Wetenswaardigheden over Nederlandse munten



Dovnload 21.95 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte21.95 Kb.
Wetenswaardigheden over Nederlandse munten



Gebruikte Geldeenheden:

  • 1 gulden = 20 stuivers

  • 1 oortje = 1/4 stuiver

  • 1 duit = 1/8 stuiver

  • 1 penning = 1/16 stuiver

  • 1 korte = 1/24 stuiver

  • 1 mijt = 1/36 stuiver

1 penning = de kleinste rekenmunt. Over het algemeen waren er geen munten van deze waarde in omloop, maar was de duit de kleinste munt die geslagen werd.



Opmerking: dit zijn de gebruikelijke eenheden in de administratie van die tijd. Er waren talloze binnen en buitenlandse munten in omloop die meestal (aan de hand van het zilver of goud gewicht en gehalte) werden omgerekend naar dit administraties systeem. Zo zijn er vele verschillende soorten guldenmunten die allen een andere waarde hebben. Alleen de "Karolus" gulden kwam overeen met de rekenmunt van 20 stuivers.



DUIT
De duit is vanaf de 14de eeuw de benaming voor een klein zilver muntje met een waarde van iets meer dan een halve cent, om precies te zijn, een achtste stuiver.
De duit, ook geschreven als deijt, duijt, duijtt en dueijt, werd later uit koper geslagen en bleef tot de invoering van het decimale stelsel de gebruikelijke pasmunt
in de Republiek der Nederlanden.













CENT
Het woord cent is afkomstig van het Latijnse centuria = honderdtal. Deze munt werd in 1816, bij de invoering van het decimale stelsel, de vervanger van de duit.
De cent had een waarde van 1/100 gulden.












STUIVER
In het begin van de 15de eeuw werd de stuiver ingevoerd als de grootste zilveren munt. Daarna werd in 1464 de dubbele stuiver in- gevoerd, die de grondslag van
ons muntstelsel zou worden.












DUBBELTJE
Volgens sommigen is de naam dubbeltje ontleend aan het Franse woord doble, dat afkomstig is van het Latijnse duplus = tweevoudig. Anderen beweren dat het woord
komt van de dubbele stuiver. Het dubbeltje had een waarde van 1/10 gulden. Oorspronkelijk was het muntje van zilver, later werd het door geldontwaarding uit nikkel geslagen.

<>










GULDEN
De naam gulden komt van gouden. De eerste gulden werd in 1252 in Florence, Italië geslagen. Het was een gouden munt. Op de voorkant stond een afbeelding van Johannes
de Doper, de stadsheilige van Florence. Op de achterkant stond het wapen van de stad, de lelie (in het Latijn: florensus). De zuiver gouden munt uit Florence was betrouwbaar
en werd daarom ver buiten Florence als betaalmiddel gebruikt. Verschillende vorsten in Europa lieten ook gouden munten slaan in de vorm van de gouden munt uit Florence.
In Nederland werd deze gouden munt, gulden genoemd. De afkorting f of fl op een prijskaartje komt van de oude naam florijn. Zo werd de gouden munt uit Florence toen genoemd.

<>










ZILVEREN GULDENS
Driehonderd jaar geleden werd de gulden niet langer van goud maar van zilver gemaakt. De naam bleef toch gulden. Op de voorkant stond de Griekse godin Pallas Athene afgebeeld. In haar hand had ze een speer, een piek. Daarom noemen we de gulden ook 'piek'.
 












NIKKELEN GULDENS
Vanaf 1967 werd het zilver in de gulden meer waard dan de gulden zelf. Mensen gingen de gulden dus bewaren in plaats van ermee betalen.
Daarom werd de gulden sindsdien van goedkoper materiaal gemaakt, van nikkel.
 












DAALDER
De daalder, een zware zilveren munt, is van oorsprong het belangrijkste muntstuk ter wereld. Uit de daalder is immers de dollar ontstaan.
De daalder is voor het eerst in Duitsland geslagen; de naam taler werd in Holland daalder. De munt vertegenwoordigde een waarde van 30 stuivers.












MUNTEN SNOEIEN
Omdat de munten met de hogere waarden geslagen werden van zilver en goud, was het aantrekkelijk voor kwaadwillende lieden om er stukjes af te knippen of te vijlen. Dit was mogelijk omdat de munten toentertijd niet zo mooi rond waren als nu. Ook was er nog geen randschrift of kartelrand op aangebracht. De techniek om deze aan te brengen bestond eerst nog niet en toen deze werd uitgevonden was het veel te duur en niet praktisch genoeg om toe te passen voor serieproductie. Pas laat in de 18e eeuw werd een bewerkte rand ingevoerd. Sinds 1760 zelfs verplicht gesteld voor bepaalde denominaties door de Staten-Generaal. Als er aan een munt geknipt of gevijld was dan viel dit dus niet direct op. Zo kon je op deze manier een leuk bedrag aan zilver en/of goud bij elkaar knippen en vijlen om dit later te verkopen. Het gesnoeide muntstuk gaf je gewoon weer uit voor de volle waarde.
 












RANDSCHRIFT
Op de rand van de gulden staat: God * zij * met * ons. Het is een wens die ook al op oudere munten was te lezen. De tekst voorkwam dat mensen gingen 'snoeien'.
Door de tekst kon je namelijk goed zien wanneer mensen stukjes van de gouden en zilveren hadden afgeslepen.
 













PORTRETKOPPEN RECHTS OF LINKS
De portretkoppen van de verschillende koningen en koninginnen kijken om en om, naar rechts of links. Willem I kijkt naar links, Willem II naar rechts.
Bij de eerste nieuwe munt van koningin Juliana, werd een fout gemaakt. Zij keek naar links, dezelfde kant als haar moeder koningin Wilhelmina.
De munten moesten allemaal opnieuw geslagen worden, maar nu met de kop in de goede richting.
 












MUNTTEKEN EN MUNTMEESRETEKEN
Op de kant van het Rijkswapen zie je links en rechts van het wapen heel klein een tekentje afgebeeld. Links het muntmeesterteken, rechts het muntteken.
Het teken links kiest de muntmeester zelf.
 


































De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina