Wiskunde huiswerk in klas 3T6 Vraagstelling



Dovnload 25.61 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte25.61 Kb.
Wiskunde huiswerk in klas 3T6
Vraagstelling

Ik ben benieuwd naar hoeveel tijd er wordt besteed aan het wiskunde huiswerk en of er een verband zichtbaar is tussen de tijd die aan het huiswerk wordt besteed en het werkelijk gemaakte werk.

Ik besluit daarvoor op 2 manieren gegevens te verzamelen op een willekeurige dag:


  1. Ik vraag elke leerling hoelang hij of zij gewerkt heeft

  2. Ik kijk hoeveel leerlingen het huiswerk af hebben

Bij het voorbereiden neem ik mij voor om, indien enigzins mogelijk, te bekijken of diegene die zeggen heel veel te hebben gewerkt ook daadwerkelijk hun werk af hebben.
Wat kan ik verwachten?

Ik ben me er van bewust dat de uitkomst beinvloed kan worden door



  • de dag waarop ik de vraag stel (veel huiswerk voor andere vakken kan bv invloed hebben op de tijd voor wiskunde huiswerk)

  • sociaal wenselijke antwoorden (“ik zal maar niet zeggen dat ik niets gedaan heb anders wordt de juf boos”)

  • groepsbeinvloeding (“niemand heeft hard gewerkt en ze moeten niet denken dat ik een studje ben”)

  • groepssamenstelling (bv als 3 hardwerkende mensen juist die dag ziek zijn)

Hoewel de groep klein is waaraan ik de vraag stel (te klein om iets te zeggen over de gemiddelde 3Tl scholier) is de vraagstelling net zo beperkt: “ huiswerk bij klas 3T6”, en de vraag wordt aan de hele groep gesteld. Mijn “steekproef” is dus groot genoeg.
Het onderzoek

De vraag “hoeveel minuten heb je gisteren aan je wiskunde huiswerk besteed” leverde de volgende antwoorden op:

0 0 20 0 0 0 0 180 150 0 180 0 20 0 0 120 0 0 40 2

In het totaal gaven 20 leerlingen antwoord.

Om modus en mediaan te bepalen is het handig de uitkomsten eerst in oplopende volgorde te zetten:

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 20 20 40 120 150 180 180

Je kunt nu gelijk zien welk getal het meest voorkomt: de modus is 0.

Ook zie je gelijk wat het gemiddelde is van de 2 middelste getallen (nr. 10 en nr.11), die zijn allebei 0: de mediaan is 0.

Om het gemiddelde te bepalen moet je alle getallen bij elkaar optellen en de uitkomst delen door 20: het gemiddelde is 35,6, afgerond 36 minuten.

De spreidingsbreedte is 180.

Modus 0 gemiddelde 36

mediaan 0 spreidingsbreedte 180

Gezien de spreidingsbreedte ligt een klasse-indeling voor de hand. Ik kies voor een klasse breedte van 20.

Eerst bekijk ik de frequentie-klassen tabel


Klasse

frequentie

0-20

13

20-40

2

40-60

1

60-80

0

80-100

0

100-120

0

120-140

1

140-160

1

160-180

0

180-200

2

De modale klasse is 0-20

Het klassediagram ziet er als volgt uit:


met op de horizontale het aantal minuten huiswerk in klassen met breedte 20 en op de verticale as het aantal leerlingen

Bij controle van het huiswerk bleek dat dit bij 4 leerlingen in orde was en bij 16 niet.

Om daarvan een cirkeldiagram te maken moet eerst berekend worden hoeveel graden elk segment moet zijn. Dit kan met een verhoudingstabel:




aantal leerlingen

20

1

4

16

aantal graden

360

18

72

288

Dat geeft het volgende cirkeldiagram





De leerlingen waarbij het huiswerk in orde was waren de leerlingen die opgaven er 20 en 40 minuten aan gewerkt te hebben en 1 leerling die er 0 minuten mee bezig was geweest.

De 4 leerlingen die er 2 tot 3 uur aan besteed zouden hebben hadden geen van alle hun werk in orde.
Conclusies

Wat betreft het eerste deel van het onderzoek valt op , naast het aantal leerlingen dat 0 minuten zegt te hebben gewerkt, dat de antwoorden zo ver uit elkaar liggen. Van 0 minuten tot 3 uur. Het is daardoor moeilijk om met slechts een diagram, grafiek of begrip een duidelijk beeld te krijgen. Uit de getallen blijkt dat de meeste niets gedaan hebben en een paar (ogenschijnlijk) heel veel. Hoe zie je dat gelijk?

De modus is 0 maar dat zegt op zich niet veel: het zou kunnen zijn dat 2 leerlingen niets hebben gedaan en de rest veel maar een verschillend aantal minuten.

Gemiddeld is er 36 minuten per leerling gewerkt en daarmee zou menig leraar tevreden zijn maar het beschrijft slecht de situatie in deze klas.

De mediaan daarentegen is heel duidelijk: meer dan de helft van de leerlingen heeft niets gedaan.

Het klassendiagram laat goed de extremen zien (veel leerlingen weinig en een paar heel veel) maar verdoezeld het aantal nietsdoeners. Die zitten nu allemaal in de klasse 0-20 en daarbij is niet duidelijk dat ze 0 minuten hebben gewerkt, het zou net zo goed een kwartiertje kunnen zijn.

Het 2e deel van het onderzoek (huiswerk wel of niet gemaakt) kon makkelijk inzichtelijk worden gemaakt met een cirkeldiagram
Betrouwbaarheid van de antwoorden en geschiktheid van de vragen

Van te voren had ik een aantal zaken bedacht die de antwoorden konden beinvloeden:



  • het zou kunnen zijn dat anders veel minder of veel meer aan het huiswerk wordt gedaan maar deze dag een uitzondering is vanwege erg veel of erg weinig huiswerk voor andere vakken. Ik heb niet gemerkt dat dit het geval is maar ook niet dat het niet zo is, ik kan hier niets over zeggen

  • Sociaal wenselijke antwoorden: liever niet zeggen dat ze niets hadden gedaan. Hiervan is niets gebleken, men had geen enkele moeite met het opgeven van “ 0 minuten” .

  • Schaamte om aan te geven dat er serieus was gewerkt. Ook daar is niets van gebleken.

Geen rekening had ik gehouden met extreem hoge waarden. Ze lijken me onbetrouwbaar gezien de uitkomst van het onderzoek naar het daadwerkelijk gedane huiswerk. Ze beinvloeden in grote mate de mogelijkheid om de resultaten goed weer te geven.

Kortom, ze zijn lastig en niet voorzien. Dit soort bewuste onjuistheden is niet te vermijden als je de vraag stelt zoals ik die gesteld heb. Beter was in dit geval een ouder-enquette geweest: “hoeveel minuten heeft u kind aan zijn of haar wiskunde huiswerk besteed?”

Er lijkt op het eerste gezicht een verband te zijn tussen de opgegeven werktijd en het gedaan hebben van het huiswerk als de groep vermoedelijke cheaters buiten beschouwing wordt gelaten. De groep is overigens te klein om er conclusies aan te verbinden. Ik had een grotere groep verwacht die weinig had gedaan en toch het werk af had, nl. leerlingen die hard in de les hadden gewerkt.

Aanbevelingen

Voor een vervolgonderzoek naar de mate waarin aan het huiswerk wordt gewerkt is het beter om te kijken naar wat er daadwerkelijk gemaakt is dan te vragen hoe hard er gewerkt is. De resultaten van de laatste methode worden te zeer beinvloed door grappenmakers en zijn dus erg onbetrouwbaar.

Interessant zou zijn om over een langere periode metingen te doen naar huiswerk, werk in de les en toetsresultaten.

Enne.... een aantal leerlingen van 3T6 wordt aanbevolen om (harder) te gaan werken.




Onderzoekje statistiek





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina