Warschauer herfst in vogelvlucht deel 1



Dovnload 48.82 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte48.82 Kb.




SUPPLEMENT 15-02-2004

WARSCHAUER HERFST IN VOGELVLUCHT DEEL 1

Onderstaande teksten zijn vertaalde samenvattingen van programmatoelichtingen gepubliceerd door de organisatoren van de Warschauer Herfst.



Krzystof Penderecki


Quartetto per archi no. 2 (1968)

Silesian String Quartet

Szymon Krzeszowiec – viool, Arkadiusz Kubica – viool, Lukasz Syrnicki – altviool, Piotr Janosik – violoncello

Opgenomen door Polski Radio op zaterdag 20 september 2003 in het Koninklijk Paleis/Warschau tijdens de Warschauer Herfst.



Silesian Quartet


In 1978 werd het Silesian Quartet opgericht door studenten van de Szymanowski Akademie voor Muziek in Katowitce. Door middel van mastercursussen door (o.a.) LaSalle, Amadeus, Julliard, Smetana en Berg, ontwikkelde het kwartet zich. Hun repertoire omvat zo’n 250 kamermuziekwerken, waarvan 200 geschreven door eigentijdse componisten. Ongeveer 60 werken zijn aan het Silesian Quartet opgedragen en door hen in première gebracht. Het kwartet heeft vele prijswinnende opnamen gemaakt en speelde over de hele wereld.
Krzystof Penderecki

werd geboren in 1933 in Debica. In 1954 werd hij toegelaten tot de Staats Hogeschool voor Muziek in Krakow, waar hij compositie studeerde bij Artur Malawski en Stanislaw Wiechowicz. In 1960 trok hij de aandacht van westerse critici met Anaklasis uitgevoerd tijdens het festival in Donaueschingen o.l.v. Hans Rosbaud. In datzelfde jaar verstevigde Penderecki zijn internationale faam met composities als Dimensions of Time and Silence, Threnody to the Victims of Hiroshima, Polymorphia, Fluorescences, Quartetto per archi no. 1, Dies Irae en Stabat Mater. De St. Luke Passion leverde Penderecki de grote kunstprijs van Nordrhein-Westfalen (1966) op en de Prix Italia (1967). Bovendien won hij in 1967 de Gouden Sibelius Medaille.

Aan het eind van de jaren zestig begon hij te werken aan de opera The Devils of Loudun, die in 1969 in première ging bij de Hamburgse Staatsopera om vervolgens uitgevoerd te worden in diverse theaters overal ter wereld. Een succes dat ook de volgende opera’s beschoren was: Paradise Lost (première: 1978, Chicago), Der Schwarze Maske (première: 1986, Salzburg) en Ubu Roi (première: 1991, München).

Van 1973 tot 1978 doceerde Penderecki aan Yale University in New Haven. Van 1982 tot 1987 was hij rector van de Muziek Akademie in Krakow.

Sinds 1973 ontpopte hij zich ook als dirigent.

Penderecki verwierf vele prijzen en onderscheidingen en verwierf ere-doctoraten aan diverse universiteiten. Bovendien publiceerde hij in 1997 het boek The Labyrinth of Time. Five adresses for the End of the Millennium, dat een jaar later ook in het Engels uitgegeven werd (Chapel Hill, 1998)


Quartetto per archi no. 2 (1968)

Je zou kunnen zeggen dat het tweede strijkkwartet begint waar het eerste strijkkwartet ophoudt. Ook hier is Penderecki op zoek naar nieuwe (strijkers-) klanken. Welliswaar laat hij de meer percussieve klanken achterwege, die zo typerend zijn voor het eerste strijkkwartet, maar graaft hij vooral verder in de verschillende soorten klanken van snaren en strijkstok. Hij maakte veelvuldig melodisch gebruik van vibrato en glissandi en precies voorgeschreven gebruik van kwarttonen. Het gevolg is snelle vloeiende beweging in combinatie met een buigzam trillend contrapunt. Het tweede strijkkwartet sterft weg met een glissando in de cello-partij, die gerealiseerd wordt door het steeds lager stemmen van de laagste snaar.

De eerste uitvoering van het Quartetto per archi no. 2 werd gegeven in 1970 in Berlijn door het Parrenin Quartet.

Krzystof Meyer


Farewell Music (1997) for orchestra

Wlodzimierz Kotonski


Concerto per clarinetto e orchestra (2002-2003) wereldpremière

Ivan Fedele

Scena (1997-98) for orchestra

Zygmunt Krauze

Adieu (2001-2003) for upright piano and orchestra wereldpremère

Warsaw Philharmonic – National Orchestra of Poland

dirigent: Antoni Wit

m.m.v.: Sharon Kam – klarinet en Zygmund Krauze – upright piano

Opgenomen door Polski Radio op zondag 21 september 2003 in de grote zaal van de Nationale Filharmonie/Warschau tijdens de Warschauer Herfst.
Sharon Kam (klarinet)

Is van geboorte Israëlisch. In Israël begon ze haar muzikale opleiding onder leiding van Eli Eban en Chaim Traub. Ze sloot haar studies af aan de Julliard School of Music, waar ze studeerde bij Charles Neidich. Op 16-jarige leeftijd maakte ze haar debuut met de Israel Philharmonic o.l.v. Zubin Mehta.

In 1992 won ze de eerste prijs op het Internationale ARD Concours in München, dat haar optredens opleverde met vele bekende orkesten waaronder de Chicago Symphony, de Berliner Philharmonikeren het Gewandhaus Orchestra in Leipzig. Sharon Kam gaf recitals in (o.a.) New York, Tokyo, Frankfurt, Vancouver, Jeruzalem en Pittsburg. Ze is ook een liefhebber van kamermuziek. Zo speelde ze samen met Isaac Stern, Kim Kashkashian, Barbara Bonney, het Guarneri Quartet en het Tokyo Quartet. Sinds 1995 heeft ze een exclusief contract met Teldec Classics, waarvoor ze de klarinetconcerten van Weber opnam (met het Gewandhaus Orkest o.l.v. Kurt Masur), waarvoor ze de Echo prijs kreeg.

Antoni Wit


Sinds januari 2002 is Antoni Wit algemeen directeur van de Warsaw Phliharmonic – het Nationaal Orkest van Polen. Eerder dirigeerde hij de Pomeranian Philharmonic (1974-77), het koor en orkest van Polski Radio en TV in Krakow (1977-83), het Nationaal Poolse Radio Symfonie Orkest in Katowice (1983-2000) en het Orchesta Filharmonica de Gran Canaria (1987-1992).

Antoni Wit studeerde in zijn geboortestad Krakow aan de Staats Hogeschool voor Muziek bij Henryk Czyz (directie) en Krzysto Penderecki (compositie). Later studeerde hij ook bij Nadia Boulanger in Parijs.

In 1971 won hij de 2de prijs op het Herbert von Karajan concours. Zijn internationale carrière bracht hem naar alle belangrijke podia in Europa, Amerika en het Midden en Verre Oosten. Hij dirigeerde beroemde orkesten zoals de Berliner Philharmoniker, de Royal Philharmonic, de Staatskapelle Dresden en het NHK in Tokyo.


Krzystof Meyer


Werd geboren in 1943 in Krakow, waar hij compositie studeerde aan de Staats Hogeschool voor Muziek bij Stanislaw Wiechowisz en Krzystof Penderecki. Bovendien studeerde hij piano en compositie bij Nadia Boulanger in Frankrijk (1966/1968). Tezelfdertijd trad hij op als pianist met de eigentijdse muziekgroep MW2. Na zijn studietijd was hij leraar aan de Muziek Akademie in Krakow, van 1966 tot 1987. Bovendien was hij in die jaren tevens con-rector (1972-75) en hoofd van de afdeling Muziektheorie (1975-87). Sinds 1987 is hij professor voor compositie aan de Hochschule für Musik in Keulen. Daarnaast doceert eigentijdse muziek in vele landen. In 1999 publiceerde hij de uitgebreide versie van zijn eerste Poolse monografie over Shostakovitch, die in verschillende talen werd uitgegeven.

In de jaren 1985-89 was hij voorzitter van het hoofdbestuur van de Poolse Componisten Bond. Meyer was composer-in-residence bij het Keuls Filharmonisch Orkest in 1991-92 en tijdens het Seattle Festival in 1996. Bovendien won hij diverse prijzen.


Farewell Music (1997) for orchestra

heb ik geschreven in 1997 en is opgedragen aan de nagedachtenis van Witold Lutoslawski. Het is geen programmatische muziek, en ook geen begrafenismuziek. Het bevat geen verwijzingen naar Funeral Music (van Lutoslawski). Het is geschreven in mijn eigen idioom en een voortzetting van mijn eigen onderzoek van de laatste 15 jaar of zo, naar harmonie en instrumentale kleur. Het is een eerbetoon aan een man die ik een groot vriend en een groot mentor vond.


Farwell Music werd voor het eerst uitgevoerd op 20 februari 1998 door de Warsaw Philharmonic - National Orchestra of Poland onder leiding van Philippe Entremont.

tekst: Krzystof Meyer.




Wlodzimierz Kotonski


Geboren in 1925 in Warschau, werd Kotonski beschouwd als een sleutelfiguur binnen de Poolse avant-garde van de jaren vijftig en zestig. Hij was leraar compositie en directeur van de Electronische Muziek Studio van de Muziek Akademie in Warschau gedurende tientallen jaren (hij ging met pensioen in 1995). Veel van zijn leerlingen verwierven internationale waardering. Bovendien was hij gast-professor in Stockholm, Buffalo, Los Angeles, Jeruzalem en Seoul.

Kotonski maakte naam als de componist van de eerste Poolse electronisch compositie: Study for One Cymbal Stroke (1959) een werkte samen met studio’s voor electronische muziek in Parijs, Bourges, Stockholm, Freiburg en Buffalo.

Daarnaast vervulde Kotonski allerlei functies bij (o.a.) de muziekafdeling van Polski Radio, de Poolse sectie van de International Society of Contemporary Music en verwierf vele prijzen.
Concerto per clarinetto e orchestra (2002-2003)

Deze compositie is gedeeltelijk het resultaat van mijn eerdere onderzoek naar de mogelijkheden van de klarinet in de kamermuziek (Pour Quatre, Midsummer, Variables structures), en deels het gevolg van mijn fascinatie voor de rijkdom van de klarinet. Een rijkdom die niet te vergelijken is met die van andere houten blaasinstrumenten. Het nauwe contact met mijn vroegere leerling, de componist en uitstekende klarinettist Pawel Mykietyn, was van grote betekenis. Het heeft mij geholpen om kijk te krijgen op de fijne kneepjes van de techniek van het bespelen van de klarinet en de diverse klankkarakteristieken. Dat was een belangrijke bijdrage aan de uiteindelijke vorm van de partituur.

Dit concerto heeft een klassieke driedelige vorm. Het eerste deel (sonata allegro) met een langzame inleiding en een langzaam coda, is het belangrijkste, meest uitgebreide deel. Bepalend voor het tweede deel (cantilene-achtig)is een dialoog tussen smalle, beweeglijke clusters in de strijkers en de solist. Het derde (laatste deel) is voornamelijk gebaseerd op snelle zestiende noten in het orkest omspeeld door de klarinet.

tekst: Wlodzimierz Kotonski.


Ivan Fedele

werd geboren in 1953 in Lecce/Italië. Fedele studeerde piano bij Bruon Canino en Ilonka Deckers aan het Giuseppe Verdi Conservatorium in Milaan. Bovendien studeerde hij compositie bij Franco Donatoni aan de Academia di Santa Cecilia in Rome en filosofie aan de staatsuniversiteit in Milaan.

De composities van Ivan Fedele werden in première gebracht door (o.a.) Orchestre de France, Orchestra Filharmonica della Scala en Ensemble InterContemporain, gedirigeerd door (o.a.) Pierre Boulez, Riccardo Mutti, Esa-Pekka Salonen en Leonard Slatkin.

Fedele schreef ook muziek voor radio, film en installaties.


Scena (1997-98) for orchestra

(fragmenten uit een interview met Ivan Fedele gepubliceert door Edizio Suvini Zerboni News)



Waar komt die titel Scena vandaan?

Het refereert aan het theatrale aspect van de compositie. Eigenlijk een soort spektakel. Meestal houd ik rekening met de locatie waar mijn werk wordt uitgevoerd. Soms maak ik die locaties zelf en stel de ideale omstandigheden voor de uitvoerenden vast, waardoor mijn werk het beste ontvangen kan worden. Mijn voorstellen geven (b.v.) aan wat de afstand tussen de spelers moet zijn en de verbinding tussen hen. In het geval van Scena had ik een specifieke locatie in gedachte; La Scala is een theater in Italiaanse stijl, dat door het publiek over het algemeen geassocieerd wordt met operaopvoeringen, eerder dan symfonische concerten. Dat wil overigens niet zeggen dat Scena niet op een andere plek uitgevoerd kan worden.



Wat is de hoofdgedachte achter dit theatrale aspect van Scena?

In dit geval heb ik gebruik gemaakt van de gelegenheid om een compositie te realiseren waarvan de individuele onderdelen verschijnen als karakters in het zogenaamde theater van het geheugen. Deze compositorische figuren, die uitgeschreven moeten worden op en zeer uitgesproken manier, komen samen, ontmoeten elkaar en verwijderen zich in verschillende situaties. Dit op vergelijkbare manier als in een opera. De uitdaging is om een spektakel te ontwikkelen, dat herschapen kan worden in het geheugen van de luisteraar.



Scena is geschreven voor groot orkest en percussie-ensemble. Sommige instrumenten worden versterkt, maar het gebruik van electronica is niet voorzien. Ik besteed veel aandacht aan de verdeling van klank in de ruimte. Maar op hetzelfde moment houd ik vast aan de traditionele opstelling van het orkest.
Zygmunt Krauze

werd geboren in 1938 in Warschau. Hij studeerde aan de Staats Hogeschool voor Muziek in Warschau: piano bij Maria Wilkomiska en compositie bij Tadeusz Szeligowski en Kazimierz Sikorski. In 1966 ging hij naar Parijs om er compositie te studeren bij Nadia Boulanger. Hij doceerde piano en compositie op vele plaatsen, organiseerde internationale seminars voor componisten, musicologen en uitvoerenden en zat in diverse jury’s van allerlei concoursen waaronder de Internationale Muziekweek Gaudeamus en het Gaudeamus Vertolkers Concours.

Krauze is een gewaardeerde vertolker van eigentijdse muziek. In 1967 richtte hij de Music Workshop op, een ensemble gespecialiseerd in de uitvoeringspraktijk van eigentijdse muziek. Music Workshop heeft in z’n 21-jarig bestaan meer dan 100 composities in première gebracht, die merendeels geschreven waren voor dit ensemble.

Daarnaast is Krauze als pianist een veel gevraagde solist en organiseert hij allerhande evenementen ter promotie van eigentijdse muziek in het algemeen, en Poolse eigentijdse muziek in het bijzonder.


Adieu (2001-2003) for upright piano and orchestra

Adieu is een eendelig programmatisch Capriccio voor upright (rechtop staande) piano en orkest. Het complete programma zit in die titel, die op verschillende manieren uitgelegd kan worden. Naar mijn mening is een vaarwel of scheiding een moment waar iets aan z’n einde komt, maar waar op hetzelfde moment ook nieuwe situaties ontstaan en nieuwe perspectieven worden geopend. Dit lijkt de visie van een verklaard optimist.

Het gebruik van een upright piano, een min of meer ontstemd instrument, is niet alleen gekozen om z’n klank kwaliteiten. Het kleinere broertje van de grote vleugel, heeft een glorieuze geschiedenis, en verdient het om eindelijk op het grote podium geplaatst te worden bij en een symfonie orkest.

Naar het voorbeeld van Jean Baptiste Lully wordt melodie en begeleiding gebruikt als de basis voor het werk. In Adieu heb ik schetsen verwerkt voor een ballet (dat er nooit kwam), waaraan ik meer dan tien jaar geleden heb gewerkt in Florida. Van oorsprong was Adieu voorzien als compositie voor symfonie orkest. Pas na het voltooien van de partituur heb ik besloten om er een pianopartij aan toe te voegen.

tekst: Zygmunt Krauze.

IN DE TWEEDE HELFT VAN DE UITZENDING (vanaf ongeveer 23:00 uur)

IS DE WARSCHAUER HERFST IN VOGELVLUCHT DEEL 1 TE HOREN MET FRAGMENTEN UIT DE VOLGENDE COMPOSITIES


Helmut Lachenmann (1935) – Mouvement – vor der Erstarrung (1982-84)

Annette Schlünz – Traumkraut (1995)

Pierre Boulez (1925) – Dérive 1 (1984)

York Höller (1944) – Ex tempore (2001)

Uitvoerenden :

Polish-German Youth Ensemble, Kwartludium Ensemble, Musicians of the Junge Deutsche Philharmonie o.lv. Rüdiger Bohn

Opnamen gemaakt op dinsdag 23 september 2003 in de Witold Lutoslawski Concert Studio van Polski Radio/Warschau tijdens de Warschauer Herfst.


Rüdiger Bohn

studeerde aan de Musik Hochschule in Keulen en Düsseldorf, directie bij V. Wagenheim en piano bij D. Levine. Hij nam deel aan masterclasses van Leonard Bernstein, John Elliot Gardiner en Sergiu Celibidache. Bohn werkte bij de Tübingen Sinfonietta (1988-96), het Basel Theatre Orchestra (1991-94) en als vaste dirigent van het Theaterorchester Lübeck (1996-2002). Sinds 1997 is hij muzikaal directeur van de Zeitgenössische Oper Berlin, waar hij werken van (o.a.) Batistelli, Feldman, Henze, Kagel en Sciarrino dirigeerde. Bovendien treedt hij op als dirigent van (o.a.) Orchestre de Chambre de Lausanne, Orchestre de la Suisse Romande/Genève en Klangforum Wien.


Helmut Lachenmann

werd geboren in 1935 in Stuttgart, waar hij aan de Musikhochschule studeerde bij Jürgen Uhde (piano) en Johann Nepomuk David (theorie en compositie). Van 1955-1958 studeerde hij compositie bij Luigi Nono in Venetië. Hij maakte zijn debuut als componist in 1962 tijdens de Biennale in Venetië en de internationale zomer cursus voor nieuwe muziek in Darmstadt. In 1965 werkte hij in de Studio voor Electronische Muziek in Gent. Een jaar later begon zijn uitgebreide carrière als compositiedocent aan diverse conservatoria en universiteiten in Duitsland en elders, zoals in Stuttgart, Ludwigsburg, Bazel, Hannover en in landen als Brazilië, Canada, Argentinië, Noorwegen en Japan om er een paar te noemen.


Mouvement – vor der Erstarrung (1982-84)

Dit werk ontstond in de jaren 1982-1984 op grond van een opdracht van het Ensemble InterContemporain.



(Hier volgt een niet uit het Engels vertaald citaat uit de toelichting van de componist. Dit om te voorkomen dat door de vertaling de oorspronkelijke tekst geweld wordt aangedaan.)

“Life in this music is the transition from composition to decomposition. Such decomposition is not staged or celebrated in the form of a process as a phenomenon of nature, but is repeatedly presaged through the structural breakdown of the means of sound (e.g. through the manipulation of dumping techniques). In spite of the temptation once more to compose with ‘untouched’ sound, whitin unalienated sound again comes into play, it must then become evident again that it is not the mere breaking of the sound practice of perception within our own selves.”

tekst: Helmut Lachenmann.
Annette Schlünz

studeerde aanvankelijk compositie in Halle, en vervolgde haar studies in Dresden (bij Udo Zimmermann) en Berlijn. Ze werkte als docent in Duitsland en Zuid-Amerika. Bovendien is zij medeoprichter van het Frans Duitse Ensemble Compagnie de Quatre. Haar opera TagNachtTraumstaub –geschreven in samenwerking met de Franse beeldhouwer Daniel Dupoutot- werd gepresenteerd tijdens de Expo 2000 in Hannover. Ze schreef ongeveer 50 composities (solo, kamermuziek en voor orkest) voor zowel akoestische als electronische instrumenten.


Traumkraut (1995)

(Geen nadere gegevens beschikbaar.)



Pierre Boulez

werd geboren in 1925 in Montbrison in het zuiden van Frankrijk. Aanvankelijk verdeelde hij zijn interesse tussen muziek en mathematica. Hij zong in een koor en kreeg pianolessen. Na het verlaten van de school in 1941 trok hij naar Parijs en besloot definitief om in de muziek te gaan. In Parijs studeerde hij bij Olivier Messiaen, René Leibowitz en Andreé Vaurabourg (de vrouw van Arthur Honneger). In 1946 werd hij benoemd als muzikaal directeur van de Compagnie Renaud-Barrault en (ondersteund door de Compagnie) initieerde hij de Domain Musicales concertserie.

De eerste uitvoering van zijn compositie Le marteau sans Maître tijdens het ISCM Festival in Baden-Baden (1955) maakte hem beroemd als componist. In 1955 en latere jaren doceerde hij in Darmstadt. Bovendien doceerde hij compositie aan de Musikakademie in Bazel (1960-63) en werd hij in 1966 uitgenodigd de Parsifal te dirigeren in Bayreuth. Later zou hij de complete Ring van Richard Wagner dirigeren in Bayreuth.

In 1967 werd Boulez vaste dirigent van het Cleveland Orchestra. Eenzelfde functie vervulde hij bij de BBC Symphony Orchestra (1971-75) en de New York Philharmonic Orchestra (1971-77). In 1975 richtte hij het Ensemble InterContemporain op. Twee jaar later volgde het IRCAM in Parijs, waarvan hij directeur was tot 1991.

In 2000 werd zijn 75ste verjaardag gevierd met series concerten in alle belangrijke muziekcentra waaronder Londen, New York, Parijs en Wenen.
Dérive 1 (1984)

Wanneer Boulez een ander soort componist geweest was, had hij dit werk misschien Prelude en Fuga genoemd. Maar dan zou het een heel andere compositie zijn geworden.Eigenlijk biedt Dérive 1 geen duidelijke verklaring met traditionele modellen, ondanks het feit dat we een duidelijk onderscheid kunnen zijn tussen het eerste deel met geornamenteerde accoorden en het tweede deel dat (geleid door de piano) vol zit met contrapuntische inventies. Als dit werk ergens naar verwijst dan is het naar Boulez eigen compositie Eclat. (…)

Dit werk werd opgedragen aan Sir William Glock bij gelegenheid van zijn afscheid als directeur van het Bath Festival in 1984. Een erg persoonlijke opdracht, waar Glock engageerde als chef dirigent van het BBC Symphony Orchestra en hem daar wist te binden voor de volgende zeven jaar.

Zoals gebruikelijk bij Boulez is de titel eigenlijk niet te vertalen: in het Frans bevat het woord uit het Latijn connotaties als op afdrijven of op drift zijn. We worden dus uitgenodigd om te luisteren, en misschien af te drijven in de richting van nieuwe begrippen.

tekst: Paul Griffiths (uit de programmatoelichting uit 1987 bij gelegenheid van de eerste Poolse uitvoering van Dérive 1 tijdens de Warschauer Herfst).
York Höller

werd in 1944 in Leverkusen geboren. Hij voltooide zijn studies in de jaren 1963-1970. Als componist is hij een leerling van Bernd Alois Zimmermann en Hebert Eimert (electronische muziek). Bovendien studeerde hij piano en orkestdirectie aan de Musikhochschule in Keulen, en muziekwetenschap en filosofie aan de universiteit in Keulen. Door Karlheinz Stockhausen werd hij uitgenodigd om te werken in de studio voor electronische muziek van de WDR (1971-72), waar hij later (1990) als directeur Stockhausen op zou volgen.

In 1980-81 werkte York Höller in IRCAM/Parijs waar hij uitgenodigd werd door Pierre Boulez. Zijn composities worden uitgevoerd door vooraanstaande orkesten zoals het BBC Orchestra en de Berliner Philharmoniker. Zijn opera Der Meister und Margarita werd voor het eerste uitgevoerd door de Opera de Paris in 1989 o.l.v. Lothar Zagrosek.
Ex tempore (2001)

(Geen nadere gegevens beschikbaar.)



Paul Termos (1952-2003) – E Dominio (2002) for electric guitar or acoustic jazz guitar

Theo Loevendie (1930) – Scan (2003) for electric guitar (wereldpremière)

Wiek Hijmans (1967) – From here to there, and no return (2003) for electric guitar (wereldpremière)

Wiek Hijmans – diverse gitaren

Opgenomen op dinsdag 23 september 2003 in het Aandelenbeurscentrum/Warschau tijdens de Warschauer Herfst.
Paul Termos

Van 1972 – 1979 studeerde Paul Termos bij Ton de Leeuw en Jos Kunst aan het Conservatorium in Amsterdam. Tezelfdertijd kreeg hij les van Leo van Oostrom (alt saxofoon). Naast zijn werk als componist was hij actief in de jazz- en geïmproviseerde muziek, als leider van eigen groepen en in samenwerking met anderen.Hij schreef composities voor (o.a.) De Volharding, het Mondriaankwartet, het Nieuw Ensemble, Loos, het Maarten Altena Ensemble het Radio Kamer Orkest en solisten als Frances Marie Uitti, Walter van Hauwe en Guus Janssen. In 1986 ontving Paul Termos de aanmoedigingsprijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunst voor zijn compositie Carrara voor piano solo.


E Dominio (2002)

Paul Termos over E-dominio:

"Enkele jaren terug kocht ik op het Waterlooplein een jazzgitaar die mij op verschillende manieren aan vroeger deed denken. Al spelend op die gitaar heb

ik E-dominio gecomponeerd. Er kwamen oude herinneringen boven waarvan ik sommige in dit stuk heb verwerkt.

Als jongetje had ik gitaarles bij een man die te boek stond als een

all-round-musicus. Hij had gespeeld op de Holland-America-lijn, speelde

saxofoon, gitaar en hotviool. Ik begeleidde hem in die Hot club de France-stijl.

Thuis zat ik te experimenteren met allemaal extra moeilijke slageffecten, maar dat durfde ik natuurlijk niet op les voor hem te spelen.Ik weet nog goed dat hij me een keer een klap op m'n schouder gaf en zei: "Paul! Jij wordt een groot jazzgitarist!"

Een nog veel sterkere herinnering heb ik aan de tijd daarvóór, toen ik met mijn familie in Haarlem woonde. Het was zomer en ik ging vaak ’s avonds na het eten fietsend alle muziekwinkels af om naar de gitaren te kijken; die vrouwelijke vormen, die prachtige f-gaten en dat vlammende hout vond ik allemaal heel erg magisch. Op een gegeven moment was ik met mijn vader op bezoek bij een vriend van hem, een journalist, die een prachtige jazzgitaar in de hoek van zijn kamer staan. Thuis had ik alleen maar sigarendoosjes met zelfgemaakte f-gaten en elastiekjes, maar dit was natuurlijk het echte werk. Dat was de eerste keer dat ik mijn vinger langs de zes in kwarten gestemde snaren haalde. E-dominio begint ook met het aftasten van de losse snaren. Die zes snaren, waarvan twee E-snaren (vandaar die titel) vormen de essentie van het

stuk. Van daaruit ontwikkelt zich geleidelijk een betoog, een spel tussen

intensiteit en verstilling. Dat het stuk een modaal karakter heeft is een logisch gevolg van het feit dat de open snaren het uitgangspunt vormen. Zo werk ik eigenlijk altijd: ik richt mij zoveel mogelijk op de wensen van het materiaal. Terwijl ik zo zat te componeren op die Waterlooplein-gitaar merkte ik dat ik naar de oude loopjes greep die ik ook begin jaren zeventig speelde in een improvisatiegroepje bestaande uit mijzelf, Guus en Wim Janssen, Laurens Tan en Klaas Bakker. We speelden toen op alle mogelijke instrumenten de vreemdste improvisaties. Met Wiek Hijmans vorm ik alweer een paar jaar een improvisatieduo. Hij heeft als geen ander een heel mooi, esthetisch geluid. Hij is een grootmeester in het aanbrengen van klankkleuren. De première van E-dominio speelde hij vorig voorjaar, toen wij concerten gaven in China. In die context klonk dit stuk ineens heel Chinees, maar dat zal wel gewoon door dat spel op die open snaren komen."

Tekst opgetekend door Saskia Törnqvist.


Theo Loevendie

geboren in 1930 in Amsterdam, werkte hij meer dan 15 jaar als professionele jazzmuzikant. Voordat hij zich aan het eind van de jaren 60 ging toeleggen op het componeren, trad hij op tijdens de belangrijkste jazz festivals in Europa, als saxofonist (sopraan en alt) en als bandleider. Op dit moment is Theo Loevendie een van Nederlands bekendste componisten. Zijn kameropera Gassir (1990) ging in première in Boston, terwijl de opera Esmée uitgevoerd werd in Amsterdam, Berlijn en Bielefeld. Zijn muzikale sprookje De Nachtegaal kreeg grote internationale bekendheid en waardering. Loevendie hoort meer bij de Franse en Russische eigentijdse traditie dan tot die van het Darmstadt serialisme. Vanaf het begin ontwikkelde hij een herkenbare uniforme stijl, waarin hij de verworvenheden van de eigentijdse muziek combineert met dynamische synthese, invloeden van jazz en niet-Europese muziek en stijlcitaten. Voor alles gaat Loevendie’s muziek over communicatie, beter gezegd communicativiteit in verbinding met zijn ervaringen op het terrein van jazz en geïmproviseerde muziek.

Sinds 1970 doceert Theo Loevendie compositie aan het Conservatorium in Amsterdam.
Scan (2003)

Scan is begonnen als een poging de traditionele  thema- met -variaties vorm te gebruiken, toen  ik merkte dat dit in plaats van een inspiratiebron juist een harnas werd,  liet ik dit idee varen.


Toch zijn er  nog kenmerken die in die richting wijzen,  het stuk is eigenlijk meer een scannen  van het er aan ten grondslag liggende thema, zonder het letterlijk te volgen pikt de componist  elementen op die van zijn gading zijn,  daar komt bij dat een wel zeer archaïsche variatievorm later in het stuk opduikt,  een passacagliathema,  een figuur die zich steeds herhaalt waaromheen vrijere stemmen gevlochten worden.
tekst: Theo Loevendie
Wiek Hijmans

(geboren in 1967) bespeelt de electrische gitaar sinds z’n elfde. Hij studeerde gitaar aan het Conservatorium in Amsterdam en aan de Manhattan School of Music bij David Starobin.Hij is geïnteresseerd in zowel de eigentijdse klassieke als in de populaire muziek. Hierdoor is hij in staat om een nieuwe klankwereld te integreren in de eigentijdse muziek. De invloed van jazz en rock gekoppeld aan uitvoerige ervaring als improvisator maakt hem tot een typische exponent van de huidige stand van zaken in de muziek, zowel als componist als in de rol van uitvoerende.

Hijmans reisde over de hele wereld van Moskau tot Vancouver, van Helsinki tot Palermo, van Bratislava tot New York en in China. Hij speelde op alle belangrijke festivals waaronder het Holland Festival en de Warschauer Herfst. Bovendien heeft hij masterclasses gegeven aan de universiteiten in Colorado en Barcelona en aan het Conservatorium in Amsterdam.
From here to there, and no return (2003)

Nadenkend over hoe muziek werkt valt mij altijd het volgende op: elk muzikaal materiaal heeft een soortelijk gewicht. Je kunt verschillende materialen na elkaar plaatsen, maar niet zomaar. Wanneer het soortelijk gewicht van materiaal b groter is dan van materiaal a, kun je eigenlijk niet meer terug, zonder je muzikale betoog af te zwakken. Kortom, dit stuk gaat, deels met gebruikmaking van improvisationele middelen, over het gaan van a naar b en het ontdekken dat er, eenmaal bij b aangekomen, geen weg terug meer is. Zo ontstaat een analogie voor het meer algemene, harde  punt van niet terugkeren, nl. wanneer we het tijdelijke voor het eeuwige inruilen.

Tekst: Wiek Hijmans
Michael Smetanin (1958) – Spray (1990) for alto flute, bass clarinet and piano

Pawel Szymanski (1954) – Two illusory Constructions (1984) for clarinet, cello and piano

Elena Kats-Chernin (1957) – Gypsy Ramble (1996) for violin, cello and piano

Uitvoerenden:

Ensemble Offspring (Sydney)

Kathleen Gallagher – fluiten, Jason Noble – klarinetten, Thomas Talmacs – viool, Geoffrey Gartner – violoncello, Mark Knoop – piano

Opgenomen op dinsdag 23 september 2003 in de Frederic Chopin Muziekakademie/Warschau tijdens de Warschauer Herfst.
Ensemble Offspring (Sydney)

werd opgericht door twee componisten uit Sydney: Damien Ricketson en Matthew Shlomowitz. Offspring maakte zijn debuut in 1995 tijdens het Sydney Spring Festival met een programma met composities van de beide oprichters en Eonta van Iannis Xenakis. De groep heeft concerten gegeven tijdens vele festivals voor eigentijdse muziek in Australië en daarbuiten. Tegenwoordig is de groep gegroeid tot een 50 musici en heeft meer dan 150 composities uitgevoerd, waaronder 50 werken die door Offspring in première zijn gebracht.


Michael Smetanin

Werd geboren in 1958 uit Russische ouders. Aanvankelijk studeerde hij compositie aan het New South Wales Music Conservatory, waar hij in 1981 afstudeerde. Vervolgens zette hij z’n studie voort bij Louis Andriessen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Tijdens zijn studie in Den Haag componeerde hij zijn eerste composities voor het Ensemble Hoketus (Track) en Harry Sparnaay’s Basklarinetten Kollektif (The Ladder of Escape). Die laatste titel werd vervolgens gebruikt voor een serie CD’s uitgebracht op het label Attacca. In 1984 keerde hij terug naar Australië. In Smetanin’s muziek ontvouwd zich een mix van invloeden vanuit de minimal tendensen van Louis Andriessen tot de meer schurende, hyper energieke style, die wortels toont in diverse muziek van (b.v.) Strawinsky of Xenakis. Hij heeft ook uitgebreid gewerkt in het muziektheater, ondermeer aan het acht uur lange epos The Ecstatis Bible van de Engelse toneelschrijver Howard Baker tijdens het Adelaide Festival in 2000.

Smetanin heeft twee kamer opera’s voltooid: The Burrow een psycholgisch profiel van de laatste minuten van het leven van Franz Kafka, en Gauguin, dat recent in première ging tijdens het Melbourne Festival, beide op een libretto van Alison Croggon. Op het moment werkt hij aan het muziek drama Floating voor Australian Television.

Smetanin doceert compositie aan het Sydney Conservatory.


Spray (1990)

Dit werk is geschreven voor Het Trio (Harry Sparnaay, Harry Starreveld en Renée Eckhart). De titel verwijst naar een gesprek na de maaltijd in een Indiaas restaurant. Niets culinairs, geen anekdote, gewoon een woord dat ineens opkwam en klonk als een goede korte titel voor een compositie. Natuurlijk bepaalde die titel gedeeltelijk de muziek: hoofdzakelijk in de hogere regionen, de ‘glitter’, en boven alles het feit dat de pianopartij hoofdzakelijk bestaat uit accoorden die met opzet enigszins gebroken worden ofwel ge- Sprayed. Zowel het concept als de uitvoering kunnen suggereren dat er iets zonder succes weggegooid wordt. Maar zo is het niet voor de uitvoerenden, en trouwens ook niet voor de componist. Smetanin zegt dat Spray hem in het begin veel problemen heeft bezorgd. Dat was vooral omdat het moeilijk was een balans te vinden tussen (om met Schönberg te spreken) de stijl en het idee.

De piano is de hoofdrol, de basklarinet zorgt voor een soort ‘bas lijn’ terwijl de harmonische van de fluit gedeeltelijk met opzet de gebruikelijke fluitklank vermijdt, maar in meer positieve zin een soort glansachtig waas rond het hoge register van de piano plaatst.

tekst: gedeelte van de toelichting van Richard Troop.


Pawel Szymanski

werd geboren in 1954 in Warschau. Hij studeerde compositie bij Wlodzimierz Kotonski. Hij leeft en werkt als free-lance kunstenaar in Warschau.


Two illusory Constructions (1984)

(Geen nadere gegevens beschikbaar.)


Elena Kats-Chernin (1957)

Werd geboren in 1957 in Tashkent de hoofdstad van Uzbekistan. Toen ze 14 jaar was koos zij voor de muziek en ging studeren op het Gnessin Muziekcollege in Moskau. In 1975 emigreerde zij met haar familie van de Sovjet Unie naar Australië. Daar werd ze leerling van Richard Troop (piano en compositie) op het New South Wales Conservatory. Na haar eindexamen in 1980 ging ze naar Hannover om bij Helmut Lachenmann te studeren met een DAAD-beurs. Eenmaal in Europa werd ze actief op het gebied van theater en ballet; ze schreef voor theaters in Berlijn, Wenen, Hamburg en Bochum. In 1994 keerde ze terug naar Australië en werd een van de vooraanstaande jonge componisten aldaar.



Gypsy Ramble (1996)

Deze compositie werd geschreven in 1996 voor het Australische Ensemble Perihelion. Het basisidee was om een droog, stuwend stuk te schrijven, onder verwijzing naar elementen uit de barok muziek. Na de eerste paar bladzijden ontwikkelt zich een melodie uit die textuur en het herinnerde mij aan een zigeunerliedje dat ik als kind gehoord heb. Deze melodie begon een op zichzelf staand leven en werd een set variaties op dat thema, die zich soms ontwikkelde tot een bijna tango en op andere momenten tot koraalachtig materiaal, dat speelt met de harmoniek van het zigeunerliedje.



tekst: Elena Kats-Chernin




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina