Schriftelijke vragen van politiek-inhoudelijke aard



Dovnload 12.34 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte12.34 Kb.

Schriftelijke vragen van politiek-inhoudelijke aard




Datum


13-2 2015

Steller vragen


Erik Maassen (SP)

Onderwerp


Betaalbare ouderenwoningen

Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
1) Was u vooraf op de hoogte dat de zorgwoningen die Florence in Adegeest gerealiseerd heeft, allemaal in de geliberaliseerde sector worden verhuurd, zoals aangegeven in de brief aan de gemeente met nummer 101924?
2) Klopt het gestelde in de brief, dat het minimale vereiste inkomen voor deze appartementen voor een alleenstaande 3200,- per maand is, waardoor alleenstaande ouderen met alleen AOW niet in het nieuwe Adegeest terecht zullen kunnen, ook als ze eerder in het Hofflands Huys woonden?
3) Waar kunnen ouderen met alleen AOW terecht, die door afbraak van het Hofflands Huys uit hun aanleunwoning moesten, maar niet de financiƫle middelen hebben om in aanmerking te komen voor een woning in Adegeest?
4) Is het conform de prestatieafspraken dat de zorgwoningen in Adegeest allemaal in de vrije sector worden gebouwd?
5) Wat is de voorraad van zogenaamde zorgwoningen in Voorschoten in de sociale sector, dus met een huurprijs onder de liberalisatiegrens? En hoeveel van deze woningen werden in 2014 aangeboden?
6) Hoeveel nieuwe zorgwoningen zijn de komende drie jaar nog in Voorschoten gepland? Hoeveel daarvan zullen worden aangeboden met een huurprijs onder de liberalisatiegrens?


Toelichting (indien nodig):



Toelichting schriftelijk indienen van vragen om inlichtingen.
Ieder raadslid heeft het recht om vragen te stellen aan het college en de burgemeester. Het college en de burgemeester hebben namelijk een zgn. informatieplicht, zowel actief als passief. Dat is geregeld in de Gemeentewet, artikelen 155, 169 en 180.

Dit betekent niet dat het college en de burgemeester verplicht zijn alle gevraagde informatie te geven. De informatie moet nodig zijn om de raad in staat te stellen zijn taak uit te oefenen.


De wijze van het stellen vragen en de wijze van beantwoorden vereisen een zekere discipline. Enerzijds is het verstandig goed na te denken wat wel of niet wordt gevraagd, want elke vraag genereert werk en daarmee kostbare tijd. Anderzijds moeten het college en de burgemeester verstandig omgaan met de beantwoording, door snel en adequaat te reageren.
Om het proces van vragen stellen en beantwoorden in goede banen te leiden zijn voor de verschillende soorten schriftelijke vragen zgn. formats ontwikkeld. De bedoeling daarvan is dat op de juiste wijze wordt voorgesorteerd en dus niet verschillende soorten vragen en onderwerpen door elkaar gaan lopen. Door de ingediende vragen te registeren per format is er ook een betere regie op de beantwoording.
In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen:

  1. vragen die bedoeld zijn om nadere uitleg/informatie te verkrijgen over agendapunten (meestal raadsvoorstellen) in een aanstaande commissie- of raadsvergadering en:

  2. vragen die daar los van staan, vooral politiek-inhoudelijk.

  3. Een aparte categorie vormen de verzoeken om informatie zoals bedoeld in de Verordening op de ambtelijke bestand. Het gaat dan om feitelijke informatie van geringe omvang en om documenten die reeds openbaar en dus beschikbaar zijn.

Voor deze drie soorten vragen kennen we drie formats, t.w. resp.:



  1. Het format technisch-informatieve vragen over lopende agendapunten

  2. Het format schriftelijke vragen van politiek-inhoudelijke aard.

  3. Het format vragen op grond van de Verordening ambtelijke bijstand c.a.

Voor het indienen van vragen moet altijd een format worden gebruikt. Alle vragen moeten bij de griffie worden ingediend. Deze zorgt voor doorgeleiding naar het juiste orgaan.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina