Viering Vormselwake Benodigdheden



Dovnload 61.74 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte61.74 Kb.


Viering

Vormselwake


Benodigdheden


  • Een vouwblaadje voor iedereen met het verloop van de vormselwake, de liedteksten, de zeven gaven van de Heilige Geest (KP25) en het gebed ‘Samen vooruitkomen’

  • Een weegschaal met twee schalen

  • Een of twee grote kommen gevuld met water; versiering van de wand van de kommen met groene blaadjes/bloemetjes

  • Groene blaadjes in stervorm uitgesneden; aantal: viermaal het aantal vormelingen (Zie volgend blad.)

  • Zeven kaarsen op een kandelaar of op het altaar (onderaan elke kaars het nummer en de naam van de gave van de Geest)

  • De zeven gaven van de Geest (ruim, eenvoudig, mild, vergevend, gelovend, hoopvol, liefdevol) op kaartjes, liefst in verschillende kleuren, afgedrukt

  • Liederen: ‘Stuur daarom uw Geest’ (Lied 11)– ‘Zoals olie op een steen’ (Lied 14) – ‘Heer, verhoor ons’ – ‘Tot zeventig maal zeven maal

  • Potloden voor de aanwezigen (de vormelingen worden gevraagd een potloodje voor zichzelf en voor hun ouders mee te brengen; het is goed zelf een doos potloden in voorraad te hebben)

  • Twee heel grote stenen (liefst in grijze kleur)

  • Olie en een pipet

  • Gepaste (instrumentale) religieuze muziek op verschillende momenten van de viering. Tijdens het aanbrengen van het gevouwen sterblaadje bijvoorbeeld de cd van Taizé: Veni Sancte Spiritus; elders bijvoorbeeld Morgenstemming van Grieg.






Kopieer dit blad op groen papier en knip de sterrenblaadjes uit. Kopieer het zo veel maal als er vormelingen en ouders zijn. Maak eerst een sterrenblaadje op karton. Daarmee kun je vlot in één keer de sterrenblaadjes uit vier bladen knippen.













1 Verwelkoming
Beste vormelingen, beste ouders, peters en meters,

(beste vormheer),

van harte welkom op deze vormselwake.

Over enkele dagen vieren we samen het vormsel.

Het is goed even tot rust te komen in deze drukke voorbereidingsdagen.

We willen deze avond heel bijzonder bidden

om Gods Geest van inkeer en omkeer, van liefde en verzoening.

Openen we deze dienst met de woorden van Paulus aan zijn gemeente in Korinte:

‘De genade van de Heer Jezus Christus,

de liefde van God

en de eenheid met de Heilige Geest zij met u allen.’ (2 Kor 13,13)
Openingslied: Stuur daarom uw Geest (Lied 11)
Het is soms zo moeilijk

om te blijven geloven

in een wereld vol vrede

zonder haat of geweld.

Het is soms zo moeilijk

om te blijven geloven

dat wij als jonge mensen

kunnen leven naar jouw beeld.


Stuur daarom uw Geest

en maak ons zo sterk,

dat wij durven getuigen

over Jezus en zijn Kerk.
Met de kracht van de Geest

durven wij het nu aan,

niet bang voor de toekomst

want wij staan niet alleen.

Met de kracht van de Geest

durven wij het nu aan

om dan tegen de stroom

te leven in jouw naam.

Griet Bogaert

2 Vergevensgezindheid: een bloeiende tak aan de rank van de liefde
In deze vormselwake willen we speciaal bidden om de gave van vergeving en verzoening in ons leven als gevormde. Verzoening is als een bloeiende tak aan de rank van de liefde. Ze heeft vooral het water van het doopsel en de olie van het vormsel nodig om te groeien en te bloeien. We willen deze vormselwake vieren als een echte verzoeningsdienst.
David neemt geen weerwraak op koning Saul: lezing uit het eerste boek Samuël
Zekere dag ging de profeet Samuël naar Saul om hem tot koning te zalven over het volk van Israël. Hij goot een kruikje olie over het hoofd van Saul. Gods Geest rustte voortaan op hem om zijn taak als koning goed te kunnen volbrengen. De jonge David, een herderszoon, trad in dienst van koning Saul als muzikant en wapendrager. Hij groeide uit tot een geduchte legeraanvoerder. Zo overwon de kleine David eens de reus Goliath. David werd zeer geliefd door het volk. Koning Saul echter raakte erg jaloers op hem. Hij ging hem haten en ondernam pogingen om hem te vermoorden. Daarom vluchtte David weg van het koninklijk hof en hield zich met een klein leger schuil in de woestijn van Juda. Saul achtervolgde hem met een leger van wel 3000 man. Saul had het vuur van Gods Geest in hem geblust.
De verkenners van David ontdekten de plaats waar Saul en zijn leger hun kamp hadden opgeslagen. Ze kwamen erachter in welke tent Saul en zijn schildwachten de nacht doorbrachten. Saul stak telkens zijn speer naast het hoofdeinde van zijn bed in de grond en zette een waterkruik naast zijn bed.
Op een nacht slopen David en Abisai, zijn legerofficier, naar de tent van koning Saul. Ze geraakten ongemerkt in de tent van Saul. Abisai fluisterde tot David: ‘Nu levert God uw vijand aan u over. Laat mij hem met zijn eigen speer aan de grond nagelen. Eén gerichte stoot en het is met hem gedaan.’ Maar David antwoordde: ‘Neen, dood hem niet! Niemand slaat ongestraft de hand aan de gezalfde van God.’ David nam toen de lans en de waterkruik weg van het hoofdeinde van Saul en zij trokken zich terug. Niemand had iets gemerkt of gehoord.

Aangekomen aan de overkant van de ravijn, ging David ver weg op een berg staan, zodat er een grote afstand tussen hen was. Hij riep Saul en zei: ‘Koning, hier is uw speer en uw waterkruik, laat een van uw mannen ze maar komen halen. De Heer zal ieders rechtschapenheid en trouw vergelden. De Heer had u vandaag aan mij overgeleverd, maar ik heb de hand niet willen opheffen tegen de gezalfde van de Heer.’

‘Was dat jouw stem niet die ik daar hoorde, David?’ riep Saul terug. En hij bekende: ‘Ik heb verkeerd gedaan en ernstige fouten gemaakt. Kom terug, David, mijn zoon, ik wil je niet langer kwaad doen, want jij hebt vandaag mijn leven gespaard.’
Later zal David Saul als koning opvolgen. De profeet Samuël zalfde David met olie. Gods Geest werd vaardig over hem.

Naar 1 Samuël, 26


Toelichting: leven voorbij het weegschaal-model zoals Jezus

(Suggesties voor de voorganger)




  • Als iemand ons met woord of daad pijn heeft gedaan, ons heeft gepest, ons echt benadeeld heeft, kortom ons kwaad heeft berokkend, valt het moeilijk om het hem of haar niet met gelijke munt te vergelden. Daarnaar verwijzen tal van zegswijzen: ‘poets wederom poets’, ‘ik niet, gij niet’, ‘dat geef ik hem dubbel en dik terug’. Allemaal houdingen van weerwraak.
    Die houding van weerwraak was sterk aanwezig in vroegere samenlevingen, ook in de tijd van het Oude Testament. Denken we even terug aan de houding van Abisai, de strijdgenoot van David. In het Oude Testament gold wel de wet ‘oog om oog, tand om tand’. Met deze leefregel trachtte men de wraakzucht van de mens binnen de perken te houden. Ze kwam hierop neer: als je wraak neemt, doe het met mate, met dezelfde maat die jou werd toebedeeld. Zo niet is het gevaar zeer groot dat de wraakzucht escaleert, van kwaad naar erger overslaat. Die houding gelijkt op een ‘weegschaaldenken’: voor wat hoort wat. (Verwijs naar de weegschaal.)
    Opvallend nu was wel de houding van David. Saul zocht David te doden. Abisai wilde dan ook Saul vermoorden. Maar David verbood hem dat. ‘Men raakt niet aan de koning die een gezalfde van God is!’ zei hij. Met een sterk bravourestukje toonde hij aan dat hij kwaad niet met kwaad wilde vergelden, wel met vergevensgezindheid.




  • Jezus zal het weegschaalmodel helemaal doorbreken, niet alleen in het kwade maar evenzeer in het goede. In de vlakterede zei Jezus: ‘Heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen.’ (Lc 6,27-28) En Hij drukte het bovendien ook uitdagend uit: ‘Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed.’ (Lc 6,29) Op het kruis zal Jezus voor zijn veroordelers bidden: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ (Lc 23,34)
    Hoe kwam Jezus erbij om zo iets te verkondigen en zelf voor te leven? Die houding vloeide voort uit zijn diep geloof in God, die een en al liefde is, liefde zonder maat, zonder grenzen. Dat geloof drukte Hij eens kernachtig als volgt uit: ‘Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.’ (Lc 6,36) De maat van de goddelijke liefde is niet afgemeten, maar mateloos en liefde wordt meer door delen. Gods liefde is voorkomend, gratuit, overvloedig, gul. Die gulheid van God kwam ook onverbloemd tot uiting in Jezus’ antwoord aan Petrus toen deze Hem de vraag stelde ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ ‘Niet tot zevenmaal toe,’ zei Jezus, ‘maar tot zeventig maal zeven.’ (Mt 18,22)


Gebed om de gave van Gods gulheid
Laten we het even stil maken in ons hart en bidden om de gave van Gods Geest van gulheid. Beantwoorden we zingend elk bede met het keervers: Heer, verhoor ons.
(kind)

Lieve God,

in Jezus toonde Jij overvloedig je liefde

voor de mensen, vooral voor armen en zieken.

Moge je Geest ons bijstaan om onze vriendelijkheid

thuis, in de buurt, op school,

in de jeugdbeweging, op het werk

niet met mondjesmaat, nauw afgemeten,

maar gul , overvloedig te beleven.

Heer, verhoor ons; Heer, verhoor ons;

Heer, verhoor ons.
(mama)

Lieve God,

Jezus was gul om mensen die verkeerd handelden,

te vergeven, telkens opnieuw.

Wij laten soms zo moeilijk onze gevoelens van wrok varen

tegenover hen die ons hebben misdaan.

Help ons geen weerwraak te nemen.

Sta ons bij om te leren vergeven

‘zeventig maal zeven’.

Heer, verhoor ons; Heer, verhoor ons;

Heer, verhoor ons.
(papa)

Lieve God,

wie heeft ooit zo gul en mild in liefde geleefd

als Jezus, je Welbeminde?

Hij gaf zichzelf: zomaar, voorkomend,

helemaal, tot het uiterste, tot ter dood.

Hij was zoals het brood dat Hij brak en deelde.

Wij zijn soms erg bezeten van ons eigen bezit,

ons eigen gelijk, ons eigen voordeel.

Leer ons afstappen van de houding

‘als ik het maar goed heb’

en loskomen van de instelling van de ‘afgemeten maat’.



Heer, verhoor ons; Heer, verhoor ons;

Heer, verhoor ons.
Durf het aan om verzoenend te leven

(twee catechisten lezen beurtelings een strofe)


Het valt niet mee

de schuld bij ons te leggen;

het vraagt zelfs moed

het eerste woord te zeggen.


Het valt niet mee

de eerste stap te zetten;

het vraagt inzicht

op eigen fout te letten.


Het valt niet mee

aan anderen eerst te denken;

het vraagt liefde

om aandacht te gaan schenken.


Het valt niet mee

om niet meer kwaad te blijven;

het vraagt mildheid

om niemand af te schrijven.


Het valt niet mee

de zwakken te waarderen;

het vraagt eenvoud

om van kleinen iets te leren.


Durf het toch gaan

verzoenend te gaan leven:

gekruisigd zelfs

heeft Jezus ons vergeven.

E. Nechelput, Wie mijn leerling wil zijn, Uitg. Muurkranten, Brugge, 2006
Rustige instrumentale (religieuze) muziek

(bijvoorbeeld Morgenstemming van Grieg)



3 Wakkeren we het vuur van de Geest in ons aan
Over Saul was Gods Geest gekomen. Maar hij had tijdens zijn koningschap vele malen het vuur van de Geest in zijn hart geblust. Het verminderen of zelfs het doven van het vuur van Gods Geest kan ook ons overkomen. ‘Doof de Geest niet uit’, schreef Paulus aan de christelijke gemeente in Tessalonica (1 Tes 5,19).

We nodigen nu de vormelingen en hun familie uit om, ter voorbereiding van de vormselplechtigheid, het vuur van de Geest in hen aan te wakkeren.

Misschien hebben we in ons hart het vuur van een of andere vlam van Gods Geest wat gedoofd. We vragen dan om vergeving en drukken ons verlangen uit om het vuur van die vlam van de Geest in ons hart weer te doen branden.
(Iedereen ontvangt, na het gebed over de zeven vruchten van de Geest, een papiertje in stervorm uitgeknipt. Na een stil bezinningsmoment schrijf je op het sterblaadje het getal van een van de zeven Geestesgaven die je de volgende maanden bijzonder wilt ‘aanvuren’. Daarna vouw je de sterretjes van het blaadje naar binnen. Je voelt dan dat je hart voor die bepaalde gave wel wat gesloten is en meer open zou mogen komen. Je komt naar voren en legt het blaadje rustig op het water in een grote kom en je keert naar je plaats terug. Je blijft nog even bidden voor een grotere ontvankelijkheid voor die gave tijdens een mooi stukje cd-muziek.

Geleidelijk zal het gesloten blaadje zich op het water ontplooien. Dat kan wel een tijdje duren. Op de dag van het vormsel zal het natuurlijk helemaal mooi ontvouwd op het water liggen.

Na elke bede wordt het keervers gezegd of gezongen: Tot zevenmaal zeventig maal)
Vormelingen en ouders lezen om de beurt de tekst van een van de zeven gaven van de Geest voor. De catechist steekt telkens de passende kaars aan; een vormeling hangt het daarbij horende kaartje met het nummer en de naam van de gave.
1 Heilige Geest, geef mij 1

een ‘ruim’ hart RUIM

dat niet langer op mezelf gericht is,

maar naar anderen toe wil leven,

meevoelend met elke vreugde

en meelijdend met elke pijn.

Laten wij bidden.

Tot zevenmaal zeventig maal

vergeef ik een ander zijn schuld,

de Heer heeft met mij ook geduld.
2 Heilige Geest, geef mij 2

een ‘eenvoudig’ hart, EENVOUDIG

dat ik mij niet hoger acht

dan de minste der mensen,

want ik weet hoe ikzelf

uw barmhartigheid nodig heb.

Laten we bidden.

Tot zevenmaal zeventig maal

vergeef ik een ander zijn schuld,

de Heer heeft met mij ook geduld.
3 Heilige Geest, geef mij 3

een ‘mild’ hart MILD

dat veel kan missen opdat

anderen niets zou ontbreken

en leer me mijn bestaan

met anderen breken en delen.

Laten we bidden.

Tot zevenmaal zeventig maal

vergeef ik een ander zijn schuld,

de Heer heeft met mij ook geduld.
4 Heilige Geest, geef mij 4

een ‘vergevend’ hart VERGEVEND

dat geen kwaad aanrekent

en nooit weerwraak neemt.


Help mij steeds voluit

te vergeven en te vergeten.

Laten we bidden.

Tot zevenmaal zeventig maal

vergeef ik een ander zijn schuld,

de Heer heeft met mij ook geduld.
5 Heilige Geest, geef mij 5

een ‘gelovend’ hart GELOVEND

dat weet dat Gij mij nabij blijft,

dat Gij uw hand

op mijn schouder legt

en in al mijn zwakheid

mijn sterkte blijft.

Laten we bidden.



Tot zevenmaal zeventig maal

vergeef ik een ander zijn schuld,

de Heer heeft met mij ook geduld.
6 Heilige Geest, geef mij 6

een ‘hoopvol’ hart HOOPVOL

dat ook in de diepste duisternis

gelooft dat het licht doorbreekt

en dat de toekomst

uiteindelijk goed wordt.

Laten we bidden.

Tot zevenmaal zeventig maal

vergeef ik een ander zijn schuld,

de Heer heeft met mij ook geduld.
7 Heilige Geest, geef mij 7

een ‘liefdevol’ hart: LIEFDEVOL

een ontvankelijk hart

voor Jezus’ woord

en een hart vol zorg voor mijn medemensen.

Dat ik U beminnen mag

met hart en ziel,

en mijn naaste als mezelf.

Laten we bidden.

Tot zevenmaal zeventig maal

vergeef ik een ander zijn schuld,

de Heer heeft met mij ook geduld.
(De voorganger nodigt vormelingen en ouders uit het gekozen getal van een van de gaven van de Geest op het blaadje te schrijven. Daarna vouwen ze de sterretjes van hun blaadje dicht, komen naar voren en leggen het op het water in de kom. Ze blijven in gebed, opdat vooral die vrucht van de Geest in hen mag openbloeien.

Ondertussen religieuze muziek.)



4 Gebed om vergeving
Gebed om verzoening onder elkaar
(catechist)

Vader, niets is zo moeilijk

als vergeving te schenken,

en het weer goed te maken.

Vooral als iemand die ons zeer nabij is,

ons echt pijn heeft gedaan,

lijkt vergeving bijna ondoenbaar.

Duizenden uitvluchten dwarrelen dan

door ons hoofd:

neen, nu niet; morgen,

of: hoeft het wel?,

of: ben ik het wel

die de eerste stap moet zetten?

Het valt ons zwaar om te vergeven.

Geef ons de kracht

om het weer goed te maken,

met vader, moeder, man of vrouw,

met kinderen ver van huis,

ja zelfs met onze vijanden.

Laat niet toe dat wij de nacht ingaan

met een onverzoend hart.

Doe ons begrijpen dat het aan ons is

om de eerste stap te zetten

als wij op U willen gelijken.

En als we er niet in slagen

dit dadelijk of helemaal te doen:

geef ons dan de genade

een begin te maken,

één stap te wagen op de goede weg,

vandaag nog;

en aan U te vragen

dit morgen weer te kunnen doen,

tot alle onverzoenbaarheid en wrok

uit ons hart zijn weggenomen.

Godfried Danneels, Waken en bidden, Tielt, Lannoo, 1997, p. 57-58
God is liefdevol en tot vergeving bereid (Jona 4,2)
(De priester strekt de handen uit over de aanwezigen en bidt:)

Moge de barmhartige God zich over ons ontfermen,

het doven van Gods Geest in ons vergeven,

en het verlangen naar het vuur van de Geest aanwakkeren.

Moge Hij ons hart doen openbloeien

in gulle liefde voor elkaar.

+ In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
Het Onzevader
Bidden we samen (zingend) het Onzevader.

5 Zoals olie op een steen
De indringende kracht van olie
Tot slot bidden we opdat Gods gaven diep in het hart van de vormelingen alsook in het hart van de ouders, van de grootouders, peters en meters, catechisten mogen doordringen. Zoals olie op een steen.

Twee vormelingen brengen elk een grote steen naar het altaar.

Ze laten enkele druppels olie (met een pipet) vallen op de twee stenen.

De voorganger nodigt de aanwezigen uit het lied ‘Zoals olie op een steen’ − Lied 14 − te zingen.

Tijdens de offerande van de vormselviering worden die twee stenen in processie ook naar voor gebracht.
Zoals olie op een steen

ben Jij vandaag bij ons.

Zoals olie op een steen

blijf Jij werkzaam in ons.
Olie dringt in alles,

zelfs in de hardste steen,

wat je ook probeert,

die vlek gaat nooit meer heen.


Zo laat ook Gods Geest

zijn diepe sporen na.

Doordrongen door die kracht

gaan wij Hem achterna.


Gezalfd als een koning,

gesterkt door zijn Geest,

geboeid door Jezus,

wordt leven een feest.

Griet Bogaert en Fio Van Steenlandt
Het vormsel: duurzaam merkteken voor het verdere leven als gevormde
Laten we samen Geest-driftig onze levenstocht, met onze pelgrimsstaf in de hand, voortzetten. Zo’n 1500 jaar geleden spoorde de heilige Augustinus zijn medechristenen aan ‘samen vooruit te komen’. Nemen we ook zijn woorden in onze mond.
Wij zijn allemaal onderweg,

en ‘onderweg zijn’ betekent

dat je er nog niet bent.

We gaan voort zo goed we kunnen,

wetend dat we nog niet bereikt hebben

wat we willen bereiken.

Een pelgrim moet niet te veel omkijken,

maar vergeten wat achter hem/haar ligt,

anders loopt hij/zij gevaar daar te blijven staan,

waar hij/zij omzag.

We moeten vooruit.
We zijn onderweg,

we zijn er nog niet

en daarom moeten we blijven doorgaan.

We zijn onderweg.

En daarom moeten we altijd ontevreden zijn

met wie we nu zijn,

als we tenminste willen bereiken

wat we nog niet zijn.

Zodra je zelfgenoegzaam wordt,

zul je blijven stilstaan.

Zodra je zegt: het is genoeg,

zul je ten onder gaan.


De een loopt sneller dan de ander,

misschien lopen we te traag,

vergeleken bij diegenen die snel voortgang maken.

Maar we horen toch bij elkaar?

Wij horen samen bij hen die vooruitkomen.

Bezinningsboekje, Chirojeugd, Spoor zes, 2006


Lied ‘Vaar het leven mee in’: dit is geen eind maar een begin (Lied 13)
Vaar mee, het leven in,

met God heeft het veel meer zin.

Vaar mee, het licht tegemoet,

tot ziens, het ga je goed.
Zorgen en pijn zijn nu geheeld,

want brood en wijn werden gedeeld.

Zijn woorden hebben wij gehoord,

ze gaan met ons mee aan boord.


Dit is geen eind maar een begin,

ons leven heeft nu veel meer zin.

Wij voelen vrede die Hij bracht

en varen uit met volle kracht.


Zijn we straks op de volle zee,

wij weten: Jezus vaart steeds mee.

Wij volgen zijn weg naar geluk,

met zijn zegen kan het niet meer stuk.


Verzoeningsteken, zegen en zending
Gaat dan heen in vrede (+)
(Tot slot worden de kinderen uitgenodigd hun ouder(s), peter en/of meter een dikke zoen te geven; de ouders geven hun kind een kruisje.)


© 2008, Uitgeverij Pelckmans

Geestdrift, Liturgische vieringen






Vormselwake











De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina