Z zaad geslacht, kiem, nageslacht, nakomeling, oorsprong, semen, sperma zaad van de maankop



Dovnload 0.78 Mb.
Pagina1/13
Datum17.08.2016
Grootte0.78 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

--




Z
zaad - geslacht, kiem, nageslacht, nakomeling, oorsprong, semen, sperma

zaad van de maankop   maanzaad

zaad van de peulvrucht   boon, erwt

zaad van strychnos - braaknoot, kraanoog

zaadbal - teelbal, testikel

zaadbeentje - sesambeentje

zaadblad - zaadlob

zaadbuis - zaadkanaaltje, zaadleider

zaadcel - spermatozoön

zaaddoos - bol, omhulsel, vruchtsoort

zaaddoos van een papaver - bol, pit, lob

zaad, eetbaar van een pijnboom - pingel

zaadecht - homozygoot, zaadvast

zaad en pootgoed - (Ind.) bibit

zaadgans - rietgans

zaadgras - duist

zaadhaartje van de Egyptische katoen - afritti, scarto

zaadhuid   bolster, hulsel

zaadhuisje   bolster, hulsel

zaad in vis - hom

zaadje - korrel, pit

zaadkever - voelersnuitkever

zaadkoek - lijnkoek

zaadkorrel   pit

zaadkraai - roek, rokraaf

zaadlob - cotyl, kiemblad, kwab, lob,

zaadlobben - cotyledonen

zaadlozing - ejaculatie, pollutie

zaadpit - korrel

zaadplant - spermatofyt

zaadplanten - fanerogamen, spermatophyta

zaadpluis   kapok

zaadrok - arillus

zaadrok van muskaatnoot - foelie, macis

zaadrups - koolzaadrups

zaadschoep - zaadschop

zaadteeltbedrijf - zaderij

zaadtor - snuitkever

zaaduitstorting - ejaculatie

zaad van de papaver - maanzaad

zaad van een peulvrucht - boon, erwt

zaadvast - homozygoot

zaadvlies - follikel

zaadvloeistof - sperma

zaagmolen - paltrok

zaagbek - duikergans, mergus, nonnetje, pinduiker

zaagbekeend - duikergans, nonnetje, pinduiker, weeuwtje

zaagblad - serratula

zaagdak   sheddak

zaageend - zaagbek

zaaggeul - zaagblad

zaagkever - boktor

zaagmeel   afval, houtmeel, molm (fijn), mot, mul, zaagsel

zaagmolen - onderkruier, paltrok

zaagsel   molm, mot, mul, zaagmeel

zaagstaart - stellage, zaagvlieg

zaagstoel - bok, zaagbok

zaagtand - zaagvis

zaagtandtrilling - relaxatietrilling

zaagvis - rog, zaagtand

zaagvissen - pristis

zaagvlieg - zaagwesp

zaagvormig - serriform

zaagwesplarve - bastaardrups

zaagzalm - karperzalm

zaaien - strooien, verkwisten, veroorzaken

zaaier - oplawaai

zaaigoed - zaaikoren, zaaizaden

zaaihout - zaailat

zaaikleed - zaaizaad

zaaikoren - zaaigoed

zaailat - zaaihout

zaailing   hennep, wildling

zaailing van rijst - bibet

zaailingen uitplanten - spenen

zaaimachine - zaadstrooier, zaaitoestel

zaaimand - zaaikorf

zaaipan   oesterpan

zaairupsklaver - luzerne

zaaitoestel - zaaimachine

zaaiveld - zaailand

zaaizak - zaaikleed

zaak   aangelegenheid, affaire, artikel, bedrijf, belang, besogne, case, casus, ding, firma, gebeurtenis, geding, geval, goed, handel(ing), handelszaak, kantoor, kwestie, materie, nering, noodzakelijkheid, onderneming, onderwerp, (Ind,) perkara, proces, rechtsgeding, (Lat) res, spullen, toko, transactie, voorwerp, winkel

zaak   firma, winkel

zaak aan het strand   strandbedrijf

zaak die de koophandel betreft - handelsaangelegenheid

zaak die nog niet zeker is   vraag

zaak(lnd.) - perkara

zaak met groot assortiment   supermarkt, warenhuis

zaak of persoon der beschouwing - object.

zaak van ander drijven - beheren

zaak van geen betekenis - bagatel

zaak van geringe waarde - aalsgeweerhuid

zaak van groot belang - evenement

zaak van het laatste avondmaal - cenakel

zaak voor de middenstanders - makro

zaak waar antiquiteiten worden verkocht   antiekwinkel, antiquariaat

zaak waar oude boeken worden verkocht - antiquariaat

zaak waarin men geld belegt - beleggingsobject

zaakbeheerder   depothouder, gerant, zaakleider, zaakvoerder, zetbaas

zaakbezorger - makelaar, procureur

zaakgelastigde - afgezant, agent, factoor, gevolmachtigde, makelaar, mandataris, vertegenwoordiger(diplomatiek)

zaakgeleider   gerant, zetbaas

zaakje - akkefietje, negotie, zwikje

zaakkennis - inzicht, realia, relatie, vakbekwaanheid

zaakkundig   bedreven, bekend, deskundig, deskundige, expert, gespecialiseerd, kundig (ter zake)

zaakkundige - insider,specialist, vakman

zaakleider - gerant, manager

zaak of concern - bedrijf

zaakpapieren - documenten, poststukken

zaakregister   glossarium, klapper, reportoire, repertorium, zakenlijst

zaakvervanging - subrogratie

zaakvoerder   agent, deputé, gerant, leider, manager, mandataris, procureur, zetbaas, zaakbeheerder, zaakwaarnemer

zaakvorming - specificatie

zaakwaarneemster - gerante

zaakwaarnemer - advokaat, gerant, practicien, praktizijn, procureur, sollicitor, vertrouwensman, zaakbezorger

zaakwoordenboek - encyclopedie

zaal   bioscoopzaal, congreszaal, gezelschapskamer, ontvangkamer, schouwburgzaal, salon, slaapzaal, hal, lokaal, lokaliteit, vergaderzaal, ziekenzaal

zaal met zeldzaamheden - kabinet

zaal van het laatste avondmaal - cenakel, cenaculum

zaal voor radio- en televisie uitzendingen - studio

zaalhouder - zaalverhuurder

zaalsport - binnensport

zaalverhuurder - zaalhouder

zaalversterker - geluidsversterker

zaalwachter   suppoost

zaan - room

zaat - bed (door schip in de modder gemaakt), grondslag (van een dijk), zandplaat

zaathout - kolsem

zabbelen - sabbelen

zabben - zabberen

zabber - kwijl, speeksel, stofregen

zabberaarster - kwijlbaard

zabberen - kwijlen

zacht – bedaard, beurs, bezadichd, clement, dolce (muz.), fluisterend, fluwelig, gedempt, geduldig, gedwee, geleidelijk, gerust, getemperd, gezapig, goedertieren, goedig, hartelijk, humaan, ingetogen, innig, kalm, klement, kneedbaar, langzaam, lauw, liefderijk, liefelijk, lijs, lijzig, luw, mals, manis, menselijk, mild, mollig, mul, murw, nes, ongestoord, p.p., piano, poezelig, pulverig, rul, rustig, slap, smeu, teer, teertjes, teder, verkwikkend, volgzaam, voos, vriendelijk, week, willoos, zachtaardig, zachtmoedig, zachtzinnig, zam, zoel, zwoel

zacht (Muz.) - dolce

zacht aankloppen - aantikken

zachtaardig - goedaardig, goedhartig, goedig, goedmoedig, inschikkelijk, mak, mild, teder, vriendelijk, weekhartig, welwillend, zachtmoedig

zacht blinken - blanzen

zacht buisje - slangetje, tube

zacht door veertjes - donzig

zacht, droevig - weemoedig

zacht en aardig - mild

zacht en buigzaam - soepel

zacht en lief - teder

zacht en rond - mollig, poezel(ig)

zacht en sappig - mals

zacht en slap - week

zacht en soepel leer - zeemleder

zacht en stil - gemoedelijk, gezapig, vriendelijk

zacht en vettig - smeuig

zacht en voorzichtig op bladgoud blazen - aanademen

zacht en week - mals, teer

zacht gebak - cake

zacht gekerm - gekreun, gesteun

zacht geluid - gedruis, gefluister, geklik, gelispel, gemompel, geritsel, geroezemoes, gerucht, geruis, gesuis, getik,

zacht gesnor   gezoem, geruis

zacht gloeien - gloren

zacht hout onder de bast - plint, spint

zacht koken - prutte(le)n

zacht kokertje   tube

zacht krabben - krauwen

zacht lapje - prikneusje

zacht lispelen - prevelen

zacht maken - meuken, murwen, ontharden, weken

zacht makende middelen - emolliëntia

zacht masseren - pidjetten, pidjitten

zacht metaal   koper, lood, tin, zink

zacht metalen buisje   tube

zacht paars   lila, malve, mauve

zacht ruisen   murmelen, ruizelen, suizen, zwatelen

zacht smeermiddel - balsem, liniment, pasta, zalf

zacht spreken - fluisteren

zacht stralen - gloren

zacht van aard - nobel

zacht van binnen - beurs, buikziek, overrijp

zacht van inborst   goedaardig, goedig, nobel, vriendelijk

zacht van kleur - blas, flets, pastel

zacht, vloeiend (muz.) - larghetto

zacht waaien   labberen

zacht wasgerei - spons

zacht weer - luwte

zacht worden - smelten

zachte borstveren - eiderdons

zachte frisse wind - bries

zachte gipssoort - albast

zachte glinstering - glans

zachte hersenvlies   piamater

zachte kaas - smeerkaas

zachte klap - tik

zachte kleur - pasteltint

zachte koele wind - bries

zachte leren lap   zeem

zachte medeklinker   lenis

zachte merg van jonge kokosnoten - liplap

zachte omkleding - schil

zachte snoep - spekje

zachte steensoort   kalksteen, krijt, mergel

zachte stof   fluweel, pasta, satijn

zachte veren   dons

zachte verhemelte   velum

zachte vezelplaat - board, zachtboard

zachte vrucht   aardbei, abrikoos, bes, framboos, kiwi, perzik, peer, pruim, tomaat

zachte wind   bries, koeltje, snuiver, zefir, zucht

zachtaardig - goedhartig, goedig, mild, weekhartig

zachtblauw - bleu

zachtboard - houtvezel

zachter worden - ontladen

zachtgroen - pistache

zachtharig - pubescent

zachtheid   liefelijkheid, suatie, tederheid, weekheid

zachtjes - bedaard, kalm, langzaam, rustig, stilletjes, zoetjes

zachtjes aan - bedaard, kalm, langzaam

zachtjes koken - sudderen

zachtjes leggen   vlijen

zachtmoedig   goedertieren, meegaand, mild, nobel, vriendelijk, zachtaardig

zachtzinnig - bedaard, mak, mals, toegeeflijk, vriendelijk

zadel - selle

zadel van paard afhalen   afzadelen

zadelboom - zadelboog

zadeldek   schabrak, sjabrak, zadelkleed

zadelen   optuigen

zadelkleed - sjabrak

zadelmakerswerktuig - gaatels, gate

zadelrob - zeehond

zadelsteek - stiksteek

zadeltas - sacoche

zadeltuig van militairen - arnachement

zadelveer - draagveer

zaden verwijderen - egreneren

zageman - zanikpot, zeur

zagen - doorsnijdenzaniken, zeuren

zager - zaniker

zagerij - gezanik

Zagreb   Agram

Zaïre, rivier in - Luvua

zak   achterzak, baal, balg, beurs, biljartzak, binnenzak, borstzak, brievenzak, broekzak, buidel, buil, collectezak, geldzak, horlogezak, melis, pungel, saccus, sufferd, tas, vestzak, zijzak

zak, de- geven - ontslaan, wegsturen

zak, in de- steken - bedriegen

zak van een dossier - chemise

zak van een harmonica - balg

zakbeurs   beurs, knip, portemonnaie, portemonnee

zakboekje   agenda, carnet, livret, memorandum, notitieboekje, vademecum

zakbreuk - balzakbreuk

zakdoek - neusdoek, neuslap, snotlap

zakdoekenboom - parkboom

zakdoekje   pochet(te)

zakelijk   bondig, beknopt, beredeneerd, commercieel, essentieel, feitelijk, koel, materieel, meritoir, nuchter, objectief, pittig, praktisch, precies, prozaïsch, reaal, realistisch, reëel, terzake, verstandelijk, wezenlijk

zakenlijke gedragslijn - beleid, overleg

zakelijke handeling - aanbieding, aankoop, bod, offerte, verkoop

zakenlijk herhalen - recapituleren

zakelijk leider   impresario, manager

zakelijk naar de inhoud - materieel

zakelijk recht op een andermans goed - erfrecht, hypotheek, pandrecht, vruchtgebruik

zakelijk recht van gebruik   usus

zakelijk resultaat - winst

zakelijk verantwoord - rationeel, redelijk

zakelijk voordeel - winst

zakelijk zekerheidsrecht - pignus

zakelijke mislukking - bankroet, debacle, faillissement, krach

zakelijkheid - bondigheid, nuchterheid, objectiviteit,

realisme, soberheid



zaken   affaires, business, handel, transacties

zaken de pastorie betreffende - pastoralia

zakenbrief - missive

zakencentrum - city

zaken doen - handelen

zakengeest   handelsgeest

zakenhotel - passantenhotel

zakenkabinet - zakenministerie

zakenkrisis   krach

zakenleven - bedrijfsleven, handel, koophandel

zakenman - aannemer, boer, fabrikant, factoor, firmant, grossier, handelaar, kleinhandelaar, koopman, leurder, leverancier, marktkoopman, neringdoende, standhouder, ondernemer, opkoper, standhouder, venter, verkoper, winkelier

zakenministerie - zakenkabinet

zakenpand - bedrijfspand

zakenrelatie - zakenvriend

zakenwereld - bisiness

zakgeld   betaaldag, pree, soldij, spilpenning, traktement, werkloon

zakhorloge (ouderwets) - knol, raap

zakje - beurs, puit

zakje als bergplaats - tas

zakje met welriekende stof - sachet

zakje voor geld - beurs

zakkalender - agenda

zakken - afgaan, afgewezen, bakken, dalen, druipen, filteren, kelderen, segregeren, sjezen, stralen, tochten, vallen, verminderen, (weg)zinken

zakkendrager - sjouwer

zakken (voor examen)   afgaan, bakken, stralen

zakken in water - zinken

zakkenband - bindgaren

zakkendrager - lastdrager, sjouwerman

zakkengeld - statiegeld

zakkengoed – gonje, jute, linnen

zakken onder de ogen - wallen

zakkenroller   beurzensnijder, escamoteur, pickpocket, pikker, ratero, zakkendief

zakkenrollerij - escamotage

zakkenvuller - profiteur

zakkertje - afzakkertje

zakkever - clytra

zakkieuwigen - prikken, rondbekken

zaklamp - zaklantaarn

zaklantaarn – handlamp, knijpkat, zaklamp

zaklood - valgewicht

zaklopen - volksvermaak

zakmes   knipmes, kortjan, lierenaar

zakmes van matrozen - kortjan

zakmuis - heteromyida

zaknecessaire - toilet

zaknet - sleepnet

zaknier - hydronephrose

zakpistooltje - terzerol

zakput - zinkput

zakpijp - doedelzak, zeedruif

zakpijper - doedelzakspeler

zakpistooltje - terzerol

zakrat - goffer

zakschrijfboekje - tablet

zaksel   bezinksel, droes, droesem

zaksuiker - leksuiker

zakuitgave - zakeditie, zakformaat

zakuurwerk - horloge, remontoir

zakvormig - sacciform

zakvormig deel van sommige visnetten - kuil

zakvormig net aan lange steel - haam

zakvormig of beursvormig omhullend weefsel - kapsel

zakvormig sleepnet - haam, kuil, schrobnet

zakvormig visnet - fuik, haaf, haam, kor, kuil

zakvormige riviermond - liman

zakwater - regenwater

zalf   apostelzalf, balsem, boorzalf, brandzalf, ceratum, crème, glycerine, kwikzalf, lanoline, likdoornzalf, liniment, liminentsmeersel, lippenpommade, opodeldoc, pasta, perubalsem, pommade, smeersel, spijkerbalsem, toverzalf, unguentum, vaseline, wonderzalf

zalf tegen aambeien - aambeienzalf

zalf van rode kwikoxide   schulpjeszalf

zalfachtig - onctueus

zalfachtig geneesmiddel - linimentum, pommade

zalfachtig poetsmiddel - pommade

zalfachtige substantie - lagervet, smeersel, smeervet,

wagensmeer



zalfbereidingsleer   myrologie

zalfflesje - fiool

zalfmes - spatel

zalfnoot - béhennoot

zalfolie - balsem, chrisma, nardus, wiolie

zalfsoort - balsem

zalfspaan   spatel

zalfwinkel - apotheek

zalig - aangenaam, beaat, bovenaards, dronken (fig.), gelukkig, goddelijk, heerlijk, heilig, hemels, kostelijk, lekker, overheerlijk, smakelijk, verrukkelijk, weldadig

zalig heerlijk - kostelijk

zalig verklaren - beatificerenzalige - beata, beatus

zalige maagd - bv (beata virgo)

zalige maagd Maria   B.M.V. (beata Maria Virgo)

zalige rust - nirwana

zaligend - soterisch

zaliger   overleden, wijlen, z.g.

zaliger gedachtenis   bm (bonae memoriae), pm (piae memoqriae), z.g., wijlen

zaligheid - genot, heerlijkheid, heil

zaligmakend   reddend, soterisch

Zaligmaker   God, Heer, Heiland, Here, Soter, Redder, Verlosser

zaligmaking - verlossing

zaligspreken - beatificeren

zaligspreking - zaligverklaring

zaligverklaring   beatificatie

zalmachtige vis   aal, forel, houting, meun, nebbeling, paling, salmo, smelt, spiering

zalm - aal, forel, houting, meun, paling, saumon, smelt,

spiering,nebbeling



zalmachtige vis - forel, houting, marene, meun, nebbeling, smelt, spiering

zalmboer - zalmverkoper

zalmhout - peroba

zalmkleurig - bleekrood, salmon, saumon

zalmvis - forel, houting, lodde, schot, spiering

zalmzegen - drijfnet

zaluwachtig - geelachtig, taankleurig, tanig

zalven - balsemen, heiligen, insmeren, kwezelachtig, oliën, pommaderen, preken, sacreren, temen, wijden

zalvend   femelend, lijzig, stichtelijk, temend, temerig, vroom, zeurig

zalvende toespraak   preek, sermoen

zalvende toon   onctie

zalvende vroomheid - kwezelarij

zalving   geteem, oliesel, onctie, unctie

Zambia, hoofdstad van - Loesaka

Zambia, rivier in - Zambesi

zamelen - bijeenbrengen, bijeengaren

zand   aarde, steenstof, strand, zandgrond

zand in de ogen strooien - bedriegen, misleiden, verblinden

zand met klei - zavel

zandaal - smelt, spiering, tobiasvis, zandspiering

zandaardappel - negenweker

zandachtig   mul, rul, zanderig, zandig

zandachtig gesteente   brecciën, grauwak, zandsteen

zandbaan - zandweg

zandbaars - snoekbaars, zander

zandbank - droge syrte, haak, ondiepte, plaat, vlaak, wad

zandbank aan de kust - wad

zandbank in de Noordzee - Breeveertien, Doggersbank, Pampus

zandbank voor de Holl. kust - Breeveertien



zandbank voor riviermonding - baar

zandbanken/diepte tussen   mui

zandberg - duin, nol

zandbes - krodde

zandblad - zandgoed

zandblauwtje - strobloem

zandboer - zandverkoper

zandboom - glasboom

zandbij - aardbij

zanddoren - duindoorn

zanddrijver - fuut, kuifduiker

zander - snoekbaars

zanderig - mul

zanderige grond   gaast, geest

zanderige kampplaats - arena

zanderige oever - strand

zanderige plaats - duinen, strand, woestijn

zanderige plaats langs zee - duinen

zanderij - zandgroeve

zandgat - zandgroeve

zandgebakje - boterbiesje, botermop, hernhutter, pitmop, sprits

zandglas - zandloper

zandgras - gierstgras

zandgraver - zandkever

zandgroeve - zandgat, zandgraverij

zandgrond - hei, heide

zandgrond achter duinen   geest

zandhaas - heihaas



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina