeken”. Gerbrand zei: “Neen”. Tegen Scriba zei hij\: “Kerel wat doet ge in mijn huijs en vertreckt van hier wat ge weet dat ik niet meer en tap”. De deponenten hadden helemaal niet om drank gevraagd. Scriba stelde toen een vraag over het schrijven van dat contract van de tiende. Daarop zijn beide heren het huis uit gegaan.
folio 191 verso – 19 augustus 1749

Getuigenverklaring van Maria Catharina Gram vrouw van Arnoldus van der Crabben ter requisitie van de Heer Petrus Grootveldt waardig bedienaar van het Goddelijk Woord in Schijndel en Liempde nl. dat op maandag voor de middag rond de klok van 11 uur nl. de 4e augustus zij heeft gehoord dat Meggelina de dochter van Thomas Gerbrands vorster alhier tegen de predikant heeft geroepen: “Wij hebben onder ons famielje nog niet die gerabraakt sijn”, waarop de predikant, die bij het huis stond of bij de deur en wel zeer ontstemd was vanwege dat naroepen en toen is ook verschenen Johanna de vrouw van Arnoldus Verhagen die dat gezegde van Meggelina ook had gehoord, zonder te weten tegen wie dat gezegd was. Voorts verklaart secretaris Jellico dat hij, staande opzij van het huis dat wordt bewoond door Hendrik Gijsbert van der Schoot aan de Straat, ook gehoord te hebben wat Meggelina riep.
folio 193 – 19 augustus 1749

Interrogatie waarbij Jennemaria Jan Voets wordt ondervraagd ter instantie en requisitie van d’Heer Johan Vorstenbosch Heer van Aalst en Segenwerp ten behoeve van Luijcas Jan Luijcas van den Vorstenbosch thans gedetineerde op de gevangenpoort te ’s-Hertogenbosch en de deponente verklaart het volgende op de diverse artikelen:

  1. geen brieven te hebben ontvangen als alleen maar in het Italiaans

  2. een van de brieven heeft ze gegeven aan advocaat De Jongh

  3. het opschrift van die brief was van een andere hand als de inhoud ervan

  4. dat Vorstenbosch is aangeraden een opschrift van een staand een lopende hand door een ander te laten opschrijven en als reden opgevende dat deze brieven altijd geopend worden door een ander omdat ze de hand kennen

  5. voorts verklaart ze niets meer te weten

  6. ze sluit de getuigenverklaring af met ‘Soo waarlijk help mij Godt almagtigh’

folio 194 verso – 19 augustus 1749



Getuigenverklaring der schepenen dat op deze dag ‘des nademiddags ontrent de clocke vijff en ses uren door den Heeren van Hemel en aarde wegens sijne swaare ende almogende handt op den aartboodem neder gevallen en wel bisonder binnen deese dorpe van Schijndel eene groote menigte van hagelsteenen, welke groote bij menschen geheugen niet gesien sijn geweest gepaart met groote stormwint waar door groote schade binnen deesen dorpe is veroorsaakt geworden te weten aan boekwijt, haver, garst, erten, hoppe en tarwe, welke hagelsteenen sijn gevallen onder den gehugte van het Wijbosch, waar meede het meeste gedeelte van voors. gehugt is besmet geworden, item voor een gedeelte onder gehugte van het Lutteleijnde als meede voor een gedeelte onder gehugte Elschot”. Het schepencollege heeft toen naburige schepenen van Heeswijk gevraagd de getroffen gehuchten te bezoeken om de schade nader mee op te nemen. Volgens taxatie zou de schade minstens 2500 gl. bedragen.
folio 195 verso – 25 augustus 1749

Ontlastbrief via regerend armeester Luicas Jacob Veraelst voor de armentafel van Poppel [in Keijsers Brabant] t.b.v. Andries Hendrix van Houtem gehuwd met Maria Goossens van der Sande geboortig van Heeswijk
folio 196 – 30 augustus 1749

Lijst van de personen die schade hebben geleden van de hagel en stormwind van 19 augustus, in welke lijst zelfs per persoon precies staat aangegeven wat die betaalt aan verponding, hoorngeld en uit hoeveel lopensen het land bestaat en wat daarvan is bezaaid geweest – bij de

bewerking heb ik me beperkt tot het weergeven van de personen


onder Wijbosch:

Jan van de Burgt, Mattijs van der Meulen, Cornelis Jacobs Veraalst, Willem Geerit Cuijpers, de kidneren Arien van den Bergh, Lambert Hendrik Verhagen, Jan Poulus Vermeulen, Poulus van der Meulen, de weduwe Teunis van den Boogaart, Peeter Claasse van Haselberg, Martinus van Veggel, de weduwe Jan Aarts van Veggel, Hendrik van der Spank, Gijsbert Penninx, Francois Verhoeven, Antonie van Dinther, Willem Jan Luijken, Willem Jan Hendrik Rutte, Peeter Jansse van der Spank, de weduwe Arien van den Vorstenbosch, Bartel Rijkers, Johannis Eijmbers van den Oetelaar, Poulus van Delft, Jan Jansse van der Spank, Wilm van Dooren, Jan Jansse van Haselbergh, Antonie Boirschot, Jan Luijcas Habraken, Antonie Wijnen, Jan Ariens van de Vorstenbosch, Peeter Haek, Lambert Jansse van Zoggel, Jan Rutten van Dijk, Aart Huijge, de weduwe Andries van Heeswijk, Johannis van der Spank, Cornelis van der Heijden, Tijs Simons Verhagen, Jan Linders van de Burgt, Jan Eijmbert Hagelaars, Johannis Jansse Verhagen, Rijnder van den Bogaart, de weduwe Jan Hendrik van Rooij, Roeloff van Roosmaalen, Teunis van den Bogaert, Gijsbert van Strijp, Arien Lambert Verhagen, Hendrik Smits, Arien Arien Goijers, Jan Hendrik Verkuijlen, Peeter Vogels, Peeter Smits, Tijs Teunis Vermeulen, Francois van den Bogert, Jan Claas Verkuijlen, Johannis Claase van den Heuvel, Peeter Jansse Verhagen, Teunis Jan Claas Verkuijlen, de weduwe Jan Arien Geerits, Jan Claas Verkuijlen, Jan Gielens Verhoeven, Willem Claasse van den Heuvel, Hendrik Delis van der Linden, Jan Lambers van de Schoot, Jan Jansse Verhagen, de kinderen Peeter Zegers, Adriaan Kivits, Jan Faasse van Nistelrooij, Ansem van der Eerden, Wilm Jan Luijken, de kinderen Geerit Daandels, Antonie Martens, Geerit Corste van de Ven, Antonie Geerit Smits, Johannis Jan Wilm Luijken, de weduwe Jan Arien Lambers, Peeter van der Heijden, Arien van den Bergh, de weduwe Lambert van den Vorstenbosch, Francois Geerits Verhagen, Jan Goijert Ariens, Jan Peeter Verhoeven, Antonie Poulus Smits, Jan Antonie Smits, Herman Jansse van Rooij, Peeter Hendrix van der Spank


onder Elschot:

Jan van der Heijde, Eijmbert van den Oetelaar, Johannis van den Oetelaar, Dirk Adriaan Voets, Geertruij Geerit Snellers, Hendrik Jansse van den Bergh, Sr. Arnoldus Verhagen, Peeter Aarts van Kessel, Jan Teunis Verhoeve, Aart van de Laarschot, de weduwe Andrie svan Heeswijk, Jan Steenbakkers, Pete rvan der Cant, Dirk Dilisse, Wilhelmus van Gemert, Aart van Kilsdonk, Dirk Bevers, Geerit Jansse Verhaage, Jacobus Jansse van Gemert, Jan van Heuvel, Adriaan Geerits Verhagen, Dirk Delisse van Liempt, Jan Tijsse van Heretum, de kinderen Corstiaan Verhage, Hendrik Aarts van Uden, Adriaan Peeters van der Cant, Eijmbert Simons Verhagen, Adriaan Smits, Bartel Jansse Pijnappels, Geerit Corste van de Ven, Bartel Rijkers, Jacon Jan Steenbackers, Peeter Oudenhuijse, Jan Claasse Verkuijlen, Cornelis Pijnenborgh, Luijcas Veraalst, Claas Lambert Verhagen, de weduwe Teunis Verhagen, Jan Thomas aart Joosten, de weduwe Willem van Nistelrooij, Jacob Teunis Voets, de weduwe Wilm Beevers, Poulus Pijnenborgh, de weduwe van Gerwen, Arien Janse van der Schoot, Arnldus Schoenmakers, de weduwe Peter Vugs, de weduwe Hendrik van den Boggart, Johannes Eijmbers, Rut Jan Willems, Willem Jansse van Empel, Hendrik Jan Lambert Verhagen, Arnoldus van Kessel, Antonie Geerits Verhagen, Peeter Goyaart Ariens, Lambert Schoenmakers, Wouter van der Cant, Geerit de Bie, Johannis van den Boogaart, Jan Andr[i]es Beex, Johannes Eijmbes van den Oetelaar


onder Lutteleijnde

Peeter Sanders Verhage, Dirk Heesackers, Jan Ansems van der Eerde, Geerit Hendrik Voets, Eijmbert van Haselbergh, Willem van der Cant, Jan van de Laarschot, Jan Voets, de weduwe Lambert Schoenmakers, Wilbert Rutte van den Dollert, Eijmbert Hendrik Claasse, Delis Jochems van der Aa, Jan Adriaans van der Schoot, Jan van der Heijden, Eijmbert van den Oetelaar, Jan Adriaans Verhagen, Cathalijn Jan Wilbers, de weduwe Faas Schoenmakers, Dirk Ads. Voets, Hendrik Jochems van der Schoot, Jan Peeters van den Broek, Peeter Ads. van Heeswijk, Aart van de Laarschot, de weduwe Andries van Heeswijk, Gijsbert van der Heijde, Mattijs Simons Verhagen, Jakobus Verhagen, Hendrik van der Cant, Johannis van der Linde, Lambert Eijmbert Schoenmakers, Wilhelmus van Gemert, Adriaan Goijerts, Jan van Rooij, Antonie Arien Goiijerts, Jan Willem Penninx, Hendrik Antony Vugts, Adriaan Peeter Hellings, de weduwe Jan van de Ven, de weduwe Peeter van Dinther, Gorie Hendrik van Hees, Rut van de Laar, Roeloff Hendrik Penninx, Willem Jansse van Heretum, Jan Peters van den Dungen, Hendrik Jansse Verhage, Servaas van Gemert, Jan Faasse van Nistelrooij, Geerit Corste van de Ven, Arnoldus Verkuijlen, Jan Geerits van der Aa, Jan Jansse de Visser, Rijnder Lambert Verhage, de weduwe Jan Penninx, Adriaan Johan van Heretum, de weduwe Henrik van Delft, Dirk Jansse Voets, Hendrik Claasse Verkuijle, Antony van der Schoot, Eijmbert van der Schoot, Wilhelmus van Heretum, Jacob Antonie Vugs, Gijsbert Adriaans van der Schoot, Jan Gijsbers van den Bogaart, Peeter van Nistelrooij, de weduwe Goijert Jansse, Peeter Teunis van den Boogaart, Bartel Teunis Verhagen, Geerit de Bie, Eijmbert Hendrik Voets, de weduwe Mattijs Vugts



folio 203 - 30 augustus 1749

Getuigenverklaring van Arnoldus van der Crabben pachter van de novale tienden over een perceel onder het Lutteleind dat door de zware hagelslag is getroffen en ingezaaid was met haver, boekweit, gerst, tarwe, hop, erwten, kamil etc.
folio 203 verso – 2 september 1749

Machtiging voor Isac Scriba om in ’s-Hertogenbosch de verpachting der gemene middelen bij te wonen.
folio 204 verso – 5 september 1749

Overdracht en verpachting door Gijsbert van Beverwijk als mede voor zijn broer Johan van Beverwijk die hebben uitgegeven en verpacht het secretaris- en schrijfambt van het dorp Schijndel aan Hermanus Rijsterborg en daarna volgens in extenso alle pachtcondities waarin o.a. het takenpakket te lezen is
folio 207 – 23 september 1749

Ontlastbrief via regerend armmeester Luijcas Jacob Veraalst voor de armentafel van Sint Oedenrode t.b.v. Peeter Antony van Heretum getrouwd met Petronella Mattijs Herkenbos geboortig van Dinther
folio 207 verso – 29 september 1749

Deling van goederen onder Jenneke Hendrik Geerits weduwe van wijlen Jan Hendrik Heijmans, Faas Teunis Schoenmakers gehuwd met Maria Hendrik Heijmans, Hendrik Peter Zegers, Catalijn Peter Zegers, Hendrien Peter Zegers kinderen en erfgenamen van wijlen Peeter Zegers waarvan de moeder is geweest Hendrien Heijmans, allen erfgenamen van wijlen Hendrik Heijmans in huwelijk gehad hebbende Alegonda Jan Rademakers inleven echtelieden o.a. huis onder Wijbosch nabij de kapel
folio 211 – 1 oktober 1749

Eedsaflegging als secretaris van Schijndel door Hermanus Rijsterborgh in handen van Isac Scriba als afgevaardige van de stadhouder van kwartier Peelland Gualtherie
folio 212 verso – 10 oktober 1749

Deling van goederen onder Willem Eijmbert Voets, Eijmbert Eijmbert Voets kinderen van wijlen Eijmbert Voets in huwelijk gehad hebbende Annamaria Jacobs van Berkel over de goederen van overgrootvader Willem Jacobs van der Cant o.a. een huis onder Elschot op de Steeg
folio 215 – 11 oktober 1749

Staat en inventaris van Johanna Jochems van der Aa nagelaten door wijlen Jan Marte Penninx welke Johanna nu in ondertrouw is met Johannis Geerits Verhoeven geïnventariseerd in presentie van Delis Jochems van der Aa en Marte Penninx
folio 217 – 11 oktober 1749

Deling van goederen in 6 loten of staken onder Francois Herman Voets, Antonie Herman Voets, Dirk Herman Voets, Peeter Janssen van Rooij in huwelijk hebbende Josijna Herman Voets, Jenneke Herman Voets bejaarde jonge dochter, Aart Hermans van Heeswij mede in naam van Johannis Herman Voets allen kinderen en erfgenamen van wijlen Herman Voets en diens vrouw Maria Janssen Verweteringho.a. huis onder Lutteleind in het Hermalen en verder landerijen
folio 222 – 13 oktober 1749

Deling van goederen in 3 loten of staken onder Corstiaan Gijsberts Verhaagen gehuwd met Jenneke Jansse Verhaagen, Jan Teunis Schoenmakers gehuwd met Margrita Jansse Verhagen, Geertruij Jansse Verhaagen bejaarde jonge dochter allen kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Jansse Verhaagen in huwelijk gehad hebbende Maria Jacob Driesen van Kessel – alleen landerijen
folio 224 verso – 15 oktober 1749

Getuigenverklaring door Jenneke Dirk Corsten weduwe van Teunis van den Boogaart, Willem Teunis van den Boogaart, Mttijs Teunis van den Boogaart kinderen van genoemde weduwe, Geertruij Willem Heesackers dienstmaagd bij genoemde weduwe, Jenne van Strijp ook dienstmaagd bij deze weduwe, allen van competente ouderdom nl. dat op 10 oktober 1749 ’s avonds omtrent de klok van 7 uur in het huis van de weduwe Teunis van den Boogaart zijn aangekomen vier boosdoeners waarvan er eentje zei: “Hier is volk dat moet den wegh geweesen worden” en hij vroeg: “Wie is den hospis off den baas”, waarop de 2e deponent van tafel is opgestaan zeggende: “Dat ben ik” en hij is aanstonds door een van de gauwdieven tegen zijn hoofd geslagen met een eiken stok lang 4 voeten waarop de deponent tegen de grond is gevallen, weer op stond en wederom is geslagen en daarna is hij op de grond blijven liggen, behoorlijk gekwetst, welke stok met haar en bloed ter secretarie is berustende; de 1e deponente verklaart ‘zoo dra haaren zoon de slagen o psijn hooft als anders hadde ontfangen, door een van die boosdoenders haaare handen op den rugh en haare voeten off beenen over malkanderen gebonden te hebben en op haar aangesigt neder gelgt; de 2e 3e 4e 5e en 6e deponent verklaren ook gebonden te zijn geweest op dezelfde wijze; voorts verklaart de weduwe Teunis van den Boogaart dat de gemelde boosdoenders haar sleutels van kast en kisten te hebben moeten aanwijsen alwaar de geweldigers kisten en kasten hebben open gedaan en de goederen van linnen en wollen gout en silver gelt daaruijt gehaalt en med egenoomen, uijtgezondert eene kist staande in de kamer welke de boosdoenders niet met sleutels off gewelt konde open krijgen, soo te sien is aan den snaphaan welke daar op krom geboogen is, welke gaudieven vragende: “Is hier ymant die de kist kan open maken” waarop de 1e deponente sijde van “Jaa indien ge me wilt los maaken ik sal deselve open doen”. Een van de geweldigers haar los makende, haar naar de kamer toegeleijt hebbende seggende tegens haar: “Maakt se nu open”, twelk door haar gedaan sijnde, aanstonts wederom is gebonden geworden veel vaster als van te vooren.

Voorts verklaart de 1e deponente, nadat de gaudieven omtrent twee uren in haare huijzinge waaren besigh geweest en opgepakt hetgeen haar het beste aanstont, een van die geweldigers, bij haar is gekomen seggende: “Daar moet nogh meer gelt weesen” of dergelijke woorden in substantie, waarop de deponente zei: “Ik heb geen gelt meer al soude mij doodt branden” en een van die geweldigers, in haar hant leggende een brandende lont gemakt van zalpeeter off andersints waarmeede ’t binnenste van haar hant is verbrant geworden; de 3e deponent verklaart mede dat een van die boosdoenders bij hem is gekomen, in zijn hant hebbende een tang off ander instrument, dat gloeiend heet was en daarmee op zijn linkerarm heeft geknepen zeggende onder het knijpen: “Ge m oet me meer gelt wijsen”, waarop de deponent zei: “Ik weet u geen gelt meer te wijsen al soude mij doodt branden”.; voorts verklaren de gezamenlijke deponenten dat de vier gauwdieven [goudieven] de lamp uitblazende uit het huis zijn gegaan zeggende: “Ge moet niet uijt het huijs gaan voor morgen vroegh als het ligt is want wij sullen deese nagt tot twaalff uren aant huijs blijven en den eerste die er uijt komt sullen wij voor de kop schieten en daar en boven het huijs boven u hooft affstoocken” of dergelijke woorden in substantie. Voorts verklaren zij gezamenlijk dat ze geen van de vier gauwdieven hebben gekend zijnde een van de vier een lang persoon en de drie anderen middelmatig van lengte sprekende tegen elkaar Hoogduits of onverstaanbaar en tegen de deponenten een verstaanbare Nederduitse taal en de deponenten verklaren niet te weten waar de gauwdieven vandaan kwamen of waar ze naar toe zijn gegaan.

Deze verklaring is afgelegd ten overstaan van Isac Scriba afgevaardige van de heer officier en Jan Geerit van den Berg schepen en de deponenten blijven bij hun verklaring nadat die is voorgelezen en besluiten met de woorden “Soo waarlijk mogt haar Godt almachtigh helepen”.

Van de deponenten kan alleen Matijs Antony van den Boogaart een eigen handtekening zetten en de anderen verklaren niet te kunnen schrijven waarbij aangetekend moet worden dat Wil Mteunis van den Boogaart dit aangeeft vanwege zijn verwondingen.


folio 226 verso – 15 oktober 1749

Deling van goederen in 3 loten of staken onder Antonie Jan Wouter Dirx, Wouter Jan Wouter Dirx, Adriaan Johannis van Heretum gehuwd met Catarina Jan Wouter Dirx, kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Wouter Dirx die was gehuwd met Hendrina Teunis Goijaars Schoenmakers in leven echtelieden – o.a. huis esthuis boomgaard en landerijen onder het Lutteleijnde in d’Elde
folio 231 verso – 25 oktober 1749

Getuigenverklaring door schoolmeester Nicolaas Zijnen, Gijsbert Adriaans van der Schoot gewezen president-schepen, Jan Luijcas Vorstenbos, Jan Teunis van den Broek, Johannis Geerit Verhoeven en Aart van der Heijden allen van competente ouderdom en dat t.b.v. Adriaan Gijsbert Smits en Luijcas Jacob Veraalst regerend armmeester waarbij de beide eerste deponenten verklaren dat op 22 augustus, circa 3 weken voor het begaan van de grote naschouw die gevoerd zou worden op 15 september zij deponenten zijn geweest in het huis van de gewezen secretaris Josephus Jellico ’s morgens rond de klok van 9 uur en aldaar hebben gehoord dat de regenten alhier aan Willem Eijmbert Voets hebben aanbesteed het maken van een nieuw schoor of brug te leggen alhier op de Schoot int Lutteleind voor een bedrag van 15 gl. te weten half op kosten van de armen en half op kosten van Gijsbert Adriaan Smits, die aldaar genoegen mee had genomen volgens Willem Voets. Voorts volgen de richtlijnen van hoe het schoor gemaakt dient te worden en hoe het oude moest worden uitgegraven
folio 233 – 8 november 1749

Getuigenverklaring door Maria Verbest vrouw van Martinus Coppeleijn zijnde van competente ouderdom nl. dat het haar bekend is dat haar man niet heeft kunnen lezen of schrijven
folio 233 verso – 11 oktober 1749

Aanvullend stuk op de deling van goederen zoals beschreven op folio 217 [los stuk]


folio 234 – 10 november 1749

Deling van goederen in 2 loten of staken onder Francis Peter Pijnappels man van Jennemaria dr.v.Jan Lamberts Verhagen en Arnoldus Joost Verhagen man van Johanna dr.v.Jan Lamberts Verhagen beiden kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Lamberts Verhagen en Geertruij Jan Peters van Houtem zijn vrouw [alleen landerijen]

folio 236 – 25 november 1749



Testament van Meggelina Hendrik van den Acker weduwe van wijlen Jan Bastiaans van de Ven wonende onder het Wijbosch
folio 238 – 25 november 1749

Ontlastbrief via regerend armmeester Luijcas Jacobs Veraalst voor de armentafel van Sint Michielsgestel t.b.v. Hermanus Peeters van Helvoort geboortig van Sint Michielsgestel getrouwd met Maria Ariens van den Vorstenbosch
EINDE VAN DIT INVENTARISNUMMER


1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina