Stepping Stones 2 vmbo bk Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie



Dovnload 268.19 Kb.
Pagina1/3
Datum23.07.2016
Grootte268.19 Kb.
  1   2   3

teverwijderenshape_2 Stepping Stones 4e editie, 2 vmbo bk, Stonesvertalingen




Stepping Stones 2 vmbo bk
Stonesvertalingen


Vierde editie
Noordhoff Uitgevers, Groningen

auteurs eindredactie

Charmaine André Annette Lether

Ton van Drongelen

Sicco Gjaltema

Eppe Scholtens

Alex Schonewille

Sylwia Falínska

Joyce de Ruiter Kremers



Chapter 1
Stone 1

Zo vertel je wat er gebeurd is


I talked to my grandfather a week ago.

Ik heb een week geleden met mijn grootvader gesproken.

A new boy arrived in our class yesterday.

Gisteren is er een nieuwe jongen in onze klas gekomen.

A man walked into the shop at ten o'clock.

Een man liep om tien uur de winkel binnen.

My mum dropped a vase this morning.

Mijn moeder heeft vanmorgen een vaas laten vallen.

My dad travelled to the USA last month.

Mijn vader is vorige maand naar de VS gereisd.

A car crashed a week ago.

Een week geleden crashte er een auto.







The horse suddenly stopped.

Het paard stopte plotseling.

I opened my eyes and I saw my friend.

Ik opende mijn ogen en zag mijn vriend.

When I woke up it was all over.

Toen ik wakker werd was het allemaal voorbij.



Stone 2

Zo vertel je wanneer iets gebeurde


We drove home yesterday.

We zijn gisteren naar huis gereden.

They arrived in London a week ago.

Zij zijn een week geleden in Londen aangekomen.

I stayed at home in June.

Ik ben in juni thuisgebleven.

I had my birthday party last Tuesday.

Ik had vorige week dinsdag mijn verjaardagsfeestje.







During our holidays we travelled to Spain.

In onze vakantie zijn we naar Spanje gereisd.

Last Wednesday they got married.

Vorige week woensdag zijn ze getrouwd.

Yesterday my brother had an accident.

Gisteren heeft mijn broer een ongeluk gehad.

Last summer we went to Turkey.

Vorige zomer zijn we naar Turkije geweest.


Stone 3

Zo vertel je iets meer over jezelf


I moved to Nijmegen in 1999.

Ik ben in 1999 naar Nijmegen verhuisd.

I lived in Breda then.

Ik woonde toen in Breda.

I played on my uncle's farm a lot.

Ik speelde veel op de boerderij van mijn oom.

I went to primary school in Dover.

Ik zat in Dover op de basisschool.

I often visited my grandparents.

Ik ging vaak op bezoek bij mijn grootouders.

I had lots of pets many years ago.

Jaren geleden had ik veel huisdieren.







I play the guitar and I'm in a band.

Ik speel gitaar en ik zit in een band.

I don't like eating chips every day.

Ik hou er niet van om elke dag patat te eten.

I like most vegetables.

Ik vind de meeste groentes lekker.



Stone 4

Zo schrijf je of zeg je een datum


The first of October two thousand and eight.

1 oktober 2008

The seventeenth of June nineteen sixty.

17 juni 1960

The twenty-second of May two thousand and ten.

22 mei 2010

The thirty-first of January two thousand and fifteen.

31 januari 2015

The fifteenth of March nineteen forty.

15 maart 1940







first

eerste

second

tweede

third

derde

fourth

vierde

fifth

vijfde

eighth

achtste

tenth

tiende

eleventh

elfde

twelfth

twaalfde

thirteenth

dertiende

twentieth

twintigste

twenty-first

eenentwintigste

twenty-second

tweeëntwintigste

twenty-third

drieëntwintigste

thirtieth

dertigste

thirty-first

eenendertigste


Chapter 2
Stone 5

Zo vraag je hoe het met iemand gaat


How are you?

Hoe is het met jou?

How are you doing?

Hoe gaat het met je?

How are your parents?

Hoe gaat het met jouw ouders?

How is Paul?

Hoe gaat het met Paul?

How is your grandmother doing?

Hoe gaat het met je oma?


Zo reageer je


I'm all right.

Met mij gaat het goed.







I feel so so.

Het gaat wel.

I feel ill.

Ik voel me ziek.

I feel terrible.

Ik voel me vreselijk.

My parents are fine.

Met mijn ouders gaat het goed.

My parents are great.

Met mijn ouders gaat het geweldig.







Paul is not so good, I'm afraid.

Ik ben bang dat het niet zo goed gaat met Paul.

My grandmother feels much better now, thank you.

Het gaat nu veel beter met mijn oma, dank u.



Stone 6

Zo geef je advies


Why don't you get more sleep?

Waarom slaap je niet wat meer?

Why don't you go to your doctor?

Waarom ga je niet naar de dokter?

Why don't you eat more fruit?

Waarom eet je niet meer fruit?







If I were you, I would go jogging.

Als ik jou was, dan zou ik gaan joggen.

If I were you, I would give up smoking.

Als ik jou was, dan zou ik stoppen met roken.

If I were you, I'd eat more vitamins.

Als ik jou was, dan zou ik meer vitamines eten.







Stop eating too much chocolate!

Stop met te veel chocola te eten!

Don't give up!

Geef niet op!

Do more sports!

Sport meer!







You should take more exercise.

Je zou meer moeten bewegen.

They should be active for one hour a day.

Zij zouden een uur per dag moeten bewegen.

They should go to bed earlier.

Zij zouden vroeger naar bed moeten gaan.


Stone 7

Zo vraag je wat er aan de hand is


What's wrong with John?

Wat is er met John aan de hand?

What's wrong with your parents?

Wat is er met je ouders aan de hand?







What's the matter?

Wat is er?







Are you OK?

Gaat het goed met jou?

Is Jack all right?

Is alles goed met Jack?







Did you catch a cold?

Ben je verkouden?

Did Tom break his leg?

Heeft Tom zijn been gebroken?

Did Laura have to go to hospital?

Moest Laura naar het ziekenhuis?


Zo reageer je


I've got a sore throat.

Ik heb een zere keel.

I've got a headache.

Ik heb hoofdpijn.

Tom's got a black eye.

Tom heeft een blauw oog.

Tom's got a stomach ache.

Tom heeft buikpijn.







My arm hurts.

Mijn arm doet pijn.

His leg is broken.

Zijn been is gebroken.







I'm all right.

Met mij is alles goed.

I didn't break my leg.

Ik heb mijn been niet gebroken.







No, I didn't catch a cold.

Nee, ik ben niet verkouden.

No, he didn't break his leg.

Nee, hij heeft zijn been niet gebroken.

Yes, Laura had to go to hospital.

Ja, Laura moest naar het ziekenhuis.



Stone 8

Zo stel je iemand gerust


Don't worry.

Maak je geen zorgen.

Don't take it too hard.

Neem het niet te zwaar op.







It's all right now.

Het gaat nu wel weer.

It's not the end of the world.

Het is niet het einde van de wereld.

It's okay.

Het is goed.







Never mind.

Het geeft niets.

Things will work out.

Het komt wel weer goed.

It doesn't matter.

Het maakt niet uit.


Chapter 3

Stone 9

Zo vraag je wat voor weer het wordt


What will the weather be like tomorrow?

Wat voor weer wordt het morgen?

What will the temperature be today?

Hoe warm wordt het vandaag?







Will there be a lot of wind this winter?

Zal er deze winter veel wind zijn?

Will there be snow this afternoon?

Komt er vanmiddag sneeuw?







Is it going to rain this weekend?

Gaat het dit weekend regenen?

Is it going to freeze next week?

Gaat het volgende week vriezen?

Is it going to be dry today?

Zal het vandaag droog zijn?







Will it be sunny or cloudy this afternoon?

Wordt het vanmiddag zonnig of bewolkt?

What's the weather forecast for this weekend?

Wat is de weersverwachting voor dit weekend?


Zo reageer je


It will be cloudy tomorrow.

Morgen wordt het bewolkt.

It will be sunny and warm today.

Het wordt zonnig en warm vandaag.

It will be cold and there will be frost this winter.

Het wordt koud deze winter en er komt vorst.







It won't stay dry next week.

Het zal volgende week niet droog blijven.

It won't rain this afternoon.

Het gaat vanmiddag niet regenen.







There will be a strong wind.

Het zal hard gaan waaien.

It will be 20 degrees C.

Het wordt 20 graden Celsius.

It's going to rain.

Het gaat regenen.

It isn't going to freeze.

Het gaat niet vriezen.



Stone 10

Zo zeg je wat er binnenkort gaat gebeuren


I'm going to play in a musical.

Ik ga in een musical spelen.

She's going to have a baby.

Ze krijgt een baby.

Shirley's going to get married.

Shirley gaat trouwen.

We're going to call a friend.

We gaan een vriend opbellen.

John and Susan are going to swim in the sea.

John en Susan gaan in zee zwemmen.

They're going to buy a game computer.

Ze gaan een game computer kopen.

I'm going to see Mama Mia tonight.

Ik ga Mama Mia zien vanavond.

She's going to visit our grandparents.

Zij gaat onze grootouders bezoeken.

Shirley's going to fly to London.

Shirley gaat naar Londen vliegen.

: media -> files -> Vakinformatie -> Engels
Engels -> Stepping Stones 1 vmbo kgt Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie
Engels -> Stepping Stones 2 vmbo b/lwoo Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie
Engels -> Stepping Stones 4 vmbo k Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen Auteurs Eindredactie
Engels -> Stepping Stones 2 vmbo kgt Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie
Engels -> Stepping Stones 3 vmbo b Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie
Engels -> Stepping Stones 1 vmbo bk Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie
Engels -> Stepping Stones 4 vmbo b Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen Auteurs Eindredactie
Engels -> Stepping Stones 3 vmbo k Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie


  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina